Samenvatting Marketing Kernstof NIMA A

-
3217 Flashcards en notities
42 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Marketing Kernstof NIMA A". De auteur(s) van het boek is/zijn John Smal, Hans Vosmer. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Marketing Kernstof NIMA A

  • 1 Marketing en marketingconcept

  • Wat is marketing?
    Alle activiteiten verricht door ruilsubjecten, die erop gericht zijn om ruiltransacties te bevorderen, te vergemakkelijken en te bespoedigen. 
  • Wat is marketing op lange termijn?
    Op lange termijn probeer je een behoefte van de doelgroep te begrijpen en daarmee een langdurige relatie op te bouwen.
  • Wat is het verschil tussen marketing en sales?
    Bij marketing gaat het om te binding, bij sales gaat het om de cijfers (onpersoonlijk)
  • Verschil tussen buyers' en sellers' market?
    Sellers’ market: Wanneer bij een schaarste-economie de vraag naar producten en diensten het aanbod overtreft.
    Buyers’ market: Het aanbod gaat de vraag naar producten of diensten overtreffen. 
  • Wat houdt positionering in?
    Een goede positie krijgen op de markt ( een bepaalde klasse)/ hoe sta je tegenover een ander merk?
  • Verschillende Marktbenaderingsconcepten/orientaties?
    Productieoriëntatie: Het productieproces wordt gestandaardiseerd, groot aantal volkomen gelijkvormige eindproducten wordt voor de finale consument vervaardigd.
    Productoriëntatie: Ruiltransacties komen het best tot stand door grote aandacht te besteden aan kwaliteitsverbeteringen van het product.


    Verkooporiëntatie: Ruiltransacties komen het best tot stand door de nadruk te leggen op de1 communicatie- en distributie-inspanningen.
    Marketingoriëntatie: Door automatisering is het mogelijk diverse productvarianten uit te brengen tegen acceptabele kosten.
    Maatschappelijke marketingoriëntatie: Aanvullingen op het marketingconcept waarbij rekening wordt gehouden met de neveneffecten van de ruilprocessen op langere termijn. 
  • Positionering veranderd de hele tijd
  • Marketingactiviteiten op drie verschillende niveau's?
    1.Macromarketing: Omvat alle activiteiten die de stroom van goederen en diensten besturen van producent naar consument.
    2. Mesomarketing: Omvat alle activiteiten die de stroom van goederen en diensten besturen van producent naar consument binnen een specifieke bedrijfstak.
    3. Micromarketing: Omvat alle activiteiten die gericht zijn op het opsporen, aantrekken en behouden van potentiele klanten
  • Wat zijn de twee elementen van positionering?
    1. De breinpositie: je wilt dat de consument iets over jou denkt
    2. De relatieve positie: hoe je ten opzichte van de consument staat.
  • Wat is een Marketingconcept?
    Het marketingconcept is de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan de marktbenadering, waarbij ervan uitgegaan wordt dat ruiltransacties het best tot stand komen door de behoefte van de afnemers als uitgangspunt te nemen bij de activiteiten van de organisatie. Dit houdt in dat we alleen dan een product succesvol op de markt kunnen brengen (en houden) als het door de consument geaccepteerd wordt. 
  • Noem de 6 p's
    1. Producten/diensten
    2. Prijs
    3. Plaats
    4. Promotie
    5. Presentatie
    6. Personeel
  • Wat is Marketing?
    Marketing is alle activiteiten verricht door ruilsubjecten, die erop gericht zijn om ruiltransacties te bevorderen, te vergemakkelijken en te bespoedigen
  • Product/dienst: kwaliteit/vormgeving, verpakking/merknaam, accessoires/assortiment, service. Een product is ontastbaar en is niet constant ( door gebeurtenissen kan de kwaliteit beter/slechter worden.
    Prijs: je stelt je prijs vast door naar de consument te kijken, je bepaalt je positie op de markt door je prijs.
    Plaats: waar je verkooppunten zijn/hoeveel/wat is de kwaliteit van die verkooppunten. (conveniencestores)
    Promotie: hoe zet je je merk neet waardoor de consumenten gaan kopen. (lange reclames (thema reclames/kortere reclames (sales reclames))
    Presentatie: Hoe laat je je product zien/inrichting van een winkel/hoe de mensen gekleed zijn/convenience stores.
  • Wat is de Marketingmix?
    De combinatie en afstemming van de door een organisatie gehanteerde marketinginstrumenten die gericht zijn op een of meer doelgroepen binnen een bepaalde markt.
  • Wat is premiumprising? 
    Dat is een prijs gebaseerd op de consument, je gaat dan 8% duurder dan de anderen omdat je vind dat jou product beter is.
  • Wat zijn conveniencestores?
    Winkels die altijd binnen 1 km zijn
  • Noem de 4 soorten van distributie:
    1. Duale distributie: als je kanalen samen gebruikt
    2. Intensieve distributie: convenience stores/ winkels binnen een aantal meters
    3. Selectieve distributie: shopping goods (meubelboulevard)
    4. Exclusieve distributie: exclusieve merken (porsche/ferrari)
  • Wat zijn trials aankopen?
    Dingen die in de  bonus komen om nieuwe producten aan te prijzen
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Welke methoden van steekproeftrekking zijn er?
Aselecte steekproef: Bij een aselecte steekproef heeft elk element uit het steekproef kader een gelijke kans om in de steekproef te worden opgenomen. We onderscheiden drie verschillende methoden voor een aselecte steekproef:
  • Systematische steekproef: Er wordt gebruikgemaakt van een bepaalde systematiek bij het selecteren van de elementen voor de steekproef, bijv. ieder vijftigste adres.
  • Clustersteekproef: Het steekproefkader wordt gesplitst in groepen (clusters), waarna een selecte steekproef van de clusters wordt getrokken. Bij clustering is er altijd risico van verminderde representativiteit.
  • Gestratificeerde steekproef: De populatie wordt in groepen verdeeld. Deze groepen (strata) bestaan uit elementen die bepaalde kenmerken gemeen hebben.



·Niet-aselecte steekproef: Hierbij zoeken we naar elementen die een bepaald kenmerk bezitten.
  • Quotasteekproef: De populatie wordt op basis van de belangrijk geachte variabelen opgedeeld in een aantal strata, waarna uit ieder stratum gericht een bepaald quotum elementen wordt geselecteerd.
Wat zijn Z-waarden en welke zijn er?
  • Bij een Z-waarde van 1,96 hoort een betrouwbaarheid van 95%
  • Bij een Z-waarde van 2 hoort een betrouwbaarheid van 95,4% 
Wat is de binominale verdeling?
Binominale verdeling:·
  • In het geval dat het verschijnsel optreedt dan wordt deze aangeduid als P.
  • In het geval dat het verschijnsel niet optreedt dan wordt deze aangeduid als Q.
Wat zijn de eisen waaraan een steekproef moet voldoen?
  • De steekproef moet representatief zijn, dat wil zeggen dat de steekproef op een aantal kenmerken een goede afspiegeling is van de populatie.
  • De steekproef moet voldoende groot zijn.
  • De steekproef moet valide zijn, dat wil zeggen dat de uitkomsten van een steekproefonderzoek geldig moeten zijn. De validiteit is dus de mate waarin wat men meet, overeenkomt met wat men beoogt te meten.
Wat is het steekproefkader?
De concrete lijst van elementen (personen, huishoudens, bedrijven, enz.) waaruit een steekproef wordt getrokken. 
Wat is de populatie?
De verzameling elementen waarover men in het kader van een steekproefonderzoek uitspraken over wil doen. Word in formule aangeduid met N
Wat is een steekproef?
Een selectie van een subgroep van elementen uit een grotere verzameling van elementen, de populatie.
  • Het doel van het steekproefonderzoek is het generaliseren van de bevindingen uit zo een onderzoek naar de gehele populatie.
Wat is de Kromme van Gauss en welke eigenschappen heeft ze?
Bij de grafische weergave van een zeer groot aantal verschijnselen zal de frequentiepolygoon een bijzondere karakteristiek aannemen. Deze vorm heet de Kromme van Gauss. Deze verdeling heeft een bijzonder aantal eigenschappen:
  • Ze is eentoppig.
  • Ze is klokvormig
  • Ze is symmetrisch, dat wil zeggen. 50% van de waarneming ligt links van het midden en 50% light rechts van het midden
  • Het rekenkundig gemiddelde ligt precies in het midden van de curve.
  • Het rekenkundig gemiddelde, de modus en de mediaan zijn aan elkaar gelijk. 
Wat is de spreiding en de spreidingsmaatstaaf?
Spreiding: De mate waarin de individuele waarnemingen afwijken van centrale tendentie

Spreidingsmaatstaaf: Een statistisch kerngetal dat de spreiding van de waarnemingen karakteriseert.
  • Variatiebreedte: Het verschil tussen de grootste en kleinste waarneming.
  • Standaarddeviatie: Een spreidingsmaat die rekening houdt met de waarde van alle individuele waarnemingen. De standaarddeviatie wordt vaak aangeduid als σ (sigma).
Wat is de modale klasse en wat is frequentiedichtheid?
  • Modale klasse: De klasse met de hoogste frequentiedichtheid.
  • Frequentiedichtheid: De absolute frequentie van een klasse gedeeld door de klassebreedte.