Samenvatting Kopen en werken

-
ISBN-10 946110037X ISBN-13 9789461100375
589 Flashcards en notities
108 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Kopen en werken". De auteur(s) van het boek is/zijn LWEO. Het ISBN van dit boek is 9789461100375 of 946110037X. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Kopen en werken

  • 1 Huishoudens

  • je hebt 2 soorten inkomen: primair inkomen en overdrachtsinkomen. primair inkomen krijg je door deel te nemen aan een productieproces. Bijvoorbeeld werken. Overdrachtsinkomen betekent letterlijk van de ene naar de andere groep. je hoeft hier niets voor te doen denk bijvoorbeeld aan kinderbijslag, studietoeslag, huurtoeslag.

  • hoeveel weken zitten er in een jaar
    52
  • wanneer rond je naar boven af en wanneer rond je naar beneden af?
    1234 naar beneden
    56789 naar boven
  • welke productiefactoren zijn er

  • hoe bereken je de loonquote
    loonquote=loon/totale inkomen x 100%
  • noem de vijf factoren bij productiefactoren.
    arbeid: het werk dat mensen verrichten
    kapitaal: machines, gebouwen, materialen.
    Natuur: omvat alles wat niet door de mensen is geproduceerd, zoals de grond en ook warmte en licht.
    ondernemerschap: het combineren van de productiefactoren arbeid, kapitaal en natuur in het productieproces.
  • Wat is primair inkomen?

  • wat zijn de beloningen voor de productie factoren
    arbeid - loon
    kapitaal - rente, huur
    natuur - pacht
    ondernemerschap - winst
  • noem bij de productiefactoren ook de inkomstvorm
    arbeid: loon, salaris
    kapitaal: Rente, huur
    Natuur: Pacht
    ondernemerschap: winst
  • wat zijn de vormen van primair inkomen.

  • hoe bereken je de loonquote?
    loon : totale inkomen X 100
  • er zijn verschillende soorten productiefactoren. hiervoor kun je het ezelsbruggetje gebruiken KANO Kapitaal, Arbeid, Natuur, Organisatie. hieruit volgt weer primair inkomen: Kapitaal = winst  Arbeid = loon Natuur = pacht Organisatie = rente en winst.

  • wat is een loonquote?
    het loon uitgedrukt in procenten van het primaire inkomen.
  • Debiteuren:
  • hoe bereken je de overig-inkomensquote?
    winst+rente+huur+pacht : Totale inkomen X100
  • Mutatiebalans:
  • hoe bereken je het participatie graad?
    participatiegraad= totaal aantal werkende en werklozen : totaal aantal mensen tussen 15 en AOW-leeftijd.
  • Voorraadgrootheden:
  • wat is een verschil tussen gewogen en ongewogen gemiddelde?
    als je een cijfer hebt en het telt bij een toets 2X mee dan is het een gewogen gemiddelde
    bij een ongewogen gemiddelde is dit niet zo.
  • Bezittingen:
  • hoe bereken je van normale getallen naar procenten?
    deel/geheel X 100
  • Debetzijde:
  • hoe bereken je een verandering in procenten?
    nieuw-oud/oud X 100
  • creditzijde:
  • hoe kun je BTW inclusief en exclusief berekenen?
    het getal:121% -> 1%
    (1%) X 21% is hoeveel 21 procent is, dit kun je er dan bij tellen of afhalen
  • Stroomgrootheid:
  • wat is huishoudgeld?
    geld dat je wekelijks of dagelijks uitgeeft aan boodschappen.
  • Resultatenrekening:
  • wat zijn vaste lasten?
    vaste lasten zijn regelmatig terugkerende uitgave die men als verplichting is aangegeven, zoals huur, gas/elektrischiteit en verzekering.
  • Eigen vermogen:
  • wat zijn reserveringen?
    geld opzij leggen voor grote uitgaven die minder vaak voorkomen.
  • Vreemd vermogen:
  • wat is sparen?
    het deel wat je overhoud en wat je niet consumeert,
    hiermee mag je kiezen wat je wilt.
  • wat is het Nibud?
    doet onderzoek en geeft voorlichting over huishoud portemonnee, geld uitgave, sparen en lenen.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

wat is het verschil tussen waardevast en welvaartsvast?
waardevast:
uitkering stijgt evenveel als de prijzen
je kan even veel blijven kopen

welvaartsvast:
uitkering stijgt evenveel als de gemiddelde inkomenstijging
meestal meer dad de prijsstijging je kan meer kopen.
wat doen we aan de grijze druk?
AOW premie omhoog of AOW uitkering omlaag
wat is de Grijze druk?
er komen steeds meer oudere die AOW-uitkering krijgen

minder werkende die AOW premie betalen.

Zo ontstaat de Grijze druk
collectieve verzekering?
een verzekering waarbij iedereen mee moet doen, deze verzekeringen worden gemaakt voor iedere nederlander.
Particulieren verzekering?
Verzekering waarbij je zelf voor een risico zorgt.

Deze verzekering is niet verplicht.
eigen risico?
Hoe hoger het bedrag, hoe lager uw premie. Net als bij het verplicht eigen risico, betaalt u het vrijwillig eigen risico zelf voordat u kosten vergoed krijgt uit de basisverzekering.
welke drie verzekeringen passen onder ziekte?
ZW, WIA en ZVW
Wat is een oplossing voor risico's en onverwachte vervelende gebeurtenissen? en hoe noemen we dit?
risico aflopen door verzekering af te sluiten.

Risico-aversie
Wat betekend Moral hazard of moreelwandgedrag?
mensen nemen meer risico's als ze verzekerd zijn.
wat is premiedifferentiatie?
premie afhankelijk van risico dat op een specifieke groep verzekerden gericht is.