Samenvatting Kiezen Voor Het Jonge Kind

-
ISBN-10 9046901890 ISBN-13 9789046901892
356 Flashcards en notities
86 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Kiezen Voor Het Jonge Kind". De auteur(s) van het boek is/zijn Helma Brouwers. Het ISBN van dit boek is 9789046901892 of 9046901890. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Kiezen Voor Het Jonge Kind

  • 5 pedagogisch handelen

  • Wanneer spreek je van pedagogisch handelen?
    Als een opvoeder het kind effectieve hulp en ondersteuning biedt bij het opgroeien en als het handelen van de opvoeder het doel heeft om de persoonlijkheidsontwikkeling van kind positief te beïnvloeden.
  • Handelen van opvoeders is vaak niet effectief. Als het kind veel straf krijgt en/of wordt vernederd. Het gedrag waarvoor het gestraft wordt kan dan zelfs verergeren.
  • Bij persoonlijkheidsvorming gaat het niet alleen om het belang van individuen, maar ook om het belang van de samenleving. Aan welk soort samenleving wil je een bijdrage leveren?
  • Bij een opvoedrelatie zijn twee partijen betrokken. Het kind en de opvoeder.
    Zij hebben een relatie.
  • Wat is er typerend aan een pedagogische relatie?
    Een pedagogische relatie is eenzijdig, dit in tegenstelling met andere menselijke relaties. De relatie is gericht op het belang van het kind.
    En kenmerkt zich door betrouwbaarheid en dienstbaarheid. Kinderen moeten erop kunnen vertrouwen dat de opvoeder hem ondersteuning kan bieden.
  • Als de pedagogische relatie op wederzijds vertrouwen is gebaseerd, laat het kind zich sturen.
  • De opvoeder heeft bepaalde verwachtingen. Deze komen niet altijd uit.
    Bv. Niet alle kleuters zijn spontaan en lief. Je mag als opvoeder je eigen belangen niet voorop stellen.
  • Een pedagogische relatie is geen relatie tussen gelijken.
    Maar er zijn wel gevoelens van gelijkwaardigheid en respect.
  • Wat verwachten we van een goede menselijke relatie?
    1. de partijen voelen zich bij elkaar betrokken
    2. delen elkaars verdriet en vreugde
    3. nemen elkaar serieus
    4. er wederzijds plezier in het omgaan met elkaar
  • In plaats van 'grootbrengen door kleinhouden'' is het beter kinderen te leren genieten van het 'grootgroeien' Dus niet klein houden en betuttelen.
    Kinderen ontwikkelen zich beter als ze voor vol aangezien worden en verantwoordelijkheid en zelfbeschikking krijgen.
  • Korczak is een Poolse pedagoog. Hij was directeur van een Joods weeshuis in Warschau van 1911 tot 1942. Hij gaf de kinderen verantwoordelijkheid en nam ze serieus.
  • Werken aan een goede relatie met kinderen, betekent werken aan jezelf.
    Dat is zeker het geval als de relatie tussen leerkracht en kind niet zo goed is.
    De houding van de leerkracht t.o.v. het kind, kan mede de oorzaak zijn van de gedragsproblemen en zelfs verergeren.
  • Aan welke drie eisen moet een pedagogische basishouding voldoen volgens Amerikaanse psychloog Rogers (1902-1987)
    1. echtheid
    2. waardering, aanvaarding en vertrouwen
    3. empathisch begrijpen.
  • Pedagogische basishouding: echtheid  Volgens psychloog Rogers
    • Een goede leerkracht is zichzelf. Veel leerkrachten zetten een soort masker op. Is niet goed.
    • Een leerkracht die echt is, is soms verveeld, soms kwaad, enthousiast. Heeft dus echte gevoelens.
    • Door focusing (een therapie van Gendlin, één van Rogers leermeesters) kun je weer bij je echte gevoelens komen.
    • echtheid is niet zeggen wat je denkt, maar eerlijk zijn tegenover jezelf en de gevoelens die je hebt te durven uiten.
  •  Pedagogische basishouding: waardering, aanvaarding en vertrouwen  Volgens psychloog Rogers
    • Je moet waardering en respect hebben voor de anderen. Ook voor zijn moeilijke kanten. Die misschien een goede relatie in de weg staan.
    • Je moet de grondhouding hebben, dat iemand in principe van goede wil is.
    • Acceptatie hoeft niet automatisch in te houden, dat je al zijn gedragingen accepteert. Bv. het stukmaken van een tekening is voor jou onacceptabel gedrag. Dat moet je dan ook kenbaar maken. Maar je keurt het gedrag af en niet de persoon.
  • Pedagogische basishouding: empathisch begrijpen 
    Volgens psychloog Rogers
    • Het vermogen om een ander te begrijpen, zich in te leven in zijn gedachten en gevoelens.
  • Wat is reflecteren?
    Je houdt het kind een spiegel voor. Je verwoordt wat je ziet, zonder een oordeel te geven. Door reflecteren laat je zien dat je het kind probeert te begrijpen, maar het helpt ook om jezelf beter te begrijpen.
  • Een goede ik boodschap, volgens Gordon (1976)
    Bij een goede ik boodschap geef je de ander de gelegenheid om rekening te houden met jouw gevoelens en vertrouw je erop dat die ander dat ook zal doen.
  • Sommige leerkrachten zijn bang dat je negatief gedrag goedkeurt als je dat gedrag niet veroordeelt, maar alleen reflecteert.
    Maar: reflecteren geeft kinderen de mogelijkheid tegen zichzelf te vechten i.p.v tegen een volwassene.
  • Wat zijn de basisbehoeften volgens Maslow (1908-1970)
    1. behoefte aan zelfactualisatie
    2. behoefte aan waardering
    3. behoefte aan verbondenheid
    4. behoefte aan veiligheid
    5. biologische behoeften.

    Dit is eigenlijk een piramide model. De onderste behoeften moeten eerst bevredigd worden, om bijv. behoefte 3-2-1 te kunnen bereiken.
  • De groeimogelijkheden van kinderen wordt belemmerd als je niet tegemoetkomt aan de fundamentele menselijke behoeften van die piramide.
    Je moet er dus rekening mee houden als leerkracht.
  • Humanistische psychologie is ontstaan als reactie op het behaviorisme.
    De Humanistische psychologie gaat ervan uit dat mensen die onafhankelijk en autonoom (zelfstandig) functioneren, in staat zijn tot zelfactualisatie en hogere idealen kunnen nastreven.
  • Wat wordt bedoeld met zelfactualisatie?
    De mogelijkheden ontwikkelen en betekenisvolle doelen nastreven.
  • Wat is behaviorisme?
    Een stroming in de pedagogiek die denkt dat je gedrag door goedkeuring en afkeuring kunt beïnvloeden.
    Alle gedrag is aangeleerd. Gedrag dat beloond wordt zal steeds vaker voorkomen. Gedrag dat niet beloond of gestraft wordt zal verdwijnen.
    Door conditionering verander je het gedrag.
    Belonen blijkt een groter effect te hebben dan straffen.
  •  Een school die niet affectief is zal nooit effectief kunnen zijn. (Deen, 2006)
    Wat wordt hiermee bedoeld?
    Er kunnen alleen goede prestaties van leerlingen komen, als er een goede relatie is tussen leerkracht en kind.
    De leerkracht moet zich daadwerkelijk betrokken voelen.
  • Wat wordt bedoeld met responsief reageren/gedrag?
    Signalen opvangen en daarop reageren. Respons geven. Boodschappen oppakken en daarop reageren. De reacties van de kinderen zijn hierop spontaan.
  • Hoe verlaagt een leerkracht het competentiegevoel van leerlingen?
    • ongeduldig reageren als een kind iets niet begrijpt
    • van sommige kinderen weinig verwachten, die kinderen denken dan het zal wel kloppen en verwachten ook weinig van zichzelf.
  • Wat is het Pygmalioneffect?
    De prestaties van de kinderen wordt beïnvloed door de verwachtingen van de leerkracht. Als de verwachtingen hoog zijn, wordt er beter gepresteerd.
    Dit effect is vernoemd naar My Fair Lady (boek, film, musical). Hier wordt een arm bloemenmeisje opgeleid door een professor. Hij heeft hoge verwachtingen van haar. Uiteindelijk wordt zij erg succesvol
  • Het competentiegevoel van kinderen kun op twee manieren versterken volgens Stevens. Welke? 
    1. Geef kinderen de ruimte om hun eigen mogelijkheden te ontplooien. Ze hebben daarbij steun nodig.
    2. Bied kinderen voldoende uitdagingen.
  • Een autonome persoon heeft het gevoel grip op zijn leven te hebben.
    In het onderwijs zijn kinderen vaak passieve ontvangers van het onderwijsprogramma. Dit komt niet tegemoet aan de behoefte van autonomie.
  • Hoe kunnen we kinderen meer autonomie geven in het onderwijs?
    1. Kinderen het gevoel geven dat ze zeggenschap hebben over wat er op school gebeurt.
    2. Kinderen de gelegenheid geven plannen en ideeën te maken.
    3. Kinderen naar hun mening vragen.
    4. kinderen verantwoordelijkheid geven voor het onderwijs leer proces.
  • Pedagogische kwaliteiten van de leerkracht: sensitiviteit
    een leerkracht die sensitief is heeft oog voor de gevoelens van de kinderen. Weet wat een kind boos, blij verdrietig kan maken.
  •  Pedagogische kwaliteiten van de leerkracht: responsiviteit
    De communicatieve kwaliteiten van een leerkracht. Interesse tonen in de kinderen. De communicatie is verbaal en non-verbaal. Lichaamshouding en gezichtsuitdrukking vertelt veel.
    Alleen maar 'Goed zo' zeggen is geen goed communicatie.
  •  Pedagogische kwaliteiten van de leerkracht: actief luisteren
    actief luisteren en de ik-boodschap zijn van Gordon.
    De leerkracht vangt de signalen van het kind op en reageert daarop.
    Bij actief luisteren laat je zien dat je de gevoelens en verlangens van het kind herkent en bereid bent hem te helpen met het zoeken naar een oplossing.
  • Wat zijn blokkerende opmerkingen volgens (Woltjer 1984)
    Reacties van een leerkracht bij bijv. een ruzie over speelgoed:
    • je geeft kritiek (dat mag niet)
    • je moraliseert ( je moet samen delen)
    • je geeft je eigen visie. (je kunt niet altijd je zin krijgen)
    • je gaat het probleem uit de weg (kom maar, ga maar iets anders doen.)
  • Oorzaken van gedragsproblemen?
    • Vaak ligt de oorzaak thuis. Ouders stellen geen grenzen, ouders hebben zelf veel problemen.
    • Ook bij het kind zelf: ADHD, DCD, PDD-NOS  en noem er nog maar een paar.
  • Gedragsproblemen kunnen ook bij school liggen. Er is geen goede relatie tussen leerkracht en leerling. Een kind dat steeds te horen krijgt dat het vervelend is, zal steeds meer probleemgedrag gaan vertonen.
    Ook het onderwijsaanbod kan gedragsproblemen veroorzaken. Als het onderwijsaanbod te makkelijk of juist te moeilijk is.
  • Gedrag kun je beïnvloeden door belonen en straffen.
    Door gewenst gedrag te belonen bereik je meer, dan door ongewenst gedrag te bestraffen.
    Hoe komt dat?
    Ongewenst gedrag levert veel aandacht op. Aandacht is voor de meeste kinderen belonend. Aandacht is de sociale versterker. Zij gaan het ongewenste gedrag nog meer vertonen. Ook negatieve aandacht is aandacht.
  • Je moet goed  gedrag, dat je heel vanzelfsprekend vindt, aandacht geven.
    Anders geef je het signaal af, dat je alleen maar aandacht krijgt bij negatief gedrag.
    vb. Geef complimenten aan kinderen die goed helpen met opruimen, of direct stil zijn. Hiermee beïnvloedt je het gedrag van anderen. Zij gaan ook opruimen of worden ook stil.
  • Probeer ongewenst gedrag te negeren. Dit kan natuurlijk niet altijd. Als een kind een ander slaat met een schep, moet je ingrijpen.
  •  Als je kinderen straft, moet je het ongewenste gedrag afkeuren. Je moet ervoor zorgen dat het duidelijk is dat het gedrag afwijst en niet het kind.
  •  Wat is de black box volgens het behaviorisme?
    Alles wat zich in de menselijke geest afspeelt. Hierin is het behaviorisme niet geïnteresseerd.
  • Wat is de stimulus volgens het behaviorisme?
    Stimulus is de beloning die werkt om bepaald gedrag op te roepen.
  • Wat is de respons volgens het behaviorisme?
    De respons is het gedrag.
  • Wat is het grote verschil tussen het  behaviorisme en de humanistische psychologie?
    De humanistische psychologie wil wel weten wat er zich in de black box( de menselijke geest) afspeelt.
    Zij denken dat als mensen zicht hebben op hun problemen, die de oorzaak zijn van hun gedrag, dan kunnen zij zichzelf verbeteren
  • Waar moet je opletten als leerkracht als er orde problemen zijn?
    1. Je moet rust uitstralen. Een onrustige leerkracht geeft een onrustige klas.
    2. Je moet op je stemvolume letten. Veel leerkrachten praten te hard. De leerkracht verwacht dat de kinderen ook zacht praten.
    3. Het leerkrachtgedrag moet wederkerig zijn. Jouw gedrag moeten de kinderen ook kunnen gebruiken.
    4. Direct reageren en de leiding nemen. Anders nemen de kinderen de leiding.
  • Ordeproblemen veroorzaken bij de leerkracht het gevoel van onmacht. Dat kan uitmonden in machtsvertoon.
  • Geef eens voorbeelden van machtsvertoon van de leerkracht?
    1. de aandacht van de klas onnodig lang vasthouden.
    2. onrechtvaardig en willekeurig straffen
    3. een hele klas straffen, terwijl nooit een hele klas straf verdient.

    Een onrechtvaardige leerkracht is een slecht voorbeeld voor de kinderen.
  • Wat is het verschil tussen oudere en jongere kinderen in hun gedrag naar de leerkracht?
    Jongere kinderen dagen zelden de leerkracht uit. Oudere kinderen willen wel een machtsstrijd met de leerkracht aangaan.
  • Hoe voorkom je ordeproblemen in de kleutergroep?
    • Wees duidelijk.
    • Zorg dat de kleuters weten wat er van hen verwacht wordt.
    • Kleuters moeten voelen dat er leiding gegeven wordt.
    • Er moeten weinig momenten zijn waarop niets interessants gebeurt.
    • zorg voor goed regels en afspraken. Die op den duur een routine worden.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat zijn  de acht kenmerken van kleuters?
emoties worden intens beleefd, kleuters zijn intuïtief, egocentrisch, hangen aan gewoontes en routines, hebben concentratievermogen in betekenisvolle situaties, hebben bewegingsdrang, verklaren de wereld door magische denken en hebben geen scherpe scheiding tussen fantasie en werkelijkheid.
Wat is het verschil tussen een kleuter en een schoolkind?
Een kleuter is een kind in de leeftijd van 4-6 jaar. Een schoolkind is vanaf de leeftijd van 6/7 jaar.
Wat is de theory of mind (Flavell 2004)?
Een theory of mind wordt gevormt door iemands kennis en opvattingen van de mentale wereld. Deze ontwikkeld zich met de persoon mee.
Regels gericht op veiligheid. Hoe bied je deze uit?
regels die je in het begin duidelijk, met redenen omkleed, aanbieden, en die meestal al snel vanzelfsprekende routine worden
Regels, voortkomend uit morele of ethische principes. Hoe zijn deze regels ten opzichte van de andere? Hoe kan je deze regels in de klas gooien?
De regels zijn het moeilijkst te hanteren regels.
kinderen kan je niet confronteren met regels, maar met de achterliggende morele principes. Deze principes moet je voor kinderen op een begrijpelijke manier verwoorden
Regels gericht op organisatie. Waarom moet de organisatie in orde zijn?
de kinderen en de leerkracht kennen goed de weg, iedereen weet hoe het hoort en wat er van hen verwacht wordt.
Wat zijn goede regels en afspraken?
ervaren als rechtvaardig, nuttig en nodig
duidelijk
gelden altijd en voor iedereen
positief gesteld
kinderen moeten zich eraan kunnen houden
Wat is de beste manier om ordeproblemen te voorkomen?
duidelijkheid verschaffen.  deze ontstaan door goede regels en afspraken
Hoe voorkom je orde problemen bij jonge kinderen en oudere kinderen?
jonge kinderen: laten weten wat er van hen verwacht wordt.
oudere kinderen: machtsstrijd winnen.
ordeproblemen veroorzaken bij de leerkracht gevoelens van onmacht, en die kunnen haar verleiden tot machtsvertoon. Er zijn een paar voorbeelden. Welke?
doorzeuren, onrechtvaardig en willekeurig straffen, machtsvertoon,