Samenvatting Lesbrief Vervoer

-
ISBN-10 9461100760 ISBN-13 9789461100764
396 Flashcards en notities
275 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Lesbrief Vervoer". De auteur(s) van het boek is/zijn LWEO. Het ISBN van dit boek is 9789461100764 of 9461100760. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Lesbrief Vervoer

  • 1 Vervoer

  • vervoer
  • 1.1 Hoe verplaatsen we ons?

  • Er zijn verschillende manieren om jezelf, anderen of goederen te vervoeren of te verplaatsen. Dit kan bijvoorbeeld met de fiets, de scooter, de auto, de trein, de bus, een vrachtwagen of het vliegtuig.
  • Welke verschillende manieren om jezelf, anderen of goederen te vervoeren of te verplaatsen zijn er? Noem er 6.
    Dit kan bijvoorbeeld met de fiets, de scooter, de auto, de trein, de bus, een vrachtwagen of het vliegtuig.
  • Wat zijn de belangrijkste 'kosten' waar men rekening mee moet houden wanneer men goederen wil laten vervoeren?
    • Arbeidskosten (bijv. Oost-Europese vrachtwagenchauffeurs zijn goedkoper), 
    • brandstofkosten (bijv. diesel), 
    • het milieu (bijv. uitstoot en lawaai),
    • en die tijd die het kost om de goederen te vervoeren (bijv. vliegtuig is sneller dan een vrachtwagen).
  • 1.2 Met de Taxi of Met de Fiets

  • Hoe berekenen we het marktaandeel van de afzet? (omzet op een markt)
    Marktaandeel van de afzet = Afzet van een onderneming / afzet van de totale markt x 100%
  • TO = totale opbrengst = omzet (Oftewel Break - even Omzet (BEO))
    TK = totale kosten
    TCK = totale constante kosten
    TVK = totale variabele kosten
    TW = totale winst
    GVK = gemiddelde variabele kosten
    GCK = Gemiddelde Constante kosten
    GTK = Gemiddelde Totale Kosten
    P = prijs
    q = afzet = verkochte hoeveelheid (Oftewel Break-Even Afzet (BEA))
  • Formules:
    TO = P x q
    TK = TVK + TCK
    GVK = TVK : q
    GCK = TCK : q
    GTK = GVK + GCK
  • De marginale opbrengst (MO) geeft aan welk bedrag de ondernemer extra krijgt voor een extra verkocht product.
    De marginale kosten (MK) geven aan welk bedrag het de ondernemer extra kost om een extra product te maken.

    De maximale totale winst wordt behaald als de marginale opbrengst gelijk is aan de marginale kosten.
  • Productiecapaciteit?
    De maximaal haalbare productie per periode.
  • Wat is de relatie tussen het marktaandeel en de macht op de markt?
    Hoe groter de aandeel op de arbeidsmarkt, hoe meer macht je kan uitoefenen omdat je een grot deel van de markt hebt.
  • Betalingsbereidheid: Hoeveel jij bereid bent voor een product te betalen.
    In deze grafiek: boven de stippellijn geeft het betalingsbereidheid aan.
  • Hoe bereken je het surplus?
    Lengte x breedte x 0,5
  • Hoe kun je de vraaglijn tekenen?
    Met behulp van een vraagfunctie. Qv. Als je de formule invoert maak je een tabel met de antwoorden en die verwerk je in een grafiek en dan zie je dat de lijn van linksboven naar rechtsonder loopt.
  • Waardoor veranderd de vraaglijn?

    Er zijn verschillende redenen waarom de vraaglijn kan verschuiven zoals:
    het aantal vragers verandert,
    de prijzen van andere goederen en diensten verandert,
    het inkomen van de consument verandert,
    de behoeften en voorkeuren van de consument verandert.
  • Waardoor verschuift een punt op de vraaglijn?
    Als de prijs van een product verandert, verandert de vraaglijn niet: je krijg een ander punt op dezelfde vraaglijn. Bij een hogere prijs hoort op dezelfde vraaglijn een lagere gevraagde hoeveelheid en bij een lagere juist een hogere, het is dus een verschuiving van over of langs de vraaglijn.
  • welke factoren hebben invloed op de vraag van een product.

    Prijs, Globalisering, bevolkingsomvang, Behoefte
    Stand van de economie, inkomen, Prijzen van andere producten, Prijzen van aanvullende producten.
  • lijn A2=aanbod lijn
    Formule van lijn A2= Qa=P-q
  • Waardoor komt er een verschuiving van de aanbodlijn?
    Als meer aanbieders  die hetzelfde product aanbieden , zijn er dus meer producten bij die prijs waardoor de aanbodlijn naar rechts verschuift,
    ook veranderd het als de prijs of heffingen erop zijn gekomen.
  • Hoe bereken je de evenwichtsprijs?
    Qv = Qa
  • Hoe bereken je de evenwichtshoeveelheid?
    Als je de evenwichtsprijs invult in de formule
  • Hoe bereken je de omzet van een markt?
    van de markt afzet een komma getal maken. Dat doe je x al je producten en dan weet je hoeveel je verkoopt en dat X je prijs en dan heb je je omzet.
  • Bij de prijs elasticiteit.
    •uitkomst tussen 0 en -1: prijsinelastisch is niet gevoelig voor prijsverandering
    •Uitkomst kleiner dan -1: prijselastisch is gevoelig voor de prijs
  • Hoe bereken je de prijselasticiteit van de vraag? Licht het effect toe.
    Procentuele verandering van de vraag/procentuele verandering van de prijs = EV. Het effect is dat je kan zien of de vraag/prijs prijselastisch of prijsinelastisch is en of de prijs/vraag dus ook snel zal veranderen.
  • Hoe bereken je de inkomenselasticiteit? Licht toe.

    Het laat zien hoe de vraag reageert op een veranderd inkomen, het zelfde eigenlijk als bij de prijs.
    EY= Procentuele verandering van de vraag    ( GEVOLG)
                ----------------------------------------
    Procentuele verandering van het inkomen    (OORZAAK )
  • Wat zijn luxegoederen?
    Ook secundaire goederen genoemd, zijn goederen die niet direct in de eerste levensbehoefte van de consument voorzien, maar waaraan de consument wel een zeker nut onttrekt
  • Wat zijn normale goederen?
    Tastbare producten, zoals voedingsmiddelen, duurzame consumptieartikelen, machines en dergelijke.
  • Wat is een inferieur goed?
    een goed waarvan de consument minder gaat kopen als zijn inkomen stijgt en waarvan hij meer gaat kopen als zijn inkomen daalt. Dit heeft met inkomenselasticiteit te maken omdat als je prijs stijgt zal de vraag naar de goederen afnemen bij alle behalve bij Inferieur die neemt toe omdat die minder te besteden heeft dan.
  • Wat zijn primaire goederen?
    Goederen die je altijd nodig hebt.
  • Licht complementaire goederen aan de hand van een voorbeeld toe.
    Goederen die elkaar aanvullen, zoals auto`s en benzine, schoenen en schoenpoets. Wordt van het eerste goed meer gekocht dan zal ook de vraag naar het complement stijgen.
  • Licht substitutie goederen aan de hand van een voorbeeld toe.
    Goederen die onderling vervangbaar zijn. De consument laat zich bij aankoop uitsluitend leiden door prijsverschillen. Hierbij valt te denken aan een meubelmaker die hout in moet kopen. Beukenhout kan hij bij verschillende bedrijven worden gekocht. Als het beukenhout bij de Gamma goedkoper is dan bij bijv. de Praxis
  • Licht het verschil tussen constante en variabele kosten toe en hoe kun je ze herkennen?
    Constante kosten zijn kosten die je altijd hebt, bijv. de elektriciteit van machine of de huur van een gebouw, de variabele kosten verschillen per product  : telefoonkosten en verkoopkosten
  • TK= Constante kosten + Variable kosten
    TCK= Kosten die je altijd maakt ( huur van gebouw)
    TVK= Kosten per product  x Q
    GTK = TK : q
    GVK = TVK : q
    GCK = TCK : q
    MK = kosten die je per product meer maakt.
  • Hoe bereken je de totale winst?
    TW= TO - TK

  • Als je dan bijv. de Formule’s   Tk = Vaste kosten + variable kosten x Aantal producten
    En TO = Prijs x Aantal producten.
  • Wat is de break-evenafzet en wat is de break-evenomzet in de grafiek? Hoe bereken je die?
    Break-evenafzet = Breakevenomzet / verkoopprijs.
    Of: Kosten functie en omzet functie aan elkaar gelijkstellen. Dan krijg je het break-evenpunt waar je erna de break-evenomzet en afzet kan aflezen.
  • Waarom is de winst maximaal als MO gelijk is aan MK?
    Maak je meer producten als dat er afzet is maak je minder winst omdat de prijs lager is , is MO lager als MK en maak je verlies dus meeste winst als het gelijk aan elkaar is.
  • Formule Prijselasticiteit van de vraag =
    %verandering gevraagde hoeveelheid / %verandering Prijs
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Hoe kan men files terugdringen?
Het terugdringen van files is mogelijk door te kiezen voor meer en bredere wegen, door invoering van rekeningrijden (kilometerheffing) en het bevorderen van het openbaar vervoer
Uit welke kosten bestaat het totale kostenplaatje voor een transportonderneming?
Het totale kostenplaatje voor een transportonderneming bestaat uit het uurloon van de vrachtwagenchauffeur, de afschrijvingen van de vrachtwagens, de brandstofkosten en de overheadkosten (bijv. verzekeringspremie,moterrijtuigenbelastingen de afschrijving op vaste activa)
Waardoor kan de groei in beroepsbevolking van de afgelopen jaren worden verklaard?
De groei in de beroepsbevolking van de afgelopen jaren kan verklaard worden door de toename van het aantal deelnemende vrouwen aan het arbeidsproces, doordat steeds meer jonge vrouwen gaan werken en blijven werken als ze kinderen krijgen en vaker betaald werk doen ipv vrijwilligerswerk.
Wat is de term voor het voorval wanneer de prijs van een product verandert en alle andere factoren gelijk blijven?
De ceteris-paribusvoorwaarde
Welke factoren zijn van invloed op de vraag naar vliegtickets? Noem er vijf en leg uit waarom deze factoren van invloed zijn.
  • Prijs: De daling van de prijzen van vliegreizen heeft mede geleid tot een sterk groeiende vraag.
  • Stand van de economie: als de economie in een land groeit, stijdt de vraag naar vliegreizen.
  • Inkomen: de stijging van inkomens heeft invloed op het toeristisch vliegverkeer.
  • Globalisering: de behoefte aan vliegverkeer wordt beïnvloed door de globalisering, omdat er steeds meer contact is tussen burgers en bedrijven uit verschillende landen.
  • Bevolkingsomvang: Hoe groter de bevolking, hoe meer reizigers er zijn.
  • Behoefte: meer vrije tijd leidt tot meer behoefte aan vakanties.
  • Prijzen van andere vervoersmiddelen: als de prijs van substitutiegoederen omhoog gaat (zoals de trein of de auto) zal de vraag naar vliegreizen toenemen.
  • Prijzen van aanvullende goederen: complementaire goederen kunnen de vraag naar vliegreizen doen stijgen. Een voorbeeld van een complementair goed bij vliegreizen is het lang parkeren op het vliegveld. Als de prijs hiervan omlaag gaat, kan de vraag naar vliegreizen toenemen.
Welke drie belangrijke redenen om te gaan vliegen zijn er?
Er zijn drie belangrijke redenen om te gaan vliegen: zakelijk personenvervoer (mensen uit het bedrijfsleven die vliegen voor hun werk), toeristisch personenvervoer (mensen die op vakantie gaan) en goederenvervoer (voor sneller vervoer van goederen dan met de train, vrachtauto of een schip).
Wanneer zal er een verschil zijn in het berekende marktaandeel als men dit berekent op basis van de afzet versus de omzet van een onderneming?
Zodra concurrenten niet dezelfde verkoopprijs rekenen voor hun product.
Welke verschillende manieren om jezelf, anderen of goederen te vervoeren of te verplaatsen zijn er? Noem er 6.
Dit kan bijvoorbeeld met de fiets, de scooter, de auto, de trein, de bus, een vrachtwagen of het vliegtuig.
Elke grootte heeft de inkomenselasticiteit (Ey) van zowel inferieure, primaire en luxe goederen?
Ey < 0: inferieur goed
Ey tussen 0 en 1: primair goed
Ey > 1: luxe goed
Op basis waarvan kan een onderscheid gemaakt worden tussen inferieure, primaire en luxe goederen?
Afhankelijk van de grootte van de inkomenselasticiteit (Ey) onderscheiden we de inferieure, primaire en luxe goederen.