Samenvatting Medische Terminologie Pathologie

-
ISBN-10 9036817536 ISBN-13 9789036817530
128 Flashcards en notities
3 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Medische Terminologie Pathologie
  • G H Mellema
  • 9789036817530 of 9036817536
  • 2017

Samenvatting - Medische Terminologie Pathologie

  • 1.1 Inleiding

  • Je hebt Exogene en Endogene ziekteoorzaken. Wat betekenen ze en noem van elk 2 voorbeelden.
    Exogeen betekent dat de ziekte afkomstig is van buitenaf zoals door een trauma of een micro organisme.
    Endogeen betekent dat de ziekte ontstaat van binnenuit zoals een erfelijke oorzaak zoals cystic fibrose of rode hond tijdens de zwangerschap kan blindheid bij het ongeboren kind veroorzaken.
  • Wat zijn endogene oorzaken, noem er 4:
    Constritutie (gesteldheid), Aanleg, Erfelijkheid, Condtie
  • Wat zijn exogene oorzaken, noem er 3:
    Fysische oorzaken, chemische oorzaken en biologische oorzaken.
  • 1.2 Micro organismen

  • Wat is een micro organisme en noem 3 soorten micro organismen.
    Micro organismen zij levende deeltjes die met het blote oog niet zichtbaar zijn. Ze zijn onder te verdelen in:
    • Virussen
    • Bacteriën
    • Schimmels
    • Protozoa  
  • Wat zijn commensale bacterien?
    Micro-organismen die van nature in of op de gastheer aanwezig zijn, bijvoorbeeld de E.Coli-bacterie in het darmkanaal van mensen 
  • Noem de drie bekendste bacteriële ziekteverwekkers:
    Kokken (stafylokken, pneumokokken, meningokokken) Bacillen (tetanusbacil, tuberkelbacil) Spirocheten
  • Noem 4 macro-organismen:
    Luizen, mijten, vlooien, wormen en maden
  • Hoe kunnen ziektekiemen het lichaam inkomen en zorgen voor een besmetting? En noem voorbeelden
    Via het spijsverteringskanaal, door eten of drinken. Via de luchtwegen, inademen van lucht. Via de huid of slijmvliezen, door beschadigde huid. Via de urinewegen, blaasontsteking. Via het bloed, vuile injectie naalden.
  • Het lichaam kan indringers afweren en vernietigen, waarmee doet het lichaam dat?
    Antistoffen tegen antigenen en leukocyten
  • 1.2.1 Virussen

  • Wat zijn de eigenschappen van een virus?
    Een virus bestaat uit DNA in een omhulsel van een eiwit. Een virus is geen organisme en kan niet zelfstandig leven. Een virus heeft levende cellen en een gastheer nodig.
  • Wat is aan abces?
    Een etterbuil, aanwezigheid van pus in een niet bestaande holte.
  • Wat is acuut?
    Plotseling
  • Wat is angina?
    Pijn
  • Wat is benigne?
    Goedaardig
  • Wat is chronisch?
    Sluipend, zich langzaam ontwikkelend en lange duur
  • Wat is een collaps?
    Een flauwte
  • Wat is een coma?
    Een diepe bewusteloosheid.
  • Wat is een cyste?
    Een met vocht gevulde holte.
  • Wat is een degeneratie?
    Teruggang
  • Wat is een depressie?
    Sombere gemoedstoestand remming psychische functies.
  • Wat is een dilatatie?
    Een verwijding.
  • Wat is febris?
    Koorts
  • Wat is een fractuur?
    Een botbreuk.
  • Wat is fysiek?
    Lichamelijk
  • Wat is graviditeit?
    Zwangerschap
  • Wat zijn hydrops?
    Abnormale vocht ophoping in het gewricht of lichaamsholte.
  • Wat is immuum?
    Niet vatbaar voor een ziekte.
  • Wat is een infarct?
    Afsterven van weefsel door zuurstof gebrek of onvoldoende bloed.
  • Wat is infaust?
    Ongunstig
  • Wat is een infectie?
    Binnendringen pathogene ziekteverwekker.
  • Wat is koliek?
    Hevige pijnaanvallen in de buik.
  • Wat is maligne?
    Kwaadaardig
  • Wat is metabolisme?
    De stofwisseling.
  • Wat is metastase?
    Uitzaaiing van een maligne tumor.
  • Wat betekend morbus?
    Ziekte
  • Wat betekend Mors?
    Dood
  • Wat is een partus?
    Een bevalling
  • Wat is een pathogeen?
    Ziekteverwekkend
  • Wat is een prognose?
    Een vooruitzicht
  • Wat is retentie?
    Ophoping, niet afvoeren
  • Wat is een shock?
    Een lichamelijke toestand die ontstaat door plotseling te weinig bloedtoevoer naar weefsel door het falen van het vaatstelsel.
  • Wat is een spasmus?
    Een kramp
  • Wat is stenose?
    Een vernauwing
  • Wat is een symptoom?
    Een ziekte verschijnsel
  • Wat is een syndroom?
    Een combinatie van ziekte verschijnselen behorend bij een ziektebeeld.
  • Wat is tonus?
    Dat is een spanningstoestand van spierweefsel.
  • Wat is een trauma?
    Dat is een verwonding.
  • Wat is trombus?
    Een bloedstolsel in het bloedvat.
  • Wat is een tumor?
    Een gezwel.
  • Wat is een ulcus?
    Een zweer.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Medische terminologie pathologie
  • G H Mellema
  • 9789035230347

Samenvatting - Medische terminologie pathologie

  • 1 inleiding tot de medische terminologie

  • wat is voorvoegsel en achtervoegsel?

    geven de anatomische of fysiologische plek aan

  • 2 gezondheid en ziekte

  • noem een aantal oorzaken waardoor de ene sneller ziek wordt dan de ander persoon

    factoren zijn: aanleg, constitutie, erfelijkheid enconditie

  • beroepen met verhoogd risico zijn: 

    personen die veel buiten werken (uv licht), erfelijkheids dragers, chromosoom afwijkingen in de familie enz enz 

  • ziekte veroorzakers zijn : endogene oorzaken, van binnen uit ontstaan, dus conditie, erfelijkheid, aanleg en constitutie

    exogene veroorzakers zijn: fysische oorzaken, zoals mechanisch geweld, thermische oorzaak(verbrand of bevriest), elektrische oorzaak (stroom ), straling (radioactieve straling)

    chemische oorzaken: vergiftiging, allergie (pollen, huisstofmijt)

    biologische oorzaken: levende ziekteverwekkers: micro en macro organismen: micro: plantaardige bacteriën en schimmels en dierlijke bacterën, protozoa en virusssen

    macro: mijten , luizen, wormen en vlooien

    biologische oorzaken: ondervoeding, oververmoeidheid en psychische factoren.

    bijzonder biologische oorzaken : gezwelvorming

  • 3 ontsteking en infectie

  • ontsteking en infectie

  • 3.1 inleiding

  • in dit hoofdstuk zijn de exogene ziektemakers aan bod vooral de biologische ziekteverwekkers de wijze van besmetting en begrip immuniteit en enkele infectie ziekten

  • 3.2 micro-organismen

  • micro-organismen zijn te verdelen in :

    virussen, bacterën, schimmels en protozoa(tropische ziekten)

  • de kenmerken van virussen zijn?: 

    veel kleiner, vermenigvuldigen zich in levend organisme

     

  • noem enkele voorbeelden: 

    influenzavirus, adenovirus, herpesvirus en hepatitisviru

  • noem enkele bacteriën:

    Kokken zoals: stafylokokken (etterige ontstekingen), pneumokokken (longontsteking) meningokokken (hersenvliesonsteking )

    bacillen zoals: tetanusbacil( veroorzaker van tetanus), tuberkelbacil (geeft tuberculose_ TBC ), 

    spirocheten zoals: spirochaeta pallida (geeft  syfilis), borrelia burgdorferi ( ziekte van lyme)

  • noem 2 schimmels:

    zwemmerseczeem, en fluor albus (witte vloed)

  • 3.3 macro-organismen

  • kan je macro-organismen met het blote oog zien? en noem er 4

     ja luizen, vlooien, mijten, wormen, maden

  • 3.4 besmetting

  • hoe kan men besmet raken met micro-orgnismenen

    door binnendringen van micro-organisme in het lichaam, via spijsverteringskanaal, luchtwegen, huid en slijmvliezen en het bloed.

  • noem 3 factoren die een rol spelen bij een besmetting

    aanvalskracht, aantal, plaats waar het binnendringt, 

  • wat speelt een rol bij het afweer van een micro-organisme

    conditie van de mens, witte bloedlichaampjes (leukocyten) en in het bloed aanwezige afweerstoffen

  • wat ontstaat er bij plaatselijke ontsteking

    rubor, calor, tumor, dolor en functio laesa

  • wat is virulentie

    ziekmakend vermogen van een bacterie

  • noem 2 plaatselijke ontstekingen

    negenoog ( karbunkel) en steenpuist (furunkel)  of ontsteking aan de tenen of vingers

  • wat is incubatietijd

    tussen de besmetting en het echt ziek worden dus nog geen ziekteverschijnselen heeft

  • prodromale verschijnselen zijn:

    vage symptomen heeft dus verschijnselen voor de echt ziekte zich openbaart

  • wat is reconvalescentieperiode

    herstelperiode

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat is fluor albus?
Vaginale afscheiding, ook wel witte vloed of fluor vaginalis.
Wat is empyeem?
Pusvorming in een al bestaande natuurlijke holt
Wat is catarre?
Een ontsteking van slijmvliezen met afscheiding van slijm.
Wat is capillair?
Een haarvat.
Wat is asymptomatisch?
Zonder ziekteverschijnselen.
Wat is een antigeen?
Een lichaamsvreemde stof die aanzet tot de vorming van antistoffen.
Wat is een aerogene besmetting?
Een besmetting door of via de lucht.
Wat is een abces?
Een etterbuil, met etter gevulde holte ontstaan door verweking van ontstoken weefsel.
Noem 3 algemene symptomen van een infectie ziekte:
Malaise (ongemak), koorts, misselijkheid en braken
Wat betekend recidief?
Een ziekte die vaker optreedt, bijv. Urine weg infectie