Samenvatting Kumar and Clark's Clinical Medicine

-
ISBN-10 0702044997 ISBN-13 9780702044991
1048 Flashcards en notities
50 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Kumar and Clark's Clinical Medicine". De auteur(s) van het boek is/zijn Parveen Kumar, Michael Clark. Het ISBN van dit boek is 9780702044991 of 0702044997. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Kumar and Clark's Clinical Medicine

  • 3.1 Clinical immunodeficiency

  • Waardoor wordt secundaire immuundeficientie veelal veroorzaakt?
    Een infectie (bv. HIV) of immuuntherapie (bv. corticosteroiden).
  • Waardoor wordt primaire immuundeficientie veroorzaakt en wanneer gebeurt dit?
    Primaire immuundeficientie is al aanwezig na de geboorte, veelal door een genetisch defect. Het is dan ook een vrij zeldzame aandoening.
  • Wat zijn klinische kenmerken van een immuundeficientie?
    • Infectie is chronisch, ernstig of komt steeds terug
    • Niet geheel te genezen met antibiotica
    • Vaak opportunistische of atypische infecties
  • Wat is Agammaglobulinemie?
    Agammaglobulinemie
  • Wat is Common variable immunodeficiency, CVID?
    CVID is een van de meest voorkomende primaire immuundeficienties welke gekenmerkt wordt door de lage concentratie antilichamen, voornamelijk IgG en IgA. De 'fout' zit hem dus in de Ig productie van de B-cellen.
    CVID geeft verhoogde kans op het ontwikkelen van maligniteiten als lymfomen en heeft een progressief beloop, met alle gevolgen (infecties) van dien.
  • 3.2 Auto-immuunziekten

  • Op welke twee manieren is het mogelijk dat autoantigenen vrij komen om te worden gepresenteerd aan naïeve T-lymfocyten?
    Ze kunnen vrij komen uit afgesloten weefsels door infectie; bystanderactivatie.
    Ook kan een pathogeen een autoantilichaam 'na doen' ; mimicracy.
  • Wat is het verschil in werking tussen Monoclonale antilichaamtherapie en immunosupressieve medicijnen?
    Monoclonale antilichaamtherapie blokkeert specifiek één onderdeel van het immuunsysteem, terwijl immunosupressieva de gehele T-celpopulatie blokkeren in de aanmaak van IL-2 en IFN-y.
  • Op welke principes is de werking van  glucocorticosterioden (pretnison) gebaseerd?
    • kunnen monocyten aan zetten tot productie van de pro-inflammatiore cytokinen IL-1 en TNF-alfa.
    • blokkeren T-lymfocyten in productie van IL-2 en IFN-y
    • verminderen activatie van aangeboren en vervorven respons.
  • Hoe kan IgG worden toegediend?
    Intraveneus, dus direct in het bloed. Zo komt het ook binnen bij de embryo.
  • 4 Infectious diseases, tropical medicine and sexually transmitted infections

  • Hoe hoog is de lichaamstemperatuur normaal gesproken?
    Normaal is de lichaamstemperatuur 36.8 (+/- 0,5) graden
  • Waardoor ontstaan diepe weefselwonden vaak?
    Deze ontstaan vaak door penetratie (injecties) of een operatie.
  • Waarom val je van hevige koorts meestal af?
    Bij iedere graad die de lichaamstemperatuur omhoog gaat, neemt het metabolisme met 13% toe. In combinatie met weinig eten leidt dit tot aanvallen van opgeslagen stoffen (vet) en spieren.
  • Welke twee typen necrotiserende fascitis zijn er? Hoe kenmerkt een necrotiserende fascitis zich? Hoe wordt het gediagnosticeerd?
    • type 1: veroorzaakt door een mix an aerobe en anearobe bacteriën, vaak veroorzaakt door een abdominale operatie of diabetes
    • type 2: veroorzaakt door A streptococci en ontstaat vaak spontaan in gezonde mensen. 


    Het kenmerkt zich door ernstige pijn op de plaats van infectie, gevolgd door necrose. Het volgt snel alle weefsellagen en zorgt voor erytheem, pijn en soms crepitus. Verder kan er natuurlijk sprake zijn van koorts.

    Diagnose vindt plaats middels een bloedbeeld: verhoogd CRP, verhoogde witte bloedcellen, beeldvorming US/CT: kunnen helpen maar moeten niet voor vertraging zorgen. Multiorgaan falen is veelvoorkomend.

    Behandeling: wanneer het gaat om A streptococci geeft men hoge dosis benzylpeniciline en clindamycine. Bij gemixte infecties of wanneer de veroorzaker niet bekend is wordt gestart met een breedspectrum antibiotica (sowieso metronidazole). 
  • Waar moet je naar kijken wanneer je vermoed dat iemand een infectie heeft?
    - reisgeschiedenis
    - wat heeft die persoon gegeten?
    - met welke dieren is deze persoon in aanraking geweest?
    - vrijt deze persoon veilig?
    - is deze persoon een intraveneuze drugsgebruiker?
  • Wat veroorzaakt gas gangrene? Hoe wordt het behandeld?
    Het wordt veroorzaakt door het clostridium spp (C. perfringens) en dat veroorzaakt besmette doordringende verwondingen. De toxinen die door de bacteriën worden uitgescheiden veroorzaken necrose en ernstig systeemfalen. Behandeling bestaat uit het verwijderen van necrotisch weefsel en benzylpenicilline en clindamycine.
  • Welke drie onderzoeken kan men instellen wanneer er een vermoeden van een infectie is?
    • Bloedonderzoek: Een verhoogde waarde van C-reactive proteïne (CRP) kan duiden op een infectie
    • PET/SPECT-beeldvorming: Met behulp van positron emission tomography (PET) kan de locatie van een infectie bepaald worden.
    • Radionuclide scanning
  • Welke lichaamsstoffen kunnen worden onderzocht in het lab op infecties?
    - urine/feces
    - cerebrospinale vloeistof
    - bloed
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Welke twee typen respiratoir falen zijn er?
  • type 1 respiratoir falen: PaO2 is laag en PaCO2 is normaal of laag. Vindt plaats bij beschadigd longweefsel, door R-L shunt of V/Q mismatch. Veelvoorkomende oorzaken zijn: Cardiogeen pulmonair oedeem, pneumonie, acuut longletsel en longfibrose.
  • type 2 respiratoir falen: PaO2 is laag en PaCO2 is hoog.Vindt plaats bij insufficiëntie alveolaire ventilatie waarbij CO2 niet goed weg kan. Dit kan door inadequate ventilatie inspanning, het niet mogelijk zijn om de weerstand voor ventilatie te overbruggen, het falen om te compenseren voor dode ruimte en/of CO2 productie of een combinatie van deze factoren. Meestvoorkomende oorzaak = COPD. Verder: borstwand deformatie, respiratoire spierzwakte, depressie respiratoir centrum.


Naar welke waarden moeten gestreefd worden bij iemand in shock?
  • MAP >65mmHg
  • CVP 8-12mmHg (>12mmHg bij mechanische ventilatie)
  • urine output >0,5 ml/kg per uur,
  • ScvO2 >70% (of SvO2 >65%).
Wat is idiopatische pulmonale fibrose? Wat zijn predisposerende factoren? Welke klinische kenmerken zijn er? Hoe wordt het gediagnosticeerd en wat is de behandeling?
Er ontstaat fibrose van het interstitium. Het ontstaat vaak op later leeftijd (>60e levensjaar), het komt vaker voor bij mannen. Predisposerende factoren zijn: roken, chronische aspiratie, antidepressiva, hout- en metaalstof en infecties. 

symptomen: 
  • progressieve kortademigheid
  • niet productieve hoest
  • centrale cyanose
  • club-fingers
  • bilaterale eind-inspiratoir kraken


Diagnose:
  • X-ray: rond glas verschijnsel
  • HRCT: bilaterale veranderingen vooral in de onderste loben. 
  • respiratoire functietest: restrictief ventilatoir defect, verminderde longvolumes, normale tot hoge FEV1/FVC ratio
  • bloedgassen: arteriële hypoxemie, V/Q-mismatch (door hyperventilatie)
  • bloedtesten: ANA, RF, BSE
  • broncho-alveolaire spoelstatus: verhoogd aantal cellen, vooral neutrofielen en macrofagen
  • histologie: biopt.


behandeling: prednisolon, als dat niet voldoende is wordt daarbij azathioprine of cyclophophamide toegevoegd. 


prognose:
De mediane overleving is 5 jaar. 
Wat is sarcoïde? Welke klinische kenmerken passen hierbij? Hoe wordt het gediagnosticeerd? Hoe wordt het behandeld?
Sarcoïdose is een multi-systemische granulomateuze aandoening. Het komt vaak voor bij vrouwen en presenteert zich met bilaterale hilaire lymfadenopathie, pulmonale infiltratie en huid/ooglaesies. 

klinische kenmerken: 
  • vermoeidheid
  • gewichtsverlies
  • perifere lymfadenopathie
  • koorts
  • neurologische presentatie
  • hoesten
  • borstpijn
  • hemoptyse
  • infectie borst
  • algemene malaise


extrapulmonale manifestaties
  • huidlaesies (10%)
  • ooglaesies
  • keratoconjunctivitis sicca
  • hypercalciëmie (metabool)
  • CNS
  • betrokkenheid bot/gewricht
  • betrokkenheid hart
  • hepatomegalie


Het kent vier stadia:
  1. BHL
  2. BHL + pulmonale infiltratie
  3. pulmonale infiltratie - BHL
  4. fibrose


diagnostiek:
  • X-thorax/CT: diffuse longparenchym beoordelen op betrokkenheid
  • transbronchiale biopsie
  • verhoogde ACE levels
  • lonfunctietesten


behandeling:
  • abnormale longfunctie: corticosteroïden
  • geen spontane verbetering na 6 maanden: prednisolon


prognose:
in stadium 1 neemt bij 2/3 van de gevallen de ziekte af, in stadium 2 bij 1/2 van de patiënten en in stadium 3 1/3 van de patiënten. Het beloop is ernstiger bij donkere Amerikanen
Wat is TBC? Welke fasen heb je bij TBC? Wat zijn de symptomen? Hoe wordt het gediagnosticeerd? Hoe wordt het behandeld? Wat is de prognose?
TBC verspreid zich via respiratoire druppels. Niet iedereen ontwikkelt een actieve ziekte. De drie fasen/vormen zijn:
  • primair = eerste infectie met MTb. Er vindt een vertraagde hypersensitiviteit-type reactie plaats wat leidt tot weefsel necrose en vorming van een granuloom. 
  • latent = geïnfecteerd met het myobacterium spp. Het immuunsysteem behoudt de infectie en de patiënt ontwikkelt een cel-gemedieerd afweer geheugen voor de bacterie
  • reactief = vaak door reactivatie van een latente TBC. Factoren die betrokken zijn: HIV, immunosuppressieve medicatie met corticosteroïden, DM, eindstadium chronische nierziekte, malnutritie en ouder worden. 


klinische kenmerken:
  • pulmonale TB - productieve hoest, hemoptyse, systemische symptomen, schorre stem/ernstige hoest pleura pijn
  • lymfeknoop TB - extrathoracale lymfeknopen zijn vaak betrokken. Het kenmerkt zich door een niet gevoelige vergroting van een cervicale of supraclaviculaire knoop, de huid is vaak verhard, of er is sprake van purulente afscheiding
  • overige vormen: TB van bot en ruggenmerg, milair, centrale zenuwstelsel, pericardiaal of huid.


diagnostiek:
  • pulmonale TB: X-thorax - consolidatie, pleurale effusie, verwijding van het mediastinum
  • kleuring
  • cultuurkweek
  • NAA


behandeling:
  • 6 maanden behandeling, 12 maanden wanneer het CNS betrokken is, HRZE + HR is de behandeling in de meeste gevallen. 
Wat is cystic fibrose? Welke symptomen kent het? Hoe wordt het gediagnosticeerd? Hoe wordt het behandeld? Wat is de prognose?
Bij cystic fibrosis veranderd de viscositeit van het mucus wat geproduceerd wordt door epitheelcellen. De klassieke vorm houdt in: bronchopulmonale infectie, pancreasinsufficientie, verhoogd natrium in het zweet en verhoogd chloride. Het erft autosomaal recessief over. Het ontstaat door een defect in het CFTR, wat een kritiek chloridekanaal is. 

symptomen:
  • respiratoir: respiratoire infectie, sinitus, nasale poliepen. Later stadia: ademnood hemoptyse, spontane pneumothorax, respiratoir falen, cor pulmonale
  • gastro-intestinaal: steatorrhoea (door pancreasinsufficiëntie in 85%), meconium ileum, galstenen, cirrhose, peptische ulceratie en gastro-intestinale abnormaliteiten
  • nutriënten: malabsorptie en maldigestie leidt tot malnutritie, wat het risico op pulmonale sepsis vergroot
  • overig: vertraagde pubertijd en skeletale maturiteit, mannelijke onvruchtbaarheid (falen ontwikkeling epididymis en vas deferens), secundaire ammenorhoe vrouwen. 


diagnostiek: 
  • familiegeschiedenis
  • natriumgehalte in zweet hoger dan 60 mmol/L
  • DNA-analyse gendefect
  • radiologie: bronchietacsieën
  • afwezigheid epididymis en vasdeferens
  • immunoreactieve trypsine waardes bloed


behandeling:
  • stoppen met roken, vaccineren H. Influenza, pulmonale rehabiliteit
  • zuurstoftherapie
  • antibiotica voor respiratoire infecties (anti-pseudomonaal)
  • beta2-agonisten en inhalatie corticosteroïden
  • luchtwegklaring
  • niet-invasieve ventilatie 
  • behandelen pancreasinsufficiëntie en malnutritie


prognose:
Ze ontwikkelen vaak progressief respiratoir falen, mediane overleving tegenwoordig is 40 jaar. 
Wat zijn bronchietacsieën? Hoe ontstaan ze? Wat zijn de symptomen? Hoe diagnosticeer je het? Hoe wordt het behandeld? Wat zijn de complicaties en de prognose?
In het geval van bronchitacsie is er sprake van permanent/abnormaal verwijde luchtwegen. De wanden van de bronchiën raken geinflammeerd, ontstoken en verdikt. De mucicilaire transport wordt hierdoor verminderd wat leidt tot bacteriële infecties/pneumonie.

symptomen: 
  • productieve hoest, groen/geel achtige kleur
  • CT: verdikte gedilateerde bronchie
  • ernstige vorm: ademnood, hemoptese, pneumonie, koorts episoden


diagnostiek
  • CT: verdikte gedilateerde bronchie
  • sputumkweek: verwekker identificeren.


behandeling:
  • houdingsdrainage
  • antibiotica
  • bronchodilatoren
  • orale steroïden
  • chirurgisch ingrijpen: resectie, hartlong transplantatie


complicaties:
  • pneumonie
  • pneumothorax
  • empyeem
  • metasasisch cerebraal abces
  • hemoptyse


prognose: 
Wanneer men een ernstige vorm heeft kan er respiratoir falen ontstaan of cor pulmonale. Wanneer men de milde vorm heeft, is de levensverwachting normaal. 
Wat is het obstructief slaap apneu?
Bij het obstructief slaapapneu wordt de luchtweg aan de achterkant dicht gezogen tijdens het ademen in slaap. Het kan komen door bijvoorbeeld obesitas, respiratoir onderdrukkende medicatie, nasale obstructie, druk op de farynx door bijvoorbeeld tonsillen. 

Symptomen: 
  • luid snurken
  • slaperig overdag
  • onrustige slaap
  • hoofdpijn in de ochtend


diagnostiek:
  • nachtelijke oximetrie


behandeling:
  • oplossen van het onderliggende probleem
  • CPAP (verdraagt 50% niet!)
Wat is een long embolie? Hoe wordt het gediagnosticeerd? Hoe wordt het behandeld?
Een longembolie is een trombus dat in de longader terecht komt, de trombus ontstaat vaak in de systemische venen (diepe veneuze trombose) en in zeldzame gevallen in het rechter hart. Door een trombus in de longader is er geen perfusie, wat leidt tot een dode ruimte in de longen en uiteindelijk tot een klaplong. 

drie klinische presentaties:
  • klein/medium pulmonair embolisme - pleuritische borstpijn en kortademigheid, hemoptysis (30%), koorts, pleurale effusie.
  • groot pulmonair embolisme: ernstige centrale pijn op de borst, shock, bleek en zwetend, syncope, tachycardie met hypotensie, kortademigheid, verhoogde JVP
  • meerdere terugkerende pulmonaire embolussen: toenemende kortademigheid, sterke tweede harttoon. 


diagnostiek:
klein/medium embolus:
  • X-ray: lineaire atalectase, afstomping costrofrenische hoek, lineaire littekens
  • ECG: sinus tachycardie, soms atrium fibrilleren
  • bloedtesten: verhoogde ESR, verhoogd LDH
  • D-dimeer
  • V/Q-scan: niet geperfuseerde gebieden zijn zichtbaar.
  • ultrasound-scanning: detectie van trombus
  • CT/MRI


groot embolus:
  • X-ray: dilatatie pulmonaire arterie, pulmonaire oligaemie
  • bloedgassen: arteriële hypoxie, verlaagd arterieel CO2 level
  • ECG: atriumdilatatie rechts, smalle P-golven (lead 2), rechterventrikel dilatatie, rechterbundel blok
  • echocardiografie: krachtig contraherend linkerventrikel, gedilateerd rechter ventrikel


meervoudige terugkerende trombus:
  • X-ray: vergrote pulmonaire arteriolen, oligaemische longvelden
  • ECG: pulmonaire hypertensie
  • beenbeeldvorming: diepe veneuze trombose
  • V/Q: pulmonair infarct
  • CT: kleine emboli


behandeling:
  • zuurstof (hoog O2 gehalte)
  • anticoagulatie met heparine gevolgd door warfarine
  • toevoegen van intraveneuze vloeistof om het pompen van het hart te verbeteren
  • fibrinolytische therapie: streptokinese
  • chirurgische embolectomie
  • preventie: vitamine K-antagonist 3-6 maanden, zwangeren en patiënten met kanker heparine geven.
Wat is pulmonaire hypertensie? Hoe wordt het gediagnosticeerd? Hoe wordt het behandeld?
er wordt gesproken over pulmonaire hypertensie bij een MAP van >25 mmHg in rust gemeten door een katheter. Patiënten met PH ontwikkelen rechter ventrikel hypertrofie, dilatatie, falen en dit kan leiden tot de dood. Vaak is de oorzaak idiopatisch (39,2%), verder kan het ontstaan door/bij:
  • connective tissue disorders
  • congenitale hartziekten
  • portale hypertensie
  • drugs en intoxicatie
  • HIV
  • familiar zijn, ontstaan door 


diagnostiek:
  • anamnese: dyspneu, vermoeidheid, slapte, angina pectoris, syncope, abdominale uitzetting
  • sterke 2e harttoon hoorbaar
  • systolisch murmur
  • uitzetting jugulaire vene
  • ascites
  • perifeer oedeem
  • hepatomegalie
  • X-ray: vergroting van de pulmonaire arterieën en aftakkingen, vergroting rechter atrium of rechterventrikel
  • echocardiografie: pulmonaire arterie druk
  • cMRI: rechter ventrikel functie
  • bloedtesten: volledig bloedbeeld, renale en leverfuncties, schildklierfunctie, serologische assay (CTD), HIV, hepatitis
  • ultrasound lever/abdomen: excluderen levercirrose en portale hypertensie
  • rechterhart katheterisatie: verhoogde pulmonaire arterie druk, pulmonaire wedge pressure, cardiac output, pulmonaire vasculaire weerstand


behandeling
  • beweging
  • zwangerschap: verhoogde kans op mortaliteit
  • reizen: toedienen van zuurstof
  • vaccinatie: pneumonococcus pneumonia, influenza
  • operatie: epidurale anestetica
  • orale anticoagulatie: bij idiopatisch, familiare en PAH door anorexigenen. 
  • diuretica
  • digoxine
  • calcium-kanaal blokkers: idiopatisch
  • prostanoiden: vasodilator, inhibeert bloedplaatjes aggregatie en celproliferatie. 
  • endotheline receptor antagonisten: vasoconstrictor die bindt aan endotheline A en B in de pulmonaire bloedvaten. 
  • fosfodiesterase type 5 inhibitoren: vasoconstrictie in de pulmonaire bloedvaten en reductie celproliferatie
  • ballon atriale septostomie
  • harttransplantatie