Samenvatting Kleding

-
139 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Kleding

  • 1 De kledingmarkt

  • Wat is een budget?
    Een budget is een bepaald bedrag om iets te kopen.
  • Wat doet het Centraal Bureau voor de Statistiek?
    Het CBS onderzoekt via budgetonderzoeken de manier van het uitgavenpatroon en het houdt de ontwikkelingen bij van de bestedingen van huishoudens.
  • Wat is de flexibiliteit van winkels?
    Winkels moeten zich snel kunnen aanpassen aan de ontwikkelingen in de kledingbranche.
  • 2 Op zoek naar een spijkerbroek

  • Wanneer is er een verschuiving langs de lijn?
    Als de prijs verandert.
  • Wat is ceteris paribus?
    Je neemt dan aan dat alle andere factoren die de vraag beïnvloeden constant blijven. Anders kun je niet de invloed van de prijsverandering vaststellen.
  • Wanneer is er een verschuiving van de lijn?
    Als je voorkeur verandert, je inkomen verandert of de prijzen van de andere merken veranderen.
  • Wat zijn substitutiegoederen?
    Goederen die elkaar kunnen vervangen.
  • Wat zijn complementaire goederen?
    Goederen die elkaar aanvullen.
  • Wat is de politiek vraag?
    De gezamenlijke vraag van alle consumenten.
  • Hoe reken je de prijselasticiteit van de vraag uit?
    Ev = procentuele verandering gevraagde hoeveelheid / procentuele verandering prijs
  • Welk verband is er tussen de prijs en de vraag als het -Ev is?
    Bij een hogere prijs, zal de vraag dalen, bij een lagere prijs zal de vraag stijgen.
  • Wanneer is de vraag elastisch?
    Als |Ev| > 1
  • Wanneer is de vraag inelastisch?
    Als |Ev|<1
  • Wat geeft de kruiselingse prijselasticiteit van de vraag weer?
    Die geeft weer hoe sterk de vraag naar het ene goed reageert op de prijsverandering van het andere goed.
  • Hoe reken je de kruiselingse prijselasticiteit uit?
    Ek = procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid van het ene product / procentuele verandering van de prijs van een ander product
  • Wanneer is de kruiselingse prijselasticiteit positief?
    Als het om substitutiegoederen gaat.
  • Wanneer is de kruiselingse prijselasticiteit negatief?
    Als het om complementaire goederen gaat.
  • Hoe reken je de inkomenselasticiteit uit?
    Ey = procentuele verandering gevraagde hoeveelheid / procentuele verandering besteedsbaar inkomen
  • Welke goederen zijn inkomensinelastisch?
    Primaire goederen.
  • Welke goederen zijn inkomenselastisch?
    Luxe goederen.
  • Wat is een drempelinkomen?
    Pas bij een bepaald inkomen ga je bepaalde goederen kopen.
  • Wat is het verzadigingsinkomen?
    Vanaf een bepaald inkomen leidt een inkomensstijging niet tot een verdere toename van de gevraagde hoeveelheid.
  • Wat zijn inferieure goederen?
    Dat zijn goederen met een negatieve inkomenselasticiteit, ze hebben een laag imago. Als er genoeg inkomen is worden deze goederen vervangen door luxe goederen, met een hoog imago.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Waarop kan productdifferentiatie gebaseerd zijn?
Op kwaliteitsverschillen, vestigingsplaats, openingstijden
Wat is een productie/heoveelheidskartel?
Als duopolisten samenwerken kan een kartel het aanbod zo beperken dat de gezamenlijke winst maximaal is.
Wat is het probleem bij een prijskartel?
Aanbieders komen voor een gevangendilemma. Een bindend contract kan samenwerking afdwingen, maar kartels zijn verboden. Een van de spelers moet met de tit-for-tatstrategie beginnen en hopen dat de ander daarin meegaat.
Wanneer ontstaat een prijskartel?
Een prijskartel ontstaat als aanbieders hun product niet onder een afgesproken prijs verkopen. 
Wanneer is er prijsconcurrentie?
Als bedrijvenelkaar beconcurreren met de prijs.
Van welke strategische variabelen maken oligopolisten veel gebruik?
prijs, hoeveelheid, productdifferentiatie, combinatie van de drie
Wat gebeurt er bij concurrentie op hoeveelheid?
Producenten moeten erg vooruitkijken als ze investeringen plannen, hierdoor kunnen ze elkaar op hoeveelheid beconcurreren. Als uitbreiding van de productcapaciteit niet gemakkelijk is.
Wat gebeurt er bij een prijzenoorlog?
Bij een prijzenoorlog beconcurreren de aanbieders elkaar met voortdurende prijsverlagingen.
Wat is innovatie?
Innovatie is het investeren in onderzoek naar en ontwikkeling van nieuwe producten en technieken. 
Waar is er een toetredingsbarrière voor een nieuwe aanbieder als er sprake is van een oligopolie?
Een toetreder zal eerst een afzetmarkt moeten bouwen, vanwege de schaalvoordelen die de andere aanbieders hebben. Ook zijn er veel verzonken kosten. Net als innovaties, octrooien en soms zelfs de oligoplisten zelf.