Samenvatting Natuur en ruimte

-
ISBN-10 9491073141 ISBN-13 9789491073144
105 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Natuur en ruimte". De auteur(s) van het boek is/zijn E T de Jong, L Boerema. Het ISBN van dit boek is 9789491073144 of 9491073141. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Natuur en ruimte

  • 1 H1 Inleiding

  • Relatie boek Natuur en ruimte tot module Natuurbeschermingsrecht?

    De onderdelen gebieds- en soortenbeschermingsrecht van het natuurbeschermingsrecht en het ruimtelijk ordeningsrecht hangen nauw samen in het omgevingsrecht.

    Bescherming vindt plaats vanuit de 'groene' wetten: Nbw98, Ffw (middels instrumenten aanwijzing beschermingswaardige gebieden en aanwijzing beschermingswaardige soorten), de Boswet (regels ter bewaring van bossen en andere houtopstanden), de Natuurschoonweg 1928 (fiscale faciliteiten voor landgoederen).

    Bescherming kan ook plaats vinden vanuit het ruimtelijke ordeningsrecht (het rode spoor): in de Wro via het bestemmingpslan, beheersverordening, algemen regels, inpassingsplannen, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplannen. Of via de Tracewet met het tracebesluit, de Chw met het projectuitvoeringsbesluit, de Wabo met de omgevingsvergunning (de mogelijkheid tot afwijken). Tevens kan er bescherming worden geboden aan gebieden die niet erkend zijn als beschermd natuurgebied middels de EHS

  • 2 H2 Soortenbescherming

  • Relatie H2 tot boek Natuur en ruimte en module Natuurbeschermingsrecht?

    Soortenbescherming betreft een basisonderdeel van het Natuurbeschermingsrecht, voortkomend uit Eu-verplichtingen zoals vastgelegd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en vastgelegd in de NL-wetgeving in de Ffw. Soortenbescherming betreft een belangrijk onderdeel bij de inrichting van natuur en ruimte.

  • 2.1 par 2.2 Soortenbescherming in de Vogelrichtlijn

  • Waarom is de Vogelrichtlijn zo van belang?
    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft uitgesproken dat de eisen van deze richtlijn volledig en nauwkeurig, zonder wijzigingen van terminologie, moeten worden omgezet in het nationale recht.
  • Waar heeft de Vogelrichtlijn betrekking op?
    Op de instandhouding van alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Eu grondgebied van de lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is. Het eist een bescherming op populatienivo ipv individueel nivo.
  • Waar is de Vogelrichtlijn in de NL wetgeving geïmplementeerd en wat zijn de verschillen?
    In de Ffw. In de Ffw wordt ook bescherming op populatieniveau uitgegaan, maar wordt  meer nadrukkelijk dan in de richtlijn ook het individuele dier beschermd.
  • 2.2.1 Wat zijn de verbodsbepalingen van de Vogelrichtlijn?

    Verbod tav vogels waarop de richtlijn betrekking heeft: te doden of vangen + vernielen, beschadigen, wegnemen van nesten en eieren + eieren te rapen of bezit te hebben + verstoring mn bij broeden + het houden van de soorten die niet mogen worden bejaagd of gevangen.

  • 2.2.2 Wat zijn de uitzonderingen op de verbodsbepalingen van de Vogelrichtlijn?
    Gronden om af te wijken van art 5 staan in art 9. Een voorbeeld is 'het belang van de volksgezondheid en de openbare veiligheid'. Het Eu HvJ heeft aangegeven dat de uitzonderingsbepaling in art 9 strikt moet worden uitgelegd.
  • 2.2 par 2.3 Soortenbescherming in de Habitatrichtlijn

  • Wat is de doelstelling van de Habitatrichtlijn (Hrl)?
    Het behoud van de biodiversiteit op het Eurpese grondgebied van de lidstaten.

  • 2.3.1 Wat zijn de verbodsbepalingen in de Hrl?
    Art 12 bepaalt dat de lidstaten verboden moeten instellen ter bescherming van de in bijlage IV letter a vermelde diersoorten, zoals het vangen, doden, verstoren, verhandelen etc. In art 13 is een vergelijkbaar regime opgenomen voor de in bijlage IV letter b vermelde platensoorten. In art 14 wordt verwezen naar bijlage V, de vermelde planten- en dierensoorten hoeven minder strikt beschermt te worden (moet gaan om gunstige staat van instandhouding).

  • 2.3.2 Wat zijn de uitzonderingen op de verbodsbepalingen van de Hrl?
    In art 16 worden belangen genoemd die kunnen leiden tot afwijken van de verbodsbepalingen, zoals voorkomen ernstige schade aan gewassen of in het belang van de openbare veiligheid. Het Eu HvJ interpreteert de verplichtingen van art 16 zeer strikt (net als bij de uitzonderingen genoemd in art 9 Vrl).
  • 2.3 par 2.4 Soortenbescherming in de Flora- en faunawet

  • 2.4.1 Wat is in de Ffw opgenomen?

    In de Ffw is het soortenbeschermingsrecht zoals opgenomen in de Hrl en de Vrl geïmplementeerd. Daarnaast worden aanvullend ook soorten beschermd die niet obv de richtlijnen beschermd hoeven te worden. NL heeft ervoor gekozen ook alle zoogdieren, reptielen, amfibieën en vissen te beschermen (de 'nationale kop').

    Welke dieren en planten beschermd zijn, is in de Ffw en verschillende AMvB's en min. regelingen geregeld. Voor een overzicht, zie schema in boek op blz 17 (par 2.4.5).

    In artikel 2 is de zorgplicht opgenomen.

  • 2.4.3 Welke dieren worden beschermd?

    In artikel 4 Ffw is opgenomen welke inheemse diersoorten beschermd worden. Lid 1 alle genoemde soorten tenzij het de gedomesticeerde dieren betreft die zijn aangewezen bij AMvB en met uitzondering van de zwarte rat, de bruine rat en de huismuis. Lid 2 vermeldt de vogels voorkomend op het Eu-grondgebied muv gedomesticeerde vogels cf AMvB. Lid 3 vermeldt alle van nature in NL voorkomende amfibieën en reptielen. Lid 4 vermeldt alle van nature in NL voorkomende vissen muv de soorten uit de Visserijwet 1963.

    De aanwijzing bij AMvB om aanvullend beschermde inheemse diersoorten aan te wijzen, is in de vorm van een lijst die als bijlage 2 van het Besluit aanwijzing dier- en plantensoorten Ffw is opgenomen.

    Artikel 5 geeft aan dat bij AMvB ook uitheemse diersoorten kunnen worden aangewezen (zadelrob en klapmuts).

    Bij min. regeling kunnen diersoorten aangewezen worden ogv internationale verplichtingen.

     

  • 2.4.4 Welke planten worden beschermd?

    In de Ffw zijn geen plantensoorten direct beschermd, maar via een AMvB. Dit staat in artikel 3 Ffw. Deze zijn in bijlage 2 van het Besluit aanwijzing dier- en plantensoorten Ffw opgenomen. Inheemse plantsoorten kunnen ook op basis van internationale verplichtingen beschermd worden, deze zijn opgenomen in de Regeling in bijlage I. In artikel 5 lid 1 en 2 staat vermeld dat ook uitheemse plantensoorten beschermd kunnen worden per AMvB.

    Bij min. regeling kunnen plantensoorten aangewezen worden ogv internationale verplichtingen (bv CITES-verdrag).

  • 2.4.6 Wat zijn de rode lijstsoorten?

    In artikel 7 is opgenomen dat de minister lijsten opstelt van dier- en plantensoorten die van nature in NL voorkomen en met uitroeiing worden bedreigd of een speciaal gevaar lopen (de rode lijst). Deze lijst heeft geen rechtsgevolg. Besluit rode lijsten flora en fauna.

  • 2.4.7 Welke verdeling in groepen van de beschermde soorten kan je maken?

    1. De algemene soorten
    2. De 'licht' beschermde soorten
    3.  De 'strikt' beschermde soorten
    4. alle van nature op het Eu-grondgebied voorkomende soorten vogels
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Relatie H2 tot boek Natuur en ruimte en module Natuurbeschermingsrecht?

Soortenbescherming betreft een basisonderdeel van het Natuurbeschermingsrecht, voortkomend uit Eu-verplichtingen zoals vastgelegd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en vastgelegd in de NL-wetgeving in de Ffw. Soortenbescherming betreft een belangrijk onderdeel bij de inrichting van natuur en ruimte.

Waar raakt de Tracéwet het natuurbeleid?

De Tracewet is een wet die betrekking heeft op de aanleg van hoofdwegen, landelijke spoorwegen en hoofdvaarwegen, inclusief de wijziging daarvan. In art 15 lid 6 Tracéwet is bepaald, dat voor zover het tracébesluit en het bestemmingsplan/beheersverordening niet met elkaar in overeenstemming zijn, het tracébesluit geldt als projectomgevingsvergunning waarbij tbv een project van nationaal belang conform art 2.12 lid 1 onder a onder 3 Wabo mag worden afgeweken. 

Agv de Chw is de Tracewet aangepast. De habitattoets geïntegreerd in de procedure die leidt tot het nemen van het tracebesluit. Deze regeling vertoont gelijkenis met de procedure van art 19j Nbw. Het tracebesluit kan niet eerder worden vastgesteld dan nadat (indien noodzakelijk) de passende beoordeling is verricht.

Tav de Ffw is nog steeds een afzonderlijke ontheffing nodig. De Ffw mag niet aan de uitvoerbaarheid van het tracébesluit in de weg staan (uitvoerbaarheidstoets). In art 75a Ffw is een coördinatieregeling opgenomen. De ontheffing ogv Ffw kan gelijk oplopen met het tracebesluit.

4.4.6 Is de Nbw of Ffw van belang bij versnelde uitvoering van projecten?

Art 2.9 Chw biedt de mogelijkheid projecten versneld uit te voeren. Het moet dan gaan om projecten waarvoor geen toestemming ogv art 19d lid 1 Nbw is vereist. Voor dergelijke projecten kan de gemeenteraad een projectuitvoeringsbesluit vaststellen. Het vervangt dan de betreffende besluiten (vergunning, ontheffing, vrijstelling etc)

4.4.4 Wat hebben gebiedsontwikkelingsplannen met natuurbeleid te maken?

In de Chw kan bij AMvB kan bij wijze van experiment een bied voor de duur van max 10 jaar worden aangewezen als ontwikkelingsgebied. Voor dit gebied moet het versterken van de duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling 'bijzonder aangewezen' zijn. Daarna moet alsnog voldaan worden aan de milieukwaliteitseisen.

Indien een ontwikkelingsgebied is aangewezen, dient de gemeenteraad een gebiedsontwikkelingsplan te maken dat deel uitmaakt van het bestemmingsplan. Het is gericht op de optimalisering van de milieugebruiksruimte. Dat is de marge tussen de bestaande milieukwaliteit en de voor dat gebied geldende milieukwaliteitsnormen.

Art 2.3 lid 5 Chw bepaalt dat indien voor de uitvoering van maatregelen een besluit is vereist, het bevoegd gezag een dergelijk besluit kan nemen zonodig in afwijking van bepalingen in de Ffw en de Nbw.

4.4.2 Wat heeft de Chw in het bestuursprocesrecht gewijzigd?

In H1 afdeling 2 Chw zijn tbv het versnellen en verminderen van beroepsprocedures aanpassingen aangebracht aan de Awb. Vooralsnog gelden deze tot 1 jan 2014 en zijn van toepassing op alle besluiten die vereist zijn voor de ontwikkeling of verwezenlijking van de in bijlage I bedoelde categorien en bijlage II en in de AMvB genoemde projecten.

Ook geldt voor de aangewezen projecten een verlichting van de vaste procedure voor de project-m.e.r.

4.4.1 Waar raakt de Chw het natuurbeleid?

De Chw bevat tijdelijke en permanent maatregelen (misschien worden ze allemaal permanent). De tijdelijke maatregelen gelden voor projecten zoals aangewezen in bijlagen I en II van de Chw en zijn of worden voor het overige aangewezen bij AMvB. De permanente wijzingingen betreffen wijzigingen in sectorale wetgeving zoals de Wro, Wbb en de Nbw.  De Nbw is aangepast met als doel deze wet in de praktijk beter hanteerbaar te maken zonder afbreuk te doen aan de doelen van de wet. Verder is geen afzonderlijke vergunning Nbw meer nodig voor wegaanpassings- of tracebesluiten.

4.3.5.12 Wat heeft de projectomgevingsvergunning voor relatie met natuurbehoud?

De derde mogelijkheid van de Wabo om dmv een ov de regels van een bp buiten toepassing te laten is art 2.1 lid 1 onder c jo. art 2.12 lid 1 onder a ten derde Wabo. De projectomgevingsvergunning kan worden verleend indien hij niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en het een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. In art 5.20 Bor wordt voor de inhoud van de ruimtelijke onderbouwing verwezen naar art 3.1.6 Bro. Ook moeten de uitkomsten van het verrichte onderzoek in de ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd. Het moet een verslag bevatten vn het onderzoek naar de in het plangebied voorkomende natuurwaarden en naar de externe werking van buiten het plangebied gelegen natuurgebieden, die waarden moet beschrijven en moet toelichten welke bestemmingen hiervoor zijn gekozen.

4.3.5.2 Waar raakt de inhoud van een bp het natuurbeleid?

De Nbw legt alleen voor beschermde landschapsgezichten een directe relatie naar bp's. Dit geldt niet voor beschermde natuurmonumenten en N2000-gebieden, deze zullen via de gebruikelijke doorwerking van structuurvisies, algemene regels, aanwijzingen, bestemmingsplannen en beheersverordeningen, omgevingsvergunningen hun ruimtelijke bescherming moeten krijgen.

De Ffw is altijd van toepassing (ongeacht of er sprake is van gebiedsbescherming), dus bij de voorbereiding van een bp moet onderzoek gedaan worden naar de in het plangebied voorkomende soorten en hun gebiedskenmerken.

Als het gemeentebestuur ervoor kiest niet conserverend te bestemmen, maar mogelijkheden te bieden voor ontwikkelingen, zal obv de Nbw en Ffw onderzoek verricht moeten worden naar de belangen en claims in dat gebied.

Soms heeft een bp zogenaamde voorwaardelijke verplichtingen, bv het toestaan van bouwen met mogelijk nadelige gevolgen van natuurwaarden alleen indien verzekerd is in compensatie van de natuurwaarden.

Als overgangsrecht is gestandaardiseerd dat bestaande legale bouwwerken ten tijde van de inwerkingtreding van het bp nog een beperkte tijd kan worden voortgezet (want in nieuwe bp niet positief bestemd), mits dit ook mogelijk is in het kader van de Hrl en de Vrl.

4.3.3.2 Wat is de relatie van algemene regels van het rijk met natuurbeleid?

Ogv art 4.3 Wro heeft de Kroon (min I&M of andere min iom min I&M) de bevoegdheid om bij of krachtens AMvB algemene regels vast te stellen omtrent de inhoud van bestemmingsplannen, beheersverordeningen en projectomgevingsvergunningen. Bijvoorbeeld de Barro, deze is gekoppeld aan de SVIR. In de Barro zijn deels regels opgenomen met een directe werkingg en deels indirect, zoals bij de EHS waarbij is bepaald voor indirecte doorwerking via de provincie.

4.3.3.1 Wat is de relatie van algemene regels van de provincie met natuurbeleid?

Ogv art 4.1 Wro kunnen door PS 'bij of krachtens' (delegatie aan het college is toegestaan) een provinciale verordening regels stellen over de inhoud van bestemmingsplannen, de daarbij horende toelichting en inhoud beheersverordeningen. Deze verordeningen kunnen betrekking hebben op een bepaald ruimtelijk aspect zoals beschermenswaardige natuurgebieden. De regels als bedoeld in lid 1 van de verordeningen richten zich tot de gemeenteraden en niet tot de grondgebruiker.