Samenvatting Mededingings- en Economisch recht Class notes

1069 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Mededingings- en Economisch recht Class notes

  • 1378850400 College 1: Inleiding en enkele hoofdlijnen

  • Op welke niveaus vindt er mededingingstoezicht plaats?
    Op zowel Nederlands niveau als op Europees niveau.
  • Wat is het economisch ordeningsrecht?
    Het economisch ordeningsrecht ziet op de ordening van de economie.
  • Wat is het doel van het economisch ordeningsrecht?
    Het economisch ordeningsrecht heeft 2 doelen die elkaar deels overlappen:
    1. De regels van het economisch ordeningsrecht zijn erop gericht om het economisch verkeer goed te laten functioneren en betrekkingen tussen ondernemingen onderling en betrekkingen tussen de consumenten en de ondernemingen goed te laten verlopen.
    2. Daarnaast hebben de regels van het economisch ordeningsrecht tot doel om een optimale uitkomst te bereiken van de vrije markteconomie.
  • Hoe kunnen die twee doelstellingen van het economisch ordeningsrecht worden bereikt?
    Er zijn twee manieren om de doelstellingen van het economisch ordeningsrecht te bereiken:
    1. Liberalisering
    2. Regulering
  • Hoe ziet het eruit wanneer men de doelstellingen van het economisch ordeningsrecht probeert te bereiken door middel van liberalisering?
    Om via de weg van liberalisering de doelstellingen van het economisch ordeningsrecht te bereiken worden regels zoveel mogelijk afgeschaft die het vrije verkeer van de markt zouden kunnen belemmeren. Bedrijven en consumenten wordt zoveel mogelijk de vrijheid gegeven om hun gang te gaan zondaar dat de overheid vooraf allerlei regeltjes opstelt.

    Laatste 20-25 jaar zagen we veel liberalisering om de doelstellingen van het economisch ordeningsrecht te bereiken, de laatste jaren (ingegeven door de crisis) gaat men weer steeds meer richting regulering.
  • Hoe ziet het eruit wanneer men de doelstellingen van het economisch ordeningsrecht probeert te bereiken door middel van regulering?
    Bij regulering voert de overheid regel sin waar de bedrijven zich aan moeten houden. Dit kunnen algemene of specifieke geboden of verboden zijn.
  • Welk soort toezicht hoort er bij de liberale manier om doelstellingen van economisch ordeningsrecht te bereiken?
    In geval van liberalisering vindt toezicht en handhaving achteraf plaats. Je houdt dan dus enkel toezicht op de manier hoe de ondernemingen zich op de markt gedragen. Geen toezicht vooraf.
  • Welk soort toezicht hoort er bij de manier van regulering om doelstellingen van economisch ordeningsrecht te bereiken?
    In geval van regulering vindt toezicht vooraf plaats. Vooraf is precies duidelijk aan welke regels de ondernemingen moeten voldoen.
  • Wat is belangrijk voor het economisch ordeningsrecht?
    De vrije marktwerking.
  • Wat als partijen vooraf afspreken maken over wie bijvoorbeeld zich inschrijft voor welke opdracht?
    Dan komt de vrije marktwerking in gevaar, dit is in strijd met het kartelverbod.
  • Wat is de reden dat de ACM ook aan natuurlijke personen boetes oplegt?
    Hiermee wil de ACM een afschrikwekkende werking van doen uitgaang. Als het mogelijk is dat je privé een boete krijgt opgelegd dan is dat erg ingrijpend. 
  • Welke natuurlijke personen kan de ACM een boete opleggen?
    Het gaan in een dergelijk geval om natuurlijke personen die worden aangemerkt als (1) opdrachtgever of (2) feitelijk leidinggevende van degene die het kartelverbod heeft overtreden.
    Die mensen hoeven niet perse formeel bestuurder te zijn, vaak zijn het mensen die managementposities binnen het bedrijf innemen.
  • Wie stelt de ACM centraal bij haar toezicht op de markt?
    De ACM stelt bij haar toezicht de consument centraal. Het doel dat de ACM toezicht houdt is om kansen en keuzes te bevorderen voor de bedrijven en de consumenten. 
  • Hoe ziet de ACM haar eigen functie?
    De ACM geeft aan dat zij zichzelf in de eerste plaats als handhaver ziet.
  • Welk doel streeft de ACM met het toezicht houden na?
    De ACM geeft aan dat zij de belangen van de consument behartigt omdat er moet worden gezorgd dat er voldoende aanbod is voor de consument. Ook wil de ACM bevorderen dat bedrijven zonder belemmeringen de mogelijkheid hebben om de markt te betreden. 
  • Welk belang streeft de ACM na voor bedrijven?
    De ACM wil bevorderen dat bedrijven zonder belemmeringen de mogelijkheid hebben om de markt te betreden. 
  • Welk doel streeft de ACM na voor de consument?
    De ACM streeft ernaar dat er voor de consument voldoende aanbod is van producten en/of diensten.
  • Wie is de bestuursvoorzitter van de ACM?
    Chris Fonteijn.
  • Waar staan de letters ACM voor?
    Autoriteit Consument en Markt.
  • Welk model ligt aan het mededingingsbeleid van de ACM ten grondslag?
    Je hebt een rechthoekig land. In dat land bevindt zich een oneindig aantal consumenten die beschikken over een oneindige hoeveelheid geld. Er zijn 2 aanbieders actief van hetzelfde product X. Deze twee aanbieders maken exact hetzelfde product en de consumenten beschikken over de volledige informatie m.b.t. deze producten. De consument is dus in staat om de producten goed met elkaar te vergelijken.

    In deze situatie is er sprake van volledige concurrentie. De consument is geheel vrij om te kiezen bij welke van de producenten hij zijn product koopt. Deze markt stimuleert de leveranciers om te innoveren.

    Dit is het idee van de vrije markt economie. Dit model is slechts illusoir, want dit is nergens in de wereld het geval.
  • Waaruit bestaat het economisch ordeningsrecht?
    Het economisch ordeningsrecht bestaat uit:
    - Het algemeen mededingingsrecht
         * Toezicht achteraf o.b.v. sancties (behalve bij concentratiecontrole)
    - Sectorspecifieke regulering/markttoezicht
         * Regulering vooraf (bijv. vaststellen tarieven) én toezicht achteraf o.b.v.  
            sancties
         * Van toepassing op bepaalde sector van de economie of op bepaalde 
            rechtssubjecten
    - Consumentenbescherming
         * Deels toezicht achteraf; deels belangenbehartiging
    - Staatssteunregels en aanbestedingsregels
         * Van toepassing op de overheidsorganen
  • Streven de EU en de Nma naar een markt met volledige concurrentie?
    Een markt waarin volledige concurrentie bestaat is onmogelijk, dit is enkel theoretisch. De EU en de Nma streven geen volledige concurrentie na, maar zij streven naar een markt waarin zoveel concurrentie is dat de vrije-marktwerking goed functioneert.
  • Welke verschilende visies met betrekking tot een ideale marktwerking zijn er?
    Het model van:
    - De volledige concurrentie (is een puur theoretisch model: oneindig veel aanbieders/vragers en geen marktmacht voor een van de partijen)
    - De beperkte concurrentie
    - De planeconomie, daarbij is er geen sprake van concurrentie. Bij een planeconomie reguleert de overheid werkelijk alles.
  • Hoe ziet de indeling van een gedereguleerde markt eruit?
    De gedereguleerde markt bevat een combinatie van vrije concurrentie en regulering (bijv. ACM en Nza).
  • Hoe ziet de indeling van een vrije markt eruit?
    In een vrije markt is er sprake van een toezichthouder - handhaver.
  • Hoe ziet een gereguleerde markt eruit?
    De gereguleerde markt heeft een toezichthouder - regulator (degene die de regels opstelt). In Nederland bestaat die uit:
    - ACM (telecom, energie, etc.)
    - NZa (zorg)
    - AFM (financiële markten)
    - etc.
  • Men kan zichzelf de vraag stellen of de vrije markt nou vrij is 'doordat er mededingingsregels bestaan' of is de markt juist vrij 'ondanks het feit dat er sprake is van mededingingstoezicht'?
  • Wie is er bij de EU belast met het toezicht houden op de mededingingsregels?
    De commissie.
  • Wat is de reden dat veel overnames en fusies niet van d e grond komen?
    Veel ondernemingen zijn bang dat ze voor hun overname of fusie geen toestemming zullen krijgen van de ACM en laten het daarom maar niet doorgaan.
  • Zijn ondernemers blij met mededingingsregels?
    Nee, zij hebben het gevoel dat ze in hun vrijheden worden aangetast. Wanneer zij lang hebben gewerkt aan een nieuw product en daar veel geld in hebben gestoken en als gevolg hiervan een groot marktaandeel verovert, dan kan zij door de ACM worden aangemerkt als een onderneming met een economische machtsposities. Wanneer zij een onderneming met economische machtspositie is dan moet zij aan bepaalde regels voldoen en kan zij niet meer zomaar vrij haar eigen prijzen vaststellen.
  • Wanneer is er in de EU de mogelijkheid om te reguleren?
    Alleen wanneer de vrije markteconomie niet op kan gaan mag er worden gereguleerd.
  • Hoe noemen we de gedachte dat er alleen maar dient te worden gereguleerd wanneer dit strikt noodzakelijk is?
    De subsidiariteitsgedachte.
  • Wat is de subsidiariteitsgedachte?
    De subsidiariteitsgedachte is van mening dat er alleen maar dient te worden gereguleerd wanneer dit strikt noodzakelijk is
  • Wat is een voorbeeld van een markt die tot voor kort was gereguleerd maar steeds verder is geliberaliseerd?
    De telecommunicatiemarkt. Doordat de concurrentie op de markt steeds sterker is geworden is regulering niet langer noodzakelijk. Voorheen was er de OPTA (Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit) en die is nu gefuseerd met de ACM. De OPTA was tot de conclusie gekomen dat de markt zichzelf nu wel reguleerde door de onderlinge concurrentie, daarom is zij paar jaar geleden gestopt met het reguleren van tarieven. Dit is de subsidiariteitsgedachte in de praktijk: enkel reguleren wanneer het strikt noodzakelijk is.
  • In welk artikel is neergelegd dat de EU een interne markt tot stand dient te brengen?
    Artikel 3 lid 3 VEU.
  • Wanneer mag er binnen de EU worden gereguleerd?
    Alelen wanneer ook de hoofdregel van 'vrije markteconomie' kan opgaan.
  • Wanneer wordt binnen de EU regulering van een bepaalde markt toegestaan?
    Regulering van een bepaalde markt wordt enkel toegestaan wanneer dit strikt noodzakelijk is, omdat er sprake is van marktfalen.
  • Wat is de hoofdregel binnen de EU?
    De hoofdregel is dat er sprake moet zijn van een vrije markteconomie.
  • In welk artikel is misbruik van de machtspositie in de VWEU neergelegd?
    Artikel 102 VWEU.
  • In welk artikel is het kartelverbod in de VWEU neergelegd?
    Artikel 101 VWEU.
  • Waarom is de mededinging een van de methodes waarmee de EU één handelsmarkt probeert te bereiken?
    OM het voor bedrijven makkelijk te maken om grensoverschrijdend met elkaar te handelen is het van belang dat de mededinging goed is geregeld.
  • Wat is de hoofdregel binnen de EU m.b.t. de markteconomie?
    De EU is voorstander van een vrije markteconomie waarbij vaak een soort van subsidiariteitseis wordt gesteld. Regulering van een bepaalde markt wordt alleen toegestaan wanneer dit strikt noodzakelijk is.
  • Is het neo-liberalisme van mening dat de markt in zijn geheel moet worden gereguleerd?
    Nee, het neo-liberalisme is geen voorstander van algehele regulering van de markt. Het neo-liberalisme is voorstander van het opstellen van bepaalde gedragsregels of wanneer de structuur van een bepaalde markt vereist dat er wordt gereguleerd.
  • Heeft elke lidstaat van de EU een nationale mededinginswet?
    Ja, elke lidstaat heeft een nationale mededinginswet met een nationale instantie die toezicht houdt op de naleving hiervan.
  • Hoe zag de geschiedenis in Europa eruit?
    Eerst kwam er een vrij verkeer van goederen, personen en kapitaal en vrijheid van vestiging. Daarna kwam er vrije mededinging. Na de vrije mededinging kwam het vrij verkeer van vonnissen en informatie/bewijs.
  • Hoe reageren liberalisten en neo-liberalisten op het volgende voorbeeld
    Stel: 
    Er zijn 5 producenten actief op bepaalde markt en consument kan vrij kiezen uit die 5. Één van hen doet uitvinding van de eeuw waardoor zijn product vele malen beter en goedkoper wordt. De consumenten kiezen massaal voor die ene aanbieder. De aanbieder krijgt ook nog een octrooi voor zijn product en dus is hij de enige die het product op de markt mag brengen. De andere 4 zullen dan dus hun klanten kwijtraken en failliet gaan, er blijft dan nog 1 partij actief en die zou bijv. zijn prijzen kunnen gaan verhogen omdat consumenten toch nergens anders heen kunnen.

    Wat zou de reactie van een liberalist zijn?
    De markt corrigeert zichzelf. Wanneer het bedrijf structureel de prijs verhoogt zal de consument stoppen met het kopen van een product en zoeken naar een alternatief. Voor de andere 4 wordt het dan interessant om ook een uitvinding te doen die alternatief biedt. Er zijn dan dus zelfs 2 producten op de markt en dan kan de consument vrij kiezen.

    Hoe zou de neo-liberalist dit probleem oplossen?
    De neo-liberalist is van mening dat niet elke markt een zelfcorrigerend effect heeft. Omdat degene die het product heeft uitgevonden over een enorm netwerk beschikt is het voor anderen vrijwel onmogelijk een 2e netwerk op te bouwen, ook al zijn er economische stimulansen die hen daartoe aanzetten.
  • Wat zegt het liberalisme als antwoord op het neo-liberalisme?
    Het liberalisme zegt dat er op de markt altijd sprake is van een zelfcorrigerend effect.
  • Waarom moeten netwerksectoren worden gereguleerd?
    Omdat er grote investeringen nodig zijn om op die markt actief te worden is het vrijwel onmogelijk dat nieuwe spelers op die markt komen. Omdat dergelijke bedrijven niet aan 'normale concurrentie' onderhevig zijn en om te voorkomen dat de monopolist(en) de consument uitknijpen zijn regels vereist (regulering).
  • Noem voorbeelden van markten die volgens het neo-liberalisme moeten worden gereguleerd
    Bij netwerksectoren is regulering nodig. Een netwerksector heeft als kenmerk dat er een grote investering nodig is om in een dergelijke sector actief te worden. Vaak is een deerlijke investering in het verleden al gedaan.
    Bijvoorbeeld het spoorwegvervoer, dit kan je niet volledig aan de markt overlaten want overheid heeft spoor aangelegd en voor nieuw bedrijf is het onmogelijk om op die markt te komen, aanleggen van sporen is veel te duur en te omvangrijk. Ook waterleidingnetwerksecotr en elektriciteitsnetwerk.
  • Noem voorbeelden van markten die volgens het neo-liberalisme moeten worden gereguleerd
    Bij netwerksectoren is regulering nodig. Een netwerksector heeft als kenmerk dat er een grote investering nodig is om in een dergelijke sector actief te worden. Vaak is een deerlijke investering in het verleden al gedaan.
    Bijvoorbeeld het spoorwegvervoer, dit kan je niet volledig aan de markt overlaten want overheid heeft spoor aangelegd en voor nieuw bedrijf is het onmogelijk om op die markt te komen, aanleggen van sporen is veel te duur en te omvangrijk. Ook waterleidingnetwerksecotr en elektriciteitsnetwerk.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat is er bepaald in de zaak 'T-Mobile & KPN'?
Arrest T-mobile en KPN, dit is een civiele procedure die door UPC is aangespannen tegen T-mobile en KPN. UPC vordert terugbetaling van te hoog betaalde tarieven die T-Mobile en KPN in rekening hebben gebracht voor het verkeer tussen de mobiele telefonie. 
Eerst moet worden gekeken of het verschil extensief is en daarna moet worden gekeken of het tarief onredelijk is in verhouding tot de verleende dienst., r.o. 5.10. 

Het Bulrich-systeem bepaalt het minimale tarief, maar dit systeem is niet geschikt en ook niet bedoeld om achteraf te bepalen of de tarieven die zijn toegepast te hoog zijn. De aanbieder heeft meer winst wanneer hij hogere tarieven vaststelt, maar dat is niet in strijd met grote marktaandeel, tenzij het verschil tussen de kosten en de vraagprijs te hoog zijn. In r.o. 3.5 wordt goed uitleg gegeven tussen verschil in samenhang tussen sectorspecifieke regeling en mededingingsregels.

De OPTA heeft tarieven voor die wholesale telecommunicatiemarkt proberen te reduceren en daarvoor heeft zij het Bullricht-model ontwikkeld. Keer op keer hebben de mobiele operators een beroep in gesteld tegen reguleringsbesluiten van OPTA en die zijn keer op keer vernietigd door het Cbb en al die jaren is er dus geen regulering geweest. Uiteindelijk heeft UPC zelf o.b.v. die Bullricht-methode uitgerekend wat tarieven zouden zijn geweest als OPTA-tarieven wel in stand waren gebleven .De UPC vorderde 10 miljoen euro terug want wij hebben meer moeten betalen dan wat volgens OPTA een redelijk tarief zou zijn geweest, KPN en T-mobile hebben machtspositie en dus is er misbruik van machtspositie en die redenering gaat niet op. Er is een verschil tussen het tarief wat OPTA redelijk vindt en het tarief dat extensief hoog is, daartussen is de bandbreedte een speelruimte voor de aanbieders.

Wat is er kort gezegd bepaald in het arrest Green Choice m.b.t. de feitelijk leidinggevende?
ACM verwijst in randnr. 14-16 naar artikel 5.1 Awb en 51 Sr, zij overweegt dan dat bij een leidinggever niet perse hoeft te gaan om iemand die formele dienstbetrekking heeft met de onderneming, maar het is voldoende wanneer feitelijk leidinggever feitelijk zeggenschap kan uitoefenen over de gedragingen van de onderneming. Verder overweegt ACM dat het niet perse noodzakelijk is om als feitelijk leidinggevende te worden aangemerkt dat je echt actief betrokken bent bij de overtre­ding, je kunt ook door passieve gedragingen feitelijk leidinggeven. Met name wanneer je met het nalaten van dingen bevordert dat een overtreding kan worden gepleegd dus zowel actief als passief gedrag kan beide reden zijn om als feitelijk leidinggever te worden aangemerkt. 

Na deze overweging gaat ACM in op minimum-criteria die uit strafrechtelijke criteria volgen uit feitelijk leidinggevende: 
1. Je moet bevoegd zijn en redelijkerwijs gehouden zijn om maatregelen te nemen om de overtreding tegen te houden; 
2. Je moet die gedragingen om dat tegen te houden achterwege hebben gelaten; en 
3. Je moest de aanmerkelijke kans voor lief hebben genomen dat die overtreding gepleegd zou worden of zou voortduren. Voor dat laatste gaat de ACM nog nader in, daar stelt ACM de vraag of dat inhoudt dat je ook bewust de bedoeling gehad moet hebben op het plegen van de overtreding, maar dat is niet het geval volgens de NMa, voldoende is dat je bewust het gedrag van de onderneming hebt gewild. Dat wordt voorwaardelijke opzet genoemd, dat moet gericht zijn op het gedrag van de onderneming. Je hoeft dus niet op de hoogte te zijn geweest van de overtreden norm. 
Wat is er bepaald in de Greenchoice zaak met betrekking tot de toetsing van de rechter ten aanzien van de 'Beleidsregels boetes ACM 2013'?
Greenchoice; boete heeft te maken met sectorspecifieke toezicht, boete opgelegd t.a.v. de elektriciteitswet en gaswet. 
Greenchoice had de verplichting overtreden om op betrouwbare wijze en tegen redelijke voorwaarden/tarieven elektriciteit en gas te leveren. Die verplichting volgt uit de Gaswet. 
De ACM viel met name over het ‘op betrouw­bare wijze leveren van energie. Wanneer mensen aan einde van hun contract kwamen (vanwege tijdsverloop of na opzegging) dan was Greenchoice verplicht om eindafreke­ning te sturen aan de consument en daarin aan te geven of consument nog bij moest betalen of teveel had betaald en recht had op terugbetaling. 

De eindafrekeningen waarin de mensen nog geld tegoed hadden van Greenchoice kregen geen eindafrekening, en degene die nog aan Greenchoice moesten betalen kregen deze rekeningen wel. ACM heeft boete opgelegd aan Greenchoice en twee feitelijk leidinggevenden. 

In dit besluit staat ACM stil bij omstandigheden wanneer persoon als leidinggevende kan worden aangemerkt. ACM verwijst in randnr. 14-16 naar artikel 5.1 Awb en 51 Sr, zij overweegt dan dat bij een leidinggever niet perse hoeft te gaan om iemand die formele dienstbetrekking heeft met de onderneming, maar het is voldoende wanneer feitelijk leidinggever feitelijk zeggenschap kan uitoefenen over de gedragingen van de onderneming. Verder overweegt ACM dat het niet perse noodzakelijk is om als feitelijk leidinggevende te worden aangemerkt dat je echt actief betrokken bent bij de overtre­ding, je kunt ook door passieve gedragingen feitelijk leidinggeven. Met name wanneer je met het nalaten van dingen bevordert dat een overtreding kan worden gepleegd dus zowel actief als passief gedrag kan beide reden zijn om als feitelijk leidinggever te worden aangemerkt. 

Na deze overweging gaat ACM in op minimum-criteria die uit strafrechtelijke criteria volgen uit feitelijk leidinggevende: 
1. Je moet bevoegd zijn en redelijkerwijs gehouden zijn om maatregelen te nemen om de overtreding tegen te houden; 
2. Je moet die gedragingen om dat tegen te houden achterwege hebben gelaten; en 
3. Je moest de aanmerkelijke kans voor lief hebben genomen dat die overtreding gepleegd zou worden of zou voortduren. Voor dat laatste gaat de ACM nog nader in, daar stelt ACM de vraag of dat inhoudt dat je ook bewust de bedoeling gehad moet hebben op het plegen van de overtreding, maar dat is niet het geval volgens de NMa, voldoende is dat je bewust het gedrag van de onderneming hebt gewild. Dat wordt voorwaardelijke opzet genoemd, dat moet gericht zijn op het gedrag van de onderneming. Je hoeft dus niet op de hoogte te zijn geweest van de overtreden norm. 

NMa oordeelt dan ook dat meneer X daaraan voldoet en er boete wordt opgelegd. 
Er worden dus boetes opgelegd op grond van 2 wetten: 1. elektriciteitswet en 2. de Gaswet. ACM ging bij beide wetten uit dat zij de helft van de boete vertegenwoordigde. 

Meneer gaat in beroep, worden echter alleen afgewezen. X voerde aan dat hij 2 keer werd beboet en dat hij niet alleen de feitelijk leidinggevende was, maar hij ook mede-eigenaar. En omdat Greenchoice boete heeft moeten betalen ben ik als aandeelhouder al in mijn vermogen aangetast en daarnaast krijg ik ook nog eens een boete voor feitelijk leidinggevende en dat is in strijd met het ‘ne bis in idem’-beginsel. 

De ACM oordeelt dat meneer X in zijn hoedanigheid van aandeelhouder niet in zijn vermogen is aangetast, want onderneming is alleen maar meer winst gaan maken en is niet minder waard geworden voor het feit dat ze die boete heeft gekregen. Daarnaast zijn het natuurlijk 2 verschillende hoedanigheden: toerekening aan de persoon en aan onderneming. 

Ook zegt X: deel van de overtreding was al gepleegd voor 1 juni 2009 en dat was het moment waarop de ACM voor het eerst de bevoegdheid kreeg om natuurlijke personen te beboeten, en gedragingen voor 2009 mogen dus niet worden meegewogen. ACM verwerpt dat argument ook. Wat betreft bewijs: er is sprake van een overtreding die voor 2009 is begonnen, maar daarna ook nog steeds is doorgegaan. En bij zo’n voortdurende overtreding mag ACM zich mede baseren op feiten en omstandigheden van voor het moment waarop die overtreding beboetbaar werd. 

Ook zegt X dat hem verklaringen zijn ontfutseld door ACM, ACM stelde vast dat aan begin van alle gesprekken keurig de cautie is gegeven en tijdens verhoor is op geen enkel moment aangegeven dat meneer X gebruik wilde maken van zijn zwijgrecht. X heeft achteraf ook de schriftelijke verslag van zijn verklaringen ondertekend. 

Meneer X zegt ook dat Greenchoice een compliance-programma heeft ingevoerd en dat X persoonlijk een leidende rol heeft gehad bij invoeren van compliance-programma en hij vindt dan ook dat NMA dat als boet verlagende omstandigheid in acht moet nemen, want bij Greenchoice is die boete wel verlaagd om die reden. 

ACM zegt dat boete die is opgelegd aan onderneming een andere is dan die aan natuurlijke personen en dat elk voor zich afzonderlijke beboetbare gedragingen zijn. Toch geeft ACM 10% korting vanwege de sturende rol die X heeft gepleegd bij invoeren van compliance-programma. 
Wat is er bepaald in de Fresco-HOlding zaak met betrekking tot de toets van de rechter t.a.v. de 'Beleidsregels boetes ACM 2013'?
Fresco holding-arrest; Fresco had verkeerde gegevens geleverd. Ze had niet gemeld dat nog 2 andere relevante dochterondernemingen op dezelfde markt actief zijn. Fresco voerde aan dat informatie niet essentieel was voor beoordeling. Redelijke termijn van 4 jaar was niet overschreden. Relatief klein verschil in bepaling van de ernstfactor dat makt in de praktijk meteen een verschil van 120.000 euro in de hoogte van de boete. ACM heeft vrijheid om die factor tussen 0-5 te bepalen en heeft daar vrij veel discretionaire ruimte. Voor ondernemingen kan het dus wel heel veel verschil maken en mede om die reden kijkt het CBB wel erg grondig kijkt naar de manier waarop die boete gebaseerd is: zie r.o. 5.3. Als ACM mede kan toerekenen aan de moedervennootschap dan heeft dat ook consequenties voor de hoogte van de boete. Kan zijn dat moedervennootschap op dezelfde markt actie is, dan kun je hogere omzet in berekening opnemen en sowieso betekent het dat je voor wat betreft de toepassing van het wettelijk boetemaximum die 10%-berekening ook mee kunt nemen. Daarom rekenen mededingingsautoriteit graag toe aan moedervennootschappen. Uit rechtspraak volgt een rechtsvermoeden: als moedervennootschap 100% van de aandelen van dochtervennootschap bezit dan mag de mededingingsautoriteit er van uitgaan dat die moedervennootschap een grote invloed heeft gehad en dan mogen ze ervan uitgaan dat zij wisten hiervan en dan is er sprake van omkering van bewijslast: moeder moet dan bewijzen dat zij er niks vanaf wist en ook niet kon weten, in de praktijk kun je dat vrijwel nooit weerleggen. Dus kan je zeggen dat er sprake is van een risicoaansprakelijkheid als moedervennootschap voor de dochtervennootschap.

Welke verplichtingen kan de ACM opleggen op de wholesalemarkt bij de telecommunicatiemarkt?
Met betrekking tot de WHolesalemarkt:
1. Verplichtingen met betrekking tot toegang, iedereen die toegang tot netwerk vraag, dan moet je redelijke voorwaarden hebben om ze op netwerk toe te laten.
2. Verplichtingen met betrekking tot transparantie, je moet heel duidelijk communiceren over prijzen etc.
3. Verplichtingen met betrekking tot non-discriminatie, je mag niet aan de ene afnemer andere prijzen in rekening brengen dan de ander
4. Verplichtingen met betrekking tot administratieve scheiding, wannee rje als onderneming actief bent op zowel de wholesalemarkt als op de eindgebruikersmarkt (zoals bijvoorbeeld KPN), dan moet je in principe een gescheiden boekhouding vormen. Dus als je op WS markt grote winsten maakt, je deze niet gebruikt op de eindgebruikersmarkt.
5. Verplichtingen met betrekking tot prijsregulering, dat de ACM de prijzen op de markt reguleert. Dit is het zwaarste middel dat de ACM in kan zetten.
Welke verlpichtingen kan de ACM opleggen bij op de Eindgebruikersmarkt op in de telecommunicatiemarkt?
Met betrekking tot De eindgebruikersmarkt zijn de verplichtingen die de ACM op kan leggen deels hetzelfde als op de wholesalemarkt:
1. Verplichtingen met betrekking tot Carrier (pre)selectie, je moet consumenten de mogelijkheid moet geven via welk netwerk ze willen bellen.
2. Verplichtingen met betrekking tot non-discriminatie, je mag niet aan de ene afnemer andere prijzen in rekening brengen dan de ander
3. Verplichtingen met betrekking tot ontbundeling, als je verschillende diensten aanbieden (internet, telefonie etc), dan moet je consumenten ook de mogelijk geven om bijv. alleen maar telefonie kan afnemen.
4. Verplichtingen met betrekking tot transparantie, je moet heel duidelijk communiceren over prijzen etc.
5. Verplichtingen met betrekking tot prijsregulering, dat de ACM de prijzen op de markt reguleert. Dit is het zwaarste middel dat de ACM in kan zetten.
Wat voor soort verlpichtingen kan de ACM opleggen op de Telecommunicatiemarkt?
De ACM heeft de mogelijkheid om de volgende verlpichtingen op te leggen op de telecommunicatiemarkt:

Met betrekking tot de WHolesalemarkt:
1. Verplichtingen met betrekking tot toegang, iedereen die toegang tot netwerk vraag, dan moet je redelijke voorwaarden hebben om ze op netwerk toe te laten.
2. Verplichtingen met betrekking tot transparantie, je moet heel duidelijk communiceren over prijzen etc.
3. Verplichtingen met betrekking tot non-discriminatie, je mag niet aan de ene afnemer andere prijzen in rekening brengen dan de ander
4. Verplichtingen met betrekking tot administratieve scheiding, wannee rje als onderneming actief bent op zowel de wholesalemarkt als op de eindgebruikersmarkt (zoals bijvoorbeeld KPN), dan moet je in principe een gescheiden boekhouding vormen. Dus als je op WS markt grote winsten maakt, je deze niet gebruikt op de eindgebruikersmarkt.
5. Verplichtingen met betrekking tot prijsregulering, dat de ACM de prijzen op de markt reguleert. Dit is het zwaarste middel dat de ACM in kan zetten.

Met betrekking tot De eindgebruikersmarkt zijn de verplichtingen die de ACM op kan leggen deels hetzelfde als op de wholesalemarkt:
1. Verplichtingen met betrekking tot Carrier (pre)selectie, je moet consumenten de mogelijkheid moet geven via welk netwerk ze willen bellen.
2. Verplichtingen met betrekking tot non-discriminatie, je mag niet aan de ene afnemer andere prijzen in rekening brengen dan de ander
3. Verplichtingen met betrekking tot ontbundeling, als je verschillende diensten aanbieden (internet, telefonie etc), dan moet je consumenten ook de mogelijk geven om bijv. alleen maar telefonie kan afnemen.
4. Verplichtingen met betrekking tot transparantie, je moet heel duidelijk communiceren over prijzen etc.
5. Verplichtingen met betrekking tot prijsregulering, dat de ACM de prijzen op de markt reguleert. Dit is het zwaarste middel dat de ACM in kan zetten.
Waarom is het zo dat wanneer de Wholesalemarkt goed is gereguleerd, regulering op de Eindgebruikersmarkt niet meer nodig wordt geacht?
De acm heeft als standpunt dat zo veel mogelijk geprobeerd moet worden volstaan met regulering op wholesale niveau. Wanneer de wholesale markten voldoende zijn gereguleerd, dan is er in de meeste gevallen geen regulering van de eindgebruikersmarkt meer nodig. 
Als tele2 op wholesale niveau onder redelijke voorwaarden toegang kan krijgen tot het KPN-netwerk, dan zorgt de concurrentie op eindgebruikersmarkt er zelf wel voor dat er redelijke prijzen aan consumenten in rekening worden gebracht. Dus op consumentenmarkt wordt relatief weinig opgetreden, maar op wholesale markt wordt relatief veel opgetreden door ACM op basis van AMM instrument. Als er te weinig concurrentie is op eindgebruikersmarkt, dan kan er ook op de eindgebruikersmarkt worden opgetreden.
Wat is 'De Wholesalemarkt'?
Wholesalemarkten zijn markten waar alleen de netwerkaanbieders op actief zijn. 
Voor mobiele telefonie zijn er 3 netwerken in NL, maar er zijn veel meer aanbieders van mobiele telefonie. 

Als je een telefoonabonnement wilt afsluiten bij tele2 dan heeft die geen eigen netwerk. Tele2 heeft namelijk toegang nodig tot het netwerk van bijv. KPN. Op wholesale niveau moet er dus overeenkomst komen tussen tele2 en kpn over de voorwaarden. De acm heeft als standpunt dat zo veel mogelijk geprobeerd moet worden om te volstaan met regulering op wholesale niveau. Wanneer de wholesale markten voldoende zijn gereguleerd, dan is er in de meeste gevallen regulering van de eindgebruikersmarkt niet meer nodig. Als tele2 op wholesale niveau onder redelijke voorwaarden toegang kan krijgen tot kpn netwerk, dan zorgt de concurrentie op eindgebruikersmarkt er zelf wel voor dat er redelijke prijzen aan consumenten in rekening worden gebracht. Dus op consumentenmarkt wordt relatief weinig opgetreden, maar op wholesale markt wordt relatief veel opgetreden door ACM op basis van AMM instrument. Als er te weinig concurrentie is op eindgebruikersmarkt, dan kan er ook op de eindgebruikersmarkt worden opgetreden.
Wat is een 'De Eindgebruikersmarkt?
Eindgebruikersmarkten is de markt waar ook de consumenten op actief zijn.