Samenvatting Leerpsychologie

-
323 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Leerpsychologie

  • 1.1 Wat is leren?

  • Wat is een te smalle opvatting over leren?
    bijvoorbeeld dat het alleen om het expliciete bestuderen van teksten / boeken gaat, dat het over onderwezen worden gaat of het te beperken tot het expliciete, bewuste leren waarin bewuste overdrachtsprocessen zijn georganiseerd.
  • Zijn leren en onderwezen worden twee verschillende dingen?
    Ja
  • Leren doe je:

    - Overal, zowel binnen als buiten de school
    - doe je intentioneel en incidenteel/ informeel en formeel/ expliciet en impliciet
    - doe je je leven lang
  • Leren is:
    - is het opnemen van (aanwezige externe) informatie
    - is op actieve wijze werven van inzicht
    - is kennis en inzicht toepassen/gebruiken
    - is een activiteit die door andere gestimuleerd wordt
    - is vaak vooral samenwerkend leren
  • Wat is leren?
    Een relatief permanente verandering in iemands gedragrepertoire ten gevolge van ervaring of oefening.
    - heeft betrekking op inhoud
    - speelt zich af in bepaalde omgeving
    - is een hypothetisch construct (onzichtbaar proces, we weten het niet zeker (hypothese))
    - Veronderstelt activiteit
    - resultaat is min of meer van blijvend aard
  • Wat probeert leerpsychologie?
    leerprocessen te verklaren en te begrijpen
  • Wat zijn belangrijke aspecten bij leren:
    - onthouden (verklarende, reproductieve, parate kennis)
    - begrijpen (denkrelaties leggen: oorzaak- gevolg/geheel-deel/analogieën)
    - toepassen (in een nieuwe context gebruiken/transfer)
    - competentiegericht leren (vakkundig handelen: weten+kunnen+willen+doen)
  • Wat is de sleutel tot leren?
    Actief interacteren met de leerstof
  • Wat is formeel of intentioneel leren?
    Leren dat gestuurd wordt, het schoolse leren
  • De definitie van leren is
    Het ontstaan of tot stand brengen van relatief duurzame veranderingen in kennis, houding en vaardigheden en/of in het vermogen om te leren, door middel van selecteren, opnemen, verwerken, integreren vastleggen en gebruiken van en het betekenis geven aan informatie door individuen, groepen
  • Wat is informeel en incidenteel leren?
    Het buitenschoolse leren. Het vindt vaak plaats in natuurlijke situaties, zonder dat iemand formeel is aangesteld om je op te leiden of te onderwijzen. Het is veelal een vorm van zelfstandig leren.
  • Wat is cognitief leren?
    Memoriseren, feitenkennis, inzicht bevorderend leren en automatiseren van cognitieve handelingen
  • Is al het formele leren ook intentionele leren?
    Nee. De bedoeling iets te willen leren (en een bewuste planning en sturing van het leerproces) gaat vaak uit van de leerkracht i.p.v. de leerling. Er is dan niet perse sprake van intentioneel leren.
  • Wat is sociaal-affectief leren?
    Het ontwikkelen van emoties/gevoelens, houdingen/attituden en communicatieve vaardigheden. Sociaal affectief leren speelt een belangrijke rol bij de persoonlijkheidsontwikkeling. (romiszowski onderscheidt reactieve -houdingen/gevoelen- en interactieve vaardigheden -goede manieren, communicatie- )
  • Wat is het meest essentiële verschil tussen formeel en informeel leren?
    de mate waarin leren door anderen (= formeel) of door de leerling zelf (= informeel) wordt aangestuurd.
  • Wat is psychomotorisch leren?
    Automatiseren. De handeling verloopt nu zonder bewuste controle (routine)
  • Wat zijn verschillende definities van leren?
    • Leren is een duurzame verandering in gedrag of in het vermogen daartoe, als resultaat van oefening of andere vormen van ervaring (Schunk, 1996)
    • Leren is het verzamelen van kennis, inzicht en vaardigheden door ervaring of studie (Morris, 1971)
    • Leren is het maken en in stand houden van verbindingen: biologisch (neurale netwerken) en mentaal (concepten) en de wisselwerking tussen de geest / het verstand en de omgeving (AAHR, 1998)
    Kern: Bij leren moet je altijd iets doen; het is een activiteit: ervaren, oefenen, interactie met de omgeving. Passief leren bestaat niet. Leren brengt een langdurige of permanente verandering tot stand. Als je iets geleerd hebt, ben je veranderd!
    De sleutel tot leren is: actief interacteren met de leerstof.
  • Wat is competentieleren?
    Een competentie of beroepsbekwaamheid is het vermogen om op een creatieve en verantwoorde wijze een set van samenhangende vaardigheden, attituden, onderliggende kennis en persoonlijke kwaliteiten aan te wenden
  • Bestaat passief leren?
    NEE!
  • Wat maakt een leraar dan tot een goede leraar en wat is goede instructie?
    • Voor een goede leerkracht doet elke leerling ertoe.
    • Een goede leerkracht is niet bang om zijn lesplanning aan te passen.
    • Misschien is wel het belangrijkste dat goede leerkrachten hoge verwachtingen hebben van hun leerling / ambitieus zijn; ze stellen hoge doelen.
  • Waar richt het onderwijs op jonge kinderen zich op?
    Op de ontwikkelingprocessen ipv de leerinhouden
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Drie belangrijke breintechnieken om te leren
- mindmapping
- snellezen
- time management
Spiegelneuronen
Spiegelneuronen helpen ons om anderen mensen te begrijpen
Zoogdierenbrein
Ook wel limbisch systeem genoemd speelt een grote rol bij emotionele reacties die met overleven te maken hebben. Het limbische brein ontvangt impulsen uit het reptielenbrein en werkt deze uit. Emoties lijken bewuste gevoelens, maar zijn lichamelijke reacties om ons van gevaar weg te leiden.
Reptielenbrein
Het reptielenbrein is het oudste deel van onze hersenen. Het is verantwoordelijk voor het automatisch regelen van onze ademhaling, bloedsomloop, hartslag, temperatuurregeling, maar ook onze overlevingstechnieken en voortplantingsdrang
Hersencel
De takken van een hersencel worden dendrieten genoemd, deze ontvangen signalen. De stam die signalen doorgeeft is de axon
3 pijlers daltononderwijs
1. Vrijheid in gebondenheid: kinderen zijn wel vrij, maar moeten zelf keuzen maken en zelf structuur aanbrengen en beslissen wanneer en hoe ze iets aanpakken
2. Zelfstandigheid
3. Samenwerken
De essentie van het Daltononderwijs
Kinderen leren goed omgaan met hun eigen verantwoordelijkheid. Kinderen moeten initiatief durven nemen en verantwoordelijkheid durven dragen.
Wat zegt Vygotsky over leren?
Hij zegt dat het leerproces wordt beïnvloed door het ontwikkelproces in interactie met de omgeving. Hij is van mening dat wij niet leren vanwege de ontwikkeling die we doorgemaakt hebben, maar wij ontwikkelen ons omdat we leren. Kortweg: leren zorgt voor ontwikkeling; het leren van nieuwe dingen verhoogt het ontwikkelingsniveau. Zone van naaste ontwikkeling
10 kenmerken sociaal constructivisme
  1. Het kind heeft invloed op het eigen leerproces (zelfregulatie)
  2. Er wordt aangesloten bij eerder verworven kennis (voorkennis activeren wat ook een duidelijk cognitieve eigenschap is)
  3. Nieuwe kennis is betekenisvol: kennis en vaardigheden worden gebonden aan ervaringen in een specifieke context, vervolgens wordt die kennis dan weer toegepast in andere contexten.
  4. De motivatie vergroot, omdat de kinderen actief bij het proces betrokken zijn
  5. Men sluit aan bij het ontwikkelingsniveau en tempo van het kind (zone van naaste ontwikkeling)
  6. Kennis wordt gereedschap en is in andere contexten te gebruiken (transfer)
  7. Het kind ontwikkelt betekenisvolle competenties
  8. Het kind ontwikkelt zelfreflectie
  9. De begeleider is be-geleider, geen stuurder
  10. De inzet van begeleiders is betekenisvol en sluit aan bij het leerproces van het kind.
Connectivisme
  1. Leren en het verwerven van kennis is gebaseerd op een verscheidenheid aan meningen die op allerlei manieren tot je komen
  2. Leren is een proces van informatiebronnen met elkaar verbinden. Wat we leren en wat we weten is afkomstig van connecties die we vormen tussen neuronen in onze hersenen
  3. Kennis kan in niet-menselijke toepassingen zitten. De inhoud van wat we leren is altijd in beweging / ontwikkeling en de techniek, zoals video’s, blogs, sociale netwerken etc. fungeren als ‘pijplijn’ en ‘pakhuis’. Het vermogen om steeds meer te weten is belangrijker dan datgene wat we (al) weten.
  4. Het voeden en beheren van connecties is voorwaarde voor het voortdurend leren. Het proces van voeden en beheren is essentieel in deze leertheorie. Dit proces wordt aggregatie genoemd.
  5. Een noodzakelijke vaardigheid is verbanden te zien tussen ‘fields’, ideeën en concepten. Technologie maakt dit proces gemakkelijker: blogs en online boeken helpen daarbij evenals sociale netwerken die ons helpen de informatie te bediscussiëren snel en vrijmoedig . Dit wordt remixing genoemd. Het stelt ons in staat de meest accurate up-to-date kennis voor leeractiviteiten te verkrijgen. Leerders creëren nieuwe dingen / ideeën door het herhalen en filteren van wat anderen al eerder zeiden of deden.