Samenvatting Medische kennis en behandelmethode

-
2517 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Medische kennis en behandelmethode

  • 1 Patiëntengroep kinderen tot 12 jaar

  • Wat is ontwikkeling?
    Het woord ontwikkeling betekent: laten zien, naar buiten komen, naar voren treden, uit de verf komen, kans krijgen te groeien, zich ontplooien ect.
  • Wat bedoelen we met menselijke ontwikkeling?
    Het verloop van het leven, hoe de mens zich tijdens zijn leven ontwikkelt.
  • Wanneer begint en wanneer eindigt de ontwikkeling?
    Je zou kunnen concluderen dat de ontwikkeling nooit ophoudt en de jongste jaren het belangrijkste zijn voor de ontwikkeling van de mens.
  • Wat betekent ontwikkeling in psychologische zin?
    Een doorlopende en onomkeerbare verandering in het gedrag en de innerlijke ervaring van de mens, die elkaar beïnvloeden.
  • 1.2 Ontwikkelingsfactoren

  • Wat is persoonlijkheid?
    Het gedragspatroon en de eigenschappen van een individu. Deze vormen een samenhangend geheel en zijn kenmerkend voor die persoon.
  • Welke factoren zijn waar te nemen in de ontwikkeling van een persoonlijkheid van het kind?
    - Erfelijke factoren
    - Omgevingsfactoren
  • Wat verstaan we onder erfelijke factoren?
    Onder erfelijke factoren verstaan we in dit verband kenmerken die het kind van de ouders meekreeg, zoals het uiterlijk, de wijze van reageren en  het temperament.
  • Wat verstaan we onder omgevingsfactoren?
    Tot omgevingsfactoren worden culturele invloeden en de individuele ervaringen van het kind gerekend.
  • Welke vijf factoren spelen bij alle mensen een rol in de ontwikkeling?
    - Aanleg
    - Omgeving 
    - Rijping
    - Leerprocessen
    - Zelfbepaling
  • Wat verstaan we onder aanleg?
    De lichamelijke kenmerken zijn erfelijk. Het uiterlijk kan van belang zijn voor de persoonlijkheidsontwikkeling. Iemand met rood haar, kan worden gepest. Iemand met een aantrekkelijk uiterlijk kan hierdoor zelfvertrouwen hebben.
  • Wat wordt het bedoeld met rijping?
    Met rijping bedoelen we dat een kind op een bepaald moment in staat is tot iets, bijvoorbeeld praten, kruipen, staan, lopen en schrijven. Het kind moet dus eerst rijpen voordat het iets kan leren.
  • Welke aspecten leer je in de loop van het leven?
    Hoe een en ander verloopt, heeft sterk te maken met de situatie waarin je leert. Thuis leer je andere dingen dan op school.
  • Breng ik zelf iets is? Antwoord hierop is Ja. Je hele leven moet je beslissingen nemen en keuzes maken. Deze beslissingen en keuzes bepalen je gedrag en je ontwikkeling voor een bepaalde tijd.
  • 1.3 De aspecten van de ontwikkeling

  • De ontwikkeling van de mens heeft veel kanten die we de aspecten in de ontwikkeling noemen. Welke vijf aspecten onderscheiden we?
    - Lichamelijke ontwikkeling
    - Seksuele ontwikkeling
    - Cognitieve ontwikkeling
    - Persoonlijkheidsontwikkeling
    - Sociale ontwikkeling
  • Wat verstaan we onder lichamelijke ontwikkeling?
     Onder lichamelijke ontwikkeling verstaan we de groei van organisme, vooral de ontwikkeling van de zintuigen en de motoriek.
  • Wat verstaan we onder motoriek?
    Onder motoriek verstaan we het bewegen en de beheersing van de spieren om bijvoorbeeld te kunnen grijpen, staan, lopen.
  • Wat is biologische ontwikkeling?
    Na de geboorte heeft het kind nog amper beheersing over zijn spieren, het leert dit gaandeweg door oefenen. Deze ontwikkeling wordt ook wel biologische ontwikkeling genoemd.
  • Wat verstaan we onder seksuele ontwikkeling?
    De ontwikkeling van de geslachtskenmerken en  het gedrag ten aanzien van de seksualiteit.
  • Hoe leer je hoe de wereld in elkaar zit?
    Je leert hoe de wereld in elkaar zit door na te denken, maar ook door na te doen, door om te gaan met andere mensen, door te oefenen.
  • Wat verstaan we onder cognitieve ontwikkeling?
    Het leren hoe de werkelijkheid in elkaar zit, heet de cognitieve ontwikkeling. Hieronder verstaan we alles wat met taal, leren, denken en met geheugen te maken heeft.
  • Wat verstaan we onder persoonlijkheidsontwikkeling?
    Hieronder verstaan we de eigenschappen die iemand maken tot wie hij is. Die eigenschappen behoren  bij die bepaalde persoon.
  • Wat wordt er bedoeld met de sociale ontwikkeling?
    Hiermee bedoelen we de ontwikkeling in de omgang van het kind met zijn omgeving: met mensen, groeperingen en dingen.
  • In welke fasen zijn de ontwikkelingen van de mens onder te delen?
    - prenatale fase
    - baby: 0-1 jaar
    - peuter: 1-4 jaar
    - kleuter: 4-6 jaar
    - schoolkind: 6-12 jaar
    - puber: 12-17 jaar
    - adolescent: 17-20 jaar
    - volwassene: 20-65 jaar
    - de oudere mens: 65 jaar en ouder
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting - Class notes - Strategic Management IBMS

  • 1 Lecture 1 What is Strategic Management?

  • What is Strategic Management?
    o An organization’s goal
    o Directed plans and actions
    Aligning capabilities and resources with the opportunities and threats in its environment
    o A process of analyzing the current situation
    o Developing appropriate strategies
    o Putting the strategies into action
    o Evaluating, modifying or changing strategies as needed.
  • Why Strategic Management is important?
    · Individually
    o You will be evaluated on and rewarded for doing your job well, which means, understanding how and why strategic decisions are made.

    · Organizationally:
    o Can make a difference in how well an organization performs
    o Helps deal with continuously changing situations
    o Helps coordinating various divisions, functions and work activities.

    · Effective Organizations use Strategy to:
    o Create an impact on operational level
    o Adapt to (internal & external) changing situations
    o Cope with uncertainties
    o Effectively guide organizational decision makers.

    · Strategic Management:
    o Enables understanding how strategic decisions are made
    o Establishes an understanding of how work is valued and rewarded
    o Makes a difference in organizational performance.
  • Four characteristics of Strategic Management:
    · Interdisciplinary:
    o It focuses on the whole organization, rather than any functional part.

    · External focus:
    o Economy
    o Competitors
    o Market Demographics.

    · Internal focus:
    o Understands the resources and capabilities the organization does or does not have.

    · Future oriented:
    o Decisions
    o Planning
    o Shifts or changes in products or markets.
  • The process (basic activities) of Strategic Management:
    · Situation Analysis:
    o Scanning and evaluating the current organizational context
    o and external and internal environments.

    · Strategy Formulation:
    o Developing and then choosing appropriate strategies.

    · Strategy Implementation:
    o Putting strategies into action.

    · Strategy Evaluation:
    o Evaluating the implementation and outcomes of strategies.
  • Situation Analysis:
    Situation Analysis is required before deciding upon a strategic direction or response and involves scanning and evaluating.

  • Strategy Formulation (Three Types):
    Strategy Formulation is developing and choosing appropriate strategies, as guided by the situation analysis, and includes three main types of strategies:
    · Functional Strategies
    · Competitive Strategies
    · Corporate Strategies.
  • Functional Strategies:
    o Also called operational strategies
    o Goal-directed plans and actions of the organization’s
    o functional areas
    o What resources and capabilities do we have to support the corporate and competitive strategies?
  • Competitive Strategies:
    o Also called business strategies
    o Goal-directed plans and actions concerns with how an
    o organization competes
    o How are we going to compete in our chosen business(es).
  • Corporate Strategies:
    o These are guided strategies by which all efforts are aligned
    o Goal-directed plans and actions concerned with the choices of what business to be in and what to do with those businesses
    o What direction are we going and what business(es) are we in or do we want to be in?
  • Strategy Implementation:
    It is not enough to formulate great strategies, they must be implemented:
    · Strategy implementation is putting the various stages of strategies into action
    · How a strategy is implemented must be considered.
  • Strategy Evaluation:
    Strategy evaluation involves evaluating both:
    · The outcomes of the strategies
    · How they have been implemented.
  • Strategic Management in Action:
    · The Strategic Management process is a continuous cycle:
    o It is not a sequential process
    o It allows for analysis of the current situation
    o Enables adjustments to current strategies as necessary, to pursue and achieve goals.
  • Strategic Management: Who is involved, who does it concern?
    · Strategic Management is more than the responsibility of top managers
    · People at all levels play a role in strategy, and can have strategic responsibilities concerning:
    o Development Generating, making, forming, growing a plan of action
    o Implementation Putting strategies into action
    o Evaluation Determining if strategies are working
    o Changing Adjusting strategies to achieve desired goals.
  • Six key dimensions of Leadership:
    · Effective Strategic Leadership:
    o Determining the purpose or vision of an organization
    o Exploiting and maintaining core competencies
    o Developing human capital
    o Creating and Sustaining a strong organizational culture
    o Emphasizing ethical decisions and practices
    o Establishing appropriate balanced controls.


  • The 9 principles for developing an organization's competitive strategy:
    · The objective:
    Direct every operation toward a clearly defined, decisive, and attainable objective.
    · The offensive:
    Seize, retain, and exploit the initiative.
    · Unity of command:
    Forces must be under one commander with full authority and responsibility.
    · Mass:
    Concentrate combat power at the decisive place and time.
    · Economy of force:
    Allocate only the essential minimum of forces to secondary efforts.
    · Maneuver:
    Place the enemy in a position of disadvantage through the flexible application of combat power.
    · Surprise:
    Strike at the enemy at a time or a place that's unexpected.
    · Security:
    Never allow the enemy to acquire an unexpected advantage.
    · Simplicity:

    Prepare clear, uncomplicated plans and clear, concise orders to ensure thorough understanding.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting - Forensische Chemie II

  • 1.1 Evenwichten

  • Wat is een evenwicht en wanneer spreekt men van een dynamisch evenwicht?
    Evenwicht = chemische reactie die heen en terug verloopt

    Dynamisch evenwicht = Als de reactie heen en terug even snel gaat
  • ''Wanneer men spreekt over een dynamisch evenwicht zijn de concentraties van de stoffen gelijk.'' Leg uit of dit juist of onjuist is.
    Onjuist, dynamisch evenwicht betekent dat de reactie heen en terug even snel gaat maar het zegt niks over de concentratie van de stoffen
  • Benoem het verschil tussen exothermisch en endothermisch:
    Endothermisch: verkrijgen energie
    Exothermisch: onttrekken energie
  • Wat zegt de evenwichtscontstante? En hoe wordt het uitgedrukt?
    De evenwichtsconstante (K) geeft aan in welke richting de reactie verlopen is, dus waar het evenwicht ligt.
    De evenwichtsconstante kan uitgedrukt worden in de volgende formule:
  • Wat zie je hier? Waar staan de producten en waar staan de reactanten?
    Dit is de formule van de evenwichtsconstante (K). Boven staan de producten en onder staan de reactanten. Dit kan ook uit deze vergelijking gehaald worden: 
  • Welke stoffen komen er in K terug? En welke niet?
    Vaste stoffen (s) en vloeistoffen (l) komen niet in de K terug, alleen gassen (g) en in water opgeloste stoffen (aq).
  • Er zijn in een experiment twee evenwichtsconstante, namelijk K = 10-9 en K = 108 Wat kun je zeggen over deze waardes?
    Bij 108 is K groot, Dit betekent dat het evenwicht naar de kant van de producten ligt (rechts).

    Bij 10-9 is K klein, Dit betekent dat het evenwicht naar de kant van de reactanten ligt (links).
  • Wanneer heeft de evenwichtsconstante (K) een constante waarde? En waar is het onafhankelijk van?
    Bij een bepaalde temperatuur en is onafhankelijk van concentraties
  • De evenwichtsconstante moet feitelijk in termen van chemische activiteit worden gegeven. Ligt dit toe:
    De effectieve concentraties die daadwerkelijk beschikbaar zijn voor interacties en daarmee relaties tussen moleculen. Bij een lage K willen stoffen namelijk niet reageren.
  • Wat geldt er voor laag geconcentreerde oplossingen, een aantal dichte (ijle) gassen, zuivere vloeistoffen en vaste stoffen met betrekking tot de chemische activiteit?
    Voor laag geconcentreerde oplossingen en weinig dichte (ijle) gassen is die beschikbaarheid echter recht evenredig met de concentratie.

    Voor zuivere vloeistoffen en vaste stoffen is de activiteit gelijkgesteld aan ‘1’ en daarom staan deze ook niet in de evenwichtsconstante.
  • Hoe wordt een reactie met een K tussen de 0,001 en 1000 genoemd?
    Onvolledig en omkeerbaar genoemd, dit is dus het evenwicht, wanneer de K hierbuiten valt verloopt het evenwicht niet dus dit is dan ook de grens.
  • Voor berekeningen met K is vaak de ABC-formule nodig. Deze luidt als volgt:
    Zie formule
  • Reactie: N2O4 (g)  ⇆ 2NO2 (g)

    Vraag: 2.00 mol N2O4(g) wordt in een 1.00 l reactievat geïnjecteerd welke op 100oC wordt gehouden met Kc = 0.20. Wat zijn de evenwichtsconcentraties [N2O4] en [NO2]?
    Antwoord:
    Verhouding NO2 : N2O4 = 2:1, dus als je 2 M van N2O4 hebt, moet je 2x zoveel NO2 hebben → Dit schrijft men als volgt uit in BOE schema


    N2O4             NO2
    2.00 M           0 M
    2.00 M - x      2x

    X wordt omgezet!! Dus je wilt weten hoeveel er van die N2O4 2.00 M eigenlijk eraf gaat en als NO2 erbij komt, we willen de X weten en moeten we dus ABC formule doen zodat x nul gaat worden.
    ‘’De algemene vorm voor de uitdrukking van evenwichtsconstante is de concentratie van de producten boven de concentratie van de reactanten.’’

    Dit schrijf je uit als Kc = [NO2]2/[N2O4] = [2x]2/[2.00 M - x] = 0,20 M

    DAN:
    Past men de ABC formule toe, dit gaat zo (zie afbeelding)

    C is zonder X dus als je de formule uitschrijft krijg je dit
    aX2 dus in dit geval (2X)2 → 4X2

    (2X)2 / 2 - X = 0,2

    4x2 = 0,2 . (2-x)

    4x2 = 0,2 . (2-x) → die (2 -x) doe je maal 0,2 dus dan krijg je 0,4 - 0,2x

    4x2 + 0,2x = 0,4

    4x2 + 0,2x - 0,4 = 0

    Beide kanten moet je berekenen dus X = (bij positief) 0,29
    En bij negatief = -0,34
  • Geef de definitie van Le Châtelier’s principle
    Wanneer stress wordt uitgeoefend op een systeem in evenwicht, verschuift het evenwicht om de spanning te verlichten.
  • Wat betekent het als er stress op een systeem wordt uitgeoefend?
    Stress zijn veranderingen in concentratie, druk, volume en temperatuur. Hierdoor kan het evenwicht een bepaalde kant op verschuiven om de spanning te verlichten.
  • Hoe beredeneerd men welke kant het evenwicht zal verschuiven? Benoem een voorbeeld
    Om te beredeneren welke kant het evenwicht op zal schuiven, moet in gedachte gehouden worden dat K in stand zal blijven.

    Voorbeeld:
    Als heat (warmte) aan de linkerkant staat (bij de reactanten) dan voeg je warmte toe aan de reactie → endotherm. Bij voorkeur toename temperatuur. Exotherm is het tegenovergestelde en komt er dus warmte vrij.
  • Kan het evenwicht beredeneerd worden als K niet bekend is?
    Als de K onbekend is, kun je alsnog het evenwicht bepalen door te weten aan welke kant van de evenwicht stress wordt uitgeoefend.
  • Vul de tabel in:
    Antwoord:
    Verlagen van druk is alleen bij GASSEN
  • Welke condities kunnen de evenwichtsconstante (K) veranderen? En welke niet?
    Druk en temperatuur, omdat de deeltjes sneller zullen botsen.

    De concentratie verhogen of verlagen verandert K niet, desondanks of de reactie sneller verloopt want hij compenseert. De katalysator versnelt alleen de reactie maar verandert ook K niet.
  • Overweeg de evenwichtsreactie CO(g)+H2O(g)⇋CO2(g)+H2(g) Bepaal hoe elke verandering in de linkerkolom het systeem zal belasten en in welke richting de evenwichtsreactie zal verschuiven. Bij de volgende veranderingen:
    Zie tabel
  • Leg uit wat je kan zeggen over het evenwicht bij een negatieve delta H wanneer je de temperatuur verhoogd:
    Bij een negatieve delta H = exothermische reactie. Wanneer de temperatuur verhoogd wordt zal de equilibrium concentratie van het product verlagen en de reactie juist naar links lopen om reactanten te vormen.
  • Leg uit hoe je o.b.v. Temperatuur kan zeggen welke kant het evenwicht op zal lopen:
    Endotherm: warmte nodig om reactie te laten verlopen, evenwicht naar rechts, dus + heat staat bij reactanten

    Exotherm: komt warmte vrij, evenwicht naar links, dus + heat staat bij producten
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting - Studiemateriaal vak NG; periode 1.4

  • 1.1 Colleges

  • Wat zijn positronen?
    Positieve elektronen
  • Wat is PET?
    Nucliden met positronen
  • Wat is SPECT?
    Single foton uitzenden
  • Waar zorgt een korte tijd per foto voor met betrekking tot de telstatistiek?
    Korte tijd, lage telstatistiek.
  • Wat voor een matrix gebruiken we bij een korte opnametijd?
    Grove matrix
  • Wat is MIP?
    Maximale intensiteit inspectie
  • Bij welk orgaan gebruiken we een oblique vlak?
    Hart
  • Om welke drie redenen gebruiken we SPECT?
    1. Geen last van overprojectie
    2. Betere plaatsbepaling van afwijkingen 
    3. Sensitiviteit en specificiteit zijn hoog
  • Wat verstaan we onder sensitiviteit?
    Gevoeligheid van het onderzoek
  • Wat verstaan we onder specificiteit>
    Mensen die de aandoening niet hebben om dat ook echt aan te tonen.
  • Wat zijn de vier nadelen van SPECT?
    1. Beperkte resolutie 
    2. Beperkte telstatistiek 
    3. Beperkt scanbereik
    4. Redelijk traag
  • Wat voor een onderzoek is PLANAR?
    Statisch onderzoek
  • Hoe zien we van een SPECT onderzoek na reconstructie het beeld?
    3D en in doorsneden
  • Wat doen we bij filtered backprojection?
    We trekken een lijntje, zodat je de diepte kan bepalen van de afwijking.
  • Wat is het nadeel van filtered backprojection?
    Veel ruis
  • Wat is iteratieve reconstructie?
    Schatting maken van het 3D beeld.
  • Wat is een iteratief proces?
    Herhalingsproces
  • Wat leidt tot meer iteraties?
    Een beter beeld dat gaat lijken op het origineel.
  • Waar is sprake van als we teveel iteraties hebben gebruikt?
    Te hoge versterking van ruis.
  • Is de spatiële resolutie beter bij iteratieve constructies of bij FBP?
    Bij iteratieve reconstructies.
  • Waar hebben we bij FBP veel last van?
    Terug projecties
  • Wat is goed bij iteratieve reconstructies?
    Het contrast.
  • Waar wordt de informatie uit de 2D projecties opgeslagen?
    In sinogrammen
  • Welke activiteiten van het draaipunt in de patiënt beelden zich af in een sinogram?
    Activiteiten in het middelpunt van het draaipunt van de patiënt.
  • Wat kunnen we goed controleren met een sinogram?
    Of de patiënt goed heeft stilgelegen. 
  • Hoe zien afwijkingen van een sinogram eruit?
    Als een koud gebied.
  • Wat voor een artefact is attenuatie?
    Verzwakking
  • Wat doet het attenuatie artefact met een grote diameter van de patiënt?
    Zorgt voor een groter effect.
  • Wat is de oplossing als we last hebben van attenuatie artefacten?
    SPECT-CT
  • Wat is kenmerkend voor verzwakking in het lichaam?
    Is niet overal gelijk.
  • Wat verstaan we onder 'resolution recovery iterative reconstruction'?
    Een betere resolutie verkrijgen.
  • Wat verstaan we onder 'half time imaging'?
    Technisch lukt om beelden te optimaliseren, kunnen we dan ook de opnametijd van het scannen verkorten?
  • Waar kijken we bij X-SPECT na?
    De dosis
  • Wat voor een techniek is SPECT?
    Een tomografische techniek
  • Waar wordt de ruwe data opgeslagen?
    In sinogrammen
  • Welke twee correcties voor SPECT zijn noodzakelijk?
    1. Attenuatie
    2. Scattercorrectie
  • Waarom wordt bij SPECT filtering toegepast?
    Om de beelden nog verder te optimaliseren voor klinische toepassing.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting - Studiemateriaal vak RD; periode 1.4

  • 1.1 Techniek in de mammografie door Janno Kuipers

  • Wat is een faceshield?
    Gezichtsscherm
  • Wat bedoelen we met de borst goed fixeren door middel van een compressieplaat?
    Zorgen dat de borst niet beweegt tijdens de opname.
  • Welk weefsel moet er goed uit elkaar liggen bij een mammografie?
    Klierweefsel
  • Wat is het verband tussen meer comprimeren en het volume en de dosis?
    Hoe meer we comprimeren, hoe dunner het volume en hoe minder dosis nodig.
  • Wordt er bij mammografie gebruik gemaakt van een strooistralenrooster?
    Ja
  • Welke twee filters worden er voor 2D gebruikt bij mammografie?
    1. Rhodium
    2. Zilver
  • Welk filter wordt er voor 3D gebruikt bij mammografie?
    Aluminium
  • Welk filter bij mammografie is 'CEM'?
    Koper
  • Welke soort straling geeft een betere gevoeligheid van weefsels weer?
    Zachte straling
  • In wat voor een grafiek zien we de gevoeligheid van straling van verschillende weefsels weer?
    DQE
  • Wat betekent: een röntgenbuis is Bi-angular?
    Twee hoeken waarbij we het hieleffect zo goed mogelijk beïnvloeden.
  • Welke twee soorten compressieplaten zijn er bij de mammografie?
    1. 18x24 cm (kleinere borst)
    2. 24x29 cm (grotere borst)
  • Wat verstaan we onder de 'small breast paddle'?
    Vrouwen/mannen met hele kleine borsten. Je hebt kleine compressieplaten nodig.
  • Wat verstaan we onder 'high transmission cellular grid (HTC)'?
    Extra contrast maken.
  • Welke stof wordt gebruikt voor direct digital?
    A-Selenium
  • Welke stof wordt gebruikt voor indirect digital?
    CsI
  • Waar wordt licht in omgezet?
    In een elektrisch signaal.
  • Wat betekent 'licht is diffuus'?
    Dat licht uit elkaar gaat.
  • Welke digitale vorm geeft altijd een groter spectrum weer?
    Indirect digital
  • Welk signaal heeft de kortste weg met omzetten?
    Direct digitaal signaal
  • Wanneer werkt alleen een A-Selenium detector?
    Bij lage voltages
  • Van welke soort voltages maken we gebruik bij mammografie?
    Lage voltages
  • Waarom maken we bij mammografie gebruik van lage voltages?
    We willen details zien.
  • Welke detector gebruiken we voor mammografie?
    A-Selenium detector
  • Wat doet een MTF?
    Kwantificeert de prestaties met betrekking tot spatiële resolutie.
  • Waar zorgt een hogere MTF voor?
    Scherpere beelden
  • Waar zorgt een hogere MTF buiten scherpere beelden nog meer voor?
    Hogere detail contrast
  • Voor welke vier dingen zorgt het DQE?
    1. Kwantificeert SNR
    2. Kwantificeert contrast resolutie
    3. Kwantificeert dosis efficiëntie 
    4. Wordt gemeten als functie van de spatiële frequentie
  • Waar zorgt een hogere DQE voor?
    Een hogere beeldkwaliteit
  • Waar zorgt een hogere DQE nog meer voor dan een hogere beeldkwaliteit?
    Lagere dosis
  • Wat is een AEC?
    Detector als belichtingsautomaat.
  • Wat verstaan we onder 'pre-puls'?
    Tabel die berekend hoe hoog de dosis wordt.
  • Waar is een pre-puls onderdeel van?
    AEC
  • Wat wordt er gedaan met implant processing?
    De grijswaarden worden niet verspild aan het implantaat.
  • Wat voor soort mammografie is tomosynthese?
    3D mammografie
  • Wat is RMLO?
    Opname van de rechter borst
  • Wat is LMLO?
    Opname van de linker borst
  • Wat zijn de drie problemen van 2D mammografie?
    1. Overprojectie
    2. Laesie verschoven
    3. Drogbeeld
  • Wat doet tomosynthese met overprojectie?
    Elimineert hinderlijke overpojectie
  • Wat doet tomosynthese met de röntgenbuis?
    De röntgenbuis beweegt dan en er worden vanuit verschillende hoeken opnames gemaakt.
  • Waaraan zijn de plakken van de opnames die gemaakt worden door tomosynthese evenwijdig aan?
    Aan de detector.
  • Welke plakken kunnen we maken met tomosyntehse?
    Die evenwijdig lopen aan de detector.
  • Met welke vier dingen moet er rekening worden gehouden bij tomosynthese?
    1. Scanhoek
    2. Aantal opnames
    3. Buisbeweging
    4. Aanpassingen benodigd voor instelkunde
  • Wat is het voordeel van tomosynthese?
    Korte scantijd
  • Wanneer gebruiken we geen strooistralenrooster?
    Bij tomosynthese
  • Bij welke opname zien we microcalcificatie clusters beter?
    Bij een 2D opname
  • Wat is COMBO?
    2D en 3D opnames worden tegelijk gemaakt.
  • Wat is het nadeel van COMBO?
    Dosis is 2x zo hoog.
  • Wat is TOMO-HD?
    Twee opnames worden gemaakt, maar een berekend 2D beeld zonder dat eigenlijk de 2D opname wordt gemaakt.
  • Welke vijf dingen vallen er onder reconstructie synthetisch 2D?
    1. Filters versterken lineaire structuren 
    2. Scherpte tomo in intelligent 2D beeld
    3. Zichtbaarheid architectuur verstoring
    4. Licht spikkeltjes worden versterkt weergegeven
    5. Microcalcificaties
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Waanidee
Onjuiste opvatting van de werkelijkheid
Vreetbuistoornis
Eetstoornis gekenmerkt door vreetbuien zonder zelfopgewekt braken en zonder misbruik van laxeermiddelen
Vitale depressie
Depressie die gepaard gaat met lichamelijke verschijnselen
Stereotypie
Tic; bewegingen die doelloos zijn en steeds worden herhaarld
Stemmingsstoornis
Affectieve stoornis
Seniel
M.b.t. ouderdom
Schizofrenie
Speciale vorm van een psychotisch ziektebeeld
Psychosomatose
Ziekte die geheel of ten dele wordt veroorzaakt door psychische spanning
Psychose
Ernstige psychiatrische aandoening, gekenmerkt door hallucinaties en/of wanen
Psychogene depressie
Depressie die gepaard gaat met waanvoorstellingen