Samenvatting Kostencalculatie

-
ISBN-13 9789463170871
116 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Kostencalculatie". De auteur(s) van het boek is/zijn Maud. Het ISBN van dit boek is 9789463170871. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Kostencalculatie

  • 1.1.4 Integratie en differentiatie

  • Wat houdt Integratie in?
    De bedrijfskolom wordt korter doordat een onderneming de activiteit overneemt van de opvolgende of achterliggende onderneming in de bedrijfskolom.
  • Wat houdt Differentiatie in?
    De bedrijfskolom wordt langer doordat een onderneming zijn activiteit afstoot en deze wordt uitbesteedt aan een andere opvolgende of achterliggende onderneming in de bedrijfskolom.
  • Noem twee verticale bewegingen welk in de bedrijfskolom voorkomen.
    Integratie en Differentiatie
  • 1.1.5 Specialisatie en parallellisatie

  • Wat houdt Specialisatie in?
    Hierbij specialiseert een onderneming zich in een bepaald onderdeel van de productie of verkoop en stoot daarbij haar andere producten af.
  • Wat houdt Parallellisatie in?
    Hierbij breidt de onderneming haar assortiment uit met productsoorten uit een andere bedrijfskolom, vanuit een onderneming die op dezelfde hoogte zit in haar bedrijfskolom.
  • Noem twee horizontale bewegingen welk in de bedrijfskolom voorkomen.
    Specialisatie en Parallellisatie
  • 1.2.2 Theoretisch (examens NA)

  • NA) Een onderneming maakt producten van drop en chocolade. De directie van de onderneming is van mening dat zij zich moet gaan richten op de chocolade-industrie. Dit betekent dat een aantal afdelingen die drop produceren, moet worden gesloten. Van welk verschijnsel is sprake in deze onderneming?
    Specialisatie
  • NA) In de volgende afbeelding wordt één bedrijfskolom schematisch weergeven. Waarvan is sprake in deze situatie?
    Integratie
  • 2.2 Constante en variabele kosten

  • Wat zijn constante kosten?
    Kosten die niet veranderen (binnen bepaalde grenzen) als de productie toe- of afneemt.
  • Voorbeelden constante kosten :
    • Huurkosten van een pand
    • Loonkosten van de directeur
    • Afschrijvingskosten van een machine
    • Verzekeringskosten 
  • Wat zijn variabele kosten?
    Kosten die mee veranderen wanneer de productie toe- of afneemt.
  • Voorbeelden variabele kosten:
    • Grondstofkosten
    • Arbeidskosten
    • Brandstofkosten van bedrijfsauto's 
  • Variabele kosten kunnen worden onderscheiden in:
    • Progressief variabele kosten
    • Degressief variabele kosten
    •  Proportioneel variabele kosten
    • Trapsgewijs variabele kosten
  • Wat houden trapsgewijs variabele kosten in?
    Dit zijn kosten die sprongsgewijs toe- of afnemen met de toe- of afname van de productie.
  • Wat houden progressief variabele kosten in?
    Dit zijn kosten die meer dan evenredig toe- of afnemen bij de toe- of afname van de productie.
  • Wat houden degressief variabele kosten in?
    Dit zijn kosten die minder dan evenredig toe- of afnemen bij de toe- of afname van de productie.
  • Wat houden proportioneel variabele kosten in?
    Dit zijn kosten die evenredig toe- of afnemen bij de toe- of afname van de productie. Hierbij zijn de variabele kosten per eenheid altijd hetzelfde.
  • 2.3 Directe en indirecte kosten

  • Wat houden directe kosten in?
    Dit zijn kosten die direct toerekenbaar zijn aan een product.
  • Voorbeelden directe kosten:
    • Grondstofkosten van het product
    • Afschrijvingskosten van een machine (mits productie 1 product)
    • Arbeidskosten (mits zich bezighoud met productie 1 product) 
  • Wat houden indirecte kosten in?
    Dit zijn kosten die niet direct toerekenbaar zijn aan een product.
  • Voorbeelden indirecte kosten:
    • Loonkosten van de administrateur en directeur
    • Huurkosten van het pand
    • Verzekeringskosten 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

NA) Firma Oudewal overweegt de aanschaf van een machine voor het inpakken van dozen.Van de productie van de dozen is het volgende gegeven:De normale productie is 175.000 dozen per jaarDe productiepiek ligt in het 4e kwartaal met 50.000 dozenIn kwartaal 1 en 2 is een reservecapaciteit van 10% voldoendeIn het 3e kwartaal is een reservecapaciteit van 15% nodigIn het 4e kwartaal moet altijd 20% reservecapaciteit beschikbaar zijnDe productie van de dozen is steeds gelijkmatig binnen de kwartalen verdeeldDe extra capaciteit als gevolg van de technische ondeelbaarheid van de machine is 60.000 dozenVoor de productie van de dozen zijn machines beschikbaar met een capaciteit van 300.000 en 320.000 dozen. De Firma besluit een machine aan te schaffen met een capaciteit van 320.000 dozen per jaarDe constante productiekosten voor de machine van 1 doos zijn €2Wat is het ondernemingsverlies ten gevolge van de irrationele overcapaciteit in dozen van de aangeschafte machine? Geef ook de berekening.
Rationele capaciteit:
50.000 + 20% x 4 = 240.000 + 60.000 = 300.000
Irrationele overcapaciteit:
320.000 - 300.000 = 20.000
Ondernemingsverlies:
20.000 x €2 = €40.000 verlies
NA) Wibo bv schaft een nieuwe freesmachine aan.Van de freesmachine is het volgende gegeven:De aanschafprijs is €60.000 exclusief €10.000 installatiekostenDe technische levensduur is 6 jaarDe geschatte restwaarde is €30.000 bij een economische levensduur van 5 jaarEr word jaarlijks afgeschreven met een vast percentage van de aanschafprijsWat is de boekwaarde van de freesmachine aan van het 3e jaar? Geef ook de berekening.
610.000 - 30.000 = 580.000 : 5 = 116.000 afschrijving per jaar
610.000 - (3 x 116.000) = 262.000 boekwaarde eind 3e jaar
NA) De aanschafprijs van een machine is €620.000. De geschatte restwaarde is €20.000 bij een economische levensduur van 4 jaar. De afschrijvingen dalen elk jaar met €20.000.Wat is de afschrijving in het 4e gebruiksjaar? Geef ook de berekening.
Jaar    Afschrijving
1          X
2         X - 20.000
3         X - 40.000
4         X - 60.000
         4x - 120.000

4x - 120.000 = 600.000
4x = 600.000 + 120.000 = 720.000
x = 720.0000 : 4 = 180.000

180.000 - 60.000 = 120.000
NA) Een onderneming produceert onder andere het product P2. De normale productie en afzet is 120.000 producten P2 per jaar. De producten P2 kunnen om logistieke redenen niet op voorraad worden geproduceerd. De rationele capaciteit is 350.000 P2 per jaar.Voor de productie van het product P2 zijn de volgende machines beschikbaar:B, capaciteit 250.000 p.j., constante kosten €375.000 p.j.C, capaciteit 350.000 p.j., constante kosten €480.000 p.j.D, capaciteit 450.000 p.j., constante kosten €580.000 - p.j.De onderneming heeft machine D in gebruik.Wat is de totale overcapaciteit in producten P2 per jaar? Geef ook een berekening.
450.000 - 120.000 = 330.000 totale overcapaciteit
Wat is de formule voor het berekenen van de irrationele overcapaciteit?
Totale capaciteit - Rationele capaciteit
Wat is de formule voor het berekenen van de rationele overcapaciteit?
Rationele capaciteit - Normale productie
Noem vier verschillende afschrijvingsmethoden.
  • Afschrijven met een vast percentage van de aanschafwaarde
  • Afschrijven met een vast percentage van de boekwaarde
  • Afschrijven op basis van gebruik
  • Afschrijven met behulp van annuïteiten 
NA) Pieper BV handelt in aardappelen.Op 1 januari van jaar 10 geldt voor aardappelsoort Agria het volgende:De technische voorraad is 70.000 kgDe nog lopende voorinkoopcontracten zijn 80.000 kgDe lopende verkoopcontracten zijn 90.000Met betrekking tot aardappelsoort Agria vinden in januari van jaar 10 nog de volgende gebeurtenissen plaats:15 januari: levering in verband met voorverkoopcontract aan klant Janssen 15.000 kg21 januari: ontvangst in verband met voorinkoopcontract van importeur Pietersen 40.000 kg25 januari: voorinkoopcontract afgesloten met Greenwald voor de levering van 20.000 kg in maart. Wat is de technische voorraad en wat is de economische voorraad van de aardappelen Agria in kg per 31 januari van jaar 10. Geef ook de berekening.
Technische voorraad:
70.000 - 15.000 + 40.000 = 95.000

Economische voorraad:
95.000 + 80.000 + 20.000 - 40.000 - 90.000 + 15.000 = 80.000
NA) Een handelsonderneming verkoopt alleen het product XC met de volgende kenmerken:De maandelijkse gelijkblijvende afzet van de producten is 1.000 stuksDe afzet is volkomen gelijkmatig in de tijd verspreidDe inkoopprijs van één product XC is €40Per bestelling worden 200 producten XC ingekochtDe voorraadkosten van product XC bestaan uit bestel- en opslagkostenDe vaste bestelkosten zijn €48 per bestellingDe variabele bestelkosten zijn €1 per product XCDe vaste opslagkosten zijn €3.000 per maandNa ontvangst worden de producten XC tijdelijk opgeslagen in het magazijn. De variabele opslagkosten exclusief vermogenskosten zijn €2 per product XC per maand.De vermogenskosten zijn 1% per maand op basis van enkelvoudige interestDe vermogenskosten worden berekend over het in de voorraad geinvesteerd vermogen.De levertijd van de producten is 6 dagenDe handelsonderneming houd een veiligheidsvoorraad aan van 50 producten XCVoor de berekeningen kan een maand worden gesteld op 30 dagenWat zijn de maandelijkse voorraadkosten van de producten XC? Geef ook de berekeing.
X
NA) Wat is de juiste omschrijving van het begrip technische voorraad. De technische voorraad..A) is de economische voorraad plus de voorverkopen minus de voorinkopenB) Is de aanwezige voorraad plus de reeds bestelde maar nog niet ontvangen goederenC) Is gelijk aan het verschil tussen de voorinkopen en voorverkopen
A