Samenvatting Medisch-technische handelingen Thema 2 Laboratoriumvaardigheden

-
ISBN-13 9789041509864
268 Flashcards en notities
9 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Medisch-technische handelingen Thema 2 Laboratoriumvaardigheden". De auteur(s) van het boek is/zijn NTI. Het ISBN van dit boek is 9789041509864. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Medisch-technische handelingen Thema 2 Laboratoriumvaardigheden

  • 1 Algemeen

  • Noem drie lichaamsvloeistoffen waarin laboratoriumtesten kunnen worden uitgevoerd.
    1. bloed
    2. urine
    3. punctaten
    4. maaginhoud
    5. gal
    6. sputum
    7. lumbaal- en pleuravocht
  • Met welk soort onderzoek houdt men zich bezig op een hematologisch laboratorium?
    Met het onderzoeken van bloedcellen, bloedgroeptypering en kruisproeven.
  • Wat betekent foutpositief?
    Foutpositief betekent dat u bijvoorbeeld een stof in urine aantoont, terwijl die stof er niet in zit. 
    De oorzaak kan zijn dat de stof die u aantoont bijna dezelfde moleculeopbouw heeft als de stof waar u naar zoekt.
  • Wat betekent foutnegatief?
    Foutnegatief wil zeggen dat bv. de striptest een negatief resultaat geeft, terwijl de stof die u wilt aantonen wel aanwezig is.
  • Wat is een referentiewaarde?
    De referentiewaarde van laboratoriumtesten zijn verkregen door onderzoek van grote groepen gezonde mensen. 
    De uitkomst van de verschillende testen lag bij 95% van de mensen in een zelfde meetgebied.
    Dit werd de referentie- of normaalwaarde.
  • Waarin moeten bloed- en serumbuizen na gebruik worden weggegooid?
    In speciale tonnen voor risicoafval.
  • Noem twee punten waarop gelet moet worden bij het verzenden van patientenmateriaal?
    1. correct invullen van alle patientgegevens, welk materiaal ingestuurd moet worden en of er een antistollingsmiddel vereist is
    2. goed kijken naar de verzendcondities en goed verpakken
  • Waar  moet op gelet worden bij het gebruik van teststrips en -tabletten?
    Naar de houdbaarheidsdatum en de bewaarcondities.
  • Er kunnen laboratoriumtesten worden uitgevoerd in bloed.
  • Een medisch microbiologisch laboratorium onderzoekt NIET hormonen met behulp van radioactiviteit.
  • Werken met reagentia die over de houdbaarheidsdatum zijn is NIET geoorloofd.
  • Foutnegatief wil zeggen dat er een negatief testresultaat is gevonden terwijl de stof die aangetoond moest worden wel aanwezig is.
  • De keuze van het antistollingsmiddel kan het eindresultaat beïnvloeden.
  • Verontreinigd glaswerk kan het testresultaat beinvloeden.
  • Als het testresultaat buiten het referentiewaardegebied ligt, is dat NIET altijd afwijkend voor de patient.
  • Het desinfecteren van apparatuur of werktafel gebeurt NIET altijd met alcohol 100%.
  • Naalden en scherpe voorwerpen dienen in een naaldenafvalbeker weggegooid te worden.
  • Een flesje waar urine voor een urinekweek in opgevangen moet worden, dient NIET eerst met een desinfecterend middel schoongemaakt te worden.
  • Wat is het nut van laboratoriumtesten?
    1. Laboratoriumtesten kunnen de arts, samen met lichamelijk onderzoek, rontgenfoto's en andere medisch-technische handelingen, duidelijkheid geven over de ziekte van de patient en de aard ervan.
    2. Het kan de diagnose van een arts bevestigen en ook helpen om een diagnose te stellen.
    3. De testen worden ook gebruikt om de toegepaste behandeling te controleren zodat het verloop van een ziekteproces gevolgd kan worden.
  • Uitgebreider of meer specialistisch onderzoek zal de huisarts laten uitvoeren in specifieke laboratoria. Noem er 6.
    1. Klinisch chemisch laboratorium
    2. Hematologisch laboratorium
    3. Medisch microbiologisch laboratorium ( bacteriologisch laboratorium)
    4. Histologisch laboratorium
    5. Cytologisch laboratorium
    6. Endocrinologisch laboratorium
  • Wat is een klinisch chemisch laboratorium?
    Een laboratorium waar met behulp van chemische analysetechnieken de concentratie (of het al of niet aanwezig zijn ) van bepaalde bestanddelen in lichaamsvloeistoffen kan worden aangetoond.
  • Wat is een hematologisch laboratorium?
    Een laboratorium waar men zich bezig houdt met onderzoek naar bloedcellen. Er wordt o.a. gekeken naar :
    a. de hoeveelheid cellen, naar de verschillende soorten, naar de vorm en eventuele afwijkingen daaraan.
    b. er worden bloedgroeptyperingen en kruisproeven uitgevoerd.
  • Wat zijn kruisproeven?
    Testen waarbij gekeken wordt of het donorbloed en het bloed van de patient bij elkaar passen.
  • Wat is een medisch microbiologisch laboratorium?
    Oude benaming = bacteriologisch laboratorium.

    Een laboratorium waar onderzoek wordt gedaan naar bacteriën, schimmels, gisten, parasieten, virussen en dergelijke.  
  • Wat is een histologisch laboratorium?
    Een laboratorium waar men met behulp van een microscoop  onderzoek doet in weefsels afkomstig van operaties. 

    De weefsels worden meestal met bepaalde vloeistoffen gekleurd om het uiterlijk goed te kunnen onderzoeken op afwijkingen in vorm en structuur. 
  • Wat is een cytologisch laboratorium?
    Er wordt gekeken naar lichaamscellen verkregen door puncties of uitstrijkjes.

    Voorbeeld hiervan zijn de streeklaboratoria voor onderzoek naar baarmoederhalskanker.  
  • Wat is een endocrinologisch laboratorium?
    Er wordt onderzoek gedaan met behulp van radioactieve stoffen (isotopen).

    Met deze analysetechniek kunnen kleine hoeveelheden van een bepaalde stof worden aangetoond (bijvoorbeeld hormonen).
  • Testen kunnen om allerlei redenen fout zijn. Noem er 6.
    1. er kan verwisseling van patientenmateriaal hebben plaatsgevonden doordat er niet goed gelabeld is.
    2. er kan gewerkt zijn met reagentia die over de houdbaarheidsdatum zijn
    3. er kan gewerkt zijn met apparatuur die niet geijkt is.
    4. er kan gewerkt zijn met verontreinigd glaswerk.
    5. er kunnen stoffen meereageren die een foute uitslag geven
    6. apparatuur kan ontregeld zijn door stroomstoring.
  • Wat is labelen?
    Het etiketteren van al het afgenomen en of verzamelde patientenmateriaal zoals: bloedbuizen, urinepotjes, kweekbuizen e.d.

    Op het etiket moeten o.a. de naam, geboortedatum en aanvragend arts genoteerd zijn.  
  • Wat zijn reagentia?
    Reagens of reagentia is testmateriaal dat reageert met de stof die u wilt aantonen.
    De stoffen die reageren (door bijvoorbeeld verkleuring) noemt met reagentia.
  • Wat is ijken?
    Apparatuur die gebruikt wordt om resultaten van patiënten te meten moet voldoen aan bepaalde eisen.

    IJken is het controleren of de apparatuur in staat is betrouwbare metingen te doen.
    Het is belangrijk om dagelijks te controleren of de apparatuur in staat is betrouwbare metingen te doen.

    Zelfs bij kleine testapparaten worden ijkstrips, ijkcuvetten, ijkvloeistof o.i.d. meegeleverd.
  • Om risico's zoveel mogelijk te beperken, eist dat bepaalde gedragsregels over:
    1. bescherming van de medewerker
    2. bescherming van de directe omgeving
    3. bescherming van het milieu. 
  • Om bescherming van de medewerker het best te waarborgen, moet hij zich houden aan de volgende afspraken. Noem er 8.
    1. draag een gesloten laboratoriumjas
    2. was regelmatig de handen
    3. draag passende wegwerphandschoenen
    4. desinfecteer werkplek en indien nodig de apparatuur met alcohol 70%
    5. geef alles zoveel mogelijk een vaste plaats
    6. nooit eten, drinken of roken op een laboratorium
    7. wondjes aan de handen bedekken met een pleister
    8. correcte afvalverwerking
  • Hoe moeten prikaccidenten direct gemeld worden?
    1. melden bij de huisarts waar u werkt.
    2. in een ziekenhuis bij de ziekenhuis hygienist
    3. tijdens de opleiding bij de docent
  • Enkele tips m.b.t. nauwkeurigheid/accuratesse
    1. etiketteer al het materiaal dat u van patienten ontvangt direct.
    2. kijk hoe het materiaal bewaard moet blijven als u er niet direct iets mee kunt doen.
    3. werk met protocollen
    4. ijk alle te gebruiken apparatuur voordat u met patientenmateriaal aan de gang gaat
    5. als u patientenmateriaal moet opsturen naar een ander lab, vul dan alle gegevens van de patient correct in.
    6. kijk welk materiaal er voor het gevraagde onderzoek ingestuurd moet worden en let op de verzendcondities: bv. of het materiaal bevroren verstuurd moet worden; of er een antistollingsmiddel gebruikt moet worden; of er steum of plasma of volbloed ingestuurd moet worden.
    7. verpak de materialen zodanig dat ze niet kunnen breken
    8. kijk bij gebruik van testmaterialen naar de vervaldatum (exp. date) en naar de bewaarcondities
    9. lees de bijsluiters van alle testmaterialen die u geleverd krijgt, en pas het protocol aan als er veranderingen plaatsvinden in de samenstelling van de materialen.
  • Wat is kwantitatief onderzoek?
    Onderzoek naar de exacte hoeveelheid van bepaalde stoffen in bloed, urine, of andere lichaamsvloeistoffen.
  • Wat is kwalitatief onderzoek?
    Onderzoek naar het aan- of afwezig zijn van bepaalde stoffen.
    Als de stof wel aanwezig is, noemt men de uitslag positief.
    Als de stof niet aanwezig is, noemt men de uitslag negatief.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

In huisartsen kan cholesterol worden bepaald met behulp van een cholesterolmeter. Welk merk wordt veel gebruikt en hoe werkt het?
Accutrend

De meter werkt met teststrips die reagentia bevatten dat cholesterol bindt. De verbinding wordt zichtbaar door verkleuring. De intensiteit van de kleur wordt gemeten en omgezet in het testresultaat in mmol/1.
Oorzaken van een hoog cholesterolgehalte kunnen zijn:
- Verkeerde voeding (teveel verzadigd vet)
- Te hoog lichaamsgewicht
- Erfelijke aaneg
Waar heeft het lichaam cholesterol voor nodig?
Voor de aanmaak van hormonen en de opbouw van lichaamscellen.
Er zijn verschillende manieren om glucose te bepalen. Welke zijn dit en hoe werken deze?
- Nuchter prikken

- Dagcurve bepalen
De patiënt laat 3 tijden verspreid over de dag bloed prikken.

- GTT (glucosetolerantietest)
De patiënt laat zich nuchter prikken. Daarna nuttigt men een glucoserijk drankje en laat nog een aantal keer bloed prikken om te kijken of het proces goed functioneert.

- Glucosemeter
Het bloed wordt opgevangen met bijvoorbeeld een strip. Op de meter komt het testresultaat in mmol/1 te staan.
Mogelijke oorzaken van een hypoglykemie zijn:
- Ondervoeding
- Teveel aan insuline in het lichaam (door teveel toe te dienen)
- Leverfalen
- Alcoholmisbruik
- Overmatig sporten
- De insulinetoediening is niet in evenwicht met het voedings- en activiteitenpatroon van d diabetes type 1.
Naast het onderzoeken van de BME, zijn er nog twee andere aspecten belangrijk. Welke zijn dit?
- Kleur en helderheid van het plasma
Normale kleur is lichtgeel: afwijkende kleuren zijn bruin, donkergeel (icterisch plasma) en roze-rood (hemolytisch plasma).
Als het plasma troebel is komt dit door de aanwezigheid van vetten (lipemisch).

- Buffy-coat
Door sterke verhoging van het aantal leukocyten (bijvoorbeeld door een infectie) kan er tussen het plasma en de erytrocyten een wittig laagje ontstaan. Dit wordt een buffy-coat genoemd. Vermeld het aantal mm van de buffy-coat bij de uitslag van de BME.
Een verlaagde BME (veel albuminen in het plasma) kan komen door:
- Uitdroging
- Verhoogde aanmaak van erytrocyten
Wanneer neemt het aantal fibrinogeen en globuline in het bloed toe (verhoogde BME)?
- Infectieziekten
- Infarcten
- Reumatische aandoeningen
- Tumoren
- Auto-immuunziekten
- Anemie
- Zwangerschap
Wat is BME?
De snelheid waarin erytrocyten in onstolbaar bloed (onder invloed van zwaartekracht) in 1 uur naar beneden zakken.
Dit wordt gemeten in millimeters.
Wanneer kan trombopenie (te weinig bloedplaatjes) ontstaan?
Kan ontstaan door bestraling, sommige geneesmiddelen en leukemie.