Samenvatting ISBN 978-90-415-0982-6

-
ISBN-13 9789041509826
131 Flashcards en notities
5 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "ISBN 978-90-415-0982-6". De auteur(s) van het boek is/zijn Pieternel Dijkstra, Tamara A Vincent. Het ISBN van dit boek is 9789041509826. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - ISBN 978-90-415-0982-6

  • 1 Professioneel hulpverlenen

  • Welke vormen van sociale steun noemen we alledaagse hulpverlening?

    Emotionele steun = mensen helpen elkaar op emotioneel gebied, luisteren, arm om iemands schouder slaan etc.

    Informationele steun=steun door adviezen geven of informatie verstrekken

    Instrumentele steun=steun door middel van praktische hulp

    Waarderende steun= bevestiging halen uit het contact met anderen

  • alledaagse hulpverlening
    emotionele steun (luisteren)
    informationele steun (advies)
    instrumentele steun (praktisch)
    waarderende steun (bevestiging)
  • onzichtbare steun
    De gever van steun geeft zonder dat de ontvanger van de steun doorheeft dat hij geholpen wordt, steun.
  • Onzichtbare steun
    De gever van steun geeft zonder dat de ontvanger van de steun doorheeft dat hij geholpen wordt, steun.
  • sociale steun
    openlijke steun (zichtbare steun)
    onzichtbare steun (mensen zijn niet bewust van de steun)
  • sociaal netwerk

    het geheel van mensen met wie rechtstreeks min of meer duurzame banden worden onderhouden voor de vervulling van dagelijkse behoeften.
  • Sociaal netwerk
    Het geheel van mensen met wie rechtstreeks min of meer duurzame banden worden onderhouden voor de vervulling van dagelijkse behoeften.
  • stress:
    vermoeidheid
    steeds terugkerende infecties of rugpijn
    bij aanhouding ernstiger klachten (hart en vaatziekten)
    alledaagse hulpverlening gaat stress tegen
    mensen zonder sociale steun kunnen depressief worden
  • wat is een steungroep

    Een kleine cirkel van intimi, bestaande uit mensen emt wie men zich erg close voelt en bij wie men steun zoekt bij emotionele problemen
  • Wat is een steungroep
    Een kleine cirkel van intimi, bestaande uit mensen met wie men zich erg close voelt en bij wie men steun zoekt bij emotionele problemen
  • sociaal netwerk
    het geheel van mensen met wie rechtstreeks min of meer duurzame banden worden onderhouden voor de vervulling van dagelijkse behoeften
  • wat is empowerment
    Hulpverlening die erop is gericht dat mensen de regie over het leven weer in eigen hand krijgen
  • Wat is empowerment
    Hulpverlening die erop is gericht dat mensen de regie over het leven weer in eigen hand krijgen
  • bij hulpvraag omwille van psychische, emotionele of sociale problemen, blijkt dat er vaak sprake is van
    kleiner of oppervlakkiger sociaal netwerk, dan bij gezonde mensen
  • wat is mantelzorg

    steun en zorg van die mensen uit het sociale netwerk kunnen geven
  • Benoem de vier fasen van het hulpverleningsproces
    1. Oriëntatie: wat is de hulpvraag, kan de hulpverlener helpen en is er voldoende wederzijds vertrouwen om tot een goede samenwerkingsrelatie te komen (intakeverslag)
    2. Assessment: De 1e indrukken, vermoedens en ideeën over de hulpvraag worden onderzocht en getoetst dmv tests, observaties, gesprekken met anderen (assessmentrapport)
    3. Planning: Op basis van de informatie die dit oplevert, wordt een advies geformuleerd (hulpverleningsplan)
    4. Uitvoering: Behandeling wordt uitgevoerd zoals omschreven in  het hulpverleningsplan. Monitoring en evaluatie kunnen leiden tot aanpassing hulpverleningsplan, resultaten worden vermeld in evaluatierapport
  • steungroep
    mensen die men al lang kent, die belangrijk zijn en met wie mensen geregeld contact hebben
  • vier fasen van het hulpverleningsproces

    1. Oriëntatie: wat is de hulpvraag, kan de hulpverlener helpen en is er voldoende wederzijds vertrouwen om tot een goede samenwerkingsrelatie te komen (intakeverslag)

    2. Assessment: De 1e indrukken, vermoedens en ideeën over de hulpvraag worden onderzocht en getoetst dmv tests, observaties, gesprekken met anderen (assessmentrapport)

    3. Planning: Op basis van de informatie die dit oplevert, wordt een advies geformuleerd (hulpverleningsplan)

    4. Uitvoering: Behandeling wordt uitgevoerd zoals omschreven in  het hulpverleningsplan. Monitoring en evaluatie kunnen leiden tot aanpassing hulpverleningsplan, resultaten worden vermeld in evaluatierapport

  • Wat is de protocollaire?
    De gestandaardiseerde vormen van hulpverlening.
  • buiten de steungroep bevindt zich de sympathiegroep
    groep mensen waarmee men goed kan opschieten
  • Wat is een sociale kaart?

    Overzicht van instellingen en organisaties op een bepaald terrein, waarin de doelgroepen vermeld staan en wat de instelling kan betekenen voor mensen in een bepaalde regio.
  • Hulpverlening is...
    een dynamisch proces waarbij de fasen van het proces soms door elkaar kunnen lopen.
  • Wat is een sociale kaart?
    Een overzicht van instellingen en organisaties op een bepaald terrein, in dit geval op het gebied van geestelijke gezondheid en welzijnswerk.
  • Wat heeft een hulpverlener aan een sociale kaart?
    • Bepalen welke positie hij inneemt binnen de hulpverlening en het geheel aan hulverlenende instanties
    • Hulp om te bepalen naar wie een cliënt kan worden doorverwezen.
    • Begrijpen van de hulpverleningsgeschiedenis van de cliënt
  • Noem drie kenmerken van de organisatie van geestelijke gezondheidszorg en welzijnswerk
    Eerste lijn versus tweede lijn
    Eerstelijns: Lichte psychische, psychosociale of pedagogische hulp bij huisarts, psycholoog, bureau jeugdzorg, maatschappelijk werk, stichting korrelatie etc. 
    Tweedelijns: zwaardere psychische klachten zoals angsten, depressie, verslaving bij psychiater, orthopedagoog, psychotherapeut of gespecialiseerd psycholoog of kliniek.

    Ambulante versus residentiële hulp
    Ambulant: cliënt blijft in eigen woning, gaat een of meer uren per week naar een hulpverlener
    Residentiël: cliënt wordt opgenomen b.v. op PAAZ, of begeleid in een RIBW. Ernstige problemen waarbij cliënt een gevaar vormen voor zichzelf of omgeving.

    Vrijwillige zorg versus gedwongen zorg
    Gedwongen met b.v. een tbs maatregelen of een ibs (inbewaringstelling) of een rm (rechterlijke machtiging. Of b.v. bemoeizorg waarbij de hulpverlener op eigen initiatief naar mensen toegaat die zichzelf verwaarlozen of die problemen veroorzaken.
  • Wat wordt verstaan onder een referentiekader?
    Het geheel van normen, waarden, opvattingen en vanzelfsprekendheden op grond waarvan mensen hun omgeving waarnemen, en op grond waarvan ze handelen en die omgeving beoordelen.
  • Wat verstaan we onder multiproblematiek?
    Als mensen chronische problemen hebben op meerdere leefgebieden waar ze zelf niet uitkomen wordt er over multiproblematiek gesproken.
  • Welke rollen kan een therapeut hebben?
    Helper
    Diagnosticus
    Coach
    Regisseur
    Beleidsevaluator
  • Welke persoonlijke kwaliteiten zijn van belang voor hulpverleners?
    • Communicatieve vaardigheden - verbaal en non-verbaal, actief luisteren, parafraseren, reflecteren, concretiseren, structureren, resumeren
    • Empathie
    • Respect
    • Echtheid
    • Zelfinzicht
  • Wat is lichamenlijke synchronie?
    De basale vorm van emathie. B.v. gapen als iemand aan het gapen is of lachen omdat iemand aan het lachen is.
  • Wat zijn spiegelneuronen?
    Hersencellen die zowel actief worden op het moment dat iemand zelf iets doet, als op het moment dat hij een ander iets ziet doen. Ze zorgen er tevens voor dat je bij het waarnemen van b.v. de beweging ook dezelfde gevoelens en reacties ervaart als dat je de beweging zelf zou maken.
  • Wat is empathic accuracy?
    Een accuraat inlevingsvermogen
  • Wat is illusoire superioriteit?
    Mensen denken beter te zijn in allerlei vaardigheden dan andere mensen. Het is een constructief fenomeen. Het geeft de mensen zelfvertrouwen en stemt ze optimistisch over de toekomst. Het kan echter ook het zicht op de eigen beperkingen ontnemen.
  • Wat is het hulpverlenerssyndroom?
    De hulpverlener helpt niet omdat hij de ander wil helpen maar om zichzelf een goed gevoel te bezorgen.
  • Hoe kunnen ethische dillema's volgens Rothfusx (2010/2012) gestructureerd en gedegen aangepakt worden?
    1. In kaart brengen van de situatie (RET)
    2. Vaststellen van het morele dillema
    3. Verkenning van handelingsalternatieven
    4. Benoemen van de betrokkenen en afwegen van hun belangen
    5. Omschrijving van relevante waarden en normen
    6. Kiezen van een handelingsalternatief
  • Welke vormen ethiek worden onderscheiden in het kiezen van een handelingsalternatief?
    • Plichtsethiek - welke handeling is moreel juist ongeacht de uitkomst van de situatie
    • Gevolgenethiek - het uiteindelijke doel of gevolg bepaalt hoe een handeling wordt beoordeeld.
  • Welk onderscheid maakt Pinto (2007) in culturen?
    Belangrijke verschillen zijn terug te voeren op de structuur van regels en codes die er gelden.

    F-Cultuur - fijnmazige structuur van gedragsregels
    G-Cultuur - grofmazige structuur van gedragsregels
    M-Cultuur - mix van structuren van gedragsregels
  • Wat is een F-Cultuur?
    Een fijnmazige structuur van gedragsregels. Er zijn gedetailleerde gedragsregels voor vrijwel elke situatie. Mensen hoeven deze alleen maar na te leven. Mensen worden meer geleefd door regels en wat anderen vinden.
  • Wat is een M-Cultuur?
    Een mix cultuur. Hierin zijn kenmerken van de G- en van de F- cultuur te vinden. Deze cultuur is b.v. typeren voor Latijns-Amerika.
  • Wat is een G-Cultuur?
    Een grofmazige structuur van gedragsregels. Er zijn algemene regels die iedereen zelf kan vertalen naar eigen situatie en behoefte. Er is meer inividuele vrijheid dan in een F-Cultuur. Mensen bepalen binnen bep. grenzen zelf wat ze doen en hoe ze richting geven aan hun eigen leven.
  • Welke stappen stelt Pinto (2007) voor om culturele misverstanden te voorkomen?
    1. Leer de eigen (cultuurgebonden) normen en waarden kennen
    2. Leer de (cultuurgebonden) normen en waarden van de ander kennen
    3. Ga na hoe in de gegeven omstandigheden kan woren omgegaan met het verschil in de (cultuurgebonden) normen en waarden.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

buiten de steungroep bevindt zich de sympathiegroep
groep mensen waarmee men goed kan opschieten
steungroep
mensen die men al lang kent, die belangrijk zijn en met wie mensen geregeld contact hebben
bij hulpvraag omwille van psychische, emotionele of sociale problemen, blijkt dat er vaak sprake is van
kleiner of oppervlakkiger sociaal netwerk, dan bij gezonde mensen
sociaal netwerk
het geheel van mensen met wie rechtstreeks min of meer duurzame banden worden onderhouden voor de vervulling van dagelijkse behoeften
stress:vermoeidheidsteeds terugkerende infecties of rugpijnbij aanhouding ernstiger klachten (hart en vaatziekten)
alledaagse hulpverlening gaat stress tegen
mensen zonder sociale steun kunnen depressief worden
sociale steun
openlijke steun (zichtbare steun)
onzichtbare steun (mensen zijn niet bewust van de steun)
alledaagse hulpverlening
emotionele steun (luisteren)
informationele steun (advies)
instrumentele steun (praktisch)
waarderende steun (bevestiging)
Waarom is het ervaren van emotionele pijn soms nodig bij cliënten?
Om gemotiveerd te raken om daadwerkelijk te veranderen.
Welke culturele invloeden spelen een rol in de uitvoeringsfase?
  • Hulpverlener hoort 'erbij' Mensen uit een F-Cultuur zullen de hulpverlener als een van hun clan gaan beschouwen. Ook dingen meenemen en uitnodigen voor het eten b.v. Beter kan de hulpverlener goed nadenken voordat hij nee zegt. Nee wordt als persoonlijke afwijzing beschouwd. Anders goed uitleggen waarom er nee gezegd wordt en verwijzen naar de regels.
  • Mensen uit een F-cultuur vatten direkte kritiek als zeer persoonlijk op. Zij ervaren het als gezichtsverlies en voelen zich diep gekrenkt. Dit is nog erger als er anderen bij zijn. Beter kan het indirekt gebracht worden. Dit geldt ook andersom. Cliënten uit een F-cultuur zullen niet snel direkt zeggen dat ze het ergens niet mee eens zijn. Dit gebeurt eerder door hints. Belangijk is dan om goed door te vragen en uit te leggen hoe wij in Nederland hiermee omgaan.
  • In een F-cultuur worden conflicten anders benaderd. Het kan zijn dat hierbij iemand betrokken wordt zonder dat dit zo benoemd wordt. De neiging bestaat om zaken indirect en intuïtief op te lossen.
Wat zijn de culturele invloeden bij assessment?
  • Interview: mensen uit een F-cultuur hebben een sterkere behoefte om aardig gevonden te worden en dus de neiging om sociaal te antwoorden dan mensen uit een G-cultuur. Ze willen de relatie goed houden en zullen sneller zeggen wat ze denken dat je wilt horen.
  • Ja en nee hebben een andere lading voor mensen uit een F-cultuur. Bij ja speelt mee 'wij zijn vrienden toch' en bij nee speelt mee 'wij zijn geen vrienden'. Een cliënt kan zich bij nee erg afgewezen voelen.
  • Vertrouwensband is van essentieel belang in een F-cultuur. Alleen met die band kan je bij het werkelijke standpunt van een cliënt komen.
  • Bij observatie kan het natuurlijk gedrag van een cliënt uit de F-cultuur nog meer in gedrang komen als hij weet dat hij geobserveerd wordt dan bij de G-cultuur. Hij zal dan sneller geneigd zijn tot sociaal wenselijk antwoorden.
  • Mensen uit een F-cultuur reageren vaak emotioneler en zijn daar ook heel expressief in. Dit is geen hysterische reactie maar cultuurgebonden.
  • Bij testen speelt de beheersing van de Nederlandse taal een belangrijke rol en de interpretatie van de uitslagen van mensen uit andere landen.