Samenvatting Natuuronderwijs inzichtelijk

-
ISBN-10 9046901904 ISBN-13 9789046901908
734 Flashcards en notities
140 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Natuuronderwijs inzichtelijk". De auteur(s) van het boek is/zijn Carla Kersbergen, Amito Haarhuis. Het ISBN van dit boek is 9789046901908 of 9046901904. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Natuuronderwijs inzichtelijk

  • 1 Planten

  • noem een aantal kenmerken van wieren (algen)
    ze hebben geen echte bladeren, wortels en stengels. ze leven voornamelijk in het water
  • welke soorten planten bestaan er?
    wieren,
  • Kernwoorden van hoofdstuk 1: Planten
    • Indeling plantenrijk
    • Zaadplanten
    • Bloemplanten
    • Seizoensverschijnselen 
    • Schimmels en paddenstoelen
  • noem een aantal kenmerken van mossen
    ze leven op het land, maar hebben een vochtige omgeving nodig
  • noem een aantal kenmerken van paardenstaarten
    droger landleven. de stengels hebben een wasachtige laag tegen uitdroging
  • noem een aantal kenmerken van varens
    ze hebben veerneverige bladeren
  • noem een aantal kenmerken van zaadplanten
    ze hebben een droog landleven. naaktzadigen (buiten de vrucht) en bedektzadigen (in de vrucht)
  • Noem de soorten zaadplanten.
    Naaktzadigen (buiten de vrucht)
    bedektzadigen (in de vrucht)
  • Wat is typisch voor zaadplanten?
    Ze hebben een droog landleven
  • Wat is typisch voor zaadplanten?
    Ze hebben een droog landleven
  • 1.1 Indeling in het plantenrijk


  • de 5 meest herkenbare hoofdgroepen in het plantenrijk:

    wieren (algen)

    mossen

    paardenstaarten

    varens

     

    zaadplanten


  • de 5 meest herkenbare hoofdgroepen in het plantenrijk:
    - wieren (algen)

    - mossen
    - paardenstaarten
    - varens
    - zaadplanten
  • De uitspraak "iemand heeft groene vingers" is niet zo'n gekke uitspraak, want de groene kleur wordt niet voor niets geassocieerd met planten. Waarom is dat?
    Door het bladgroen in de cellen van de planten.

  • belangrijkste functie bladeren:

    het aanmaken van voedsel 

  • In welke hoofd- en subgroepen kunnen we het plantenrijk indelen? Er zijn vijf hoofdgroepen en twee subgroepen!
    1. Wieren (algen)
    2. Mossen
    3. Paardenstaarten
    4. Varens
    5. Zaadplanten: coniferen (naaktzadigen) en bloemplanten (bedektzadigen)
  • functie van de huidmondjes

    zuurstof opnemen en afgeven 

  • Door welke kenmerken kun je wieren onderscheiden van andere plantengroepen?
    Ze hebben geen echte wortels, stengels en bladeren.
  • functie wortels

    stevigheid, water en voedingszouten opnemen uit de bodem. Ook kan het dienen als opslagplaats voor reserve voedsel.

  • Omdat wieren in zulke grote getale in het water voorkomen leveren wieren meer dan de helft van de zuurstof in de atmosfeer.
  • functie bastvaten

    vervoeren suikers vanuit bladeren naar de rest van de plant.

  • Wieren kunnen zo klein zijn dat je ze alleen met een microscoop kunt zien. Een voorbeeld daarvan vormen de eencellige wieren ook wel algen genoemd.
  • functie houtvaten:

    vervoeren water en zouten vanuit de wortels omhoog.

  • Aan welke kant van de bomen zul je voornamelijk boomalgen vinden en waarom?
    Aan de noordkant, want deze is het meest schaduwrijk waardoor ze niet uitdrogen.
  • waar slaan bolgewassen hun reservevoedsel op?

    in de bolrokken

  • Welke drie soorten korstmossen zijn er?
    Korstvormige, bladvormige en struikvormige soorten.
  • een ander woord voor een bol van een plant is een?
    klister
  • De naam korstmossen zou het misconcept op kunnen roepen dat je ze tot de groep van mossen moet rekenen, maar dat is niet zo. Een korstmos is een samenlevingsvorm tussen een alg en een schimmel. Hoe wordt zo'n samenlevingsvorm ook wel genoemd?
    Een symbiose, een samenlevingsvorm waar beide organismen er voordeel van hebben.
  • Wat zijn de verschillende hoofdgroepen van planten?
    1. Wieren (algen)
    2. Mossen
    3. Paardenstaarten
    4. Varens
    5. Zaadplanten
  • hoe heten de mannelijke en de vrouwelijke geslachtsorgaan bij een plant?
  • Hoe nemen mossen hun voedingsstoffen op?
    Rechtstreeks via hun dunne, eenvoudige blaadjes.
  • een plant is tweeslachtig als:
    als de stampers en meeldraden in dezelfde plant zitten
  • Ten behoeven van de voortplanting produceren mosplanten zogenoemde sporendragers of sporenkapsels. Sporen zijn veel kleiner dan zaden. Ze bevatten geen embryonaal plantje en reservevoedsel zoals de zaden van zaadplanten. Sporen bestaan slechts uit erfelijk materiaal.
  • een plant is eenslachtig als":
  • Paardenstaarten en varens zijn beter aangepast aan een droger landleven. Deze hebben wel echte wortels en een wasachtige laag die ze tegen uitdroging beschermt. De stengels bevatten vaatbundels waarmee water en voedingsstoffen door de plant worden getransporteerd en houtachtig materiaal voor stevigheid.
  • een plant is tweehuizig als
    als bij plantensoorten de mannelijke en vrouwelijke bloemen op aparte planten voorkomen.
  • Noem een veel voorkomende paardenstaartsoort die voorkomt in tuinen, bermen en aan slootkanten.
    Heermoes
  • een plant is eenhuizig als
    mannelijke en vrouwelijke bloemen aan dezelfde boom voorkomen

  • Waar zitten de sporendragers van een varen en waarom zitten ze daar?
    Aan de onderkant van de bladeren want daar zijn ze beter beschut tegen regen.
  • hoe werkt bestuiving?

    mannelijk stuifmeel wordt overgebracht van de helmknoppen van de ene bloem naar de vrouwelijke stempel van een andere bloem.

  • Wat is karakteristiek voor zaadplanten als het gaat om de voortplanting?
    Dat ze zich voortplanten met zaden, terwijl andere planten zoals varens en mossen sporen vormen.
  • er vindt bevruchting plaats wanneer:
    de stempel rijp is en bestoven is door stuifmeel van een andere plant. bij de bevruchting versmelt een mannelijke geslachtscel uit een stuifmeelkorrel met een vrouwelijke geslachtscel in een van de zaadbeginsels.
  • Coniferen hebben geen bloemen of vruchten, maar hun zaden ontwikkelen zich op de houtige schubben van kegels. Naaldbomen zijn ook coniferen. Zij produceren de bekende kegels zoals de dennenappels van een den of de sparappels van een spar.
  • wat zijn parasieten?

    De schimmels die hun voedsel uit levende organismen (bomen) halen.

  • Zijn coniferen naaktzadigen of bedektzadigen en waarom?
    Het zijn naaktzadigen omdat de zaden zich niet in een vrucht ontwikkelen.
  • wat zijn saprofyten
    de schimmels die hun voedingsstoffen uit dode organismen halen.
  • Noem een aantal voorbeelden van bloemplanten.
    Loofbomen, struiken en kruidachtige planten.
  • Waarom zijn bloemplanten bedektzadigen?
    Omdat de zaden ervan in vruchten zitten.
  • Bij een bloemplant zitten de zaden in een vrucht.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Hoe heet de verandering van vorm en levenswijze van insecten en amfibieën?
Gedaanteverwisseling of metamorfose
Welke aanpassingen hebben dieren gemaakt die in de lucht leven?
1. Vleugels met veren, die zo gevormd zijn dat ze gebruik maken van opwaartse kracht bij voldoende snelheid
2. Een vogellichaam is zo geconstrueerd dat het stevig is, maar licht. Veel vogelbotten zijn hol. Een vogel heeft bovendien een lichte snavel.
Hoe halen dieren adem?
Insecten: tracheeën. Het tracheeënstelsel bestaat uit een systeem van luchtbuisjes. Deze eindigen rechtstreeks in de spieren. De spieren kunnen hierdoor zuurstof rechtstreeks uit de lucht halen. Dit kan omdat ze relatief klein zijn. 
Veel andere dieren: longen
Wat zijn zoolgangers, teengangers en hoefgangers?
Dit is een manier om dieren van elkaar te onderscheiden:
1. Zoolgangers: dieren die op hun voeten lopen (mensen en egels)
2. Teengangers: dieren die op hun tenen lopen (vossen, honden, katten etc.) De meeste roofdieren zijn teengangers
3. Hoefgangers: dieren die op poten lopen met een of twee harde hoeven aan de toppen van hun tenen (reeën en paarden). Dit zijn dieren die zich snel uit de voeten kunnen maken
Hoe is het dierenrijk te verdelen?
* Gewervelde dieren: wervelkolom en inwendig skelet
  • Kraakbeen- en beenvissen (kraakbeen, beenmateriaal)
  • Amfibieën
  • Reptielen
  • Vogels
  • Zoogdieren

* Ongewervelde dieren: 
  • Geleedpotigen (uitwendig skelet) - o.m. insecten
  • Weekdieren (harde schelp) - buikpotigen (uitwendig huisje), tweekleppigen (schelp met scharnier), koppotigen (inwendige schelp)
  • Ringwormen (segmenten, geen hard skelet)
  • Stekelhuidigen (stekelig, hard kalkskelet)
  • Holtedieren (geen skelet)
  • Sponzen
Wat is de systematiek van Linnaeus?
Rijk -> Stam/hoofdafdeling -> Klasse -> Orde -> Familie -> Geslacht -> Soort

In het geval van een huismuis zou dat worden:
Dierenrijk -> Gewervelde dieren -> Zoogdieren -> Knaagdieren -> Muisachtige knaagdieren -> Muizen -> Huismuis
Wat is mycelium?
Het netwerk van schimmeldraden
Welke soorten schimmels zijn er op basis van hoe ze aan voedingsstoffen komen?
1. parasieten: schimmels die hun voedsel uit levende organismen halen
2. saprofyten: schimmels die hun voedsel uit dode organismen halen
Welke soorten paddenstoelen zijn er?
1. Plaatjeszwammen
2. Buisjeszwammen
3. Stuifzwammen
Noem een aantal paddestoelen en hun kenmerken
1. Vliegenzwam (plaatjeszwam): rood met witte stippen, witte stam, plaatjes onder de hoed
2. Eekhoortjesbrood (buisjeszwam): bruin met een verzameling gaatjes onder de hoed
3. Aardappelbovist (stuifzwam): geen zichtbare stam, bolvormig, de sporen ontwikkelen zich in het midden. Als de sporen rijp zijn, barst de paddestoel open, waardoor de sporen kunnen verstuiven