Samenvatting Levensloop lesbrief VWO

-
ISBN-10 9461100620 ISBN-13 9789461100627
748 Flashcards en notities
170 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Levensloop lesbrief VWO". De auteur(s) van het boek is/zijn LWEO. Het ISBN van dit boek is 9789461100627 of 9461100620. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Levensloop lesbrief VWO

  • 1 Kiezen

  • Consumptie: Producten die worden gekocht door de eindgebruiker

    Investeren: Aangeschaft kapitaalgoed gebruiken om er geld mee te verdienen

    Schaars: Een product is schaars als er een offer of inspanning moet worden geleverd om het te krijgen

    Opofferingskosten: Waarde van wat je moet opofferen om iets te verkrijgen

    Budget: Het beschikbare geld om iets te kopen

    Budgetvergelijking: Vergelijking met combinaties die je met het budget kan kopen

    Budgetlijn: Grafische voorstelling van een budgetvergelijking

    Nominaal: Budget uitgedrukt in euro's

    Koopkracht van het inkomen: Hoeveelheid goederen en diensten dat je kan verkrijgen met je inkomen

    Coöperatief spel: Spel waar wordt samengewerkt

    Niet-coöperatief spel: Spel waar niet wordt samengewerkt

    Resultatenmatrix: Tabel waarin de opbrengst van elke strategie is weergeven

    Dominante strategie: Strategie die het meeste oplevert, ongeacht wat de tegenspeler doet

    Gedomineerde strategie: Strategie die in alle gevallen het minste geld oplevert

    Tit-for-tatstrategie: Coöperatieve strategie

    Bindende afspraak: Afspraak waarbij beide spelers er belang bij hebben zich aan de afspraak te houden

    Free-ridergedrag: Profiteren van anderen

  • -consumeren: consument wil van zijn product genieten en gebruikt het daarom voor het eigen gebruik.

    - investeren:  kapitaalgoederen worden aangeschaft door een bedrijf en koopt het om er geld mee te verdienen. 

  • Wat bedoeld men met consumeren?

    Met consumeren bedoelt men dat producten aangeschaft worden door de consument om ervan te genieten.

  • Wat bedoeld men met investeren?

    Met investeren bedoelt men dat producten aangeschaft worden door een bedrijf om er geld mee te verdienen.

  • wat wordt bedoeld met consumeren? 

    bij consumeren wil de consument genieten van zijn product en is het niet bedoeld om er geld mee te verdienen. Ook wordt het alleen gebruikt voor eigen gebruik. 

  • Wat bedoelt men met het economische begrip van schaarste?

    Met het economische begrip van schaarste bedoelt men dat je iets moet doen voordat je van het product kan genieten. Zoals water uit de kraan is schaars want je moet er iets voor doen; de kraan opendraaien.

  • Wat wordt bedoeld met investeren? 

    Bij investeren worden kapitaalgoederen aangeschaft door een bedrijf en wordt het gekocht om er geld mee te verdienen. 

  • schaars:  De spanning tussen oneindige behoeften en beperkte middelen; als er een offer of inspanning moet worden gedaan om het product geleverd te krijgen.

     

  • Wat bedoelt men met opofferingskosten?

    De waarde van datgene wat we opofferen om iets te verkrijgen noemt men opofferingskosten.

  • Het prisoners dilemma; wat doen de spelers bij een coöperatief spel?

    Ze werken dan samen.

  • opofferingskosten: de waarde van datgene wat we opofferen om iets te verkrijgen.

    budgetvergelijking: de vergelijking die alle combinaties van twee producten weergeeft en die je maximaal met een gegeven budget en prijzen kunt kopen, daarbij kan je een budgetlijn tekenen.

     

  • Het prisoners dilemma; wat doen de spelers bij een niet-coöperatief spel?

    Ze werken niet samen.

  • het budget is uitgedrukt in euro's, daarom is het nominaal.

  • Wat is uitbetaling bij het prisoners dilemma?

    Uitbetaling is de verwachte opbrengst van een strategie.

  • Bij een coöperatief spel werken spelers samen, bij een niet-coöperatief spel werken ze niet samen en beconcurreren ze elkaar dus.

     

    * uitbetaling is de verwachte opbrengst van een strategie. 

     

    dominante strategie: de strategie die het meeste oplevert (gedomineerde strategie is dus de strategie die in alle gevallen het minst oplevert).

     

    tit-for-tat: de een doet precies hetzelfde dan de ander; men begint met samenwerking maar als de tegenspeler van strategie verandert en niet meer samenwerkt stop jij ook met de samenwerking. 

     

    free-ridergedrag of meeliftersgedrag: het profiteren van anderen.

     

     

     

     

     

     

  • Als een gevangenendilemma vaak wordt herhaald, wat is dan het gevolg?

    Dan stellen de spelers zich coöperatief op.

  • Wat wordt er bedoeld met de dominante strategie?

    De dominante strategie is de strategie die nooit wordt gekozen.

  • Hoe bereken je een reëel inkomen?

    index normaal

    ------------------ x 100%

    index prijzen

  • 1.1 Elke generatie kiest opnieuw

  • Consumeren: Dingen kopen voor plezier of eigengebruik

  • zijn keuzes die je maakt altijd vrije keuzes?

    nee, soms wordt je gedwongen door geldgebrek of gezondheid enzovoort.

  • Wat is consumeren?
    Dingen kopen voor plezier of eigengebruik.
  • In de tekst krijgt Joyce verschillende keuzevraagstukken voorgelegd. Zij moet zichzelf steeds afvragen welke keuze de beste is. Een voorbeeld van een keuzevraagstuk is of Joyce met haar vriendinnen of met haar ouders op vakantie zal gaan. Een ander voorbeeld van een keuzevraagstuk is of Joyce door moet gaan met het vwo of dat ze beter deeltijd-mbo kan gaan volgen.

    De opa en oma van Joyce hebben jarenlang van de arbeidsongeschiktheidsuitkering geleefd. Als je een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgt, ontvang je geld van de overheid omdat je niet kunt werken (bijvoorbeeld als je langdurig ziek bent). Nu hebben de opa en oma van Joyce recht op de AOW. AOW staat voor "algemene ouderdomswet" en is een uitkering voor mensen die met pensioen zijn.
  • Hoe betalen ouderen als ze met pensioen zijn?
    Ze hebben recht op AOW + daarnaast vaak bedrijfspensioen : daar is premie voor betaald toen opa nog werkte.
  • keuzes zijn niet altijd vrij omdat je soms gedwongen wordt om ze te maken. Door bvb geld of gezondheid. in de tekst de opa en oma van joyce. ze wil stopen met school maar dan kan ze later een slechtere baan krijgen.

  • Investeren: Het kopen van goederen door een bedrijf om geld te verdienen.

  • Wat is een schaars product?
    Als een offer of inspanning moet worden geleverd om een product te krijgen.
  • Wat is een keuzevraagstuk?
    Een keuzevraagstuk is het moeten kiezen tussen twee of meerdere opties.
  • Schaars: als je een offer of inspanning moet worden geleverd om een product te krijgen.

  • Wat is investeren?
    Het kopen van goederen door een bedrijf om geld te verdienen.
  • Wat is een arbeidsongeschiktheidsuitkering?
    Als je een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, krijg je geld van de overheid omdat je niet kunt werken, bijvoorbeeld als je langdurig ziek bent. 
  • Opofferingskosten: De waarde van datgene wat we opofferen om iets te krijgen.

  • Wat is een keuzevraagstuk?
    Een situatie waarin je uit meerdere dingen kunt kiezen, die allen een andere opbrengst hebben.
  • Wat betekent AOW?
    AOW staat voor "algemene ouderdomswet" en is een uitkering voor mensen die met pensioen zijn.
  • Budgetlijn: geeft de combinatie van 2 dingen aan. Het budget is uitgedrukt in euro's.

  • Nominaal: als iets uitgedrukt is in euro's.

  • Wat zijn opofferingskosten?
    De waarde van de het op een na beste alternatief. (geld, tijd, energie etc.)
  • Koopkracht blijft gelijk als: Iemands nominale budget met bijvoorbeeld 10% toeneemt en de prijzen ook met 10% stijgen.

  • Wat is nominaal?
    Uitgedrukt in geld/ euro's
  • De productstijging kan je in procenten krijgen door:

  • Wanneer blijft de koopkracht gelijk?
    Als het nominale budget met 10% toeneemt en de prijzen/koopkracht ook met 10% stijgen
  • Spelers: nemen de beslissingen. Ze streven naar een zo hoog mogelijke uitbetaling.

  • Hoe krijg je de productstijging in procenten?
    Nieuw-oud / oud
  • Informatie: We veronderstellen dat de info symetrisch is. Spelers weten evenveel van elkaar. Spelers gedragen zich coöperatief of niet-coöperatief.

  • Strategie: Deze is erop gericht een zo hoog mogelijke uitbetaling te krijgen.

  • Uitbetaling: De verwachte opbrengst van een strategie. Een opbrengsten-/ uitbetalingsmatrix is een tabel met de opbrengsten. De bedragen zijn netto.

  • Evenwicht: we zoeken bij een speltheoretische situatie naar evenwicht. Een evenwicht is een voorspelling van de uitkomst van het spel. Het evenwicht in dominate strategieën.

  • Gevangenendillemma: de vraag is wat kan je het beste doen?

  • Tit-for-tat: als de spelers zich coöperatief opstellen. Maar als de andere zijn strategie veranderd dan doet de tegenspeler het ook.

  • Free-ridergedrag/meeliftersgedrag: profiteren van anderen.

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.