Samenvatting Lesbrief verdienen en uitgeven

-
ISBN-10 9461101031 ISBN-13 9789461101037
369 Flashcards en notities
210 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Lesbrief verdienen en uitgeven". De auteur(s) van het boek is/zijn Olivier Rijcken. Het ISBN van dit boek is 9789461101037 of 9461101031. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Lesbrief verdienen en uitgeven

  • 1 Inkomen verdienen

  • Samenvatting hoofdstuk 1 'Inkomen verdienen':
    De toegevoegde waarde van een onderneming bestaat uit de omzet verminderd met de kosten voor de inkoop. De toegevoegde waarde wordt ook wel de productiewaarde genoemd en is gelijk aan het primaire inkomen, de beloningen voor de productiefactoren die zijn gebruikt. Het secundaire inkomen bestaat uit het primaire inkomen verminderd met de belastingen en sociale premies en vermeerderd met de inkomensoverdrachten. 

    Door de toegevoegde waarde van alle ondernemingen van een land bij elkaar op te tellen vind je het bruto binnenlands product (bbp). Het bbp is gelijk aan het bruto binnenlands inkomen. Nominaal inkomen is het inkomen gemeten in geld. Reëel inkomen is het inkomen gemeten in goederen. Na een stijging van het nominaal inkomen hangt de stijging van het reëel inkomen af van de inflatie. Welvaart is de mate waarin in behoeften kan worden verzien. Welvaart kan gemeten worden door het reëel bbp per inwoner. Hieraan kleven echter ook enkele nadelen. Een andere manier voor het meten van welvaart is door de duurzame ontwikkeling te meten. Er wordt dan rekening gehouden met de welvaart van de komende generaties. 

    De categoriale inkomensverdeling is de verdeling van het primaire inkomen over de verschillende productiefactoren. De loonquote drukt uit welk deel van het inkomen als beloning voor de productiefactor arbeid geldt. Een hoge loonquote drukt de winst van ondernemingen.
  • 1.1 Toegevoegde waarde

  • Wat is de toegevoegde waarde?
    Toegevoegde waarde is de waarde die een bedrijf toevoegt min de kosten van de inkoop en zonder de diensten van derden
  • De toegevoegde waarde
    De toegevoegde waarde wordt ook wel de productiewaarde genoemd. Het is de waarde die een onderneming toevoegt aan zijn inkopen. Dit doet de onderneming door zijn product te bewerken. Een naaiatelier voegt bijvoorbeeld waarde toe aan een stof door er een jurk van te maken.

    De toegevoegde waarde van een onderneming bestaat uit de omzet min de kosten van de inkopen. Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat de toegevoegde waarde gelijk is aan het inkomen van de productiefactoren die een onderneming gebruikt. Dit wordt duidelijker aan de hand van het volgende voorbeeld:
  • Hoe bereken je Toegevoegde waarde (TW)?
    TW=prijs-inkoop-diensten van derden
  • Tabel 1.1 is een afbeelding van een resultatenrekening van een naaiatelier. De toegevoegde waarde van het naaiatelier is gelijk aan de omzet min de kosten voor de inkoop, dus de toegevoegde waarde = €480.000 - €165.000 - €32.000 = €283.000. Op de resultatenrekening zijn ook de inkomens van de productiefactoren terug te vinden, dit zijn de lonen, rente, huur en winst. De totale waarde van het inkomen = €174.000 + €44.000 + €26.000 + €39.000 = €283.000. De toegevoegde waarde is dus gelijk aan het inkomen.
  • Wat is de toegevoegde waarde?
    De toegevoegde waarde wordt ook wel de productiewaarde genoemd. Het is de waarde die een onderneming toevoegt aan zijn inkopen. Dit doet de onderneming door zijn product te bewerken. Een naaiatelier voegt bijvoorbeeld waarde toe aan een stof door er een jurk van te maken.
  • Toegevoegde Waarde (Productiewaarde) is de omzet-kosten van inkopen.
  • Waaruit bestaat de toegevoegde waarde?
    De toegevoegde waarde bestaat uit de omzet min de kosten van de inkopen.
  • Welke conclusie kan getrokken worden uit het feit dat de toegevoegde waarde bestaat uit de omzet min de kosten van de inkopen?
  • 1.2 Het primair inkomen

  • Wat zijn de vier primaire inkomens?
    Rente (kapitaal), Loon (arbeid), Huur/pacht (natuur) & Winst (ondernemerschap) 
  • Primair inkomen
    Het primair inkomen is het inkomen dat verdiend wordt door deelname aan het productieproces. Met productiefactoren kan een beloning verdiend worden:
    1. Arbeid: loon
    2. Kapitaal: huur, rente
    3. Natuur: pacht
    4. Ondernemerschap: winst

    Secundair inkomen of besteedbaar inkomen
    Het secundair inkomen is het primair inkomen verminderd met inkomstenbelasting en sociale premies en vermeerderd met sociale uitkeringen en subsidies/toeslagen. Dit inkomen wordt ook wel het besteedbaar inkomen genoemd.

    Overdrachtsinkomens
    Overdrachtsinkomens zijn uitkeringen. Denk aan uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en bijstand. Deze inkomens krijgen mensen van de overheid. Uitkeringen worden betaald uit belastingen en sociale premies. Een belangrijk verschil tussen het primaire inkomen en overdrachtsinkomens is dat je primaire inkomens verdient door deel te nemen aan het productieproces. Dat is bij overdrachtsinkomens niet zo, deze ontvang je zonder een bijdrage te leveren aan de productie, zonder dat er een prestatie tegenover staat.
  • Wat is de voorwaarde voor een primair inkomen?
    Je moet een tegenprestatie leveren
  • Wat is primair inkomen?
    Inkomen dat verdiend wordt door deelname aan het productieproces.
  • Wat is een secundair inkomen?
    Uitkeringen zoals WW, AOW, etc.
  • Wat zijn de vier productiefactoren en welke beloningen (primair inkomen) worden met de productiefactoren verdiend?
    1. Arbeid: loon
    2. Kapitaal: huur, rente
    3. Natuur: pacht
    4. Ondernemerschap: winst
  • Is er een tegenprestatie nodig voor een secundair inkomen?
    Nee
  • Wat is het secundaire inkomen?
    Het primaire inkomen verminderd met inkomstenbelasting en sociale premies en vermeerderd met sociale uitkeringen en subsidies/toeslagen. Zie ook de figuur.
  • Wat is het besteedbaar inkomen?
    Het besteedbaar inkomen is het secundaire inkomen. Het secundaire inkomen wordt ook wel het besteedbaar inkomen genoemd omdat dit het inkomen is wat mensen echt kunnen uitgeven.
  • Wat zijn overdrachtsinkomens?
    Overdrachtsinkomens zijn uitkeringen. Bijvoorbeeld uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en bijstand.
  • Wat moet er nog betaald worden over het primair inkomen?
    Over het primair inkomen moet nog belastingen en sociale premies worden betaald.
  • Hoe worden uitkeringen betaald?
    Uit belastingen en sociale premies.
  • Wat is een belangrijk verschil tussen primaire inkomens en overdrachtsinkomens?
    Primaire inkomens verdien je door deel te nemen aan het productieproces. Dat is bij overdrachtsinkomens niet zo, deze ontvang je zonder een bijdrage te leveren aan de productie, zonder dat er een prestatie tegenover staat.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Waarom bepaalt de arbeidsproductiviteit mede de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse bedrijven?
De internationale concurrentiepositie is afhankelijk van de prijs waarvoor bedrijven hun producten op de wereldmarkt kunnen aanbieden. Hoe lager de prijs, hoe sterker de internationale concurrentiepositie. Door een hogere arbeidsproductiviteit zijn er per product minder loonkosten en kan het product voor een lagere prijs worden aangeboden.
Er zijn economen die voorspellen dat landen met een laag inkomen sneller zullen groeien dan landen met een hoog inkomen, zodat er dus sprake is van convergentie tussen de landen. Wat zijn twee redenen waarom ze dit denken?
1. Zij denken dit omdat in landen met een laag inkomen arbeid goedkoop is en het dus interessant is voor arbeidsintensieve bedrijven om zich daar te vestigen.
2. Ze denken dat ook het kapitaal (de investeringen) uitwijken naar die landen waar de beloning het hoogst is: de arme landen. Omdat in arme landen kapitaal zeer schaars is, zouden hier de hoogste opbrengsten gerealiseerd kunnen worden (de prijs van kapitaal is dan duurder). 
Waar is het beleid van de Europese Centrale Bank op de lange termijn op gericht?
Het beleid van de ECB op de lange termijn is erop gericht de groei van de geldhoeveelheid te beheersen. Hierdoor probeert de ECB de inflatie laag te houden.
Wat betekent de neutraliteit van het geld?
De neutraliteit van het geld betekent dat op lange termijn de geldhoeveelheid de productie niet of nauwelijks beïnvloedt.
Stel, de centrale bank brengt meer geld in omloop. De geldstroom (M×V) zal dan toenemen, en uit de verkeersvergelijking volgt dan dat de goederenstroom(P×Y) ook toeneemt. Wat stijgt er op de lange termijn, P of Y?
Op de lange termijn is de groei van het reëel nationaal inkomen afhankelijk van de productiefactoren, en niet van de groei van de geldhoeveelheid. Op de lange termijn zal Y dus niet veranderen door een toename van M. De omloopsnelheid (V) is ook constant. Een stijging van M leidt dus op de lange termijn tot een stijging van het prijspeil. Zie de figuur.

Ofwel, groei van de maatschappelijke hoeveelheid leidt op de lange termijn tot inflatie.
Stel, de centrale bank brengt meer geld in omloop. De geldstroom (M×V) zal dan toenemen, en uit de verkeersvergelijking volgt dan dat de goederenstroom(P×Y) ook toeneemt. Wat stijgt er op de korte termijn, P of Y?
Op de korte termijn is er vaak sprake van prijsrigiditeit. Het algemeen prijspeil (P) blijft dus constant. De omloopsnelheid van het geld (V) blijft ook altijd redelijk constant. Dus, als M stijgt moet Y ook stijgen. Zie de figuur. 

Oftewel, als de maatschappelijke geldhoeveelheid stijgt, zal op de korte termijn het reëel nationaal product stijgen. Dit kan natuurlijk alleen als de productiecapaciteit nog niet volledig benut is. In een situatie van aanhoudende hoogconjunctuur is de bezettingsgraad hoog. Dan leidt een toename van de geldhoeveelheid tot een toename van de inflatie. Als de bestedingen groeien, terwijl de grenzen van de productiecapaciteit bereikt zijn, zullen de producenten hun prijzen verhogen.
Waar is de omloopsnelheid van het geld afhankelijk van?
De omloopsnelheid van het geld is afhankelijk van de betalingsgewoonten. Zoals de maandelijkse huurbetalingen of het wekelijks boodschappen doen. Uit onderzoek blijkt dat de omloopsnelheid van het geld redelijk constant is.
Wat is de omloopsnelheid van het geld?
De omloopsnelheid van het geld geeft aan hoe vaak het geld van eigenaar verandert in een bepaalde periode.
Wat is de goederenstroom in de verkeersvergelijking van Fisher?
P × Y is de goederenstroom. Als in een land 200 broden voor €3 per stuk worden verhandeld dan is de goederenstroom €3 × 200 = €600.
Wat is de geldstroom in de verkeersvergelijking van Fisher?
M × V is de geldstroom. Als de maatschappelijke geldhoeveelheid in een land €100 is, dan moet elke euro zes keer van hand tot hand gaan om €600 aan goederen te kopen. De omloopsnelheid is dan 6.