Samenvatting Interpersonal Conflict

-
ISBN-10 1260083543 ISBN-13 9781260083545
113 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Interpersonal Conflict". De auteur(s) van het boek is/zijn William W Wilmot Joyce L Hocker. Het ISBN van dit boek is 9781260083545 of 1260083543. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Interpersonal Conflict

  • 1 The Nature of Conflict

  • In dit eerste thema wordt verduidelijkt wat een conflict eigenlijk is en komen zowel positieve als negatieve perspectieven op conflicten aan de orde. De metaforen (beeldspraken), die conflictpartijen in hun taalgebruik hanteren om het conflict te duiden, blijken in die perspectieven essentieel te zijn. Vervolgens wordt onderzocht hoe een conflict geanalyseerd kan worden en hoe daarover een eerste diagnose gesteld kan worden. Drie instrumenten komen aan bod die kunnen worden gebruikt om conflicten te diagnosticeren. Dit zijn de structuuranalyse, conflictverhalen en TRIP. Samen zijn deze instrumenten geschikt om zowel de conflictstructuur als aspecten van het conflictproces te diagnosticeren. 
  • Leerdoel: de definitie van conflict en welk basaal psychologisch proces aanleiding geeft tot het primaire besef dat men in een conflict verzeild is geraakt
    De variabelen die daarmee gemoeid zijn, vormen de meest basale procesvariabelen. Dat besef ontstaat als er sprake is van interferentie. Eén van de conflictpartijen meent, al dan niet terecht, dat zijn/haar doelen, waarden of belangen (al dan niet doelbewust) gedwarsboomd worden door de andere partij (de triggering event). Het interferentieproces gaat gepaard met, soms heel sterke, primaire emoties die leiden tot het besef: 'Er is hier iets grondig mis.' De primaire emoties die opgeroepen worden, kunnen variëren van gevoelens van gevaar (danger) tot gevoelens die gepaard gaan met het zien van kansen (opportunity). Wordt het conflict vervolgens uit de weg gegaan (avoid) of wordt de ander ermee geconfronteerd (engage)? Schematisch kan het proces als volgt weergegeven worden:
    1. de waargenomen aanleiding van het conflict: triggering event (Hocker & Wilmot, 2017, p. 5);
    2. de bewustwording van het conflict: interferentie (Hocker & Wilmot, 2017, pp. 9-10);
    3. de primaire emotionele beleving van het conflict: danger vs. opportunity (Hocker & Wilmot, 2017, p. 20);
    4. de concrete (emotionele) gedragsreactie van beide partijen: avoid vs. engage (avoid: Hocker & Wilmot, 2017, p. 33-35; engage: Hocker & Wilmot, 2017, p. 21-33).

    Terzijde merken we op dat de manieren waarop die emoties en gevoelens vervolgens kunnen leiden tot verschillende stijlen en/of methoden om conflicten te hanteren en hoe die emoties getemperd of omgevormd kunnen worden, in thema 3 en 4 nader toegelicht worden.
  • Leerdoel: negatieve en positieve betekenissen van conflict
    De auteurs beschrijven zowel negatieve als positieve visies op conflict. Zo dwingt bijvoorbeeld het besef in een conflictsituatie terecht te zijn gekomen partijen ertoe om de situatie onder ogen te zien en daarin handelend op te treden en de confrontatie aan te gaan (engage). Dit is een positieve invulling. Het kan echter ook leiden tot manieren om het conflict uit de weg te gaan (avoid; vermijden of ontlopen), vaak een negatieve invulling.
  • Leerdoel: redenen voor het bestuderen van conflict
    --
  • Leerdoel: conflictmetaforen en conflictspiralen
    Twee perspectieven voor metaforen: het "danger" perspectief (oorlog, natuurlijke catastrofe, dieren / dierlijk gedrag, sport, aggressie, etc) of het "opportunity" perspectief (kansen: heroische avonturen, balanceren, ronde tafel, eb en vloed,
    Zoals aangegeven, de waarneming en de waardering (en dus ook de diagnose) van een conflict is subjectief geladen: er wordt niet zomaar gekeken, maar er worden aspecten uit het conflict gelicht die men belangrijk acht voor het begrijpen van het conflict en die mogelijk belangrijk zijn voor een effectieve interventie. Hocker en Wilmot (2017) beschrijven in hoofdstuk 2 de relaties tussen wereldbeelden (world views) van partijen en verschillende metaforen (beeldspraken) die verschillende perspectieven op conflicten weergeven, die kunnen leiden tot een beeldenstorm.
  • Leerdoel: beeldenstorm
    Een van de grote problemen bij aanvang van conflicten wordt veroorzaakt door het feit dat partijen er verschillende metaforen op na kunnen houden: een beeldenstorm. Wat zullen de gevolgen zijn voor de interpersoonlijke verhoudingen en de ontwikkeling van het conflict als de ene partij de kwestie opvat als een uiterst explosieve strijd waarbij het alleen gaat om winnen of verliezen en de andere partij dezelfde kwestie vriendelijk opvat als een tuintje, waaruit alleen het onkruid gewied moet worden? Deze beeldenstorm betekent dat het conflict zich op een metaniveau afspeelt: het is een conflict geworden over de wijze waarop men vindt (worldviews) dat conflicten gehanteerd behoren te worden (fighting over how to fight; the struggle over the struggle). Het probleem waar conflictpartijen in eerste instantie voor staan is: overeenstemming daarover bereiken, pas dan ontstaan er openingen voor meer constructieve conflictoplossingen. Een derde partij kan daarbij helpen.
  • Leerdoel: diagnose-instrumenten, waaronder de processen die in TRIP (Topic, Relationship, Identity/facework, Process) onderscheiden worden
    TRIP vormt het derde diagnose-instrument, na de structuuranalyse en conflictverhalen. TRIP helpt om tot een meer verfijnde en diepergaande, procesmatige analyse van het conflict te komen.
  • Leerdoel: de rol van verschillende soorten doelen in conflict. Topic goals:
    - Topic goals (ook wel content goals of inhoudsdoelen) verwijzen naar de wat-vraag: 'Wat willen partijen bereiken in het conflict?' Er kan strijd ontstaan over het topic (topic struggle). Dat gebeurt als partijen verschillende doelen nastreven, maar ook als partijen hetzelfde schaarse doel nastreven en het doelbereik van de ene partij ten koste gaat van de andere. Een voorbeeld van een topic struggle in een intieme relaties: kiezen de partners voor een gezamenlijke vakantie of kiezen ze ervoor dat de een die lang gekoesterde trektocht kan maken en de ander eindelijk thuis het achterstallig onderhoud kan doen. In werkrelaties: wat gaan we de werknemers aanbieden die goed gepresteerd hebben: meer geld, meer vakantiedagen, een hogere functie, of niets?
  • Leerdoel: de rol van verschillende soorten doelen in conflict. Relationship goals:
    Relatiedoelen verwijzen naar de wij-vraag, naar de manier waarop de conflictpartijen in een relatie elkaar bejegenen, naar de mate van interafhankelijkheid die ze verlangen in de relatie en naar de mate van invloed die partijen in de relatie verlangen en die ze daadwerkelijk hebben. Uiteindelijk gaat het om de mate waarin de partners zich als een eenheid (wij) beschouwen. Volgens Hocker en Wilmot (2017, p. 83) moeten inhoudsdoelen altijd vertaald worden naar, en afgestemd worden op relationele doelen. Eerst zullen de relatiedoelen uitgesproken en verhelderd moeten worden voor er aan een nadere uitwerking van het topic gewerkt kan worden.
    Wat betreft intieme relaties schetsen Hocker en Wilmot (2017, p. 82) een voorbeeld van een voortdurend ruziënde vader en dochter, met een voortdurend conflictontlopende moeder op de achtergrond (een giftige driehoek, of toxic triangle, zie p. 241 e.v.) . De vader komt thuis van zijn werk en ziet voor de zoveelste keer de puinhoop die zijn dochter in de woonkamer en keuken heeft aangericht (schoenen uitgeschopt, jas over de stoel, schoolmateriaal, boeken en eten en drinken verspreid over de kamer, en lui voor de tv hangend, met een mobieltje tegen haar oor). Vader wordt boos, omdat ze niets heeft opgeruimd. Daarop zegt de dochter: 'Gewoon vergeten!' Vader: 'Dat zeg je altijd!' De inhoud van het conflict (topic) gaat dus over opruimen. Dat wordt door de dochter vertaald als: 'Lekker belangrijk, besteedde je maar meer aandacht aan mij dan aan dat opruimen.' (de interdependentie en waargenomen geringe invloed). De vader: 'Ze luistert niet meer naar me, ze wordt te onafhankelijk' (de interdependentie en zijn waargenomen afnemende invloed). Op relationeel gebied geldt voor beiden de verborgen boodschap dat ze meer ontvankelijk zouden moeten zijn voor de signalen die beiden uitzenden over de aard van hun relatie en dat het voortdurend ruziën over opruimen alleen een oppervlakkig symptoom daarvan is.
  • Leerdoel: de rol van verschillende soorten doelen in conflict. Identity goals:
    Identiteitsdoelen/gezichtsverliesdoelen (identitiy/facework goals). Deze doelen gaan nog een stapje verder dan de relationele doelen en verwijzen uiteindeliijk naar de ik-vraag. Het betreft identiteitskwesties in de relatie: 'Wie of wat ben ik voor de andere partij?' en 'Hoe kan ik mijn zelfbeeld/identiteit/eigenwaarde bestendigen en beschermen in deze relatie?' Topic en relational goals zijn op hun beurt ondergeschikt aan face work goals.
    Een voorbeeld uit een intieme relatie: een van de partners handelt stiekem in aandelen, waarvoor een deel van hun spaargeld gebruikt wordt (inhoud, topic). De ander ontdekt dat en komt met boze vragen waarom daarover niet openlijk is geproken en waarom daarover niet een gezamenlijke beslissing is genomen (de relatie, wij-vraag). Het antwoord: 'Omdat ik vind dat jij daar gewoon te stom voor bent!' (minachting, bedreiging identiteit).
  • Leerdoel: de rol van verschillende soorten doelen in conflict. Proces goals:
    Procesdoelen (process goals) verwijzen naar de formele en informele procedures, communicatiegedragingen en conflictreguleringsmechanismen die gehanteerd worden (de hoe-vraag). Procesdoelen zijn sterk verweven met alle drie voorgaande doelen, omdat ze mede de mate van invloed bepalen die partijen hebben in het conflictproces en de uikomst daarvan.
    Een voorbeeld uit een grote organisatie: er is een conflict gerezen over nieuw aan te schaffen computers en de vereisten waaraan deze moeten voldoen, inclusief de software. Welke (in)formele procedure moet dan gevolgd worden om het conflict op te lossen? Wordt de beslissing aan de CEO overgelaten; wordt er een vragenlijst uitgezet onder het personeel om hun mening over de kwestie te peilen; worden alleen de belangrijkste partijen gehoord (de afdeling ICT), maar niet de mensen op de werkvloer die ermee moeten werken?

    Een voorbeeld uit intieme relaties: een echtpaar wil een ander huis kopen. De vrouw wil dat zo spoedig mogelijk en is dan ook enthousiast en druk in de weer met het zoeken naar geschikte woonwijken, huizenprijzen, hypotheekrentes, prijsvergelijkingen en hypotheekverstrekkers. De echtgenoot vindt dat ze veel te hard van stapel loopt en is daar helemaal niet mee bezig, hij wil eerst nog extra geld sparen. Dat loopt uit op een conflict. De echtgenoot stelt voor eerst maar eens een overzicht te maken van hun huidige financiele situatie en niet vooruit te lopen op allerlei zaken die met het kopen van een huis te maken hebben. De echtgenoot verandert daarmee het topic (inhoudsdoel), maar de echtgenote moet het daarmee wel eens zijn. Beiden moeten daarover consensus bereiken (procesdoel). Gebeurt dat niet, dan kunnen relationele doelen in het geding komen, die gevolgen hebben voor de identiteitsdoelen. De man tegen de vrouw: 'Altijd hetzelfde, altijd je zin doordrijven. Denk toch eens na, mens!' De vrouw tegen de man: 'Ben jij nou een vent. Je bent een echte boekhouder, je durft ook nooit eens iets te ondernemen!'
  • Leerdoel: verhalen (narratives), percepties en attributies in het begrijpen van conflicten
    De wereldbeelden verwijzen naar de cognitieve en ethische referentiekaders van mensen, die aangeven wat ze echt en belangrijk achten, hoe ze zich tot anderen in de wereld verhouden, wat ze waardevol vinden, hoe ze kennis daarover vergaren, en hoe anderen zich behoren te gedragen. (Dezelfde premissen gaan ook op voor de omgang met voorwerpen en/of dieren). De wereldbeelden komen vooral tot uitdrukking in de verhalen (story telling/narratives) die partijen vertellen over het conflict. De daarin gehanteerde metaforen verhelderen op een compacte, levendige, en eenvoudige manier de wijze waarop partijen het (vaak emotionele) en complexe conflictproces beleven (experience) en er betekenis aan verlenen (sense making). Die duiding is dan ook ook de functie van het gebruik van metaforen. Bovendien maken ze de achterliggende wereldbeelden inzichtelijker.
    Heel goed luisteren naar de verhalen van partijen is dan ook de aangewezen manier om achter de wereldbeelden en metaforen te komen.
    We gebruiken verhalen om begrijpelijk te maken wat er in een conflictsituatie gebeurt. Deze verhalen bevatten bevatten vaak aanwijzingen van hoe de verteller een conflict ervaart, oftewel hoe hij/zij het conflict inkadert (zie Hocker & Wilmot, 2017, p. 60). 
  • Leerdoel: de rol van gender en cultuur in conflict.
    Perceptie speelt een centrale rol in conflicten. Iedere conflictpartij heeft zijn/haar eigen perceptie van de situatie (die tot uiting komt in conflictverhalen). 
    Percepties worden gekleurd door lenzen of filters die zorgen voor een bepaald perspectief. Dit kunnen bijvoorbeeld filters zijn op basis van gender (zie Hocker & Wilmot, 2017, pp. 67-74). 
  • Interpersoonlijk conflict hangt af van interpersoonlijke communicatie. Communicatie is het medium van conflictmanagement (persoonlijk, geschreven, technologisch). Als je de communicatie aanpast, stap je in het proces van conflict oplossing.
  • Wat ligt aan de basis van conflict analyse?
    Perceptie. Het uitzoeken welke beelden en ideeen feitelijk zijn en wat is de waarneming door iemand.
  • Definitie conflict
    An expressed struggle between at least two interdependent parties who perceive incompatible goals, scarce resources, and interference from others in achieving their goals.
    Dus: een worsteling tussen twee of meer partijen (waar uitdrukking aan wordt gegeven!) die verschillende doelen nastreven, schaarse middelen hebben en last van elkaar hebben om de doelen te bereiken.
  • Interpersoonlijke benadering van conflictmanagement richt zich op de communicatieve uitwisseling die het conflict bepalen. 
    Intrapersoonlijk conflict (interne stress, interne dialoog) begeleidt interpersoonlijk conflict. 
    Je kunt eerst boos zijn op je vader, maar je neemt geen contact met hem op. Je houdt het voor jezelf.
  • Conflict bestaat als de betrokkenen het er over eens zijn dat het gedrag dat zij vertonen en waarnemen, gedrag is dat overeenkomt met 'conflict-gedrag'. Elkaar ontwijken kan dus ook conflictgedrag zijn.
  • - Communication behavior often creates conflict
    - Communication behavior reflects conflict
    - Communication is the vehicle for the productive or destructive managment of conflict.
  • De meeste 'expressed struggles' worden geactiveerd door een 'triggering event'. Iets dat er voor zorgt dat het conflict voor iedereen duidelijk wordt (dat er iets is, niet per se wát er is).
  • Conflict partijen raken in een conflict omdat ze van elkaar afhankelijk zijn (interdependent). Partijen die niets met elkaar te maken hebben, hebben geen conflict met elkaar. De keuze van de een beinvloedt de keuze van de ander, omdat een conflict een gezamenlijk iets is.
  • Strategic conflict
    Beide partijen hebben keuzes - in tegenstelling tot conflict waarin de power zo onevenredig verdeeld is, dat er eigenlijk geen keuzes zijn.
    Andere woorden zijn: precarious partnership, incomplete antagonism.
    De partners hebben gemeenschappelijke interesses, zelfs al is het gemeenschappelijk belang het voortzetten van het conflict.
  • Independent vs interdependent.
    Onafhankelijk vs afhankelijk
  • Gridlock conflict
    Als het conflict jou afgewezen doet voelen, als je blijft praten maar niet vooruitkomt, beide partijen diep in de loopgraven zitten, je voelt je meer gefrustreerd en beschadigd een gesprek dan ervoor, je gesprek is humorloos en zonder affectie.
    Uiteindelijk haak je fysiek en emotioneel af.

    Beter je best doen helpt vaak niet, slimmer je best doen wel!
  • Perceived incompatible goals are central to all conflicts (de doelen lijken ver uit elkaar te liggen, maar is dat wel zo?)
    Doelen kunnen hetzelfde zijn voor beide partijen (ze strijden om hetzelfde schaarse goed) of juist ver uit elkaar liggen.
  • We zien mensen niet zoals zij zichzelf zien.
  • Ook al zijn mensen afhankelijk, hebben ze onverenigbare doelen, willen ze hetzelfde schaarse goed, dan nog hoeft er geen conflict te zijn. Er is pas conflict als er interference is of wordt waargenomen.
    Conflict wordt geassocieerd met 'blocking'. En de persoon die blokkeert wordt  gezien als het probleem. 
    Blocking en interference zijn zulke verontrustende ervaringen dat onze eerste reactie vaak bestaat uit boosheid en beschuldiging.
  • Destructive marital conflict
    Negative conflict tussen ouders reduceert het netwerk van vrienden rondom de familie en creert meer eenzaamheid. 
    Conflict tussen ouders verandert de sfeer in huis en verschuift de aandacht van de ouders naar slecht gedrag van de kinderen.
  • Processing an argument
    De discussie aangaan over het argument, niet het gevecht opnieuw voeren. Bespreken wat de ruzie met je hebt gedaan,  hoe je je voelde.
  • Emotionele intelligentie
    De capaciteit om onze eigen gevoelens en die van anderen te herkennen, onszelf kunnen motiveren en onze emoties kunnen managen in onszelf en in onze relaties.
    Vier 'clusters' die emotionele intelligentie beschrijven:
    Self-awareness
    Self-management
    Social awareness
    Social skills
    De eerste drie skills moet je goed vaardig zijn, voor je de laatste cluster aankan.
  • Four Horsemen of the apocalypse
    Vier communicatie strategieen. Als er op deze wijze wordt gecommuniceerd binnen een relatie, is de relatie in zijn laatste dagen. 
    Criticizing -> Defensiveness -> Stonewalling -> Contempt.
  • Critical start-up
    De start van een conflict wat zeer snel zal escaleren. Een critical start-up zet de ander onmiddelijk in de verdediging.
  • Constructive complaint
    Gebruik 'ik'
    beschrijf het ongewenste gedrag
    gebruik neutrale bewoordingen, niet beoordelend
    vraag naar specifieke gedragsverandering.
  • Als mensen defensieve taal gebruiken, communiceren ze eigenlijk de wens om zichzelf te beschermen tegen pijn, angst, persoonlijke verantwoordelijkheid of nieuwe informatie.
  • Strategie om te gaan van defensief naar supportive (Jack Gibb):
    1. Evaluation rather than description
    2. Control rather  than problem solving
    3. Strategy rather than spontaneity (in strategische communicatie voelt de ander zich gepeopled)
    4. Superiority rather than equality
    5. Certainty rather than provisionalism
  • The spiral of negativity
    1. Behavior
    2. Perception of relationship
    3. Perception of other
    4. Behavior
    5. Perception ...

    Er is ook een 'spiral of avoidance'.
  • Spiral of avoidance
    Less direct interaction
    Active avoidance of the other party
    Reduction of dependence
    Harboring of resentment or disappointment
    Complaining to third person about the other party
  • Leerdoel: conflictescalatie en de structuur- en proceskenmerken van escalatie
    --
  • Episoden: the Four horsemen
    Om de escalatie van conflicten beter te begrijpen, is het van belang het conflict op te splitsen in betekenisvolle fragmenten of eenheden – de episoden. Hocker en Wilmot (2017, p. 22 e.v.) beschrijven vier structuurkenmerken in die episoden. Ze gebruiken daarvoor een metafoor: the four horsemen of the apocalypse. De vier ruiters vergroten de kans op destructieve escalatie.
    Ze hebben voornamelijk betrekking op defensieve (mis)communicatie tussen betrokken partijen. Per episode kunnen bovendien vier proceskenmerken onderscheiden worden (Prein, 2007). De proceskenmerken komen overeen met de variabelen die eerder behandeld zijn in opdracht 1a van thema 1: de triggering event en de interferentie. Verder komen ook de emotionele beleving (danger vs. opportunity) en de concrete (emotionele) gedragsreacties (avoid vs. danger) van de partijen aan bod. De figuur illustreert dat de diagnose van conflictescalatie heel wat interpretatie vergt.
  • Leerdoel: de vier horsemen uitgelegd
    De vier ruiters zijn:
    • het bekritiseren van de ander (criticizing)
    • zichzelf defensief opstellen (defensiveness)
    • het optrekken van een muur om jezelf (stonewalling)
    • minachting voor de ander (contempt)

    In termen van TRIP betreft de kritiek voornamelijk inhouds- en procesdoelen. De relationele en identiteitsdoelen blijven buiten beeld, evenals de daarmee gepaard gaande gevoelens. Er is dus geen sprake van een expressed struggle. Defensiviteit, stonewalling en contempt onderdrukken zelfs in toenemende mate de mogelijkheid tot die expressie, of de wil of wens van partijen om tot die expressie te komen. Het kan ook gebeuren dat de expressie niet het beoogde effect heeft, op de verkeerde persoon is gericht, of verkeerd wordt geïnterpreteerd (intent ≠ impact). Dat alles zorgt er voor dat de psychologische afstand tussen conflictpartijen alleen maar groter wordt, dat maakt het dan weer gemakkelijker om de ander nog meer te bekritiseren en te krenken, enzovoort.
  • Horsemen: Criticizing
    Kritiek leveren (criticizing) wordt gezien als het cruciale startmoment (critical start-up, de triggering event die aanleiding geeft tot interferentie) van het conflict. Wordt daarop niet adequaat gereageerd (er wordt geen uiting aan gegeven of niet over gesproken) dan kunnen de drie overige ruiters opgeroepen worden. De ene ruiter volgt dan de andere op, en het conflict eindigt in laatdunkendheid en minachting (contempt: de ik-vraag; face work/ bedreiging identiteit).
  • Horsemen: defensiviteit
    Defensiviteit betekent dat partijen een aanval willen afwenden en gaat uiteindelijk om zelfbescherming (identiteitsdoel, de ik-vraag). Het uit zich in vele vormen, zoals in voortdurende geschillen over macht en invloed, verveelde reacties op pogingen van de ander om de conflictkwestie aan te kaarten, tegendraadsheid (altijd in de contramine, nee zeggen, ‘contrariness’), zeuren over vermeende onheuse of oneerlijke behandeling, chronisch bekvechten over futiele zaken, vaak praten over teleurstelling, wrok, en wraak.
  • Horsemen: stonewalling
    Stonewalling uit zich in een gebrek aan verbale en de gebruikelijke vormen van non-verbale communcatie (bijvoorbeeld via gezichtsuitdrukkingen) over de vier TRIP-doelen. Stonewallers (vaak mannen) vermijden niet het conflict, ze onttrekken zich aan elke vorm van communicatie en expressie, maar ze zenden wel degelijk een boodschap uit. Ze zijn er wel in fysieke en psychologische zin, maar ze negeren de andere conflictpartij volkomen, iets wat hun partners vaak heel verontrustend vinden. Maar, zoals eerder gezegd, zelfs als een partij niet communiceert, wil dat niet zeggen dat er geen boodschap uitgezonden wordt.
  • Horsemen: contempt
    Contempt verwijst naar relatie- en identiteitsdoelen. Het gaat om zelfverhefffing door de ander omlaag te halen. Het uit zich op verbaal (verkleinwoordjes, sarcastische opmerkingen, iemand voor gek zetten, constant iemand verbeteren (dit wordt semantische focus genoemd) , scheldwoorden, geheimen en intimiteiten openbaar maken) en non-verbaal gebied (de bekende minachtende blik). Een blik van walging gepaard met de woorden 'Oh, daar heb je hem weer' geuit tijdens een vergadering (of op het schoolplein) zegt vaak genoeg.
  • Andere conflictvariabelen die kunnen bijdragen aan het ontstaan van een conflict



    Er zijn drie andere structuurvariabelen te onderscheiden die kunnen bijdragen aan de destructieve werking van de vier ruiters.
    1. Rigiditeit uit zich in een gebrek aan responsiviteit (ontvankelijkheid) voor de klachten, wensen, problemen, emoties van de andere partij. Het uit zich ook in onmacht om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden of voortschrijdende inzichten en in star vasthouden aan vastgelegde procedures en protocollen (procesdoelen) (zie p. 29).
    2. Dominantie en ondergeschiktheid zorgen ervoor dat conflict destructief verloopt (zie p. 29). 
    3. Dramatisch gedrag vertonen (de drama queen of king spelen), zoals overdreven uitingen van woede vertonen, huilbuien, altijd maar klagen, extreem teruggetrokken gedrag vertonen, emotieterreur toepassen, dingen in het geheim doen, anderen manipuleren, alleen maar op het eigen gelijk hameren, en alles in zwart-wit termen zien (zie p. 30 voor meer voorbeelden).
  • Leerdoel: verschillende conflictspiralen en hoe deze zich ontwikkelen
    De vier ruiters – als structuurkenmerken – kunnen beschouwd worden als condities voor de escalatie van conflicten die uiteindelijk leiden tot conflictspiralen.
    Conflictspiralen vormen een indicatie van het dynamische, destructieve proces dat zich tussen de partijen afspeelt. Het conflictgedrag van partijen is steeds een reactie op voorgaande gebeurtenissen en is tegelijkertijd een anticipatie op volgende gebeurtenissen.
    1. Negativiteitsspiraal
    2. Vermijdings- of vluchtspiralen
    3. Aanval-terugtrekspiralen of achtervolging-vluchtspiralen
  • negativiteitsspiraal
    In de negativiteitsspiraal (figuur 1.3 op p. 32 in het boek) – ook wel vechtspiraal of escalatiespiraal genoemd – kent het conflict maar één riching: van kwaad tot erger. Het is een open (overt) conflict en dus wordt er uitdrukking aan gegeven, maar wel op de verkeerde manier. Het conflict bestendigt zichzelf (self-perpetuating), ontwikkelt een eigen dynamiek, en gaat steeds meer gepaard met intens opgeroepen emoties zoals woede, wrok, wraak, wanhoop, angst en verdriet. Beide partijen oefenen openlijk afdwingende macht uit (coercion) en maken steeds steeds meer gebruik van dreigementen en bedrog. In termen van TRIP proberen partijen eenzijdig en zonder rekening te houden met de ander en de verhouding tussen beide partijen, de inhouds-, relationele, identiteits- en procesdoelen te bepalen. Uiteindelijk streven partijen naar oog om oog, tand om tand. Ze willen zaken recht zetten door vergelding (retaliation; getting even) en zijn er uiteindelijk op uit de ander te beschadigen en het eigen gezicht te redden (de ik-vraag; identiteitsdoelen, facework).
  • Aanval-terugtrekspiralen of achtervolging-vluchtspiralen
    Aanval-terugtrekspiralen of achtervolging-vluchtspiralen vormen een bijzonder geval van vluchtspiralen en komen voornamelijk voor in intieme relaties. De ene partij probeert voortdurend problemen op inhouds-, relationeel, identiteits- en procesgebied aan de orde te stellen, terwijl de andere partij daar eigenlijk niet op in wil gaan. Die ander bagatelliseert of ontkent de problemen, belooft beterschap, en gaat alleen in op inhouds- en proceskwesties, maar niet op relationale en identiteitskwesties. Het probleem is dat de partij die steeds maar weer problemen aan de kaak stelt uiteindelijk gezien wordt als een aanvaller of achtervolger door de ander. Die ziet zich daarop gedwongen (macht) om te vluchten om zichzelf te verdedigen tegen de vermeende aanvallen van de ander, waardoor de aanvaller/achtervolger gesterkt wordt om opnieuw problemen aan te kaarten, enzovoort. De voedingsbodem voor de vluchtreacties is vaak een onvermogen emoties te uiten jegens de andere partij (de wij-vraag, de relatie) uit angst, schaamte, schuld, verdriet en onzekerheid.
  • Vermijdings- of vluchtspiralen:
    Verder zijn er vermijdings- of vluchtspiralen: verhulde (covert), onuitgesproken conflicten die overigens ook een destructieve uitwerking op relaties hebben. Hocker en Wilmot (2017) geven als voorbeeld de ‘devitalized relationships’, relaties waar de fut en het leven uit weggevloeid is. In termen van TRIP worden inhouds-, relationele, identiteits- en procesdoelen echter steeds minder belangrijk. Dat komt omdat partijen in vluchtspiralen de interafhankelijkheid tussen hen (de wij-vraag; de relatie) steeds meer verminderen: het is niet meer de moeite waard om in de relatie te investeren. Met als gevolg dat partijen steeds minder invloed op elkaar uitoefenen, steeds minder met elkaar praten, geen dingen samen meer doen, en hun teleurstelling en wrok verborgen houden voor elkaar: de wij-vraag wordt niet eens meer gesteld. Partijen vervreemden van elkaar en daarmee worden ze onafhankelijk van elkaar. Volgens Hocker en Wilmot (2017) vindt de expressie van het conflict in vluchtspiralen vaak niet tegenover de relevante andere conflictpartij plaats, maar juist tegenover een derde partij, waarbij voortdurend geklaagd wordt over die ander.
  • Leerdoel: structuur- en procesvariabelen die conflictspiralen kunnen doorbreken en daardoor kunnen leiden tot de-escalatie.
    Terugkoppeling op de vraag: Op p. 25 en verder geven Hocker en Wilmot (2017) een opsomming van procesvariabelen die een defensief, gesloten conflictklimaat kunnen omvormen tot een meer open, ondersteunend en constructief klimaat. Het zal u niet verwonderen dat ze opnieuw te maken met communicatie:
     
    • Gebruik zo veel mogelijk neutrale en beschrijvende in plaats van evaluatieve taal (dus geen waarde-oordelen gebruiken). In plaats van te zeggen 'Zoals altijd, ben je weer eens veel te koppig' kan er ook gevraagd worden 'Of er misschien gepraat kan worden over andere mogelijkheden behalve de jouwe om tot een besluit te komen?'
    • Probeer probleemoplossingen aan te dragen in plaats van het probleem eenzijdig te beheersen. In plaats van te zeggen 'Geen sprake van, ik ben volstrekt tegen' kan er ook gezegd worden 'Misschien is er toch een oplossing mogelijk: Ik luister naar jou, als jij naar mij luistert.'
    • Wees spontaan in plaats van calculerend. Strategisch praten en handelen leiden tot het idee bij anderen dan ze gemanipuleerd worden ('Die houdt er volgens mij een dubbele agenda op na'). Spontaan gedrag leidt eerder tot eerlijke en open reacties. In plaats van te zeggen 'Hm, daar kom ik nog op terug, ik moet er eens goed over nadenken' kan ook gezegd worden 'Ik heb toch niet zo’n goed gevoel bij dat idee, laat me het uitleggen en daarna kan jij je zegje doen.'
    • Wees empathisch in plaats van neutraal. Behandel mensen niet als een nummer (casus, geval, dossier), maar als mensen van vlees en bloed. Oprechte belangstelling tonen voor iemand werkt beter dan alleen maar een oplossing aandragen vanachter een computerscherm (of dossiermap).
    • Behandel mensen als gelijke en niet als minderwaardig. Zeg niet 'Ik heb gelijk want ik heb veel ervaring hiermee!' maar 'Je zult zien dat dit de goede beslissing is, als je meer ervaring hebt opgedaan.'
    • Plaats flexibiliteit boven zekerheid en rigiditeit. Zeg niet 'Ik ga niet meer naar de verjaardag van je zus, mij te ver, 150 kilometer' maar 'Ik wil best naar de verjaardag van je zus, maar ik moet de volgende dag wel heel vroeg op. Kunnen we niet iets anders regelen?'
    Op p. 27 en verder schetsen Hocker en Wilmot (2018) ook nog manieren om via taal de muur van stilzwijgen te doorbreken (taking down the stone wall), hoe minachting af te zwakken (softening contempt) en hoe flexibiliteit te scheppen (soften rigidity with flexible options). Overigens wel met een waarschuwing: als die pogingen tot praten/communicatie niet lukken (de andere partij is niet ontvankelijk), betekent dat meestal het einde van de relatie.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.