Samenvatting Moleculaire biologie

-
425 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Moleculaire biologie

  • 2.1.1 DNA als drager van erfelijke informatie

  • Wat is een pneumokok?
    Een pathogene bacterie die longontsteking veroorzaakt bij de mens
  • Wat zijn S-kolonies?
    Pathogene pneumokokken die  al grote gladde slijmerige kolonies groeien op een petriplaat.
  • Wat zijn R-kolonies
    Kleine ruwe kolonies die ontstaan zijn doordat Griffith een mutant van de bacterie isoleerde die geen longontsteking meer veroorzaakte
  • Wat is het verschil tussen S- en R-kolonies in verband met pathogeniteit?
    De kapselvorming is de oorzaak van pathogeniteit
  • Wat als we een S-type injecteren bij een muis?
    Veroorzaakt pneumonie of bronchitis waardoor ze sterven
  • Wat als we een R-type injecteren bij een muis?
    De proefdieren blijven in leven
  • Wat gaat warmtebehandeling voor invloed hebben bij virulentie?
    Het gaat de virulentie vernietigen
  • Wat heeft Griffith gedaan?
    Hij combineerde levende niet-pathogene R-pneumokokken met dode S-pneumokokken en injecteerde dit mengsel in muizen. De muizen stierven toch. Bij de autopsie werden levende S-pneumokokken teruggevonden
  • Hoe werd als eerste bewezen dat DNA de erfelijke informatie van de kapselvorming draagt?
    Avery heeft dat bewijs geleverd door het toevoegen van DNase (een enzym dat DNA afbreekt) aan het mengsel van de levende R-stammen en het celvrij extract van de gedode S-bacteriën, hierdoor was er geen transformatie meer van de levende R-bacteriën naar het S-type
  • Wat is een ander bewijs voor de rol van DNA als drager van genetische informatie ?
    De studies rond een bacteriofaag, een bacteriofaag hecht zich vast aan de wand en zal zijn genetisch materiaal doorheen de bacteriewand injecteren. Het viraal DNA gaat zich dan binnen in de bacterie vermenigvuldigen. Na enkele uren zijn er een groot aantal bacteriën geassembleerd en barst de gastheercel open. Zo komen er nieuwe virussen vrij, die een nieuwe levenscyclus kunnen beginnen
  • Wat is een bacteriofaag?
    Dat is een klein virus dat parasiteert op E.Coli, het virus bestaat uit een kop en een staart. De mantel van de kop en de staart is opgebouwd uit eiwitten, terwijl de kop bestaat uit viraal DNA. Als een bacteriofaag zich wil vasthechten op E.coli, hecht het zich met de staartvezels vast op de celwand van de gastheer, de staartschede trekt dan samen en zal de bacterie gaan penetreren.
  • Welk experiment hebben Hershey en Chase dan nog bedacht om de theorie van de bacteriofagen te bewijzen?
    Ze merkten het virale DNA me 32P = een radioactief isotoop, terwijl de virale eiwitten met 35S werden gelabeld. Die merkers zijn specifiek, aangezien eiwitten weinig of geen fosfor bevatten en DNA geen zwavel bevat. Na incubatie werd het mengsel onderworpen aan  mechanische agitatie , waardoor de vastgehechte virussen van hun gastheercellen loskomen. Na een tijdje wordt het mengsel geanalyseerd op hoeveelheden radioactief materiaal. Nog in de bacterie, noch in de faagnakomelingen wordt er 35S gedetecteerd. Dit wijst er dus op dat de virale eiwitten geen dragers zijn van erfelijke informatie. Het radioactief 32P werd wel teruggevonden in de bacterie en de nieuw gevormde fagen. Deze resultaten tonen dus aan dat het virus zijn DNA en niet zijn eiwitten injecteert in de gastheercel.
  • Afbeelding dia 12 nog checken
  • 2.1.2 Bouwstenen van DNA

  • Uit wat bestaat DNA?
    DNA is een polynucleotide die opgebouwd is uit mononucleotiden, de bouwstenen. Een DNA-streng bestaat uit twee delen. Enerzijds een ruggengraat die constant is over de hele lengte van de keten en anderzijds vier verschillende basen, die de variabele zijketens vormen
  • Wat zijn de vier verschillende basen van DNA?
    Adenine, guanine, cytosine en thymine
  • Wat is een purine?
    Bestaat uit een vijfring die gekoppeld is aan een zesring
    adenine en guanine zijn purines
  • Wat is een pyrimidine?
    Enkel een zesring, is dus kleiner dan een purine
    cytosine en thymine zijn pyrimidines
  • Wat verklaart het basisch karakter van DNA?
    Zowel de purines als de pyrimidines bevatten meerdere N-atomen die een waterstofatoom kunnen opnemen
  • Hoe wordt de constante ruggengraat gevormd?
    Door de afwisseling van fosfaat en desoxyribose
  • Hoe wordt een 5'-desoxyribonucleotide gevormd?
    Doordat de basen telkens met 1 van hun stikstofatomen verbonden zijn aan het eerste koolstofatoom van deoxyribose ==> dat wordt al een deoxyribonucleoside. Wanneer de 5' C-groep van zo'n desoxyribonucleoside een fosfaatester vormt ontstaat een 5'-desoxyribonucleotide
  • Hoe ontstaat de DNA-polynucleotideketen?
    Wanneer de deoxyribonucleotiden via 3'-5'-fosfodiësterbindingen aan elkaar verbonden worden
  • Welke afspraken worden er gemaakt in verband met oriëntatie van de streng?
    De conventie is om het nucleotide met een vrije 5'-hydroxylgroep het laagste nummer te geven en links te schrijven. Deze conventie heeft ook een inhoudelijke betekenis, aangezien DNA-ketens worden aangemaakt van 5' naar 3'. De DNA-sequentie GATCAGA draagt op het eerste nucleotide (aan de 5'-kant) een guanine en op het laatste nucleotide een adenine. Dit is dus een andere sequentie dan AGACTAG. Als een dubbele streng wordt weergegeven, is de bovenste streng steeds georiënteerd (van links naar rechts) van 5' naar 3'.
    De kant van de 5' is vrij OH en de kant van desoxyribose is 3'
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.