Samenvatting Klinische neuropsychologie

-
ISBN-10 9461054440 ISBN-13 9789461054449
4054 Flashcards en notities
65 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Klinische neuropsychologie". De auteur(s) van het boek is/zijn Roy Kessels. Het ISBN van dit boek is 9789461054449 of 9461054440. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Klinische neuropsychologie

  • 1 Klinische neuropsychologie: een historische schets 23

  • wat is geen taak van de klinisch neuropsycholoog
    het bepalen van anatomische afwijkingen in de hersenen mbov beeldvormend onderzoek
  • Hoe vatte Luria de functionele architectuur van de hersenen samen
    De Rus Aleksandr Romanovitsj Luria (1902 - 1977) vatte de functionele architectuur van de hersenen als volgt samen:

    1. drie voortdurend interacterende functionele eenheden (units), gerelateerd aan respectievelijk subcorticale, posterieure en anterieure hersengebieden (respectievelijk 'activatie', 'input' en 'output')
    2. drie hiërarchisch geordende niveaus van verwerking, gerelateerd aan primaire, secundaire en tertiaire 'zones' in de hersenen
    3. gedrag dat wel of niet gereguleerd wordt door taalprocessen, gerelateerd aan respectievelijk de linker- en rechterhemisfeer.
  • Farmacologie
    Geneesmiddelenleer: bestaat uit farmacokinetiek en farmacodynamiek; bestudeerd de wisselwerking tussen farmacologische stoffen en fysiologische processen.
  • De WHO heeft een classificatie van de gevolgen van ziekten,w waarin stoornissen,beperkingen in activiteiten en sociale participatie worden onderscheiden. Als iemand door de ziekte van alzheimer niet meer zelfstandig kan wonen, welk niveau hanteert de WHO dan? gedragsmogelijkheden van het individu
  • Hoe zijn volgens Luria zijn drie genoemde eenheden betrokken bij een mentale activiteit
    1. De eerste eenheid dient voor de regulatie van waakzaamheid en aandacht; stoornissen daarin worden met name veroorzaakt door letsels in de hersenstam, het diencephalon en de mediale gebieden van de grote hersenen.
    2. De rol van de tweede functionele eenheid is cognitieve informatieverwerking: waarneming, verwerking en opslag van informatie. Stoornissen daarin worden veroorzaakt door letsels achter de centrale fissuur: de posterieure gebieden van de laterale cortex.
    3. De derde functionele eenheid dient voor de organisatie van gedrag: planning, regulatie en monitoring van doelgerichte activiteiten. Stoornissen daarin treden op bij letsels voor de centrale fissuur: de motorische, premotorische en prefrontale cortex.
  • Farmacie
    De wetenschap van de farmaca (geneesmiddelen)
  • wanneer een patiënt een functiestoornis vertoont op taak A maar niet op taak B dan spreken van een enkelvoudige dissociatie
  • Waakzaamheid en aandacht is dat:
    • subcorticaal
    • posterieur
    • anterieur 
    subcorticaal
  • Luria, had veel invloed op het vak neuropsychologie. Hij vatte de functionele architectuur van de hersenen samen aan de hand van drie globale indelingen. Noem deze drie globale indelingen.
    - drie voortdurend interacterende functionele eenheden, gerelateerd aan respectievelijk subcorticale posterieure en anterieure hersengebieden (respectievelijk, activatie, input en output);
    - drie hiërarchisch geordende niveau's van verwerking gerelateerd aan primaire, secondaire en tertiaire zones in de hersenen. 
    - gedrag dat wel of niet gereguleerd wordt door taalprocessen, gerelateerd aan respectievelijk de linker- en de rechterhemisfeer.
  • Wie waren Norman Geschwind, Arthur Benton en Roger Sperry
    Staan aan de basis van de neuropsychologie als apart wetenschapsgebied. 

    Norman Geschwind schreef een artikel over disconnectie. Hij ging op zoek naar specifieke centra en verbindingen in de hersenen op basis van het werk van Wernicke. 

    Arthur Benton schreef veel over geschiedenis en was bezig met de ontwikkeling van neuropsychologische testen. "De Benton" is de Visual Retention Test. 

    Roger Sperry deed onderzoek naar de effecten van een "split brain surgery".
  • Farmacokinetiek
    De wijze waarop de farmaca door het lichaam wordt verwerkt.
  • stelling 1: er is ook sprake van lokalisatie bij enkelvoudige associatie
    stelling 2: wanneer een persoon goed scoort op een verbale taak en slecht op de visio motorische is er sprake van enkelvoudige dissociatie.

    stelling 2 is juist
  • Informatieverwerking, waarneming, verwerking en opslag is dat:
    • subcorticaal
    • posterieur
    • anterieur 
    posterieur
  • Jerry Fodor (1983) formuleerde het concept modules. Wat zijn dit?
    Taalvermogen is een aangeboren specifieke eigenschap waarbij vooral syntaxis van belang is. Een dergelijk proces zou je module kunnen noemen. 

    In de informatieverwerking wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen representatie (de output)  en het proces (berekeningen, computations of transformatie op de representatie).
  • Famacodynamiek
    De wijze waarop de farmaca op het lichaam werken.
  • stelling 1: Luria legde de meeste nadruk op de verreikende betekenis van taal en met name interland speech voor de regulatie van cognitieve,emotionele en planningsfuncties.

    stelling 2: Voor Luria werk daarmee de taaldominant hemisfeer (meestal de linker) de dominante hersenhelft.

    beide stellingen zijn juist
  • Gedrag; planning, regulatie en monitoring is dat:
    •  subcorticaal
    • posterieur
    • anterieur
    Anterieur
  • Aan welke kenmerken moest een module van Fodor voldoen
    1. Kan alleen bepaalde informatie verwerken (domain specific)
    2. Is aangeboren (innateness)
    3. Doet zijn werk ongeacht andere processen wat wil zeggen dat andere processen de werking van de module niet kunnen beïnvloeden. (encapsulated)
    4. Een module is computationeel autonoom en beschikt over zijn eigen neurale achitectuur (fixed neural achitecture)
  • Enterale toediening
    Toediening via het spijsverteringskanaal:
    - Buccaal: onder de tong;
    - Oraal: via de mond naar maag of darm;
    - Rectaal: zetpil suppositorium of vloeibaarrectaal preparaat.
  • is de linker of rechterhersenhelft dominant bij taal?
    Linker
  • Wat waren de uitgangspunten van David Marr (1982)
    Hij formuleerde uitgangspunten voor het construeren van een theorie over een cognitieve functie. Bij deze functie gaat het over het omzetten van informatie van een bepaalde soort naar een andere soort: van klank naar betekenis bijvoorbeeld. 

    Marr meende dat je daarvoor bepaalde regels, algoritmes, moest beschrijven, als waren het wiskundige formules.
  • Bucaal
    Enterale toediening onder de tong. Voorkomt afbraak in maag-darm kanaal
  • zorgt het subcorticale gebied voor:
    • activatie
    • input
    • output 
    activatie
  • Wat zijn neurale netwerken?
    We bedoelen computersimulaties dat een bepaalde cognitieve functie nabootst. 

    Graceful degradation: Als een model een bepaalde functie leert en daarna enkele knopen beschadigt valt niet de hele functie uit maar zal een deel van de benodigde informatie niet meegewogen worden.

    Content addressability: Bij neurale netwerken kan een klein deel van de informatie al het gehele geheugenspoor activeren.     

    Het lijkt op de werking van de hersenen maar wijkt toch af van de manier waarop de hersenen anatomisch en fysiologisch functioneren.
  • Oraal
    Via de mond-slokdarm-maag-darm
  • zorgt het posterieure deel voor:
    • activatie
    • input
    • output 
    input
  • Rectaal
    Via Rectum. Afbraak in spijsverteringskanaal wordt voorkomen.
  • zorgt het anterieure deel voor:
    • activatie
    • input
    • output 
    output
  • Parenterale toediening
    Na toediening worden stoffen door het lichaam opgenomen zonder tussenkomst van het spijsverteringskanaal. Inspuiting, absorptie door slijmvliezen en opname door de huid.
    - Subcutaan;
    - Intramusculair;
    - Intraveneus;
    - Spinaal;
    - Absorptie via slijmvliezen;
    - Transdermaal.
  • wat is dissociatie?
    selectieve uitval (niet muzieknoten kunnen lezen wel gewoon lezen)
  • Subcutaan
    Inspuiting onder de huid.
  • Wat is enkelvoudige dissociatie?
    Patiënt valt uit op B (schrijven) maar niet op A (lezen)
  • Intramusculair
    Inspuiting in de spieren.
  • Wat is dubbele dissociatie?
    Patiënt valt uit op twee onafhankelijke processen
  • Intraveneus
    Inspuiting in de aderen
  • Wat is fase 1 van de diagnostische cyclus?
    • diagnosestelling
    • probleemanalyse
    • klachtenanalyse
    • indicatiestelling 
    klachtenanalyse
  • Spinaal
    Inspuiting in het ruggenmerg of in de epidurale ruimte buiten het membraam (dura mater) om het ruggenmerg.
  • Op welke twee niveau's kan herstel plaatsvinden?
    neurologisch niveau, psychologisch niveau
  • Absorptie via slijmvliezen
    VB inhalatie.
  • is functieverlies een negatief of een postief symptoom?
    negatief
  • Transdermaal
    Transcutaan via de huid.
  • Wat betekent de restauratieve stroming als het gaat om herstel?
    gaat uit van herstel op hersenniveau
  • Eliminatie
    Stof houdt op te bestaan in het lichaam door uitscheiding van de onveranderde stof of door biotransformatie.
  • Wat betekent de compensatoire storming als het gaat om herstel?
    herstel op psychologisch niveau
  • Biotransformatie
    Vetoplosbare geneesmiddelen worden in het lichaam chemisch omgezet. O.a. De lever.
  • Wat is het procedureel geheugen?
    het gaat om vaardigheden leren
  • Metabole klaring
    Eliminatie door enzymatische omzetting.
  • Wat is een farmacon?
    geneesmiddel
  • Halfwaardetijd
    De tijd die nodig is om de plasmaconcentratie van een stof met de helft te verminderen.
  • Waar gaat farmacokinetiek over?
    toediening (wat het lichaam met het geneesmiddel doet)
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Waar vindt priming plaats?
Priming vindt plaats op de plek waar de verwerking plaats vindt.

Visuele waarneming: occipitaalkwab, posterieure temporaal- en pariëtaalkwabben

Beweging: frontaalkwab

Taal: Temporaalkwab
Wat is het ICF classificatie van de WHO
De ICF = International Classification of Functioning, Disability and Health.

Functioning = lichaamstfuncties waaronder mentale functies, activiteiten en participatie

Disability = stoornissen in functies als beperkingen in activiteiten en participatie.
Hoe kun je plasticiteit van de hersenen stimuleren
Meerdere studies hebben aangetoond dat het geven van auditieve alertheidssignalen een verbetering van de volgehouden aandacht, het prospectief geheugen of het planmatig handelen tot gevolg heeft.
Welke richting is sagitaal / transversaal / coronaal
Zie afbeelding
Wanneer moet je bedacht zijn op onderpresteren
  • Bij inconsistenties binnen het testprofiel (bijv. Moeilijke opdrachten beter dan makkelijke opdrachten)
  • Bij discrepantie tussen gedragsobservatie en testobservatie (bijv. Patiënt komt zelf en op juiste tijd naar onderzoek en scoort laag op oriëntatie en in tijd)
  • Grote hoeveelheid klachten niet in relatie staat tot de relatief milde ernst van de aandoening. 
Wat zegt de empathiequotiënt vragenlijst (Baron-Cohen) over ASS
Volgens de empathizing-systemizing-theorie van Baron-Cohen (2009) kunnen autistische gedragskenmerken worden verklaard vanuit een discrepantie tussen het inlevingsvermogen, in kaart gebracht met deze vragenlijst, en het vermogen om systemen te analyseren, gemeten met een tweede vragenlijst, die de 'systemizing quotient' (SQ) van de proefpersoon meet.

Mensen met ASS scoren, ten opzichte van gezonde controlepersonen, naar verwachting laag op de EQ-vragenlijst en hoog op de SQ-vragenlijst.
Wat zegt de Wisconson Card Sorting Test over ASS
Deze test is vaak gebruikt om cognitieve flexibiliteit van proefpersonen, als onderdeel van de executieve functies, in kaart te brengen.

Een gebrek aan deze vaardigheid is typisch voor personen met ASS, en wordt vaak in verband gebracht met de rigiditeit zoals die naar voren komt in de stereotiepe gedragingen en interesses van mensen met ASS.

De Wisconsin Card Sorting Test meet echter meer taakcomponenten dan cognitieve flexibiliteit alleen, zodat er geen uitsluitsel kan worden gegeven over de precieze reden voor de zwakke prestatie van personen met ASS op deze taak.
Wat zegt de Sally Annie test over ASS
Deze test wordt gebruikt om de Theory of Mind-vaardigheden van de proefpersoon te meten.

Kinderen met ASS scoren beduidend slechter op deze test dan gezonde leeftijdsgenootjes (ze denken met grotere waarschijnlijkheid dat Sally in de doos zal gaan zoeken in plaats van haar mand, wat wijst op een gebrek aan een vermogen om zich te verplaatsen in anderen).
Hoewel volwassen personen met ASS in staat zijn dergelijke ToM-taken correct uit te voeren, blijven zij problemen houden met sociale interacties in het dagelijks leven.

Een eerste verklaring hiervoor is dat de gehanteerde ToM-taken relatief eenvoudig zijn ten opzichte van wat in het echte leven gevraagd wordt. Daarnaast maken personen met ASS ook minder spontaan gebruik van ToM en tonen bovendien tekorten in het spontaan encoderen van sociaal relevante informatie en het automatisch verwerken van de mentale toestanden van anderen.
Wat zegt de verborgen figurentest over ASS
Deze test werd door Frith (2003) gebruikt voor haar theorie van een defecte, zwakke centrale coherentie, die stelt dat mensen met ASS informatie niet automatisch globaal en in context, maar fragmentarisch en op lokaal niveau verwerken.

Het feit dat mensen met ASS sneller het verborgen element ontdekken in een groter betekenisvol figuur interpreteerde Frith als ondersteuning voor haar theorie.

Later paste zij de theorie aan door zwakke centrale coherentie meer neer te zetten als een stijlkenmerk en niet zozeer als een defect. Mensen met ASS zijn namelijk wel in staat tot globale waarneming, maar hebben een sterke voorkeur voor het verwerken van informatie op lokaal niveau.
Wat zijn de structurele afwijkingen bij ASS
  • buitensporige groei van de frontale en temporale kwabben tot aan het vijfde levensjaar, zich aan de oppervlakte presenterend in de vorm van macrocefalie: een hoofdomtrek die twee standaarddeviaties groter is dan het bevolkingsgemiddelde
  • verminderde integratie en connectiviteit van frontostriatale en parieto-occipitale netwerken
  • gereduceerd volume van het corpus callosum, een structuur betrokken bij de informatieuitwisseling tussen beide hersenhelften
  • Grotere celdichtheid met kleinere cellen in de hippocampus, de amygdala en de entorinale cortex, ofwel het limbisch systeem
  • kleiner aantal purkinjecellen in de posterieure en inferieure delen van het cerebellum