Samenvatting Kernbegrippen van de Algemene Wet Bestuursrecht bestuursorgaan, besluit en belanghebbende

-
ISBN-10 9492766841 ISBN-13 9789492766847
123 Flashcards en notities
3 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Kernbegrippen van de Algemene Wet Bestuursrecht bestuursorgaan, besluit en belanghebbende". De auteur(s) van het boek is/zijn Arnout Peter Klap Ferry Taco Groenewegen. Het ISBN van dit boek is 9789492766847 of 9492766841. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Kernbegrippen van de Algemene Wet Bestuursrecht bestuursorgaan, besluit en belanghebbende

  • 1 Het bestuursorgaanbegrip

  • Wie vallen onder het begrip bestuursorgaan?
    Alle personen of colleges die vallen onder de definitie in art 1:1 AWB
  • Een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld is een ....-orgaan
    A
  • Een ander persoon of college, met enig openbaar gezag is bekleed is een ....-orgaan
    B
  • Wanneer is er sprake van een B-orgaan?
    Waneer het niet valt onder een A Orgaan. Dwz: Dat als het een persoon college betreft die een orgaan zijn van een publiekrechtelijk rechtspersoon. Dan is dit een A Orgaan.
  • Is er sprake van een A-bestuursorgaan in de zin van art. 1:1 sub a Awb? De criteria zijn?
    1. Een orgaan;  
    (a) is een persoon of college met een voldoende zelfstandige           positie,
    (b) die met een specifieke taak is belast 
    2. Van een rechtspersoon;
    3. Die krachtens publiekrecht is ingesteld.
  • Waarvoor dient er een onderscheid gemaakt te worden tussen A en B organen?
    Zodat een orgaan niet ten onrechte we;/niet als bestuursorgaan gekenmerkt wordt.
  • Als niet is voldaan aan het publieke criterium bij de A-orgaan criteria kan er wel sprake zijn van een B-bestuursorgaan in de zin van art. 1:1 sub b Awb, de criteria daarvoor zijn?
    1. Een orgaan;  
    (a) is een persoon of college met een voldoende zelfstandige           positie, 
    (b) die met een specifieke taak is belast 
    2. Van een rechtspersoon;
    3. Met openbaar gezag, dit is in het geval als orgaan eenzijdig bindende kan maken c.q. Eenzijdig de rechtspositie van rechtssubjecten kan bepalen;
    4. Dit gebaseerd is op een wettelijk voorschrift.
  • Personen of colleges die geen onderdeel uitmaken van een publiekrechtelijke organisatie, maar wel specifieke publiekrechtelijke bevoegdheden hebben, worden tot de overheid gerekend voorzover zij:
    Die specifieke publiekrechtelijke bevoegdheden uitoefenen.
  • Als niet is voldaan aan het publieke criterium bij de A-orgaan criteria en niet aan het wettelijk voorschrift van het B-orgaan kan er spraken zijn van een privaatrechtelijke rechtspersoon met openbaar gezag kan sprake zijn van openbaar gezag op grond van de publieke taak, de criteria hiervoor zijn?
    1. Een orgaan;  
    (a) is een persoon of college met een voldoende zelfstandige           positie, 
    (b) die met een specifieke taak is belast 
    2. Van een privaatrechtelijke rechtspersoon;
    3. Dat geldelijke uitkeringen of op geld waardeerbare voorzieningen strekt aan derden;
    4. En inhoudelijke en financiële banden heeft met een A-orgaan (sticking bevordering kwaliteit leefomgeving schiphol):
    (a) het A-orgaan bepaalt de inhoudelijke criteria voor de uitkering; (b) Het A-orgaan financiert tenminste van de uitkeringen
  • Op wat voor een manieren kan een B-orgaan de rechtspositie van rechtssubjecten veranderen?
    1. Positief: geven van subsidie of vergunning;
    2. Negatief: geven van een boete.
  • Doet een B-orgaan alle zijn handelingen als orgaan?
    Nee als een B-orgaan een handeling verricht wat geen besluit is doet hij dat niet als bestuursorgaan.
  • In het kader van het scheiden der machten zijn (Trias Politica) zijn er een aantal organen uitgezonderd van het zijn van een bestuursorgaan in welke artikelen staan deze?
    Art 1:1 lid 2 Awb;
    Art 1:1 lid 3 Awb;
    Art 1:1 lid 4 Awb.
  • Uit artikel 1:1 Awb volgt dat er twee soorten bestuursorganen zijn, welke zijn dat?
    A-orgaan
    B-orgaan
  • Rechtsbescherming (artikel 8:1 Awb): een ...(1)... kan tegen een ...(2)... beroep instellen bij de bestuursrechter
    (1)= Belanghebbende 
    (2)= Besluit
  • Wat is met betrekking van handelen van bestuursorgaan een belangrijk verschil tussen een A en een B orgaan?

    • A-bestuursorganen zijn voor al hun handelingen (ook privaatrechtelijke en feitelijke handelingen) gebonden aan de Awb;
    • B-bestuursorganen zijn alleen aan de Awb gebonden voor zover zij publiekrechtelijke bevoegdheden uitoefenen!
  • Wat zijn de twee soorten B organen?

    • B-bestuursorganen die hun bevoegdheden uitoefenen op basis van enig wettelijk voorschrift.
    • B-bestuursorganen die een ‘publieke taak’ vervullen en onder bepaalde voorwaarden besluiten nemen zonder dat de bevoegdheid daartoe bij wet is toegekend.
  • Wat maakt een orgaan van een private rechtspersoon dat geldelijke uitkeringen of op geld waardeerbare voorzieningen aan derden verstrekt een bestuursorgaan? De 17 september 2014 stichting bevordering leefomgeving Schiphol uitspraak.

    •Inhoudelijk vereiste: De criteria voor de geldverstrekking in kwestie moeten in beslissende mate door één of meer a-organen worden bepaald.

    •Financieel vereiste: De financiering van de verstrekking moet in overwegende mate (twee derden of meer) afkomstig zijn van één of meer a-organen.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Een soort belangen waaraan strengere eisen worden gesteld zijn:
Algemene belangenbehartiging
Deze zijn doorgaans ideële en politiek gekleurde belangen, die onderwerp van debat zijn en in de politieke arena.
Wat is een tweede voorwaarde die meer inhoudelijk van aard is wil men van algemene of collectieve belangen spreken?
- Ze moeten als zodanig in de statutaire doelstellingen  van de rechtspersoon zijn geformuleerd EN
- Zodanig in de feitelijke werkzaamheden tot uitdrukking komen. Deze belangen 'in het bijzonder' behartigt.
-
Welk soort personen kunnen opkomen voor algemene en collectieve belangen?
Rechtspersonen. Dus niet natuurlijke personen.
Een ander woord voor algemene en collectieve belangen tezamen zijn:
Bovenindividuele belangen.
Een goed voorbeeld van een niet-actueel belang is:
Een uitspraak door de staatssecretaris van infrastructuur en milieu om enkele treinsporen buiten gebruik te stellen. Hierdoor werd aangevochten door ene ondernemer dat dit in de weg stond van zijn VOORNEMEN om goederen per treinspoor te vervoeren. Volgens het College voor Beroep en bedrijfsleven was dit voornemen niet een actueel belang maar enkel een toekomstbeeld en voornemen.
Een goed voorbeeld van niet objectief bepaalbaar is:
Mevrouw Stotijn die tegen de vergunning van het Concertgebouw bezwaar optekende. Haar vader speelde in het Concertgebouw en zij zal hier emotionele schade aan overhouden als het Concertgebouw zal uitbreiden. Dit bezwaar werd door de Afdeling niet gehonoreerd daar zij oordeelde Mevr Stotijn haar gevoelens van piëteit jegens haar vader louter gevoelsmatig waren en daarom niet objectief bepaalbaar.
Objectief bepaalbaar belang wordt weining belicht in de rechtspraak omdat:
Het vaak inherent is aan of een direct geraakt belang aan de orde is of niet.
In 2018 heeft Advocaat-generaal Widdershoven vijf vuistregels opgesteld:
1. Geen afgeleid belang aan de orde is als de derde daarnaast nog een eigen belang heeft bij een besluit.
en vier andere.

Op grond hiervan wordt een afgeleid belang aan een derde tegengeworpen als dit belang parallel loopt aan het belang van de geadresseerde van het besluit en uitsluitend via een contractuele relatie met deze direct-belanghebbende bij het besluit is betrokken.
Ook is het geen afgeleid belang wanneer:
Er door een besluit een fundamenteel recht op arbeid of een ander fundamenteel recht wordt geschaadt. Denk aan de frituurkok. Afdeling meende dat de frituurkok een direct geraakt belang had door het besluit.
De huurder en een verhuurder ( die een vergunning kreeg om zijn woning als bestemming to bewoning te onttrekken) hebben:
Tegengestelde belangen. De Afdeling overwoog dat de huurder wel directe belangen had. Door de vergunning verlening verloor deze immers zijn woonplek.