Samenvatting Kern van het Europees recht

-
ISBN-13 9789462905733
801 Flashcards en notities
7 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Kern van het Europees recht". De auteur(s) van het boek is/zijn J W van de Gronden, J Krommendijk, A Looijestijn Clearie, S J Tans & H C F J A de Waele. Het ISBN van dit boek is 9789462905733. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Kern van het Europees recht

  • 1.1.1 Inleidende opmerkingen

  • Wat betekent het begrip 'supranationaal'?
    De term supranationaal verwijst naar een organisatie of orgaan boven ('supra') de lidstaten. Lidstaten hebben bevoegdheden overgedragen aan dergelijke organen en hebben daar niet langer de volledige controle over.
  • Noem voorbeelden van supranationale organisaties.
    1. Europese Commissie
    2. Het Hof van Justitie van de Europese Unie
    3. Het Europees Parlement
  • Wat betekent het begrip 'intergouvernementeel'?
    De term intergouvernementeel maakt duidelijk dat er afspraken of organisaties tussen ('intern') lidstaten zijn waarover lidstaten grotendeels de controle hebben.
  • Noem een voorbeeld van een intergouvernementele instelling
    De Europese Raad
  • Noem een kenmerk van een intergouvernementele instelling
    Er is unanimiteit vereist voor het aannemen van besluiten (door de   Europese Raad, als je kijkt naar vb hierboven). Alle lidstaten moeten met het besluit instemmen. Lidstaten kunnen dus niet tegen hun wil aan bepaalde besluiten worden gebonden.
  • 1.2 1951-1965: De oprichtingsfase - Nooit meer oorlog

  • Welke gemeenschap was de eerste Europese samenwerking? En welke landen deden mee?
    De Europese samenwerking begon met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) IN 1951 opgericht met het Verdrag van Parijs. De zes oprichtende landen waren Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland en Italië.
  • Wat was het voornaamste drijfveer van de oprichting van de EGKS?
    De voornaamste drijfveer achter de oprichting was om een einde te maken aan de steeds terugkerende oorlogen op het Europese continent.
  • Noem nog andere organisaties die terugkerende oorlogen wilden voorkomen
    1. De Verenigde Naties (1945)
    2. De Raad van Europa
  • Welke verdrag werd er aangenomen door de Raad van Europa?
    Het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en daarbij hoort het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) --> beoordeelt klachten over schendingen van het EVRM.
  • Op welke drijfveer is de NAVO ontstaan?
    De NAVO is gestoeld op het idee van collectieve veiligheid en wederzijdse (militaire) samenwerking.
  • 1.2.1 De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal

  • Waarom kozen de Europese samenwerking om te focussen op de gebieden kool en staal?
    Het betreft hier twee industrietakken die destijds cruciaal waren voor de productie van oorlogsmaterieel.
  • Wat was de doel van het EGKS?
    Het doel van de EGKS was om de soevereiniteit van de deelnemende landen op dit terrein te beperken, om zo te voorkomen dat landen zich opnieuw zouden kunnen bewapenen om het continent voor de derde keer in de twintigste eeuw in een oorlog te storten.
  • Wat is de tweede belangrijke doel van het EGKS?
    Naast het voorkomen van oorlog was een belangrijk doel van de EGKS het vergroten van de economische groei en werkgelegenheid om zo de levensstandaard in de aangesloten lidstaten te verbeteren.
  • Hoe zie je de institutionele structuur van de huidige EU terug in de EGKS?
    1. EGKS bestond uit een supranationale Hoge Autoriteit (Europese commissie nu)
    2. Gezamenlijke Vergadering (Europees Parlement)
    3. Raad met regeringsvertegenwoordigers (Raad van de Minister)
    4. Hof van Justitie 
  • 1.2.2 Naar drie gemeenschappen

  • Wat is de Europese Economische gemeenschap (EEG)?
    De EEG was gericht op de economische samenwerking. Het beoogde het instellen van een gemeenschappelijke markt, waarbij belemmeringen in de vorm van handelstarieven en quota's zouden worden afgeschaft
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Verordeningen
Hierbij gaat het om een algemene regeling die een groot, en doorgaans onbepaald aantal gevallen of personen bestrijkt. Verordeningen zijn verbindend in al hun onderdelen, wat betekent  dat men er op geen enkel punt van mag afwijken. Het is lidstaten dus evenmin toegestaan om zelf regels vast te stellen die er deels of voluit tegenin gaan. 

Verordeningen zijn bovendien rechtstreeks toepasselijk, wat betekent dat ze niet in nationaal recht hoeven te worden omgezet. Sterker nog, in dit kader geldt een overschrijfverbod: lidstaten mogen verordeningen niet implementeren in hun nationale recht, voornamelijk omdat dan de oorsprong van de regel minder duidelijk wordt, waardoor de rechtszekerheid in het gedrang komt. 

In de praktijk vragen sommige verordeningen wel degelijk om een zekere follow-up: aanvullende regel blijken dan hard nodig om de inhoud te operationaliseren op lidstatelijk niveau. 
Het vaststellen van dat soort complementaire bepalingen botst dus niet met het oveschrijfverbod, maar vloeit logisch uit het Europese normenkader voort. 

Verordeningen zijn een zeer krachtig instrument, doordat ze zowel  in situaties waarin individuen procederen tegen de overheid, als in situaties waarin individuen tegen elkaar procederen, kunnen worden ingeroepen. 
De bepalingen bezitten kortom zowel 'verticale' als 'horizontale' directe werking als ze voldoende duidelijk, nauwkeurig en onvoorwaardelijk zijn. Mede vanwege dit effectieve karakter van verordeningen hebben ze de afgelopen jaren steeds meer de voorkeur van de wetgever gekregen. 
Secundair EU-recht
De term 'secundair-EU-recht verwijst zoals gezegd naar de bindende handelingen opgesomd in art. 288 VWEU.
Algemene beginselen en fundamentele rechten
Een laatste onderdeel van het primair EU-recht bestaat uit algemene als non-discriminatie, rechtszekerheid, transparantie en de eerbiediging van opgewekt vertrouwen. 
Vanouds valt ook de bescherming van grondrechten hieronder. 

Inmiddels zijn veel van de mensenrechten die ooit afzonderlijk erkenning kregen in de jurisprudentie van het Hof van Justitie, gecodificeerd in het EU-Handvest van de Grondrechten, dat sinds 1 dec. 2009 een bindende juridische status bezit. 
Protocollen
De protocollen gehecht aan de basisverdragen zijn eveneens volledig juridisch bindend, en bezitten een identieke primairrechtelijke status.
Toetredingsverdragen
Een ander component van het primair EU-recht wordt gevormd door de toetredingsverdragen. 
6 staten stonden aan de basis van het integratieproces. Gaandeweg traden meer dan 20 landen toe tot wat vandaag de dag de Europese Unie heet. Elk van die landen heeft voorafgaand aan zijn toetreding specifieke voorwaarden bedongen, kreeg die tijdens het onderhandelingsproces opgedrongen, of heeft bijzondere (soms tijdelijke) vrijstellingen verkregen. 
Basisverdragen
Het primaire EU-recht bestaat uit de 2 basisverdragen: 'Verdrag betreffende de Europese  Unie' (of EU-Verdrag, VEU) en het 'Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie' (of Werkingsverdrag, VWEU). 

Het VEU werd oorspronkelijk ondertekend in Maastricht in 1992 en trad het in 1993 in werking. 
De oorsprong van het VWEU ligt in de het EEG-Verdrag, dat in 1957 in Rome werd gesloten en 1 jaar later in werking trad. 

De rechtskracht van beide verdragen is hetzelfde en het ene basisverdrag heeft geen voorrang op het andere. 
Inhoud primair- en secundairrecht
Waar het primaire EU-recht hoofdzakelijk bestaat uit verdragen, gaat het bij secundair EU-recht steeds om bindende instrumenten die door 1 of meer instellingen, organen, bureaus of instanties zijn vastgesteld.

Art. 295 VWEU opent overigens de mogelijkheid voor instellingen om met elkaar bindende afspraken te maken. Deze interinstitutionele akkoorden zijn uitsluitend op het supranationale niveau relevant, maar evt.  eveneens onder het secundaire EU-recht te scharen. 
Primair- en secundairrecht
Het EU-recht wordt gewoonlijk ingedeeld in 'primair' en 'secundair' recht. Hier valt nog een categorie aan toe te voegen, namelijk die van door de Unie gesloten internationale overeenkomsten. 
Deze 3 categrorieën hebben met elkaar gemeen dat het gaat om juridisch bindende bepalingen.

Daarnaast treffen we in de praktijk een grote hoeveelheid niet-bindende documenten aan, die we tezamen normaliter wel aanduiden als soft law, en niet als een offciciële rechtsbron aanmerken. 
Wat is een voorbeeld van een intergouvernementele instelling?
De Europese Raad is het beste voorbeeld hiervan. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat in principe unanimiteit vereist is voor het aannemen van besluiten. Alle lidstaten moeten er dus mee instemmen.
Wat houdt de term intergouvernementeel in?
De term maakt duidelijk dat er afspraken of organisaties tussen lidstaten zijn waarover lidstaten grotendeels de controle hebben.