Samenvatting Interne geneeskunde

-
ISBN-10 9031349658 ISBN-13 9789031349654
699 Flashcards en notities
84 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Interne geneeskunde
  • J T E de Jong ' s Hans Oostrum Hans Brik
  • 9789031349654 of 9031349658
  • 5e, herz. dr.

Samenvatting - Interne geneeskunde

  • 1 Klinisch redeneren

  • Wat is het doel van Klinisch redeneren
    Het komen tot een verantwoorde diagnose
  • Klinisch redeneren omvat...
    Het proces van koppelen van de eigen observatie en interpretatie aan de medische kennis om zodoende te beredeneren welke volgende stappen genomen moeten worden voor het vpk handelen
  • 1.1 Inleiding

  • Wat zijn parameters?

    Kenmerken/elementen uit een onderzoek

  • Wat is klinisch redeneren?

    Klinisch redeneren omvat het proces van het koppelen van de eigen observaties en interpretaties aan de medische kennis om zodoende te beredeneren welke volgende stappen genomen moeten worden voor het verpleegkundig handelen.

  • Wat is klinisch redeneren?
    Het klinisch redeneren omvat het proces van het koppelen van de eigen observaties en interpretaties aan de medische kennis om zodoende te beredeneren welke volgende stappen genomen moeten worden voor het verpleegkundig handelen. De verpleegkundige is verantwoordelijk voor het klinisch redeneren.
  • 1.2 Anamnese

  • Uit welke drie onderdelen bestaat een anamnese?

    1. De verkenning van de hulpvraag en de hoofdklacht(en) staan centraal. De hypothesen worden gevormd ten aanzien van de mogelijke diagnose(n).
    2. Hypothesen toetsen. Gerichte vragen om een hypothesen te kunnen bevestigen of te verwerpen.
    3. Uitleg en informatie geven over de bevindingen van de differentiaal diagnose. Bespreking beleid, uitvoering beleid.
  • Wat is een anamnese?
    De anamnese is het gesprek waarbij de patiënt vertelt over zijn klachten, hoe hij deze ervaart, wat ze voor hem betekenen en hoe het beloop van de klachten is. Anamnesis betekent herinnering. In de anamnese staan de klachten hoe de patiënt zich deze herinnerd en verteld.
  • Wat is het doel van een algemene anamnese?

    De gezondheidstoestand van de patiënt in zijn geheel in kaart brengen.

  • Uit welke drie onderdelen bestaat een anamnese?
    1.       Vraagverheldering
    2.       Diagnostiek
    3.       Het beleid
  • Wat gebeurd er in de vraagverheldering?
    1.       Contactreden wordt besproken
    2.       De aanleiding voor het gesprek wordt besproken
    3.       De hulpvraag-verwachting worden gevormd
    4.       De hoofdklacht-nevenklachten worden besproken
  • Wat gebeurd er tijdens de diagnostiek?
    1.       Speciele anamnese
    2.       Hypothesetoetsende vragen
    3.       Algemene anamnese met daarin de tractusanamnese
    4.       Lichamelijk onderzoek
    5.       Aanvullend onderzoek
  • Wat gebeurd er tijdens het beleid?
    1.       Uitleg en informatie over de bevindingen
    2.       Het beleid wordt besproken
    3.       Het beleid wordt uitgevoerd
  • Wat is heteroanamnese?
    Hier worden de klachten en verschijnselen van de patient beschreven zoals ze door anderen herinnerd en beschreven worden. 
  • 1.3 Speciële anamnese

  • Wat is het doel van een speciële anamnese?

    Het uitvragen van de klacht zelf.

  • Uit welke drie onderdelen bestaat de speciele anamnese?
    1.       Het uitvragen van de klacht volgens de acht dimensies ( Voorgeschiedenis, Aard, Lokalistaie, Tijd, Intensiteit en Samenhang)
    2.       De hypothesetoetsende vragen
    3.       Hulpvragen exploreren
  • Uit welke drie onderdelen bestaat een speciële anamnese?

    1. uitvragen van de klacht volgens de acht dimensies (VALTIS)
    2. de hypothese toetsende vragen
    3. hulpvragen/verwachtingen exploreren (onderzoeken/verkennen)
  • Wat zijn de acht dimensies die je gebruikt bij het uitvragen van de klacht?

    VALTIS:

    V=voorgeschiedenis

    A=aard of karakter van de klacht

    L=lokalisatie en eventuele uitstraling

    T=tijd, hoelang bestaat de klacht/ontstaan, wanneer is het begonnen

    I=intensiteit, ernst van de klacht

    S=samenhang, begeleidende verschijnselen (koorts, pijn, misselijkheid, jeuk, enz.)

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Interne Geneeskunde
  • J T E de Jong ' s Hans Oostrum Hans Brik
  • of
  • 2007

Samenvatting - Interne Geneeskunde

  • 1 Klinisch Redeneren

  • Wat is de definitie van de term defecatie?

    Stoelgang.

  • 2 Infectieziekten

  • Wat zijn de 5 symptomen van een lokale ontstekingsreactie?

    Calor, Rubor, Dolor, Tumor, Functio Laesa

  • Noem 4 manieren waarop ziektekiemen het lichaam binnen kunnen dringen.

    Aerogeen, Cutaan, Hematogeen, Enteraal.

  • Belangrijke begrippen:

    - Incubatietijd

    - Epidemie (besmetting over een grote bevolkingsgroep in weinig tijd)

    - Pandemie (wereldwijde besmetting)

    - Endemie (het komt in een bepaald land veel voor)

  • Ziektegroepen.

    A: moet meteen worden gemeld omdat deze ziekte ernstig (gevolgen) is.

    B: moet worden gemeld.

    C: moet worden gemeld omdat dit statistisch van belang is.

  • Wat is de betekenis van de term virus?

    Gif.

  • Welk virus wordt bedoeld met morbilli?

    Mazelen.

  • Wat wordt bedoeld met de term exantheem?

    Rode verkleuring van de huid.

  • Wat wordt bedoeld met de term enantheem?

    Rode verkleuring van de slijmvliezen.

  • De besmetting met het virus mazelen verloopt aërogeen.  De incubatietijd is 3 weken. Hierna gaat de patiënt ziekteverschijnselen vertonen zoals exantheem, enantheem, koplikvlekken, schilfering van de huid.

  • Welke infectie wordt bedoeld met rubella?

    Rode hond.

  • Rode hond wordt gekenmerkt door koorts, exantheem, rode ogen. De besmetting met dit virus verloopt aërogeen en verspreidt zich hematogeen. De incubatietijd is 2 tot 3 weken.

  • Wat behoort niet tot het milieu exterieur?

     

    De pleuraholte.

  • Het nucleoplasma van een cel bevat ... ?

     

    DNA en RNA.

  • Enzymen zijn opgebouwd uit ... ?

     

    Aminozuren.

     

  • Het Golgi-complex is ... ?

     

    Een werkplaats voor vetten.

  • Wat is exocytose?

    Exocytose is een actief celtransport van binnen naar buiten.

     

  • Waaruit bestaat darmweefsel?

     

    Cilindrisch epitheel.

     

  • Endotheel komt voor in ... ?

    Bloedvaten.

  • Welk eiwit komt voor in straf bindweefsel?

     

    Collageen.

  • Zweetklieren zijn ... ?

     

    Exocriene klieren.

  • Welk eiwit komt voor in hartspierweefsel?

     

    Myosine.

  • Hoe heet een serie van 3 nucleotiden met stikstofbasen van het mRNA?

     

    Een codon.

  • Welke stikstofbase komt niet voor in DNA?

     

    Uracil.

     

  • Bij de eiwitsynthese ontstaan eiwitten met behulp van ... ?

     

    Ribosomen.

  • Tijdens mitose worden spoeldraden gevormd. Waaraan zitten deze spoeldraden?

    Aan centriolen.

  • Bij het rijtje van 9 komt pathofysiologie voor. Dit is ... ?

     

    Het bestuderen van de afwijkende functies van het zieke lichaam.

  • Hoe groot is de kans dat de dochters van een moeder met drager gen de ziekte van Duchenne krijgen?

    0%

  • De ziekte fenylketonurie wordt autosomaal recessief overgeërfd van de ouders. Hoe groot is de kans dat kinderen dan de ziekte kunnen krijgen?

     

    25%

  • De ziekte van Duchenne wordt gekenmerkt door het ontbreken van ... ?

     

    Dystrofine.

  • Een haploide cel bevat ... ?

    23 chromosomen.

  • Als een kind een erfelijke aandoening krijgt van gezonde ouders die beiden drager zijn van deze ziekte, dan is het allelenpaar van deze genafwijking ... ?

     

    Homozygoot.

  • Een huisarts onderzoekt een vrouw met klachten van benauwdheid, hoesten en een rectaal gemeten temperatuur van 39,9. Hij stelt bij lichamelijk onderzoek met zijn stethoscoop vast dat er sprake is van een vochtige rhonchi in de rechter long. Welk onderzoek heeft hij uitgevoerd?

     

    Auscultatie.

  • De bevindingen van vocht in de longen is een ... ?

     

    Subjectief symptoom.

  • Een rectaal gemeten temperatuur van 39,9 wordt ... genoemd.

    Koorts.

     

  • Een X-Thorax is een onderzoek met behulp van ... ?

     

    Röntgenstralen.

     

  • Een ontsteking met veel pus in de longblaasjes heet ... ?

     

    Een empyeem.

  • Een hepatitis B positieve junk kan een ander met zijn besmette injectienaald besmetten via ... ?

     

    Hematogene transmissie.

     

  • Wat wordt verstaan onder het mechanisme van convectie?

     

    Luchtstroming.

  • De bacterieflora in de dikke darm is een vorm van ... ?

     

    Niet specifieke afweer.

  • Een tetanus vaccinatie levert een vorm van ... immuniteit op.

     

    Kunstmatige actieve immuniteit.

     

  • De porte d'entree van Chlarrydia is ... ?

    Slijmvlies (cutaan).

     

  • Op welke leeftijd wordt het eerste Meningococcen C vaccinatie gegeven?

     

    14 maanden.

  • Waaruit bestaat de BMR vaccinatie?

     

    Bof, Mazelen, Rode Hond.

  • Door welk soort micro-organisme wordt Lues veroorzaakt?

     

    Een bacterie.

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Welke vormen bestaan er?
  • spontane pneumothorax
  • spontane secundaire pneumothorax
  • traumatische pneumothorax
  • spanningspneumothorax
Wat is pneumothorax?
Er is lucht aanwezig in de pleuraholte.
Wat is pleuritis?
Een ontsteking van de pleurae.
Wat is hydrothorax?
De aanwezigheid van een meer dan normale hoeveelheid vocht in de pleuraholte.
Wat is bronchieetasieen?
De plaatselijke verwijdingen van bronchiën. Ze zijn meestal het gevolg van herhaalde optredende infecties aan de luchtwegen en longen. De symptomen zijn onder andere dat de patiënt veel zal hoesten. De diagnose wordt gesteld met behulp van de CT-scan en bronchografie. De behandeling bestaat uit het stimuleren van het ophoesten van het sputum, waarbij de fysiotherapeut ondersteunend kan zijn.
Wat is sarcoidose?
Een aandoening die zich in vele organen en weefsels kan manifesteren. De symptomen zijn niet specifiek. Ze bestaan veelal uit malaise, moeheid, lusteloosheid, gewichtsverlies en koorts. De afwijkingen worden ontdekt op een thoraxfoto. Een behandeling is meestal niet nodig.
Wat is longcarcinoom?
Staat beter bekend als longkanker. Oorzaken zijn:
  • roken
  • luchtverontreiniging
  • beroepsfactoren
  • andere longaandoeningen
  • verminderd functioneren van de afweer 
Hoe ziet de behandeling eruit?
De behandeling hangt af van de grootte van de longembolie en de ernst van het klinische beeld. Bij alle vormen wordt antistollingstherapie in de vorm van intraveneus toegediend geparine toegepast, waarbij na enkele dagen overgegaan wordt op orale middelen.
In welke drie typen kunnen we de longembolie verdelen?
  • massale grote longembolus
  • klassieke longembolus
  • multipele recidiverende longembolieen
Wat is een longembolie?
Een ziektebeeld dat ontstaat doordat een bloedstolsel ergens in het is losgeraakt, is meegevoerd met de bloedstroom naar de longvaten en vervolgens daar in een grotere of kleinere vertakking van de zich steeds verder vertakkende pulmonalis komt vast te zitten.