Samenvatting Inleiding strafrecht

-
ISBN-10 9035815009 ISBN-13 9789035815001
238 Flashcards en notities
24 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Inleiding strafrecht". De auteur(s) van het boek is/zijn A J H De Bruijn John Dohmen Carmen Schots Trenado Castro. Het ISBN van dit boek is 9789035815001 of 9035815009. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Inleiding strafrecht

  • 1 Grondvormen van het strafproces

  • Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
    Chimpansees!
  • 1.1 LE 1 Grondvormen van het strafproces

  • 2 grondvormen van een proces
    1. accusatoir (beschuldiging)
    2. inquisitoir (onderzoek)
  • Het strafproces kent twee grondvormen. Welke zijn dat en wat houden zij in?

    De grondvormen van een proces zijn de inquisitoire procesvorm en de accusatoire procesvorm. De inquisitoire vorm heeft een onderzoekende karakter. Accusatoire procesvorm verwijst naar de beschuldigende karakter van de ze procesvorm.

  • In het strafproces zijn twee grondvormen te herkennen: een accusatoire en inquisatoire procesvorm. Het strafproces is namelijk niet bij een van de twee onder te brengen, maar vertoont kenmerken van beide vormen.
  • accusatio = beschuldiging
    inquisitio = onderzoek
  • Geef een voorbeeld van beide procesvormen.

    Accusatiore procesvorm: Twee mensen die ruzie hebben en deze voor een scheidsrechter uitvechten. Deze scheidsrechter bewaakt alleen de fairheid van de procedure. Een zuivere vorm van accusatoire is de civiele proces.

    Inquisitor procesvorm: De vader met absoluut gezag over zijn familie, die in zijn hoogheid beslist over zijn zaken en mensen.

    Een autoriteit die over iets moet beslissen en zelf verantwoordelijke is voor het onderzoek dat noodzakelijk is om tot een beslissing te komen.

    In de zuivere vorm is aan de inquisateur om te achterhalen wat de betrokken belangen zijn.

  • Verschillende uitgangspunten in strafproces in UK en NL
    UK: accusatoir strafproces:
    • advocaat verdediging gelijk aan advocaat vervolging
    • verdachte als persoon heeft geen functie, tenzij: hij als getuige wordt opgeroepen. De verdachte wordt nu als object beëdigd en ondervraagd en is nu verplicht te spreken en waarheid te zeggen.
    NL: gemengde procesvorm:
    • verdachte eerst object,later procespartij.
    • Verdachte niet verplicht waarheid te spreken, nimmer beëdigd.
  • In een accusatoire proces is het uitgangspunt dat er twee partijen zijn, wie is de verdachtes natuurlijk partij?

    Een verdachte maakt niet altijd een slachtoffer. Het strafrecht is er niet op gericht om slachtoffers te herstellen. De functie van een benadeelde partij wordt namens de samenleving door een publieke orgaan overgenomen.

    Dit publieke orgaan is de openbare aanklager, de geconstrueerde tegenpartij.

  • De taakverdeling tussen de rechters ziet er als volgt uit: je hebt een rechter voor de terechtzitting en een rechter die in de voorfase een onderzoek doet en over de toepassing van dwangmiddelen beslist. In Nederland noem je deze rechter een rechter-commissaris (R-C).

  • Voorbereidend onderzoek: verdachte Object


    Rechtsgeding: verdachte Procespartij


    Wat bepaalt de overgang?
    Inwendige openbaarheid
    = kennisneming processtukken

    • art 30 Sv: tijdens vooronderzoek kan verdachte om kennisneming processtukken verzoeken, maar kan geweigerd worden in belang van onderzoek.
    • art 33 Sv: ter terechtzitting heeft verdachte zonder meer recht op kennisneming van alle processtukken.
  • Nederland is tijdens het onderzoek ter terechtzitting duidelijk inquisitoir. De rechter is niet afhankelijk van wat partijen aandragen. Zij is zelf verantwoordelijk voor het uitzoeken van de waarheid.  vb art. 286 en 292 SV.

  • Geschiedenis Nlse strafproces en Europese vasteland en apart UK
    NL en Eur. mainland
    1. op inquisitoire grondvorm gebouwd
    2. oudste: puur accusatoir (ordinaire strafproces), vanuit 2-kamp ontwikkeld. Nu verdrongen en verdwenen.
    3. hiernaast: inquisitoir (extra-ordinaire strafproces). Alleen inquisitoir.
    4. Hierna ontwikkeling accusatoire richting
    UK:
    omslag inquisitoire procesvorm niet geweest, nog steeds alleen accusatoire grondvorm
  • OvJ

    Hoewel de beslissende rechter inquisitio is, is deze als het ware ingebed in een accusatoire constructie. In Nederland is de OvJ de geconstrueerd tegenpartij.

    De OvJ formuleert de tenlastelegging, dit begrenst het onderzoek van de rechter. Dit past bij een accusatoire proces, de rechter beslist alleen over wat er wordt betwist.

  • 1.1.1 1. Inquisitoire en accusatoire procesvormen

  • De 2 grondvormen zijn geen tegenstelling; het zijn verschillende grondmotieven


    Ontwikkelingslijn accusatoir goed zichtbaar in Engelse en Amerikaanse proces, waarbij rechter functie heeft van scheidsrechter
  •  De termen accusatoir en inquisitoir komen van het Latijn: accusatio (= beschuldiging) en inquisitio (= onderzoek). Zij vormen geen tegenstelling op één lijn, het zijn twee verschillende grondmotieven.

     

    De accusatoire vorm is als procesvorm de oudste:

    1.  Eerst: Twee mensen die een geschil letterlijk uitvechten, dan;
    2.  Eerste stap in de richting van een rechtsgeding: het ‘godsoordeel’ = God zal diegene laten winnen die gelijk heeft. De wereldlijke autoriteit heeft hier  nog geen andere rol dan die van scheidsrechter: na de beschuldiging (accusatio) van één, volgt tweekamp georganiseerd door autoriteit.
    3. Een echt rechtsgeding wordt het, als de strijd niet meer lijfelijk wordt uitgevochten, maar partijen hun standpunten gaan beargumenteren (en de argumenten van de tegenpartij weerleggen). Dit maakt de functie van een beslisser nodig (dus, autoriteit nog steeds scheidsrechter).

     

     In ons rechtsstelsel kennen we zo’n zuiver accusatoire procedure: het civiele proces.

     

    De kern van de inquisitoire procedure is juist de autoriteit: iemand met gezag/zeggenschap over andere mensen.

     

    •  Oervorm: vader met een absoluut gezag over zijn familie, die in zijn hoogheid beslist over ‘zijn’ zaken en mensen.
    •  Eerste stap: het inzicht dat niet elke beslissing van een autoriteit zonder meer door zijn zeggenschap gerechtvaardigd wordt. Zo’n beslissing moet slaan op de werkelijkheid waarover hij beslist: de autoriteit moet dus onderzoeken hoe de zaak in elkaar zit om een verantwoorde beslissing te kunnen nemen (inquisitio).
    •  Volgende stap: de autoriteit verplichten zijn beslissing te motiveren. Dit gaat vaak samen met een andere stap, de mogelijkheid van controle door een hogere autoriteit. Ook het onderzoek zelf wordt geformaliseerd en aan regels gebonden.

     

    Uitgangspunten:

     

    ·         Accusatoir proces: twee partijen die het niet eens zijn en die ieder ten overstaan van een beslisser argumenten voor hun standpunt aandragen, beslist door een scheidsrechter (onderzoek = er enkel op punten waar partijen het oneens zijn; wordt ook aan partijen overgelaten de relevante feiten als argumenten naar voren te brengen).

     

    ·         Inquisitoir proces: autoriteit die over iets moet beslissen en zelf verantwoordelijk is voor het onderzoek dat voor die beslissing nodig is (onderzoeker).

     

    In een inquisitoir proces geen twee partijen? Kan wel, hoeft niet. Een rechter die zelf onderzoekt wat hij voor zijn onderzoek noodzakelijk acht, heeft geen twee partijen nodig die ieder een eigen stanspunt naar voren brengen. In een zuiver inquisitoir proces is het aan de inquisiteur overgelaten ervoor te zorgen dat hij de betrokken belangen ontdekt in de zaak waarover hij moet beslissen.

     

    Welke leent zich het beste voor het strafproces? In een accusatoir proces is het uitgangspunt twee partijen. Niet ieder delict maakt rechtstreeks slachtoffers, maar ook wanneer er wél slachtoffers zijn, is het strafrecht niet gericht op herstel voor die slachtoffers.  In accusatoire strafprocessen is dan ook de tendens dat de functie van de benadeelde partij wordt overgenomen, namens de samenleving, door een publiek orgaan. Dit publieke orgaan, een openbare aanklager, is een geconstrueerde tegenpartij van de verdachte. Deze is immers nooit verdachte ’s eigenlijke tegenpartij, aangezien de openbare aanklager niet zelf is benadeeld.

     

    Vanuit het materiële strafrecht geredeneerd, ligt een inquisitoire procesvorm dan ook meer voor de hand dan een accusatoire procesvorm. In een inquisitoir strafproces is geen tegenpartij nodig. Een onderzoekende rechter kan zijn taak immers ook verrichten zonder een geconstrueerde tegenpartij van de verdachte. Toch heeft zich vroeger of later overal een afzonderlijk vervolgend orgaan ontwikkeld. Niet in de eerste plaats als tegenpartij van de verdachte, maar als afsplitsing van de zelfonderzoekende rechter, een kwestie van taakverdeling.

     

    NL: OM = enige instantie met de bevoegdheid tot vervolging.

     

    De taakverdeling is puur praktisch-administratief: de afsplitsing van de verantwoordelijkheid voor het daadwerkelijke onderzoek in de fase vóór de terechtzitting. Ook is er de principiële kant: een waarborg dat het onderzoek ter zitting een echt onderzoek is, dat de rechter ter zitting open kan staan voor alle argumenten. Zij dient om te voorkomen dat de beslissende rechter al bevooroordeeld is door allerlei eigen opsporingsactiviteiten, waarbij partij kiezen bijna onvermijdelijk is.

     

    In NL is de positie van de rechter tijdens het onderzoek ter terechtzitting duidelijk inquisitoir. Hoeveel er ook al aan voorbereidend onderzoek is gedaan, het is de beslissende rechter die verantwoordelijkheid is voor het onderzoek waarop hij zijn beslissing baseert. De rechter is niet afhankelijk van wat partijen aandragen (dus hij is niet ‘lijdelijk’ zoals in het civiele proces), maar zelf verantwoordelijk voor het uitzoeken van de waarheid:

     

    ·         De rechter doet ter zitting het onderzoek (272 Sv)

     

    ·         Het is primair de rechter die de verdachte en getuigen ondervraagt (286, 292 Sv)

     

    ·         Als de rechter bij zijn beraadslaging na de zitting ontdekt dat hij onvoldoende gegevens heeft voor zijn beslissing, kan hij het onderzoek alsnog hervatten (346 Sv)

     

     

    • Tijdens onderzoek ter terechtzitting: inquisioir
    • Rechter is niet lijdelijk in het strafproces! 

     

    Deze ‘inquisitio’ door de over de zaak beslissende rechter is als het ware ingebed in een accusatoire constructie. De Nederlandse Officier van Justitie is vrij vergaand als tegenpartij van de verdachte geconstrueerd. De OvJ heeft een grote vrijheid om wel of niet te vervolgen (167 Sv) en om alsnog van verdere vervolging af te zien (242 Sv). In zijn dagvaarding formuleert hij de beschuldiging (= tenlastelegging) van de verdachte. Deze beschuldiging begrenst het onderzoek van de rechter, zoals dat in een accusatoir proces zou passen (350 Sv).

     

    Strafproces

     

    1.     Voorgaand: inquisitoir vs accusatoir vanuit taak en positie van de beslisser (de rechter)

     

    2.      Nu: tegenstelling vanuit positie van de verdachte is gebruikelijke redenering

     

    Tegenstelling strafproces:

     

    ·         Inquisitoir: verdachte is eerst object van onderzoek;

     

    ·         Dan, accusatoir: rol gaat over in procespartij (tijdens het rechtsgeding) 

     

    Nederlandse strafproces: verdachte hoeft niet te spreken; wordt nimmer beëdigd, op onwaarheid spreken staat voor hem geen straf.

     

    In de loop van een Nederlands strafproces gaat de verdachte geleidelijk van de ene rol over in de andere. In het voorbereidend onderzoek is hij vooral object van onderzoek, in het rechtsgeding is hij voornamelijk procespartij.

     

    Een graadmeter daarvoor is in een inquisitoir proces de inwendige openbaarheid: o.a. openbaarheid van processtukken, bewijsmateriaal jegens de verdachte.

     

    De overgang van de verdachte als object van onderzoek naar die van procespartij is af te lezen uit de bepalingen over de inwendige openbaarheid betreffende de kennisneming van processtukken: art. 30 + 33 Sv:

     

    ·         Art. 30 Sv: geldt voor de fase van het voorbereidend onderzoek: in die fase geldt dat de verdachte kennisneming van de processtukken kan verzoeken, maar deze kennisneming kan hem onthouden worden in het belang van het onderzoek.

                         = object van onderzoek = inquisitoir

     

    ·         Art. 33 Sv: geldt voor de fase van het rechtsgeding: hier heeft de verdachte zonder meer recht op kennisneming van alle processtukken.

                                = procespartij = accusatoir

    Geschiedenis van het Nederlandse strafproces:

    De oudste vorm = puur accusatoir. Vanuit een tweekamp heeft zich een accusatoir strafproces ontwikkeld, totdat daarnaast een uitgesproken inquisitoir proces is ontstaan (= extraordinaire proces), waarna gaandeweg het oudere accusatoire proces (= ordinaire proces) geheel is verdwenen. In dit vroege inquisitoire proces lag het accent geheel op (niet openbaar) onderzoek door een autoriteit met álle middelen om dat onderzoek ook door te zetten (= tijd van de tortuur). Op deze basis van een puur inquisitoir proces heeft ons strafproces zich vervolgens voortdurend in accusatoire richting verder ontwikkeld. Het huidige Nederlandse strafproces – en elders op het Europese continent – is dus op de inquisitoire grondvorm gebouwd.

     

  • Grondvormen van het strafproces:
    1.
    Inquisitoir = onderzoekend = verdachte is object (in voorbereidend onderzoek) - Autoriteit heeft gezag over mensen
    - Onderzoek naar de zaak
    verantwoorde beslissing
    - Juist verloop bij openheid, onpartijdigheid en onbevooroordeeld.
    - Er is geen tegenpartij nodig

    2. Accusatoir = beschuldigend = verdachte is partij (tijdens rechtsgeding) - Klacht bij een autoriteit die de fairheid van procedure bewaakt.
    - Alleen onderzoek over punten waar men het over oneens is.
    - Verdachte versus benadeelde partij (publiek orgaan namens samenleving) - Lijdelijkheid van rechter; vervolging door OM 

  • Ontwikkeling accusatoire procesvorm
    oudste procesvorm:
    Van:
    1. godsoordeel / tweekamp ,
    naar:
    2. partijen gaan standpunten beargumenteren
    (-> beslisser nodig)
    naar:
    3. Autoriteit = scheidsrechter + beslisser
  • Graadmeter: inwendige openbaarheid wanneer zijn stukken voor wie in te zien Het huidige Nederlandse strafproces is dus op de inquisitoire grondvorm gebouwd; Thans Ned. stelsel = gematigd accusatoir. Verdachte is eerst object vanb onderzoek, daarna partij. Vooronderzoek = inquisitoir niet gelijkelijk berechtigde partijen Onderzoekt ter zitting = accusatoir gelijkgerechtigde procespartijen Rechter: 1. doetonderzoekterzitting 2. hetisprimairderechterdieverdachtenengetuigenondervraagt 3. als er onvoldoende gegevens zijn voor beslissing kan rechter het onderzoek hervatten 
  • Inquisitoire procesvorm:
    1. Kern:
    2. Oervorm:
    1. Iemand met gezag
    2. Vader met absoluut gezag over zijn familie
  • Ontwikkeling inquisitoire procesvorm
    van:
    1. pater familias
    naar:
    2. autoriteit moet onderzoeken hoe zaak in elkaar zit om verantwoorden beslissing te kunnen nemen.
    naar:
    3. autoriteit heeft motiveringsplicht

  • Voorbeeld inquisitoir proces:
    - Bestuursbeschikking
  • Wordt in accusatoir onderzoek niets onderzocht?
    Wel, maar alleen wat de partijen zelf aandragen.
  • guilty plea
    • 2 partijen
    • als verdachte schuld bekent, geen onderzoek, alleen strafbepaling
  • In inquisitoir prces ook 2 partijen
    Kan wel, hoeft niet
  • In inquisitoir proces heeft inquisiteur eigen verantwoordelijkheid om:
    - betrokken belangen te ontdekken
  • Verschillende uitgangspunten bij accusatoir en inquisitoir:
    Accusatoir:
    Ten overstaan beslisser standpunt beargumenteren
    Inquisitoir:
    Autoriteit moet beslissen en is zelf verantwoordelijk voor onderzoek
  • Welke van beide procesvormen leent zich nu het beste voor een strafproces?
    1. accusatoir: 2 partijen, maar niet altijd rechtstreeks slachtoffers -> overgenomen namens samenleving door publiek orgaan -> geconstrueerde tegenpartij,openbare aanklager
    2 inquisitoir: meest geschikt vanuit materieel strafrecht, er is geen tegenpartij nodig.
  • UK: formeel pas in 1986 -> Crown Prosecution Service (hiervoor benadeelde zelf verantwoordelijk via politie
  • Bij strafrecht uiteindelijk toch een afzonderlijk vervolgend orgaan ontwikkeld; Dus:
    taakverdeling
    beslissende rechter & vervolgend orgaan omdat:
    1. afsplitsing van de zelf onderzoekende rechter ivm taakverdeling;
    2. puur-administratieve kant: afsplitsing van verantwoordelijkheid voor daadwerkelijk onderzoek in fase voor terechtzitting;
    3. principiële kant: waarborg dat het onderzoek ter zitting een echt onderzoek is, voorkomen dat de rechter al bevooroordeeld is door allerlei eigen opsporingsactiviteiten; minimaliseren gevaren van inquisitoire procedure.
  • taakverdeling tussen rechters:
    bijvoorbeeld ipv rechter een r.c. als in nL
  • In NL: hoe is de positie van de rechter (of voorzitter bij meervoudige kamer) tijdens het onderzoek ter terechtzitting?
    Duidelijk inquisitoir, omdat:
  • In omringende landen:
    rechter verantwoordelijk voor vooronderzoek


    In NL was dit ook zo tot 1926 (oude WSv). Hiervan is overgebleven:
    1. gvo door rc bij wat ingewikkelder zaken)
    2. bezwaarschriftprocedure: igv beroep tegen vervolging van OM aan rechter voorleggen voor terechtzitting/
  • NL: INQUISITIO door rechter in ingebed in accusatoire constructie:


    Inquisitio:
    1. rechter zelf verantwoordelijk voor onderzoek tijdens terechtzitting waar hij zijn beslissing op baseert, ongeacht wat partijen zelf inbrengen.
    2. rechter die ter zitting zelf verdachten en getuigen ondervraagt (art 286, 292 Sv).
    3. rechter kan alsnog onderzoek hervatten als hij na beraadslaging na zitting ontdekt dat hij onvoldoende gegevens heeft voor zijn beslissing.
    Accusatoire constructie:

    OvJ als tp verdachte:
    • vervolgingsmonopolie, art 242 Sv, Opportuniteitsbeginsel
    • bepaalt tenlastelegging: formulering en begrenzing beschuldiging.
  • Opportuniteitsbeginsel, art 242 Sv
    Uitgangspunt en betekenis
    Kenmerk strafprocesrecht
    Uitgangspunt:
    een OvJ zelf beslist of een strafbaar feit vervolgd wordt.
    Betekenis:
    de bevoegdheid van het openbaar ministerie (OM) om af te zien van vervolging van een strafbaar feit als dat opportuun (wenselijk) is.

  • In de wet is bepaald dat het OM van vervolging kan afzien "op gronden aan het algemeen belang ontleend". Zo kan de OM van onder meer van strafvervolging afzien als de zaak te onbeduidend is, als een beroep op een strafuitsluitingsgrond waarschijnlijk zal slagen, als er onvoldoende bewijs is, of als de belangen van de verdachte en/of gezin door een strafvervolging bovenmatig zouden worden geschaad. Afzien van strafvervolging door het openbaar ministerie wordt "seponeren" of "sepot" genoemd. Op grond van het opportuniteitsbeginsel voert het OM een zogeheten sepotbeleid uit.Als de officier van justitie beslist om niet te vervolgen, kan een belanghebbende op grond van artikel 12 Wetboek van Strafvordering, daarover een klacht indienen bij het gerechtshof met het verzoek alsnog opdracht te geven tot vervolging. Dit gebeurt echter zelden.
  • In strafproces heeft de positie van een verdachte 2 kanten. Welke
    1. Object van onderzoek in inquisitoir strafproces
    2. Procespartij in accusatoir straproces.

    In huidige strafproces is verdachte beide
  • Hoe zit het bij landen met een van oorsprong inquisitoir strafproces?
    • grenslijn rechter/vervolgend orgaan verschillend
    • taakverdeling tussen rechters verschillend
  • Zuiver accusatoire procesvorm
    civiele proces
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.