Samenvatting klinische pathologie

-
ISBN-13 9789006614824
508 Flashcards en notities
7 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • klinische pathologie
  • C B van heycop ten Ham
  • 9789006614824
  • 4th

Samenvatting - klinische pathologie

  • 1 Biologie Hormoonstelsel

  • Wat is een exocriene klier
    Een klier die door een afvoerbuis hun producten aan de buitenwereld geeft
  • Welke klieren horen bij exocriene klieren
     Zweetklieren, speekselklieren, darmsapklieren, maagsapklieren en pancreas sap
  • wat zijn endocriene klieren ( betekenis)
    Hormonen die worden afgegeven aan het bloed
  • Welke hormonen horen erbij endocriene klier
    Hpothalamus, pancreas, bijschildklieren, adenohypofyse
  • Wat produceert de hypothalamus
    Oxytocine en ADH-hormoon
  • Wat prodceert pancreas
    Insuline en gucagon
  • Wat produceert de bijschildklier
    Parathormoon
  • Wat produceert adenohypofyse
    Prolcatine
  • Welke hormoon is endocriene klier en exocriene
    Pancreas
  • Welke hormonen produceert het pancreas
    Insuline en glucagon
  • Wat zijn insuline en glucagon van elkaar
    Antagonisten
  • Wat doet het schildklier calcitonine hormoon?
    Verlaagt calciumionen gehalte in het bloed
  • Wat doet het bijschildklier parathomoon PTH:
    Verhoogt calciumionen gehalte in het bloed
  • Welke 2 hormonen produceert de hypothalamus
    Oxytocine hormoon en ADH
  • Wat doet het ADH hormoon
    Stimuleert terug reabsorptie van water in nieren
  • Wat doet het oxytocine hormoon
    Stimuleert contractie uterus en borst klieren
  • Uit welke kwabben bestaat de hypofyse
    1. Neuronhypofyse (achterkwab)
    2. Adenhypofyse (voorkwab)
  • Welke hormonen horen er bij de achterkwab
    Oxytocine en ADH hormoon
  • Welke hormonen horen bij de voorkwab
    Effect hormoon en glandotrope H (A,B)
  • Welke horen bij het effect hormoon
    1. STH, groeihormoon
    2. LTH, productie melkproductie
    3. MSH, Huid productie
  • Welke horen bij glandotrope H
    1. TSH, hormoon naar de schildklier
    2. ACTH, hormoon naar de bijnierklieren
    3. FSH en LH, naar de geslachtsklieren
  • 2 spijsvertering APF

  • Welke functies heeft het spijsverteringsstelsel
      1. Metabolisme
    1.  Eten
    2.  Kauwen
    3.  Slikken en peristaltiek
    4.  Vertering
    5. Resorptie
    6.  Defecatie
  • Wat zijn voedingsmiddelen
    Eten en drinken
  • Wat is het latijnse woord voor mondholte
    Cavium oris
  • Hoe heet de speekselklier die onder het oor klier zit?
    Glandula parotis
  • Hoe heet de klier die onder het kaak klier zit?
    Glandula submandibularis
  • Hoe heet de klier die onder de tong klier?
    Glandula sublingualis
  • Wat is het latijnse woord voor slokdarm?
    Oesophagus
  • Wat is de functie van faryngo-oesofagaele sphincter
    Dat het eten niet terug omhoog komt van slokdarm naar mond
  • Waarvoor dient het slijmvlies in de maag?
    Zodat de wand niet kapot gaat van het maagzuur
  • Wat is de duodenum
    Twaalfvingerige darm
  • Wat doet de klep van bauhin?
    Zorgt ervoor dat de inhoud van de darm niet terugstroomt
  • Wat is de hepar
    De lever
  • Wat is heelholte
    Pharynx
  • Slokdarm
    Oesaphagus
  • Maag
    Gaster
  • Alvleesklier
    Pancreas
  • lever
    Hepar
  • Dunne darm bestaat uit
    1. Duodenum
    2. jejunum
    3. ileum
  • Dikke darm bestaat uit
    1. Colon caecalis
    2. ascendes
    3. transversum
    4. decendes
    5. sigmoideum
  • Maag bestaat uit
    1. Cardia 
    2. fundus
    3. corpus 
    4. antrum 
  • Maagsap bestaat uit
    • Water
    • pepsine
    • zoutzuur
    • intrinsic factor
    • slijm
  • Wat doet pepsine
    Een enzym dat eiwitten splitst
  • Wat doet slijm in je maag
    Beschermt de maagwanden tegen pesten en de zoutwand
  • Wat is de pylorus
    De spier tussen magantrum en duodenum en laat steeds kleine porties zure naaminhouden door naar de dunne darm
  • Nuchtere darm
    Jenunum
  • Kronkeldarm
    Ileum
  • Welke sappen worden er in je duodenum toegevoeg
    Pancreas sap en gal
  • Dikke darm
    Colon
  • Endeldarm
    Rectum
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Klinische Pathologie
  • C B van Heycop ten Ham Singeling Tekstproducties H Brik ' s Audiovisuele Dienst AZM
  • 9789006952469 of 900695246X
  • 3e dr.

Samenvatting - Klinische Pathologie

  • 1 Thema A

  • wat is hyperthermie.
    hoge lichaamstemperatuur
  • 2 Cytologie/histologie

  • 2. De naamgeving en TNM stagering van tumoren herkennen
    3. Beredeneren waar lymfogene en waar hematogene metastasen te verwachten zijn
    4. De vier hoofdvormen van behandeling bij kanker toelichten, zowel hun indicatie/werking als bijwerkingen
    5. Van onderstaande tumoren de volgende karakteristieken benoemen en uitleggen: risicofactoren, symptomen, metastaseringspatroon, onderzoek, behandeling
    a. mammacarcinoom
    b. prostaatcarcinoom
    c. longcarcinoom
    d. coloncarcinoom
    e. huidcarcinoom
    6. De belangrijkste medicamenten op de 'pijnladder' benoemen en hun werking en bijwerking verklaren (paracetamol, NSAIDs, opiaten)
  • 3 Ziekteoorzaken

  • noem voorbeelden ziekten die komen door endogene factoren?
    cystic fibrose, hemofilie
  • Welke ziekte oorzaken zijn er?
    1. Endogene factoren 
    2. Exogene factoren 
  • Wat zijn endogene factoren?
    endogene factoren zijn vanaf de bevruchting vastgelegd in de genen. De genetische afwijkingen kunnen al meteen bij de pasgeborene tot uiting komen of pas later na jaren.
  • Endogene factoren.
    Endogene risicofactoren (van binnenuit) zijn de genetische factoren, zoals bijvoorbeeld ziekte van Huntington, sikkelcelanemie of taaislijmziekte.
    De genetische afwijkingen kunnen meteen bij de geboorte al tot uiting komen of pas jaren later. Er worden 3 soorten erfelijkheidspatronen uitgelegd:
    -Autosomaal recessief; het gezonde gen overheerst.
    Voorbeelden van autosomaal recessieve aandoeningen: Taaislijmziekte, Phenylketonurie (eiwit ziekte), congenitale hypothyreoïdie of Adrenogenitaal syndroom (bijnieren).
    -Autosomaal dominante overerving; het gemuteerde gen overheerst.
    Een ouder heeft vaak een normaal en een gemuteerd gen. Kind heeft 50% kans op ziekte. Ook met 1 gezond en 1 gemuteerd gen, doordat het gemuteerde gen overheerst.
    Voorbeeld van autosomaal dominante overerving: ziekte van Huntington, polyposis coli, marfan syndroom, neurofibromatose.
    -X-gebonden recessieve overerving: de mutatie zit op het x chromosoom.
    Mannen zijn met 1 X chromosoom altijd ziek, vrouwen hebben 2 x chromosomen dus de helft minder kans op de mutatie. Vrouwen zijn wel vaak drager.
    Voorbeeld Hemofilie A en B (bloederziekte) en spierziekte van Duchenne.
  • Wat is endogene factoren?
    Endogene factoren ontstaan door verandering in DNA/genetische afwijking vanaf bevruchting vastgeld.
  • Wat is een autosomaal recessieve aandoening?
    Bij deze vorm van erfelijkheid wordt alleen een kind ziek, dat van beide ouders het afwijkende gen krijgt. Een recessief gen komt namelijk alleen tot uiting met een gelijk gen op het andere chromosoom.
  • Exogene factoren.
    Exogene risicofactoren (van buitenaf) zijn omgevingsgebonden factoren, welke zijn onderverdeeld in chemische, fysische of biologische factoren, voeding en stress. Bijvoorbeeld blootstelling aan asbest, stralingen bij chemische factoren, gebroken botten of spierscheuring bij fysische factoren, allergieën als huisstofmijt of het hebben van luizen bij biologische factoren. Daarnaast is voeding een belangrijk onderdeel in de risicofactoren, waarbij vitaminetekort, ondervoeding of juist overgewicht bekende problemen zijn. Stress kan enorm veel klachten geven zoals hartkloppingen, hoge bloeddruk, hoofdpijn en uiteindelijk kan het voor ernstigere klachten zorgen zoals hartinfarct etc.
  • Wat is exogene factoren?
    Exogene factoren ontstaan tijdens zwangerschap/ later in leven.
  • Noem voorbeelden van autosomaal recessieve aandoeningen
    cystic fibrose, phenyl ketonurie, congenitale hypothreoïdie, andrenogenitaal syndroom
  • Multifactoriële aandoeningen.
    Multifactorieel veroorzaakte aandoening is een aandoening die komt door zowel endogene als exogene ziekteoorzaken. Bijvoorbeeld hart- en vaatziekten, klachten aan de luchtwegen, diabetes mellitus type 2, kanker, auto-immuunziekte.
    Bij auto-immuunziekten richt de afweer zich tegen het eigen lichaam. Het immuunsysteem dat ziektekiemen hoort uit te schakelen maakt dan een fout en richt zich tegen lichaamseigen eiwitten.
    Voorbeelden van auto-immuunziekten zijn:
    • diabetes mellitus type 1 (afweer tegen pancreasweefsel)
    • multiple sclerose (afweer tegen myeline)
    • ziekte van Crohn (afweer tegen darmweefsel)
    • ziekte van Graves en Hashimoto (afweer tegen schildklierweefsel)
    • reumatoïde artritis en Bechterew (afweer tegen gewrichten en wervelkolom)
  • Welke exogene ziekteoorzaken zijn er?
    • Micro-organismen en wormen;
    • Chemische factoren (scheikundige oorzaken);
    • fysische factoren (natuurkundige oorzaken);
    • Voedingsgebrek of overvoeding;
    • Stressfactoren.
  • Autosomaal dominante aandoeningen
    Bij deze vorm van erfelijkheid veroorzaakt één afwijkend gen al ziekte. Want dominante genen komen tot uiting ongeacht de partner. De zieke ouder heeft vrijwel altijd één normaal en een afwijkend gen. De partner is gewoonlijk gezond en heeft dus 2 normale genen.
  • Welke 3 vormen van genetische overerving zijn er? En wat doen ze?
    Autosomaal recessief; het gezonde gen overheerst. Bv. taaislijmziekte.
    In geval van beide ouders dragers van ziekte: allebei 1 gemuteerd gen maar gezonde overheerst dus zij zijn niet ziek. Gevolg: kind 25% kans om de ziekte te krijgen.

    Autosomaal dominant: het gemuteerde gen overheerst. Bv. Huntington.
    Een ouder 1 gemuteerd en 1 gezond gen, andere ouder de ziekte. Gevolg: kind 50% kans op ziekte. Slaat geen generatie over.


    X-gebonden recessieve overerving: mutatie zit op het X-chromosoom. Mannen met 2x X-chromosoom zijn dus altijd ziek. Bijvoorbeeld bloederziekte of spierziekte van Duchenne.
  • Noem een voorbeeld van een endogene factor
    Vanaf geboorte (syndroom van Down)
  • noem voorbeelden van autosomaal dominante aandoeningen
    - familiaire hypercholesterolemie
    - ziekte van Huntington (onwillekeurige bewegingen en dementering)
    - polyposis coli (veel poliepen/gezwelletjes in de dikke darm)
    - Marfan syndroom (slappe bindweefsels)
    -neurofibromatose (huidvlekken en hersenafwijkingen)
  • Noem een voorbeeld van een exogene factor
    Onvolwaardige voeding, roken
  • Wat zijn X-gebonden (geslachtsgebonden) recessieve aandoeningen?
    Bij deze vorm van erfelijkheid zit het afwijkende gen op een X-chromosoom. Alleen vrouwen kunnen drager zijn van dit gen. Want ze hebben twee  X-chromosomen. Jongetjes met het gen op hun X-chromosoom worden ziek. Het Y-chromosoom bevat slechts de code nodig om testosteron te maken er zitten verder geen genen op. Het Y-chromosoom kan het recessieve gen daarom niet compenseren.
  • noem voorbeelden van geslachtsgebonden recessieve aandoeningen
    - Hemofilie A en B (bloederziekte)
    - Spierziekte van Duchenne
  • wat zijn exogene factoren?
    omgevingsfactoren
  • noem voorbeelden van exogene factoren
    - micro-organismen en wormen
    - chemische factoren (scheikundige oorzaken)
    - fysische factoren (natuurkundige oorzaken)
    - voedingsgebrek of overvoeding
    - stressfactoren
  • Welke hoofdsoorten micro-organismen zijn er?
    - bacteriën (bv. colibacil en stafylococ)
    - virussen (bv. herpes simplex en hiv)
    - gisten of schimmels (bv. aspergillus en candida)
    - protozoën (bv. malariaparasiet en toxoplasma)
  • Wat is anthelmintica?
    Medicatie tegen wormen
  • Waarin kunnen fysische factoren worden onderscheiden?
    - mechanisch letsel
    - thermisch letsel
    - elektrisch letsel
    - stralingsletsel
    - letsel door geluidsoverbelasting
  • Wat is een multifactoriële aandoening?
    Bij multifactoriële aandoeningen gaat het niet alleen om een optelsom van endogene en exogene factoren, maar juist om het inwerken van de omgevingsfactoen op zwakke plekken in aanleg
  • Wat is auto-immuniteit?
    bij auto-immuunziekten richt de afweer zich tegen het eigen lichaam. Het immuunsysteem dat ziektekiemen hoort uit te schakelen maakt dan een fout en richt zich tegen lichaamseigen eiwitten.
  • Noem voorbeelden van auto-immuunziektes
    - Diabetes Mellitus type 1 (afweer tegen pancreasweefsel)
    - Multiple sclerose (afweer tegen myeline)
    - Ziekte van Crohn (afweer tegen darmweefsel)
    - Ziekte van Graves en Hashimoto (afweer tegen schildklierweefsel)
    - Reumatoïde artritis en Bechterew (afweer tegen gewrichten en wervelkolom)
  • prodromen= 
    vroege symptomen
  • subklinisch=
    nog niet waarneembaar/ zonder klinische verschijnselen
  • Progressief=
    toenemend in ernst
  • Infaust=
    dodelijk
  • exacerbatie
    plotselinge verergering
  • remissie=
    de ziekteverschijnselen verminderen, de ziekte lijkt niet meer actief
  • recidief=
    terugkeer van ziekteverschijnselen
  • volledige remissie=
    weg blijven van de ziekteverschijnselen
  • curatief=
    met de bedoeling om te genezen
  • concervatief=
    zonder te opereren
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat gebeurt er bij terugresorptie?
99 % van de voorurine word terug in het bloed gedaan, door de tubuli, lis van Henle en verzamelbuis.
Wat word er gefilterd door de glomeruli?
Water, natriumionen, kaliumionen, calcium, bicarbonaat en fosfaat
Wat verijst goede filtratie?
  • Voldoende arteriele bloeddruk 
  • functionerende glomerulaire membraam (filter intact)
  • niet te hoge druk in het kapsel van Bowman  
Welke 3 processen zijn van belang bij de regulatie en uitscheiding?
  1. Filtratie 
  2. terugresorptie 
  3. actieve excretie 
Waar bevind het water zich in ons lichaam?
  • 40 % is intracellulair
  • 20% extracellulair - weefselvloeistof, plasma of overig 
Waar leeft de Clostridium tetani? En wat is een ideale plek voor deze grondbacterie?Veel wonden raken direct of indirect besmet met straatvuil. Bijtwonden en wonden door oude spijkers kunnen zonder preventie leiden tot tetanus.bij welke wond vorm is het risico op tetanus gering?en waardoor is het risico bij deze wond gering?
De bacterie Clostridium tetani is een anearobe grondbacterie en leeft dus het liefst in een zuurstofarme omgeving
  • necrotisch weefsel is ideaal voor deze ziektekiem
    • hele kleine stukjes afgestorven wondrandjes zijn al genoeg voor de tetanusbacil om zich te vermenigvuldigen


bij een schaafwond is de kans gering op het oplopen van tetanus;
  • dit komt doordat het weefsel bij deze wond nog goed doorbloed is
  • hierdoor is er te veel zuurstof aanwezig in de wond voor de anearobe grondbacterie
Natuurlijkerwijs is het toxine van de anearobe grondbacterie dus niet tegen te houden. Maar er is een manier waarop er immunoglobulinen (eiwit die onderdeel is van immuunsysteem) worden gevormd.Op welke manier worden er wel immunoglobulinen gevormd tegen tetanus?
Immunoglobulinen worden alleen gevormd NA 3 prikken/vaccins met tetanustoxoïd
  • dit vaccin bestaat uit gekoppelde toxinemoleculen, die samen te groot zijn om het zenuwstelsel te bereiken
tetanusprofylaxe is het voorkomen van de ziekte tetanus.Door wat wordt Tetanus veroorzaakt?wat is tetanus?wat gebeurt er als dit niet wordt behandeld?waardoor is tetanus zo'n gevaarlijke ziekte?
Clostridium tetani is een anearobe grondbacterie die een toxine maakt
  • dit toxine is een zenuwgif, dat tetanie (kramp) van allerlei spieren veroorzaakt

Onbehandelde tetanus zorgt voor het ontstaan van een dodelijke verkramping van de ademhalingsspieren

tetanus is een gevaarlijke bacteriële infectieziekte omdat;
  1. het toxine van de bacterie (Clostridium tetani) is zo sterk dat de patiënt al sterft voordat het afweersysteem het zenuwgif heeft herkent
Wanneer krijgen Nederlanders hun laatste reguliere DTP-vaccinatie? (T voor tetanus)?voor hoelang zijn zij dan beschermd?hoe worden patiënten beschermt tegen tetanus met een verwonding in 5-15 jaar na de laatste volledige immunisatie?hoe worden patiënten beschermt tegen tetanus met een verwonding meer dan 10-15 jaar na de laatste volledige vaccinatie?hoe worden patiënten met een verwonding beschermt tegen tetanus, waarbij onbekend is wanneer en hoe de patiënt is geïmmuniseerd tegen tetanus?
Nederlanders krijgen op hun 9e jaar de laatste reguliere DTP-vaccinatie
  • ze zijn dan ruim 10 jaar beschermt


bij verwonding 5-15 jaar na de laatste volledige immunisatie;
  1. wordt vaak een booster gegeven
    1. een booster is het eenmaal inspuiten van toxoïd,
    2. dit wordt gedaan als herinnering voor het afweersysteem


bij wonden meer dan 10-15 jaar na de laatste volledige vaccinatie;
  1. wordt in 1 arm menselijk antitetanus-immunoglobuline (MATIG) ingespoten
  2. en in de andere arm toxoïd ingespoten
    1. het toxoïd wordt 4-6 weken later en 4-10 maanden later herhaald.
      • Dit om (weer) ruim 10 jaar beschermt te zijn


Als er onbekend is wanneer en hoe de patiënt is geïmmuniseerd tegen tetanus;
  1. wordt hetzelfde schema als bij iemand die 10-15 jaar na de laatste volledige vaccinatie een wond heeft opgelopen, dus;
    1. 1 arm MATIG ingespoten en 1 arm toxoïd
    2. en het toxoïd dan 2 keer herhaald op de momenten van; 4-6 weken later en 4-10 maanden later
Waarvoor of hoe worden de volgende wondbehandelingen (uit de 8 die hierboven zijn genoemd) gedaan?(schoonspoelen, desinfecteren, exideren, hechten, drain plaatsen, steriele afdekking, zwachtelen en hooghouden)
  1. De wond schoonspoelen kan gebeuren door;
    1. deze te laten bloeden
    2. deze onder de kraan te houden
  2. desinfectie van de wondomgeving is zinvol met;
    1. bvb betadine-jodium
    2. of bvb chloorhexidine
  3. afgestorven (zwarte) weefselflarden worden geëxideerd door;
    1. wondexcisie
      • wondexcisie = wondranden netjes recht afsnijden
  4. als de wond MINDER dan 6 uur oud is, is de behandeling;
    1. meteen hechten
      1. aanwezige bacteriën hebben zich dan nog niet genoeg aangepast om zich te gaan vermeerderen
    2. diepe wonden worden in meerdere lagen gehecht
  5. een wond OUDER dan 6 uur, heeft verschillende behandeling;
    1. hechten met drains
      1. zonder drain is er een risico dat een infectie wordt opgesloten.
        • de bacteriën hebben dan namelijk al geleerd hoe ze zich in dit milieu kunnen vermeerderen
      2. via de drains kan ontstekingsvocht toch uit een gesloten wond afgevoerd worden
    2. open laten van de wond
      1. de natuurlijke reiniging doet dan zijn werk
    3. hechten na de ontstekingsfase
  6. steriel afdekken kan ook op verschillende manieren gedaan worden;
    1. hydrofiele gaasjes
      1. deze nemen veel wondvocht op en beperken zo de kans op een wondinfectie
      2. gevaar is het verwijderen van de gaasjes, omdat dit soort verband vaak een beetje van het wondoppervlak meeneemt.
    2. natte verbanden (zoals hydro-colloïden)
      1. deze blijven niet aan de wond plakken
      2. deze verbanden voorkomen uitdroging van de wond
      3. MAAR ze kunnen wel een voedingsbodem voor bacteriën worden
  7. zwachtelen en hooghouden van het verwonde lichaamsdeel helpt bij;
    1. vermindering zwelling