Samenvatting memo geschiedenis bovenbouw havo

-
103 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - memo geschiedenis bovenbouw havo

  • 1 prehistorie en oudheid

  • Jagers en boeren, prehistorie (tot 3000 v.C)
    1. De levenswijze van jagers-verzamelaars
    2. Het ontstaan van landbouwsamenlevingen
    3. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
  • Grieken en Romeinen 3000 v.chr - 500 n.chr
    1. De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat.
    2. De groei van het Romeinse imperium, waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde.
    3. De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
    4. De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa.
    5. De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten.
  • Wat is het tijdvak van de prehistorie
    Tot 3000 v.chr.
    tijd van de jagers en boeren
    tijdvak 1
  • Wat is het tijdvak van de oudheid
    3000 v. Chr - 500 n.chr.
    tijd van Grieken en Romeinen
    tijdvak 2
  • 1.1 De argragische revolutie

  • Welke sociale, demografische, economische en technologische gevolgen had de agrarische revolutie?
    De agrarische revolutie had gevolgen:
    Sociaal, mensen gingen zich vestigen op een plek. Er kwam een bevolkingsgroei. De agrarische revolutie zorgde voor ongelijkheid. Voor het eerst ontstond er een hiërarchie. er ontstonden verschillen door het graan surplus (overschot aan graan) hierdoor ontstond er een gelaagde samenleving met bezit, macht en aanzien. Mensen hoefde zich niet alleen te richten op het zorgen voor voedsel, maar konden zich specialiseren in: ridder, muzikant enz.
    Demografisch, mensen gingen zich vestigen, zodat ze landbouw beter konden bedrijven. Ook gebruikte ze stukken grond in hun omgeving meer, bossen werden akkers. Rond 7000 v.chr verspreidde de landbouw zich naar Noord-Afrika en rond 6000 v.chr naar Europa.
    economisch, door de hoeveelheid over productie van eten kwam er handel. Mensen gingen hun gewassen verhandelen met andere. Hierdoor kwam er een ongelijkheid. Ook kregen ze minder gevarieerd eten binnen dan de jagers-verzamlaars Dit leid ook tot ondervoeding en ziektes. 
    Technologisch, het pottenbakken, het gebruik van metaal om gereedschap te maken (en meer) werden uitgevonden.
  • De levenswijze van jagers-verzamelaars.
    kenmerkend aspect 1
    Jagers-verzamelaars leven in kleine groepen als nomaden. Door
    te jagen komen ze aan voedsel.

    Jort:
    Het is een hele lange periode, weinig bronnen. 
    politiek: kleine groep, dus geen georganiseerd bestuur.
    Sociale verhoudingen: weinig sociale verschillen. Mannen jagen, vrouwen verzamelen eten en zorgen voor het gezin).
  • Wanneer en waar ontstond de landbouwsamenleving? En wanneer ging men aan veeteelt doen?
    Tussen 9000 en 6000 v.C ontstond de landbouwsamenleving in het Midden-Oosten. Rond 7500 v.C werd er voor het eerst aan veeteelt gedaan.
  • Leg het KA De levenswijze van jagers-verzamelaars uit
    Dit was in de prehistorie, rond 140.000 ontstond de homo sapiens, de moderne mensen. Ze leefden door te jagen en te verzamelen. Ze konden nog niet schrijven en er waren weinig sociale verschillen. (leider onderscheid zich nauwelijks) Wel ruilden ze producten met elkaar.
  • Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
    Kenmerkend aspect 2.
    Is geleidelijk ontstaan, maar de veranderingen die dit voor de mensheid betekenden zijn zo groot geweest dat we spreken van een landbouwrevolutie of agrarische revolutie.
    Neolitische revolutie = nieuwe steentijd.

    Ongelijkheid,  sociale verschillen:
    Jagers-verzamelaars deelden de opbrengst met elkaar.
    In de landbouwsamenleving had ieder eigen stuk grond. Sommigen waren succesvoller, daardoor verschil in rijkdom, macht en aanzien.

    Ontstaat in Mesopotamië en Egypte.
    Eerst vertrouwden ze nog niet alle gewassen, daardoor aten ze eenzijdiger, oogsten konden mislukken. Ze leefden dichter op elkaar (infectieziekten), vee bracht ook ziekten mee.
  • Leg het KA Het ontstaan van landbouwsamenlevingen
    Het ontstaan van de landbouwsamenleving was een grote verandering die we de agrarische revolutie noemen. Mensen gingen zich vestigen op een plek om daar een boerenbestaan op te bouwen. 11.000 v.C gingen de jagers-verzamelaars aan landbouw doen.
  • Het ontstaand van de eerste stedelijke gemeenschappen
    kenmerkend aspect 3
    In het vruchtbare Mesopotamië ontstaan steden, vaste woonplaatsen (sendentiair). Er ontstaan ambachten, handel, bestuur, godsdienst.
    Grootste deel van de bevolking is boer.

    3300 v Chr. Werd het schrift uitgevonden. Een essentieel onderdeel van de menselijke cultuur.
  • Tot welke veranderingen op politiek, sociaal, economisch en cultureel gebied leidde de ontwikkeling van de agrarische revolutie?
    Politiek: steden bestuurd door koning + priester, 10.000 tot 50.000 inwoners. Steden groeien uit tot stadsstaten.
    sociaal: verschil in sociale klassen: slaven, boeren, ambachtslieden, priesters, koning.
    cultureel: godsdiensten met meerdere goden = polytheïstisch.
    elke stad had een tempel. Er werden veel uitvindingen werden gedaan.
    strikte scheiding tussen mannelijke en vrouwelijke taken
    economisch: handel ontstond, verschillende beroepen. Merendeel was boer en dus afhankelijk van land- veeteelt.

    Egypte: kleine dorpen werden steden, die werden samengevoegd tot 1 groot rijk. Boven en beneden Egypte kwamen samen = natiestaat.
    o.l.v. Farao
  • Leg uit en noem de kenmerken: De levenswijze van jagers en boeren
    Tot 10.000 v.Chr. Leefde de mensen een nomadisch bestaan: het zijn jagers-verzamelaars. 
    kleine groep, rondtrekken, gereedschappen van bot, steen en hout.
  • Leg uit en noem de kenmerken: Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenleving.
    Rond 10.000 v.Chr. Eindigt de laatste Ijstijd. Dan begint de eerste agrarische revolutie in Mesopotamië (Vruchtbare Halve Maangebied)
    De mens leert de natuur in cultuur te brengen. De agrarische revolutie zorgt voor de eerste landbouwsamenlevingen rond 5600 v.Cr. Akkerbouw en veeteelt leveren meer voedsel op, dus de bevolking groeit sneller. Doordat mensen in grote groepen leven, doen ze sneller ontdekking. Er ontstaat sociale hiërarchie door verschillende bezitsverhoudingen. 
  • Leg uit : het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.
    Stijging voedselproductie leidt tot handel en daarmee het ontstaan van landbouw-stedelijke-samenlevingen rond 3300 v.Chr. Doordat er genoeg voedsel is kunnen mensen zich bezig houden met andere activiteiten dan voedselproductie. In de steden zijn mensen nodig die de stad besturen en allerlei taken vervullen. Ontstaan priesters en koningen. Om steden te besturen wordt het schrift uitgevonden, om rijken te vergroten wordt oorlog gevoerd.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Hoe zagen de verlichtingsdenkers de ontwikkeling van het volk?
Ze zagen de geschiedenis als  een lang proces van vooruitgang (optimistisch)  en vonden dat verschillende samenlevingen verschillende fases doorlopen. ( dit legde de basis voor een Europese (westerse) superioriteitsgevoel.)
Hoe dachten John Locke, Rousseau en Montesquieu over de politiek en de staat?
John Locke (1632-1704)
  1.  Recht op natuurlijke rechten (leven, bezit en vrijheid) 
  2. mensen hebben recht op meer bescherming dan alleen in je eentje. (Politieke gemeenschap door sociaal contract. Regering regeert dat op basis van vertrouwen. Wanneer regering faalt hebben burgers recht om zich te verzetten en andere regering in te stellen.) 
Rousseau (radicaler dan Locke) 
  1. Regering is niet meer dan uitvoerder van gezamenlijke wil van burgers. Burgers kunnen hun macht altijd terug nemen, Volkssouvereiniteit.
Montesquieu
  1. machtsmisbruik kan worden voorkomen door een scheiding der machten (trias politica) Wetgevende macht: maakt de wetten. Uitvoerende macht: voert wetten uit. Rechtsprekende macht: controleert of burgers zich aan de wetten houden. 
  2. Een persoon mag nooit meerdere machten bezitten
Wat zijn de twee grote kritiek punten die de verlichtingsdenkers hebben?
  1. Standensamenleving (adel, vorst etc.) 
  2. Slavernij (opkomst abolitionisme)
Leg uit wat de trias politica is.
Trias politica is bedacht door Montesquieu. Hij bedacht dat je machtsmisbruik kon voorkomen door de macht te verdelen. Zo lang iemand niet meer dan een van de drie machten bezit kon het niet/moeilijker worden misbruikt.
  1. Wetgevende macht, parlement: Maakt wetten en keurt af, en controleert de uitvoerende macht.
  2. Uitvoerende macht, regering: voert wetten uit, dienen wetten in die door het parlement goedgekeurd moeten worden.
  3. Rechtsprekende macht, rechter: onafhankelijke rechtspraak, toetst de staat en burgers aan de wet en oordeelt alleen op basis van wetgeving die bestaat.
Wat waren de verschillen tussen de verlichtingsdenkers van de gematigde denkers en de radicale denkers?
Verlichtingsdenker in de politiek
Gematigde denkers (John Locke, 1632-1704)
  1. De vorst staat niet boven de wet
  2. Volkssoevereiniteit: de vorst heeft hoogste
  3. macht van het volk gekregen
  4. Gematigde veranderingen
  5. Zijn tegen absolute macht, maar niet voor
  6. volledige democratie


Radicale denkers:

  1. De vorst staat niet boven de wet
  2. Volkssouvereiniteit: Het volk mag op elk moment de vorst afzetten
  3. Grote veranderingen
  4. Voor democratie
Hoe dachten de verlichtingsdenkers over godsdienst?
Verlichtingsdenkers in godsdienst:
  1. Verlichtingsdenkers nemen het mechanisch wereldbeeld van de wetenschappelijke revolutie over. (God heeft wereld geschapen met alles. Hij is er nog wel, maar denken niet meer dat hij invloed heeft.) 
  2. Verlichtingsdenkers zijn tegen bijgeloof, dogma’s en tradities. (De bijbel niet voor alles aannemen.- dogma (leerstelling). In strijd met vrijheid.)  
  3. Verlichtingsdenkers pleiten voor verdraagzaamheid en vrijheid van geloof. (altijd iets universeels in het geloof, goede opvoeding en scholing zorgt voor beter mens)
Noem de kenmerken van de verlichting denkers.
  1. De mens bevrijdt zich uit het duisternis (bijgeloof en traditie vinden ze duister. Ze vinden het beperkend)
  2. Verlichtingsdenkers strijden tegen verschillende soorten misstanden (heksen verbranden, oneerlijkheden in de samenleving) 
  3. De mens moet zich vrij kunnen ontplooien
  4. Verlichtingsdenkers zijn optimistisch over de maakbaarheid van de samenleving. 
  5. Vinden vrijheid heel belangrijk. (vrijheid in politiek, economie, godsdienst, etc.)
Oe dachten de voorlopers van de verlichting denkers in tegenstelling tot de verlichting denkers?
De verlichting denkers:
  1. De mens kan door rationeel denken zichzelf en de samenleving verbeteren.

Voorlopers van de Verlichting denkers:
  1. De renaissance, wetenschappelijke belangstelling
  2. De wetenschappelijke revolutie, optimisme en wetenschap (veel ontdekkingen waardoor er vertrouwen komt dat ze veel kunnen bereiken en ook zaken die er toe doen in de samenleving. Zelf en de mens verbeteren en samenleving)
 In de vruchtbare rivierdalen van de Eufraat, Tigris en Nijl heersten koningen vanuit machtige steden over een steeds groter gebied. Hun onderdanen moesten gehoorzamen aan hun wetten en belastingen afdragen. Zo ontstonden de eerste grote beschavingen. Hoe zaten die samenlevingen in elkaar?
Er is een centraal bestuur waar de rechte voor iedereen hetzelfde is. De dorpen en steden in Egypte moesten het beleid van de farao volgen en hij had de hoogste rechtelijke macht, hij was immers een god. 
Rechtbanken in steden en regio's, geleid door ambtenaren en burgers met aanzien, alleen zware zaken (moord) werd door de farao of een van zijn hoogste ambtenaren. 
geweldsmonopolie (alleen overheid mag geweld gebruiken.) 
Farao bezit over een enorm ambtenarenapparaat. De rol was het zorgen voor: irrigatiesysteem, akkers verdelen na overstroming Nijl, etc. Werden goed beloond, bracht machtsgevaar mee bij zwakke farao. 
Vorsten en regenten 1600-1700Een nieuwe republiek in Europa
  1. Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie 
  2. De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economische en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek
  3. het streven van vorsten naar absolute macht
  4. De wetenschappelijke revolutie