Samenvatting Klinische neuropsychologie

-
ISBN-10 9053529756 ISBN-13 9789053529751
3466 Flashcards en notities
233 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Klinische neuropsychologie". De auteur(s) van het boek is/zijn Betto Deelman ( ). Het ISBN van dit boek is 9789053529751 of 9053529756. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Klinische neuropsychologie

  • 1 Klinische neuropsychologie

  • Klinische Neuropsychologie is onderdeel van neuropsychologie.

    Neuropsychologie is een onderdeel van neurowetenschappen.

  • Wat is het verschil tussen klinische en klinische neuropsychologie?
    Klinische: persoonlijkheid- en relationeel problemen van psychogene en sociogene aard.
    klinische neuro: houd zich bezig met problemen als gevolg van somatisch disfunctioneren v/d hersennen.
  • Wat verstaan we onder Klinische Neuropsychologie?
    Wetenschapsgebied waarbij relatie tussen hersenstoornissen en gedrag bestudeerd wordt in patiëntgebonden research.
  • Wat is klinische neuropsychologie
    wetenschapsgebied waar relaties tussen hersenstoornissen en gedrag bestudeerd worden in pat-gebonden research
  • Wat is Klinische Neuropsychologie?

    Patientgebonden research: onderzoek naar relatie hersenstoornissen en gedrag. Praktijksector: Toepassing kennis dmv begeleiding, behandeling, diagnostiek

  • Wat zijn de 5 taken van de neuropsycholoog

    analyseren, specificeren consequenties, nagaan aard en omvang hersenstoornis, bestuderen veranderlijkheid en veranderbaarheid, behandeling en begeleiding

  • Waar zou u een neuropsycholoog kunnen tegenkomen? Met andere woorden: waar werken neuropsychologen?
    Neuropsychologen kunnen in verschillende organisaties werken, enkele voorbeelden zijn:
    afdeling medische psychologie van een ziekenhuis
    geheugenpolikliniek van een ziekenhuis
    psychiatrische instelling
    onderzoeksinstituut
    universiteit als onderzoeker of docent
    scholengemeenschap met (zeer) moeilijk lerende kinderen.
  • het is heel gek
  • waarom spelen kwalitatieve veranderingen een belangrijke rol?
    kwaliteit van leven betekent voor patienten met hersenstoornissen dat bij diagnostiek, behandeling behandeling en wetenschappelijk onderzoek grote aandacht vereist wordt voor de cognitieve emotionele en sociale conseqenties v hersenletsel.
  • Patient A heeft laesie X en een stoornist in taak F. Patient B heeft laesie Y en geen stoornis in taak F. Dit is een voorbeeld van...?

    Dubbele dissociatie

  • Waardoor maakt de klinische neuropsychologie een enorme groei door? (3)

    1. Meer overlevenden met hersenbeschadiging door behandelingen

    2. Vergrijzing

    3. Kwalitatieve veranderingen in de gezondheidsopvattingen

     

  • Wat zijn de belangrijkste taken van een neuropsycholoog?
    het analyseren van zowel de gestoorde als de intact gebleven gedragsmogelijkheden
    de consequenties specificeren van de gestoorde en intact gebleven gedragsmogelijkheden voor het dagelijks leven
    het onderzoeken van de relatie tussen het gestoorde en intacte gedrag en de aard, de plaats en de omvang van de hersenstoornis
    het bestuderen van de veranderlijkheid en veranderbaarheid van de gedragsmogelijkheden en -beperkingen
    het ontwikkelen, toepassen en evalueren van vormen van begeleiding en behandeling.
  • Klinische neuropsychologie is het wetenschapsgebied:
    bestudeert relaties tussen hersenstoornissen en gedrag. Dit wordt gedaan in patiëntgebonden research en ook in de praktijksector waar deze kennis wordt toegepast in de vorm van diagnostiek, begeleiding en behandeling.
  • Wat zijn de Big Five taken van de klinische neuropsychologie?

    1. Functieanalyse

    2. Ecologische relevantie

    3. Medische diagnostiek

    4. Het bestuderen van de veranderlijkheid en veranderbaarheid

    5. Behandeling en begeleiding

  • Hoe heet de leer die stelde dat karakter kan worden afgeleid door de vorm van de schedel?

    Frenologie

  • De Wereld Gezondheidsorganisatie heeft een classificatie voorgesteld waarin stoornis, functionele beperking, gedragsbeperking en handicap onderscheiden worden. Hoe kan het model van de Wereld Gezondheidsorganisatie worden toegepast op een persoon die de ziekte van Alzheimer heeft en daardoor geheugenproblemen heeft?
    De ziekte van Alzheimer leidt tot aandoeningen in de hersenen (stoornis); daardoor ontstaan er problemen in het geheugen (functionele beperking); dit kan zorgen voor beperkingen in het dagelijks leven, zoals bij het onthouden van een boodschappenlijst of het onthouden van gebeurtenissen. Uiteraard kunnen deze beperkingen in het dagelijks leven ook op sociaal vlak gevolgen hebben, bijvoorbeeld door zich terug te trekken en geen sociale aangelegenheden meer aan te gaan.
  • Welke kernwoorden omvatten het WHO model voor de neuropsychologie? (Een bepaalde hersenziekte leidt tot . . .

    Hersenziekte/beschadiging leidt tot hersenstoornis leidt tot functionele beperking leid tot sociale consequentie

  • Wat wordt bedoeld met de term 'dubbele dissociatie'?
    Er is sprake van dubbele dissociatie als er twee aspecten worden aangetoond:
    1  Een patiënt met een laesie in een bepaalde structuur (bijvoorbeeld temporaalkwab) heeft problemen met taak A (bijvoorbeeld geheugentaak), maar niet met taak B (bijvoorbeeld visuele taak).
    2  Een andere patiënt met een laesie op een andere plek (bijvoorbeeld occipitaalkwab) vertoont een omgekeerde taakprestatie. Deze patiënt heeft dus geen probleem met taak A, maar wel met taak B.
  • Sven geeft aan dat Luria een belangrijke grondlegger is van de neuropsychologie. Wat waren zijn belangrijkste theorieën en opvattingen?
    Volgens Luria kunnen de hersenen gezien worden als een complex functioneel systeem dat flexibel en adaptief is. Binnen dit systeem leveren diverse subsystemen een eigen bijdrage aan de gezamenlijke activiteit. Hij veronderstelde drie globale indelingen. Ten eerste ging hij uit van drie eenheden (subcorticaal, posterieur en anterieur) die constant samenwerken. De tweede indeling betrof drie hiërarchische niveaus van verwerking (primair, secundair en tertiair). De laatste betrof een indeling waarbij gedrag al dan niet gereguleerd wordt door taalprocessen, gerelateerd aan de linker hemisfeer en gedrag gerelateerd aan de rechter hemisfeer. Daarnaast vatte hij de hersenen op als zeer flexibel en adaptief.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Probeer aan de hand van onderstaand figuur kort samen te vatten hoe de signaaloverdracht verloopt. Gebruik daarbij de volgende begrippen: synthese, synaps, postsynaptische receptor, autoreceptor, heteroreceptor, ionotrope, metatrope, terugopname.
De synaptische overdracht van informatie van een zenuweindiging naar een andere zenuwcel wordt verzorgd door een neurotransmitter . Synthese van de transmitter door een enzym (1), na opname in het neuron van de benodigde grondstof (precursor) uit de extracellulaire vloeistof. Synthese vindt ook in het cellichaam plaats; gevolgd door transport van de transmitter naar de zenuweindiging. Opslag van de transmitter in de synapsblaasjes (2), waar de stof beschermd is tegen intracellulaire enzymatische afbraak (12). Afgifte van de transmitter uit de synapsblaasjes aan de synaps (6) na aankomst van de actiepotentiaal (3) door een instroom van calciumionen (4). Deze afgifte kan geremd worden door activatie van autoreceptoren (10) of geremd/bevorderd worden door activatie van heteroreceptoren (5). Metabotrope (7) of ionotrope (8) postsynaptische receptoren worden geactiveerd. Afbraak van de transmitter door extracellulair enzym (9) en afvoer van de gevormde metabolieten naar het bloed, of terugopname van de transmitter (of een metaboliet ervan) door transporteiwit (11) in het presynaptische neuron gevolgd door opslag in synapsblaasjes (2). Door volumetransmissie in de extracellulaire vloeistof kunnen transmitters eventueel ook receptoren op het cellichaam of op nabijgelegen neuronen bereiken.
In het eerste plaatje ziet u een scan van mevrouw P. De arts laat haar deze scan zien en neemt er ook een schematische tekening van het brein bij, zodat duidelijk wordt waar de beschadiging zich bevindt. De arts legt uit dat de beschadiging zich bevindt in het gebied waar de 1 staat.Waar heeft mevrouw P een beschadiging?
Er is een beschadiging in de orbitofrontale cortex.
Wat is een dosis effectcurve?

Een curve waarop wordt zowel de sterkte van een dosis wordt afgezet tegen het percentage mensen dat erop reageert.

Wat is therapeutische breedte?

De therapeutische concentratie van een stof. Ligt tussen de drempelwaarde en toxisch effect.

Luria vatte de functionele architectuur v/d hersenen samen aan de hand van 3  globale indelingen.
  1. drie voortdurend interacterende functionele eenheden gerelateerd aan respectievelijk: subcorticale, posterieure en anterieure hersengebieden.
  2. 3 hierarchische geordende niveaus van verwerking, gerelateerd aan primaire, secundaire en tertiaire zones in de hersenen.
  3. gedrag dat wel of niet gereguleerd wordt door taalprocessen, gerelateerd aan respectievelijk linker-en rechterhemisfeer.
Wat is de incidentie van deze aandoening (CTE) en welke beroepsgroepen hebben een vergrote kans om dit te ontwikkelen?
In Nederland worden jaarlijks vijftig nieuwe gevallen vastgesteld. De volgende beroepsgroepen hebben een verhoogde kans om deze aandoening te krijgen: schilders, spuiters, drukkers, stoffeerders, schoenmakers, medewerkers in de chemische industrie, medewerkers van stomerijen, medewerkers in de elektronische industrie en laboranten.
Welke factoren kunnen een rol spelen bij de ontwikkeling van deze aandoening (CTE)?
De volgende factoren kunnen van invloed zijn op de ontwikkeling van CTE:
- hoogte van de blootstelling
- individuele gevoeligheid
- mate van fysieke activiteit tijdens de blootstelling
- het al dan niet gebruiken van beschermingsmiddelen
- cumulatief of interactie-effect van blootstelling aan mengsels van (oplos)middelen
- de frequentie van momenten van acute intoxicatie
- invloed van sociaal-emotionele problemen en maatschappelijke inbedding
Nanda gaat meekijken bij een neuropsychologisch onderzoek. De patiënt is doorverwezen via de psychiater. De patiënt (geboortedatum 17 mei 1965) heeft moeite met het op orde krijgen van zijn leven en kampt met concentratieklachten bij langdurige activiteiten.In de wachtruimte ziet Nanda een redelijk verzorgde man, die oogt conform zijn kalenderleeftijd. Hij loopt door de wachtkamer en bekijkt de schilderijen en kijkt naar buiten door het raam. Als hij Nanda en de neuropsycholoog ziet, loopt hij impulsief naar hen toe en geeft hen een hand.Hieronder volgt een gedeelte vanuit de anamnese.Neuropsycholoog: U bent via de psychiater verwezen naar onze polikliniek. Ik heb enkele gegevens gekregen van de psychiater. Toch wil ik ook graag de klachten met u doornemen, zodat ik een goed beeld kan vormen van uw situatie. Graag wil ik van u horen wat de belangrijkste klachten zijn.Patiënt: Ik heb het gevoel mijn leven niet op orde te krijgen. Net alsof alles misgaat waar ik aan begin. Ik kan daar best depri van worden en soms zelfs agressief, zeker als mensen om me heen gaan zeuren!Neuropsycholoog: Kunt u enkele voorbeelden noemen?Patiënt: Bijvoorbeeld als ik een nieuwe baan heb, dan heb ik al snel het gevoel dat er geen uitdaging meer is. Als ik geen uitdaging in een baan zie, dan stop ik er geen energie meer in met als gevolg dat ik al drie keer ontslagen ben. Ik ben de laatste keer helemaal door het lint gegaan toen ik werd ontslagen, ik heb de computer die voor me stond op de grond gegooid. Gelukkig stond een collega bij me, anders had ik mijn baas bij zijn hals gegrepen. Later had ik natuurlijk spijt, maar ja dat gebeurt in zo’n situaties. Maar niet alleen merk ik het op het werk, ook met vrienden. Nieuwe vrienden vind ik leuk en gezellig, maar als het langer duurt dan raak ik op ze uitgekeken. En dan hoeft het allemaal niet meer zo van mij.Neuropsycholoog: U ervaart dus klachten op werkgebied en in sociale relaties. Ervaart u ook problemen in de thuissituaties? Hoe gaat het bijvoorbeeld met het regelen van de huishoudelijke administratie, zoals het betalen van rekeningen?Patiënt: Daar noemt u er een! Meerdere malen kreeg ik een aanmaning omdat ik een rekening niet zou hebben betaald. Maar als ik dan op zoek ga naar die eerste rekening, dan kan ik hem niet vinden. Maar ja, het is wel een chaos op mijn bureau. Wat dat betreft ben ik best een sloddervos. Laatst stond zelfs een deurwaarder op de stoep! Toen mijn zus dat hoorde, stond ze erop dat zij alles voor mij zou regelen. Vaak merk ik ook dat ik ergens aan begin en het dan niet afmaak. Dat kan dan van alles zijn, bijvoorbeeld stofzuigen of klussen in huis, zelfs bij het kijken naar een film. Het lijkt wel alsof ik mezelf niet genoeg tijd gun, telkens ervaar ik een onrustig gevoel van binnen. Ik weet er gewoon geen raad mee!Welke overige aspecten zouden nog in kaart moeten worden gebracht (naast ADHD)? En waarom?
Depressiesymptomen, aangezien zijn gedrag hem vaak frustreert en hij daardoor somber wordt.
Coping-gedrag, dit moet in kaart gebracht worden omdat betrokkene aangeeft vaak agressief te reageren.
Welke cognitieve domeinen zou de psycholoog willen onderzoeken (ADHD)? En waarom?
Gerichte aandacht: vaak is er sprake van verhoogde afleidbaarheid bijpatiënten met ADHD, waardoor het lastig is om hun aandacht goed te richten op een aspect.
Volgehouden aandacht: problemen ontstaan vaak pas wanneer een taak langer duurt, dit komt ook naar voren bij deze patiënt.
Executieve functies: ADHD-patiënten hebben moeite met het inhiberen van stimuli en gedragen zich dus impulsief.
Geheugen: vaak hanteren ADHD-patiënten weinig structuur bij het opnemen van informatie, dit kan het geheugen beïnvloeden
Welke gevolgen heeft de ziekte (epilepsie) voor het cognitief functioneren?
Tot nog toe is het niet duidelijk of epilepsie leidt tot cognitieve achteruitgang. Er zijn namelijk geen longitudinale onderzoeken bekend die hier een uitspraak over kunnen doen. De meest gerapporteerde cognitieve klachten betreffen het geheugen. Met name lijkt de consolidatie van episodische informatie te zijn verstoord. Slechts zelden heeft een epilepsie een afasie tot gevolg. Het is wel mogelijk dat er afatische episoden voorkomen als enig klinisch verschijnsel van een partiële epileptische aanval of ten gevolge van een status epilepticus. Soms hebben patiënten moeite met het benoemen. Wat betreft aandacht, zijn er weinig aanwijzingen dat epilepsie leidt tot stoornissen op dit gebied.