Samenvatting Macroeconomics A European Text

-
ISBN-10 0198737513 ISBN-13 9780198737513
228 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Macroeconomics A European Text". De auteur(s) van het boek is/zijn Michael Burda Charles Wyplosz. Het ISBN van dit boek is 9780198737513 of 0198737513. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Macroeconomics A European Text

  • 2.2 gross domestic product

  • Wat is het BBP (GDP)?
    Het BBP is een maatstaf van de productie en het inkomen van een land (fluctuerende bewegingen rond de trend).
  • Wat is het verschil tussen en flow en een stock variabele?
    Flow variabelen worden gemeten per tijdseenheid en stock variabelen worden gemeten op een betaalde tijd.
  • Wat zijn de 3 definities van het BBP?
    1. Totale waarde van verkoop van alle finale goederen en diensten gemaakt in het binnenland. 
    2. Som van de toegevoegde waarde (verschil tussen verkopen en kosten).  
    3. Som van de factorinkomens uit het binnenland (salarissen, winsten, huuropbrengsten etc.).
  • Welke factoren worden niet meegerekend bij def. 1 van het BBP?
    Tussenproducten en gebruikte goederen.
  • Wat is de voorwaarde van def. 3 van het BBP?
    Iemands laatste uitgave moet iemand anders zijn inkomen zijn, hiermee is def. 3 consistent met def. 1.
  • Waarom wordt de term BBP per hoofd vaker gebruikt dan BBP?
    Omdat kleine landen vaak een lager BBP hebben terwijl ze wel een rijk land kunnen zijn. BBP per hoofd is dus representatiever dan alleen het BBP.
  • Wat is de formule voor het nominale BBP
    Nominale BBP = PaQa +P0Q 
  • Wat is de formule voor de reeële BBP
    Reeële BBPt = Pa0Qat + Pb0Qbt
  • Wat is het verschil tussen het nominale en reeële BBP
    Het nominale BBP bestaat uit de prijzen nu en het reeële BBP bestaat uit de constante prijzen.
  • Een toename in reeële BBP correspondeert met
    Een toename in physical output, het aantal producten geproduceerd en verkocht
  • Een toename in nominaal BBP  correspondeert met
    Hogere prijzen of meer output.
  • Wat is de BBP deflator
    Meet de prijspeil op een bepaald moment
  • Formule BBP deflator
    BBP deflator = nominaal BBP / reeële BBP
  • Hoe meet je het inflatiepercentage?
    BBP deflator inflatie = nominaal BBP groeipercentage - reeële BBP groeipercentage
  • Wat is een andere manier (dus niet via BBP deflator) om de inflatie te bepalen?
    De inflatie wordt gemeten als de procentuele stijging van de CPI in een bepaalde periode ten opzichte van dezelfde periode van het voorgaande jaar. (nieuw - oud /oud)
  • Wat houd het CPI in?
    De CPI geeft de prijsontwikkeling weer van goederen en diensten die Nederlandse huishoudens aanschaffen voor consumptie.
  • Waarom is het BBP moeilijk te meten?
    Omdat niet iedereen de goede informatie naar de overheid doorgeeft, je hebt ook nog een underground economy.
  • Wat houd de underground economy in?
    Al het inkomen en de uitgave die niet worden gerapporteerd (bv. Zwart werk).
  • 2.3 flows of incomes and expenditures

  • Elke uitgave van een individu is een inkomen voor een ander individu. De circular flow (plaatje) is gebaseerd op de eerste en derde definitie van het BBP en laat zien hoe het BBP ontstaat als finale verkoop, hoe het wordt uitbetaald aan de huishoudens en de eigenaren van de productiefactoren.
  • Betekenis letters 
    Y = BBP / output / inkomen
    C = consumptie 
    I = investment
    G = overheids aankopen 
    X = export 
    Z = import 
    NX = net-exports (X-Z) 
    S = spaargeld 
    T = netto belasting: belasting - subsidies
  • Private inkomen = Y - T (wat na de belasting overblijft van het BBP)
    Particuliere spaarsaldo = S - I 
    Uitgaven goederen en diensten = C + I 
    Absorptie = C + I + G (totale nationale uitgaven) 
    Lekken economie = T, Z, S
  • Total sales: Y = C + I + G + X - Z
    Factor income: Y = C + S + T

    dus: C + S + T = C + I + G + X - Z
    dat geeft: (S - I) + (T - G) = (X - Z)
     
    privésector 
    overheid 
    rest v.d wereld  
  • BBP kijkt naar locatie 
    BNI kijk naar nationaliteit (ownership) 

    BNI = BBP + netto factorinkomen uit buitenland 
    NNI = BNI - afschrijvingen 
    NBP = BBP - afschrijvingen 
    nationaal inkomen = NNI - indirecte belasting + subsidies
  • Verschil pro en contra cyclisch?
    Procyclisch houdt in dat de variabelen de trend volgen en bij contracyclisch gaan de variabelen juist tegen de trend in.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Waarom heeft de rente invloed op de investeringen?
  1. Een hogere rente zorgt voor een lagere Tobins q 
  2. Bedrijven lenen om investeringen te kunnen financieren, als rente leningen stijgen gaan bedrijven minder investeren 
Levenscycles hypothese
Inkomen fluctueert heel veel in iemand leven, maar sparen en lenen moet zorgen voor een gelijke consumptie over de jaren.
Waarom sparen of lenen mensen?
Verwachtingen over de toekomst's inkomen en behoeften.
Wat houd het dichotomie principe in?
Het dichotomie principe zegt dat nominale variabelen reële variabelen niet beïnvloeden op de lange termijn, ze worden apart geanalyseerd
Wat houd de neutraliteit's principe in?
Op de lange termijn beïnvloed money supply alleen de nominale variabelen (prijzen, lonen,...), het zal niet de reële variabelen aanpassen.
Wat gebeurt er als M stijgt
  1. Individuelen gaan proberen het extra geld uit te geven 
  2. Als de productie van bedrijven de verhoogde vraag niet aan kunnen worden de prijzen hoger 
  3. Als de productie van bedrijven kan worden aangepast naar de vraag worden de hoeveelheden (Q) groter 
Welke twee types geld bestaan er en wat houden ze in
  1. Fiat money - het papier geld, heeft geen 'echte' waarde
  2. Commodity money - gouden munten, heeft van zichzelf al waarde 
Hoe noem je een maatschappij zonder geld
Bartender economy
Drie functies van geld
  1. een ruilmiddel 
  2. store of value 
  3. rekeneenheid 
Hogere lonen kunnen de productiviteit verhogen via:
  • beter voedsel en gezondheid - groei werknemers 
  • verminderde labor turn-over - werknemers blijven langer 
  • verminderd moreel risico 
  • positieve zelf selectie van werknemers - mensen met beste solicitaties komen