Samenvatting Moleculaire biologie Kimberley

-
175 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Moleculaire biologie Kimberley

  • 1 Wat is moleculaire biologie?

  • Wat is de doelstelling van moleculaire biologie?
    Een moleculaire benadering geven voor de processen in levende organismen.
  • Geef het centrale dogma weer.
    Replicatie DNA --> DNA -(transcriptie)-> mRNA -(translatie)-> eiwit
  • Wat is replicatie?
    Het betrouwbaar kopiëren van DNA voor de volgende generatie (cellen).
  • Wat is transcriptie?
    Het overschrijven van DNA tot mRNA.
  • Wat is translatie?
    Het vertalen van het RNA tot eiwit.
  • Hoe wordt een biologische kringloop bekomen?
    Specifieke eiwitten zijn nodig voor efficiënte DNA-, RNA- en eiwitsynthese en zo wordt een biologische kringloop bekomen, die de continuïteit van het leven kenmerkt.
  • Wanneer is zo'n biologische kringloop mogelijk volgens de thermodynamica + leg uit?
    Slechts spontaan mogelijk indien dit gekoppeld wordt aan de grotere chemische wanorde van iets anders. Deze wanorde ontstaat dankzij de afbraak van ATP (productie door verbranding lipiden en koolhydraten).
  • Zijn er uitzonderingen op het centrale dogma, zo ja, welke?
    Ja ,retrovirussen gebruiken de omgekeerde transcriptie, waarbij DNA wordt afgeschreven tot copy DNA (cDNA).
  • 2.1.1 DNA als drager van erfelijke informatie

  • Wat is een pneumokok?
    Een pathogene bacterie die longontsteking veroorzaakt bij de mens.
  • Welke twee soorten kolonies geeft de pneumokok + uitzicht?
    A. S-kolonies: grote, gladde en slijmerige kolonies.
    B. R-kolonies: mutant van de bacterie die niet meer in staat is om longontsteking te veroorzaken. Groeien als kleine, ruwe kolonies.
  • Waarom vindt men een onderscheid tussen de S-kolonies en de R-kolonies?
    Het onderscheid is te vinden in de kapselvorming die de oorzaak is van de pathogeniteit, vandaar het grotere en blinkende uiterlijk bij de S-pneumokokken.
  • Hoe bestudeerde Griffith op basis van deze pneumokok of DNA drager is van het erfelijke materiaal?
    Bij de injectie van muizen met het R-type blijven de proefdieren in leven, terwijl een injectie met het S-type pneumonie of bronchitis veroorzaakt bij de dieren. Bij een autopsie van deze laatste worden virulente bacteriën teruggevonden. Als de S-pneumokokken gedood worden met behulp van warmte en deze vervolgens geïnjecteerd worden in muizen, dan blijven de dieren in leven. Een warmtebehandeling vernietigt dus ook de virulentie. Griffith combineerde levende niet-pathogene R-pneumokokken met niet-levende, pathogene S-pneumokokken en injecteerde dit mengsel in muizen. Verwacht is dat de muizen bleven leven, maar toch stierven ze. Bij de autopsie werden pathogene S-pneumokokken teruggevonden. De levende R-bacteriën werden dus getransformeerd tot het S-type.
  • Welke vragen konden gesteld worden bij het experiment van Griffith?
    Wat zorgt er voor de transformatie van R-bacteriën naar S-bacteriën? 
    Welk bestanddeel dat de erfelijke informatie voor de kapselvorming draagt , wordt er door de R-bacteriën opgenomen?
  • Avery vond een antwoord op deze vragen, hoe?
    DNA was het antwoord. Hij voegde DNase (een enzym dat DNA afbreekt) toe aan het mengsel van de levende R-stammen en het celvrij extract van de gedode S-bacteriën. Hierdoor was er geen transformatie meer van de levende R-bacteriën naar het S-type. DNA draagt dus de erfelijke informatie van de kapselvorming.
  • Geef een ander bewijs voor de rol van DNA als drager van genetische informatie.
    Studies met de bacteriofaag: Hershey en Chase: 
    Ze merkten het virale DNA met 32P, terwijl de virale eiwitten met 35S werden gelabeld. Deze merkers zijn specifiek, aangezien eiwitten weinig of geen fosfor bevatten (en dus geen 32P), terwijl DNA geen zwavel (geen 35S) bevat. Na incubatie van deze radioactief gemerkte bacteriofaag met E. Coli,werd het mengsel onderworpen aan een mechanische agitatie, waardoor de vastgehechte virussen van hun gastheercel loskomen. Na een tijdje wordt het mengsel (bestaande uit bacteriën en faagnakomelingen geanalyseerd op hoeveelheden radioactief materiaal. Noch in de bacterie, noch in de faagnakomelingen wordt er 35S gedetecteerd. Dit wijst er dus op dat de virale eiwitten geen dragers zijn van erfelijke informatie. Het radioactief 32P wordt echter teruggevonden in de bacterie en in de nieuw gevormde fagen. Deze resultaten tonen dus aan dat het virus zijn DNA en niet zijn eiwitten injecteert in de gastheercel.
  • Wat is de bacteriofaag?
    Een klein virus dat parasiteert op E. Coli..
  • Uit wat bestaat de bacteriofaag?
    Uit een kop en een staart (bestaat op zijn beurt uit de schede en de staartvezels). De mantel van de kop en staart is opgebouwd uit eiwitten, terwijl de kop uit viraal DNA bestaat.
  • Hoe zal een bacteriofaag te werk gaan?
    Als een bacteriofaag een E. Coli wil infecteren, hecht het zich met de staartvezels vast op de celwand van de gastheer. De staartschede trekt zich dan samen en penetreert de bacterie. Vervolgens injecteert de faag zijn genetisch materiaal doorheen de bacteriewand. De rest van de faag blijven buiten de E. Coli.  Het viraal DNA gaan zich binnenin de bacterie vermenigvuldigen. De genen van de faag gebruiken dan het metabolisme van de bacterie om nieuwe faagkoppen en -staarten te synthetiseren. Na enkele uren zijn er een groot aantal bacteriofagen geassembleerd en barst de gastheercel open. Zo komen de nieuwe virussen vrij, die een nieuwe levenscyclus kunnen beginnen.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Een algemeen verschijnsel is de moeilijkheid om eindstandige restrictieplaatsen volledig te knippen, hoe wordt dit opgelost?
  • Meestal is hiervoor een veel grotere hoeveelheid enzym vereist en/of een langere incubatieduur. Dit werd uitgetest op oligonucleotiden.
Welke regels volgen de codon/anticodonbasenparen voor de basen?
De codon/anticodonbasenparen volgen de Watson-Crick-regels (C-G en A-U) voor de interactie van de eerste twee codonbasen, maar genieten een grotere vrijheid (wobble) voor de interactie tussen de derde codonbase en de eerste anticodonbase.
Geef een voorbeeld van de enzymen waarbij het verschil in reactiesnelheid zeer groot is.
Er zijn wel enkele voorbeelden gekend waarbij het verschil heel groot is, namelijk voor de enzymen NarI, NaeI, SacII en XmaIII.
Het plasmide pBR322 heeft vier NarI plaatsen waarvan er twee normaal te knippen zijn, maar waarbij de andere twee nooit volledig geknipt worden, zelfs niet met een 50x over­maat van het enzym en een reactieduur die 16 maal langer is dan normaal.
Wat bedoelt men met synonieme codons?
Functioneel analoge aminozuren worden gecodeerd door op elkaar gelijkende codons: zo verschillen de codons voor leucine, isoleucine en valine (drie apolaire aminozuren) slechts in de eerste codonbase. Het gevolg van deze biologische redundantie (synonieme codons en de groepering van functioneel verwante codons) is, dat de gecodeerde informatie relatief resistent is tegen mutaties.
Door wat wordt de snelheid van de reactie beïnvloed en wat is het gevolg?
De snelheid van de reactie (en dus de knip-efficiëntie) wordt beïnvloed door de sequenties die de herkenningsplaats omgeven. Dit heeft als gevolg dat niet alle plaatsen even gevoelig zijn voor de inwerking van het enzym, niet alle herkenningsplaatsen worden met dezelfde snelheid geknipt. Voor het merendeel van de enzymen zijn de verschillen zo gering dat ze van geen praktisch belang zijn. 
Hoeveel verschillende codons bestaan er?
Omdat elke base vier mogelijkheden bevat, bestaat er in totaal 4 x 4 x 4 = 64 verschillende codons. Dit is ruimschoots voldoende voor het coderen van de 20 verschillende aminozuren. De natuur heeft niet geopteerd voor een systeem met slechts 20 functionele codons en 44 nonsense-codons, maar wel voor een systeem van synonieme codons voor één aminozuur, waardoor een zekere redundantie optreedt die in het Engels met degeneracy wordt aangeduid.
Wat gebeurt er met het DNA indien er een lage temperatuur is bij het knippen?
Elk van de stappen bij het knippen van dubbelstrengig DNA heeft zijn eigen K-waarde (=snelheid). Zo zal bij een zeer lage temperatuur (0°C) vooral een enkelstrengige breuk worden aangebracht.
Waar komt de energie vandaan, nodig voor de eiwitsynthese?
De energie die de eiwitsynthese vergt, wordt enerzijds ten koste van ATP geïnvesteerd tijdens de aminozuuractivering en anderzijds als GTP gebruikt tijdens de elongatie.
Welke stappen kunnen er onderscheiden worden in het knippen van een dubbelstrengige DNA?
- Het enzym vormt een complex met het substraat;
- Een eerste enkelstrengige breuk wordt aangebracht (= nick);
- Een nieuw complex wordt met het ‘nicked’ DNA gevormd;
- De tweede streng van het DNA wordt geknipt.
Waarom is de bespreking van de eiwitsynthese medisch belangrijk?
Omdat bijvoorbeeld een aantal veel gebruikte antibiotica dit proces bij bacteriën specifiek remmen.