Samenvatting Inleiding In De Psychologie

-
ISBN-10 9001400094 ISBN-13 9789001400095
3242 Flashcards en notities
222 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Inleiding In De Psychologie". De auteur(s) van het boek is/zijn Gert Alblas Haas Art. Het ISBN van dit boek is 9789001400095 of 9001400094. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Inleiding In De Psychologie

  • 0 READER

  • Drijfveren zeggen iets over je motivatie, houding, voorkeur en waarden. Deze kunnen veranderen. Bij drijfveren gaat het er om wat iemand werkelijk beweegt
  • Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
    Chimpansees!
  • Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
    Chimpansees!
  • Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
    Chimpansees!
  • Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
    Chimpansees!
  • Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
    Chimpansees!
  • Wat is psychologie?
    Een wetenschap die is gericht op het bestuderen van de aard en mogelijke oorzaken van de gevoelens, opvattingen, wensen en gedragingen van mensen.
  • Motivatie is de drijfveer tot gedrag
  • Waar houdt een klinisch psycholoog zich mee bezig?
    Het diagnosticeren en behandelen van mensen met mentale- en gedragsproblemen. Vb: relatieproblemen, depressies, angststoornissen, ...
  • Wat zijn de verschillende soorten gedrag?
    bewust, gepland of onbewust/automatisch gedrag
  • Waar houdt een ontwikkelingspsycholoog zich mee bezig?
    Het bestuderen van de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van mensen vanaf de geboorte t/m de ouderdom. Hierbij wordt nagegaan welke ontwikkelingspatronen er zijn op verschillende gebieden. Vb: motorische ontwikkeling, taalontwikkeling, denkvermogen, ...
  • 5% van ons gedrag bewust gekozen (levenskeuzes/keuzes voor lange termijn)
  • Waar houdt een sociaal psycholoog zich mee bezig?
    De manier waarop de sociale omgeving van invloed is op het denken, voelen en handelen van mensen. Sociaal psychologen bestuderen bijvoorbeeld mensen in groepen. Ze bestuderen de manier waarop mensen elkaar waarnemen en beoordelen en hoe relaties zich tussen mensen ontwikkelen.
  • onbewust gedrag wordt gestuurd door prikkels
  • Waar houdt een arbeids- en organisatiepsycholoog zich mee bezig?
    Het gedag an mensen in organisaties en hoe dit gedrag wordt beïnvloed door kenmerken van het werk en de werksituaties. Vb: leiderschap, personeelsselectie, arbeidstevredenheid, ...
  • Wat is routine?
    Als we automatisch reageren op prikkels
  • Waar houdt een testpsycholoog zich mee bezig?
    Richt zich op het onderzoeken en beschrijven van de kenmerken, mogelijkheden en voorkeuren van mensen. Op grond hiervan kan een voorspelling worden gedaan over succes in een beroep of in een opleiding. Vb: intelligentie, persoonskenmerken, voorkeuren en mogelijkheden.
  • uit welke 3 kan je onbewust handelen verklaren?
    1. Genetisch determinisme (grootouders)
    2. Psychologisch determinisme (ouders)
    3. Omgevingsdeterminisme (omgeving)
  • Waar houdt een functiepsycholoog zich mee bezig?
    Onderzoekt de psychologische functies van mensen. Daarbij gaat het om precieze vaststelling van de werking van deze functies en de omstandigheden die daarop van invloed zijn. Vb: denken, voelen, bewegen, waarnemen, leren, geheugen en aandacht.
  • Ons gedrag is afhankelijk van onze besluiten, niet van onze omstandigheden
  • Waar houdt een gezondheidspsycholoog zich mee bezig?
    Onderzoekt de relatie tussen omstandigheden en gedragingen en de geestelijke en lichamelijke gezondheid van mensen.
  • Een onbeverdigde behoefte is het startpunt voor het motivatieproces. op basis van deze behoefte word een doelstelling geformuleerd en om deze te verrichten is een handeling gekozen. Als deze doelstelling is gerealiseerd onstaan en nieuwe bewuste of onbewuste behoeftes. 
  • Noem de verschillende doelen van onderzoek op en leg ze uit:
    1. Classificeren: beschrijven categorie of type persoon. Vaststellen van zaken als de aard van gedragingen van iemand (soort, hoeveelheid) van iemands opvattingen en houdingen, mogelijkheden van iemands karakter (persoonlijkheid) of van iemands stoornis --> gedragskenmerken.
    2. Verklaren: waardoor. Gaat het om het achterhalen van de oorzaken van gedrag. Wanneer dit is vastgesteld --> in bepaalde mate mogelijk om gedrag te voorspellen.
    3. Voorspellen: hypothese --> veronderstelling over de samenhang tussen bepaalde verschijnselen. Dit is ook mogelijk door het opzetten van een experiment. Mensen worden dan in verschillende situaties geplaatst, waarbij gekeken wordt of dat ook tot verschillend gedrag leidt.
    4. Effecten van ingrepen: Nagaan of een specifieke behandeling leidt tot gewenste resultaten.
  • Noem twee bekende theorieën over leerstijlen
    Klob en Vermunt
  • Noem de methoden van onderzoek op.
    VITFOD

    Vragenlijsten
    Interviews
    Tests
    Fysiologische meting
    Observatie
    Documentenstudie
  • Wat zijn de 4 leerfasen van Kolb?
    1. Concreet waarnemen (feeling)
    2. Waarnemen en overdenken (watching)
    3. Abstracte begripsvorming (thinking)
    4. Actief experimenteren (doin)
  • Triangulatie?
    Het gebruikmaken van verschillende methoden om een geval te onderzoeken.
  • Inzichten worden pas echt bruikbaar als je ze uitprobeert (experimenteren) en toetst (ervaring, reflectie). Als je een fase overslaat dan zal het leerrendement dalen. 
  • Observatie?
    Hierdoor kan een beeld worden verkregen van de gedragingen die mensen vertonen in uiteenlopende situaties. Meestal is er sprake van een systematische observatie, waarbij gebruik kan worden gemaakt van een observatieschema. Hierbij moet altijd worden bedacht dat mensen niet altijd natuurlijk gedrag vertonen. Belangrijk om persoon te laten wennen aan observator. One-way screen kan ingezet worden (alleen observator kan kijken).
  • Welke 4 typen onderscheidt kolb tot betrekking met leren? (4 B's)
    De doener, de bezinner, de denker, de beslisser
  • Interview?
    Open of gesloten vragen. Het gaat niet alleen om het meten van gedrag, maar ook om wensen, opvattingen, voorkeuren, houdingen en gevoelens.
  • bedoelde en onbedoelde communicatie
  • Opiniepeiling?
    Vaststelling van meningen en voorkeuren. Hoe groter de steekproef, hoe betrouwbaarder het beeld. Als steekproef klein is, zal een foutenmarge moeten worden aangegeven. Mensen hebben neiging om zo positief mogelijk over te komen = sociaal wenselijke antwoorden.
  • 65-80% van onze waarnemingen baseren we op non verbale informatie
  • Vragenlijsten?
    Gedragingen, gevoelens, opvattingen, wensen, houdingen en voorkeuren worden vastgesteld. De betrouwbaarheid van de gegevens is afhankelijk van de eerlijk van de persoon en de mate van zelfkennis. Bij zelfrapportage is het wenselijk dat de naaste personen ook erna kijken en antwoorden kunnen worden aangevuld.
  • zender -> encodering van de boodschap -> kanaal <- ruis -> ontvanger -> decodering -> effect
  • Tests?
    Eigenschappen van mensen kunnen worden vastgesteld. Vb: IQ-test, precisietest. Worden vaak gebruikt om toekomstig succes te kunnen voorspellen. Bij veel tests is in de loop der jaren een beeld ontstaan van hoe de scores verdeeld zijn = normaalverdeling.
  • Wat is interpersoonlijke communicatie?
    als er sprake is van een wisselwerking in de communicatie
  • Fysiologische meting?
    Zaken gemeten als hersengolven, activiteiten van de delen van de hersenen, reactie van huid op emoties, overdracht van signalen tussen zenuwen en productie van verschillende hormonen.
  • Welke 5 aspecten spelen een rol bij de kwaliteit van communicatie? 
    1. Inhoud
    2. Tijd
    3. Mate van onthulling gevoelens
    4. Mate van onthulling persoonlijke informatie
    5. Mate van onthulling van onderlinge relatie
  • Documentenstudie?
    Geschreven bronnen over een persoon of situatie. Een dossier kan als aanvullende bron van informatie worden gebruikt.
  • Geen vertrouwen leidt tot een defensieve houding, de ene persoon staat niet meer open voor de ander 
  • Noem de drie verschillende vormen van onderzoek:
    1. Gevalsstudie.
    2. Survey-onderzoek.
    3. Experiment.
  • Observatie is subjectief en persoonsgebonden
  • Gevalsstudie?
    Diepgaande bestudering van een persoon (groep, organisatie)
  • Noem 5 factoren die een rol spelen bij observatie
    1. Zintuigen
    2. Selectie
    3. Zelfbeeld
    4. Eerste indruk
    5. Ervaring
  • Survey-onderzoek?
    Grote aantallen personen worden ondervraagd met vragenlijsten, waarbij wordt nagegaan of er een samenhang is tussen bepaalde factoren. Samenhang wordt uitgedrukt in een correlatie (r).
  • Ik welke 7 niveau's is luisteren te onderscheiden?
    1. Niet luisteren
    2. selectief luisteren
    3. beleefd luistern 
    4. verbaal luisteren 
    5. non-verbaal
    6. actief luisteren
    7. meta-luisteren
  • Correlatie (r)?
    Geeft een maat aan voor de sterkte van de samenhang tussen bepaalde factoren. Hoe hoger de correlatie in positieve of negatieve zin, hoe sterker twee factoren met elkaar samenhangen. r= 1.00 is perfecte en positieve samenhang tussen twee factoren. Punten liggen dan in rechte lijn. r = 0.00 geen samenhang. Wanneer metingen willekeurig verspreid zijn is er geen samenhang.
  • Actief luisteren is ideal
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.