Samenvatting Leerjaar 1, OWE 3

535 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Leerjaar 1, OWE 3

  • 1.1 Het lymfestelsel en immuniteit

  • Wat is een ander woord voor ziekte verwekkers?
    Pathogenen.
  • Welke 4 soorten pathogenen zijn er?
    - Virussen
    - Bacteriën
    - Schimmels
    - Parasieten
  • Waaruit bestaan virussen?
    Nucleïnezuren en eiwitten.
  • Wat zijn virussen niet, ten opzichte van bacteriën? En hoe komt dit?
    Het zijn geen cellen. 

    Ze hebben geen celmembraan.
  • Wat is interstitiële vloeistof?
    Vloeistof tussen de cellen.
  • Wat is immuniteit?
    Het vermogen om infecties en ziekte te weerstaan.
  • Wat is een ander woord voor aangeboren immuniteit?
    Niet-specifieke afweer.
  • Wat is een ander woord voor adaptieve immuniteit?
    Specifieke afweer.
  • Wat is het verschil tussen aangeboren afweer en adaptieve afweer?
    Aangeboren afweer maakt geen verschil tussen verschillende soorten pathogenen. Adaptieve afweer herkent alleen pathogenen uit het verleden, en maakt nieuwe geheugencellen aan bij nieuwe pathogenen.
  • Wat hoort er bij de aangeboren immuniteit?
    - De huid
    - Het pH-gehalte in de maag
    - De longen
    - De darmen
    - De urinewegen
    - de voortplantingsorganen
  • Wat zorgt voor extra aangeboren immuniteit bij de huid?
    - Zweet       (sudor)
    •  paracresol (trekt wel muggen aan)
    • lysozomen
    - Talg            (sebum)
    •  bevat lysozomen
  • Wat zorgt voor extra aangeboren immuniteit bij de mond?
    - Speeksel     (salivam)
    • lysozomen
    • commensale bacteriën 
  • Wat zorgt voor extra aangeboren immuniteit bij de luchtwegen?
    - Neusharen
    • filteren: microben - stof - grove deeltjes
    - cillia
    • haartjes met slijm 
  • Wat zorgt voor extra aangeboren immuniteit bij de maag?
    - pH-gehalte
    • 1,5 pH 
  • Wat zorgt voor extra aangeboren immuniteit bij de genitaliën?
    - Commensale bacteriën
    -  Urine
    • spoelt de bacteriën weg

    ~Vagina:
    - Zuur milieu

    ~Sperma: 
    - Zink 
  • Wat zijn nog extra's in de aangeboren immuniteit?
    - Traanvocht
    • lysozomen

    - Bloed
    • lysozomen
    • interferonen
    • complementeiwitten

    - Fysieke manieren
    • braken 
    • diarree 
  • Wat hoort er bij de adaptieve immuniteit?
    - De lymfocyten
  • Waaruit bestaat het lymfestelsel?
    - Lymfevaten
    - Lymfe
    - Lymfocyten
    - Lymfoïde weefsels
    - Lymfoïde organen
  • Waar beginnen en eindigen de lymfevaten?
    Ze beginnen in de perifere weefsels en eindigen bij de verbinding met de venen.
  • Wat doen lysozomen?
    Deze vallen de wand van pathogenen aan.
  • Hoe heet de vloeistof die door de lymfevaten heen stroomt?
    Lymfe.
  • Wat lijkt erg op lymfe, en wat is daarmee verschillend?
    Bloedplasma lijkt op lymfe, het verschil is dat er in bloedplasma meer opgeloste eiwitten zitten.
  • Waarop reageren de eiwitten die wel in lymfe zitten?
    - Binnendringende pathogenen
    - Afwijkende lichaamscellen
    - Vreemde eiwitten
  • Waaruit bestaan lymfoïde weefsels?
    Los bindweefsel en lymfocyten.
  • Wat is een andere benaming voor lymfoïde weefsels? Geef een voorbeeld.
    Lymfefollikels. 
    Bijvoorbeeld: amandelen.
  • Waaruit bestaan lymfoïde organen, en noem een voorbeeld.
    Complexe structuren met lymfocyten en zijn verbonden met lymfevaten. 

    Bijvoorbeeld: lymfeknopen - milt - thymus.
  • Wat zijn de functies van het lymfestelsel?
    - Productie, onderhoud en transport van lymfocyten
    - Regulering van het bloedvolume en de samenstelling van de interstitiële vloeistof
    - Transport van hormonen, voedingstoffen en afvalstoffen van perifere weefsels naar het bloed
  • Wat is er opvallend aan de lymfecapillairen?
    Noodzakelijke steekwoorden:
    - éénlagig plaveiselepitheel
    - basale lamina
    - endotheelcellen
    - klepachtige structuur
    - stroomrichting
    - druk in lymfevaten is laag
  • Welke grootste lymfevaten zijn er?
    - Ductus thoracicus
    - Ductus lymphaticus
  • Waar komt de lymfe van samen in de Ductus thoracicus?
    - benen
    - bekken
    - buikholte
    - hoofd (links)
    - hals (links)
    - arm (links)
    - borst (links)
  • Wat betekend ductus thoracicus?
    Borstbuis.
  • Wat is opvallend aan het begin van de ductus thoracicus en hoe word dit genoemd?
    Het begin is onderin de buikholte en een iets wijder gedeelte. Dit word cisterna chyli genoemd.
  • Waar eindigt de ductus thoracicus?
    Bij de verbinding tussen de vena jugulairg interna en de vena subclavia links.
  • Waar komt de lymfe van samen in de ductus lymphaticus?
    - borst (rechts)
    - hoofd (rechts) 
    - hals (rechts)
    - arm (rechts)
    - Buik (rechts, boven het diafragma)
  • Wat betekend ductus lymphaticus?
    Lymfestam.
  • Waar eindigt de ductus lymphaticus?
    In de verbinding met de vena subclavia rechts.
  • Als er een afvoerblokkade in de lymfevaten ontstaat, hoop vocht zich op. Hoe heet dit?
    Lymfeoedeem.
  • Welke 3 soorten lymfocyten zijn er?
    • T-cellen
    • B-cellen
    • NK-cellen
  • Waar worden T-cellen gemaakt, en gerijpt?
    Ze worgen gemaakt in het rode beenmerg en rijpen in de thymus.
  • Van welke soort immuniteit zijn T-cellen een onderdeel?
    Celgemedieerde immuniteit.
  • Welke 4 soorten T-cellen zijn er?
    • Cytotoxische T-cellen
    • T-helpercellen
    • T-geheugencellen
    • T-suppressorcellen
  • Wat ontbreekt of wijkt af aan cellen waardoor cytotoxische T-cellen worden geactiveerd?
    Het MHC 1 molecuul.
  • Een geactiveerde cytotoxische T-cel valt een 'zieke' cel op 3 manieren aan. Welke zijn dit?
    - afgifte van Lymfotoxine
    • het stopt de stofwisseling van de cel
    • het is een soort cytokine
    - afgifte van apoptose
    • hierdoor pleegd de 'zieke' cel zelfmoord
    • het is een soort cytokine
    - afgifte van perforine
    • het maakt perforaties in het celmembraan van de 'zieke' cel 
  • Wat is cytokine?
    Een soort eiwit.
  • T-helpercellen worden geactiveerd door?
    Het MHC 2 molecuul.
  • Welke cellen hebben een MHC 2 molecuul en onder welke groep vallen deze?
    Het zijn macrofagen, en ze vallen onder de groep: antigeen-presenterende cellen. (APC)
  • Wat is de functie van T-helpercellen?
    Het coördineren van de afweercellen.
  • Op welke 4 manieren kan een T-helpercel de afweercellen coördineren?
    - Stimulatie cytotoxische T-cellen
    - Activatie B-cellen
    - Activatie NK-cellen
    - Activatie fagocyten
    • bijv. Macrofagen     
  • T-geheugen zorgen voor een herinnering / herkenning bij een volgende besmetting met dezelfde pathogenen. Een volgende besmetting zal dan?
    - Sneller worden herkent
    - Snellere aanval tegen pathogenen
    - niet of minder erg ziek zijn
  • Wat gebeurt er met de T-geheugencel als deze een pathogeen herkent?
    Deze zal zichzelf dan delen tot een cytotoxische T-cel en een T-helpercel.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.