Samenvatting Nectar / Biologie 4 vwo / deel Leerboek

-
ISBN-10 9001789374 ISBN-13 9789001789374
2870 Flashcards en notities
425 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Nectar / Biologie 4 vwo / deel Leerboek ". De auteur(s) van het boek is/zijn Noordhoff Uitgevers B V. Het ISBN van dit boek is 9789001789374 of 9001789374. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Nectar / Biologie 4 vwo / deel Leerboek

  • 1 Gedrag

  • Wat is gedrag?

  • doe dit nooit meer\
    trol
    lol
    lol
    lol
  • Gedrag is alles wat dieren of mensen doen of laten. Gedrag ontstaat door verschillende prikkels die van buiten of binnen kunnen komen: inwendige en uitwendige prikkels.

    Uitwendige prikkels zijn bijvoorbeeld beeld, geur en bewegingen.

    Inwendige prikkels kunnen ontstaan door hormonen of het honger/dorst gevoel.

    Gedrag kan worden ingedeeld in verschillende handelingen. Een gedragssysteem bestaat uit een gedragsketen, die bestaan uit gedragseenheden. Gedragseenheden worden beschreven in een ethogram. Een vaste volgorde van gedragseenheden is een gedragsketen, en een aantal gedragsketens vormen een gedragssysteem. Er word ook veel onderzoek gedaan naar functies van gedrag.
  • Hoe ontstaat gedrag?
    Gedrag ontstaat als gevolg van inwendige en uitwendige prikkels (de motiverende factoren).
  • Bij onderzoek naar gedrag worden de volgende methoden gebruikt:
    • Ethogram: een lijst met eenduidige gedragseenheden. Elke gedragseenheid heeft een afkorting met een beschrijving. Bijv.: sch = de koe scheurt het gras af met zijn tanden.
    • Protocol: een lijst met geobserveerde handelingen met een tijdsaanduiding.
  • Wat is klassieke veredeling?
    Beste exemplaren worden uitgekozen en deze worden gekruisd. De veredelaar gebruikt hierbij genomics: de kennis van het genoom.
  • jimle
    de bimble
  • Hoe ontstaat gedrag?

    Gedrag ontstaat als gevolg van inwendige en uitwendige prikkels (de motiverende prikkels).

  • Gedrag is wat mensen en/of dieren doen en laten.
  • Wat is een ethogram?
    Een ethogram is een lijst met eenduidige gedragseenheden. Elke gedragseenheid wordt aangegeven met een afkorting en een omschrijving van die gedragseenheid.
  • Wat is non-disjunctie?
    Het verhinderen van het vormen van trekdraden tijdens ene mitose, waardoor de chromatiden niet uiteen gaan. Hierdoor krijg je een cel met vier homologe chromosomen, een tetraploïde cel.
  • Wanneer is de motivatie hoog genoeg om een bepaald gedrag te veroorzaken?

    Bij de drempelwaarde.

  • Wat is een protocol?
    Wanneer je onderzoek doet naar het gedrag van dieren, maak je een protocol om eenduidig vast te leggen welke handelingen het dier heeft gedaan. Een protocol is een lijst met de geobserveerde gedragseenheden met een tijdsaanduiding.
  • Wat is polyploïdie?
    Het hebben van mee rdan de normale twee sets chromosomen
  • Hoe noem je de verschillende elementen waaruit gedrag bestaat? En hoe noem je die als ze in een vaste volgorde staan?

    Gedragseenheden, een gedragsketen.

  • Hoe planten planten zich voort?
    Planten zijn vaak zelfbestuivers. Het stuifmeel uit de meeldraden komt op de stamper van dezelfde bloem terrecht.
  • Hoe noem je samenhangende groepen gedragsketens? En wat vormen die dan samen?

    Een gedragssysteem. Die vormen samen het gedrag.

  • Gedrag is alles wat dieren of mensen doe of laten. Gedrag ontstaat door verschillende prikkels die van buiten of binnen kunnen komen, ook wel Inwendige en Uitwendige Prikkels. Uitwendige prikkels zijn bijvoorbeeld beeld, geur en bewegingen, inwendige prikkels kunnen ontstaan door hormonen of het honger/dorst gevoel. Gedrag kan worden ingedeeld in verschillende handelingen. Een gedragssysteem bestaat uit gedragsketen, die bestaan uit gedragseenheden. Gedragseenheden worden beschreven in een ethogram. Een vaste volgorde van gedragseenheden is een gedragsketen, en een aantal gedragsketens vormen een gedragssysteem.  Er word ook veel onderzocht naar functies van gedrag.

  • Wanneer is de motivatie hoog genoeg om een bepaald gedrag te veroorzaken?
    Wanneer het de drempelwaarde bereikt
  • Wat zijn cisgene en wat zijn transgene planten?
    Cisgene planten zijn planten met allelen van dezelfde soort.
    Transgene planten zijn planten met allelen van een andere soort.
  • Gedrag is alles wat dieren of mensen doen of laten. Gedrag ontstaat door verschillende prikkels die van buiten of binnen komen, de inwendige en uitwendige prikkels. Uitwendige prikkels zijn bijvoorbeeld beeld, geur en bewegingen, inwendige prikkels kunnen ontstaan door hormonen of het honger/dorst gevoel. Gedrag kan worden ingedeeld in verschillende handelingen. Een gedragssysteem bestaat uit gedragsketens, die bestaan uit gedragseenheden. Gedragseenheden worden beschreven in een ethogram. Een vaste volgorde van gedragseenheden is een gedragsketen, en een aantal gedragsketens vormen een gedragssysteem. Er wordt ook veel onderzocht naar functies van gedrag.
  • Wat zijn sporen?
    Schimmels groeien uit sporen. Dit zijn haplïde cellen die dienen voor de vermeerdering van schimmels. Als deze uitgroeien als schimmeldrade, heten ze mycelium. In het transportkanaal van de plant vormt het mycelium nieuwe sporen, waardoor steeds meer transportkanalen verstoppen.
  • Hoe gaat watertransport binnen de plant?
    Planten nemen water op via worterharen. Dit zijn vergrote epidermiscellen aan de uiteinden van jonge worteltoppen. 
    Via de apoplast-route -> celwanden of via de symplast-route -> celmembranen gaat water richting de centrale cilinder met de transportvaten.
    Om de centrale cilinder ligt de endodermis. Deze endodermiscellen bevatten de bandjes van caspari, een waterdichte laag.
    Water en mineralen moeten nu wel de symplast-route volgen naar de centrale cilinder. Daar gaan ze in de houtvaten.
  • Wat zijn houtvaten?
    Houtvaten zijn nauwe buisjes die ontstaan uit langgerekte cellen met door houtstof versterkte celwand. De celinhoud is afgestorven en de tussenwanden zijn verdwenen. Om de holle buizen zitten spiralen van houtstof, zodat de houtvaten niet inklappen bij watertransport. Houtvatne vervoeren water en mineralen van de wortels naar andere delen van de plant. 
    Door cohesie en adhesie krachten van water, vormt water een lange draad in de houtvaten. Ook trekken de watermoleculen aan de wanden van de houtvaten en andersom: adhesie.
  • Wat veroorzaakt een worteldruk?
    Bij de celmembranen aan de binnen- en buitenzijde van endodermiscellen vindt actief transport plaats. Daarna volgt water via osmose. Dit zorgt voor een worteldruk, het water wordt via de houtvaten naar boven geperst.
  • Wat is de verdampingsstroom?
    Door verdamping zuigen bladeren als het ware het water via de houtvaten op uit de wortels. Mineralen komen zo bij de cellen en de bladeren worden gekoeld.
  • Welke factoren veroozaken een waterpotentiaal?
    Zwaartekracht, verdampingsstroom, worteldruk, cohesie- en adhesiekrachten. 

    Water stroomt van een plek met een minder negatieve waterpotentiaal naar meer negatief.
  • Wat  zijn huidmondjes?
    Huidmondjes zijn openingen in de bladeren en stengels. Als deze gesloten zijn, vindt geen vrdamping plaats. Staan ze open, dan neemt verdamping toe met de temperatuur en windsterkte en de sneelheid neemt af met een hoge luchtvochtigheid.
  • Hoe krijgen bomen weer bladeren?
    In de wortels liggen suikers opgeslagen. Deze lossen op in het water van de houtvaten. Door osmose nemen wortels extra water op en de worteldruk brengt de transportprocessen weer op gang.
  • Wat is fotosynthese, waar vindt het plaats?
    Fotosynthese is de omzetting van lichtenergie in chemische energie. Fotosynthese vindt plaats in chloroplasten.
  • Hoe ontstaat cytoplasma stroming?
    Actinefilamenten zin onderdeel van het celskelet en myosinemoleculen kunnen chemische energie uit ATP omzetten in kinetische energie, waardoor ze langs actinefilamenten kunnen bewegen. Als organellen hieraan vastzitten ontstaat cytoplasmastroming.
  • Hoe zien chloroplasten eruit?
    Chloroplasten hebben een buiten- en binnenmembraan. Centraal ligt het stroma = grondplasma. Deze bevat het chloroplast DNA en de thylakoïden. Deze liggen op elkaar in stapeltjes, de grana.
  • Waar vindt de lichtreactie plaats?
    De lichtreactie vindt plaats in de membranen van de thylakoïden.
  • Waar vindt de donkerreactie plaats?
    De donkerreactie vindt plaats in het stroma.
  • Waar liggen fotosysteem I en fotosysteem II?
    Deze liggen in de membranen van thylakoïden.
  • Wat gebeurt er in fotosysteem II?
    Antennecomplex vangt fotonen van zonlicht op. Elektronen in een centraal chlorofylmolecuul komen daardoor terecht in de aangeslagen toestand. Elektronen komen terecht bij een ernaast gelegen elektronenacceptor in het thylakoïd membraan. Vervolgens gaan ze langs een redoxsysteem. Elektronen worden ontvangen en weer afgegeven. H2O fungeert als elektronendonor.
  • Wat gebeurt er in fotosysteem I?
    Centraal deel p700. Elektronen krijgen ook hier een hoger eenrgieniveau. De nog energierijke elektronen komen terecht bij de slotelektronenacceptor NADP+ in het stroma. H+ ionen binden aan NADP + met behulp van energierijke elektronen -> NADPH, H+
  • Er ontstaat een elektronentekort in fotosysteem II. Hoe wordt dit opgelost?
    Het elektronentekort dat in fotosysteem II ontstaat wordt opgevuld met elektronen uit H2O. De H+ ionen die hierbij ontstaan blijven in het binnenste van het thylakoïd, het lumen. Zuurstof verlaat de bladgroenkorrels en de elektronen gaan naar fotosysteem II.
  • Wat is de rol van cytchroom-bf?
    Cytochroom-bf pompt actief prtonen vanuit het stroma het lumen in. Langsstromende elektronen leveren hiervoor de energie. Het concentratieverschil in protonen tussen stroma en lumen vormt de directe energiebron voor de synthese van ATP. Via het membraaneiwit ATP-synthetase gaat H+ vanuit het lumen naar het stroma. Hierbij wordt ATP uit ADP en Pi gemaakt.
  • Wat is de cyclische fosforylering, wanneer wordt deze in werking gesteld?
    ATP en NADPH,H+ ontstaan tijdens de niet-cyclische fosforylering niet in goede verhouding. De productie van NADPH, H+ wordt daarom tijdelijk steeds gestopt. Fotosysteem II staat tijdelijk stil en elektronen volgen na fotosysteem een andere route.
    Van Fd in fotosysteem I gaan elektronen naar cyochroom-bf, zodat deze meer energie heeft om protonen naar het lumen te pompen. Daardoor heeft ATP-synthethase meer energie en kan er meer ATP gevormd worden.
  • Uit welke stappen bestaat de fotosynthese?
    Eerste stap: lichtreactie
    Tweede stap: calvincyclus/donkerreactie
  • Leg uit hoe de calvincyclus werkt?
    De calvincyclus vindt plaats in het stroma: koolstofassimilatie
    CO2 vindt zich zes keer aan een molecuul ribulose-1,5-difosfaat. Rubisco katalyseert deze eerste stap. Dit gebeurt alleen bij hogere concentraties CO2.

    Reductie van NADPH, H+, hiervoor is ATP nodig.
    In verhouding zijn er 12 NADPH, H+ nodig en 18 ATP.
    Uiteindelijk ontstaan glucose en andere koolhydraten
  • Hoe wordt glucose opgeslagen in de plant?
    Wanneer fotosynthese sneller gaat dan het transport, hoopt glucose zich op in chloroplasten. De cellen koppelen de glucose tijdelijk aan elkaar tot zetmeel, zodat de osmotische waarde niet stijgt. Wanneer weer glucose nodig is, wordt zetmeel weer afgebroken tot losse glucosemoleculen.
  • Hoe vind ttransport van organische stoffen plaats?
    Via bastvaten. Dit zijn transportkanalen die samen met houtvaten in vaatbundels door de planten lopen. Dit zijn langgerekte levende cellen. de tussenwanden zijn doorboord: zeefplaatsen. Daar doorheen lopen plasmadraden van cel naar cel. Ze hebben geen kern en weinig organellen, wel een Glad ER. 
    Begeleidende cellen naast de bastvaten ondersteunen via plasmadraden de werking van de basstcellen via eiwit en ATP productie.
  • Wat is voortgezette assimilatie?
    Het maken van andere organische stoffen.
  • Wat is een tussencelstof?
    Pectine, deze plakt plantencellen aan elkaar.
  • Wat zijn macronutriënten?
    Elementen waar je veel van nodig hebt.
  • Wat zijn micronutriënten?
    Elementen waar je maar kleine hoeveelheden van nodig hebt.
  • Hoe werkt het sink-source model?
    Bij de source wordt veel glucose/sacharose opgenomen (bv bladeren) in de bastvaten. Door osmose stroomt hierdoor water in het bastvat. Op plaatsen waar sacharose nodig is, wordt sacharose actief uit het bastvat gehaald. Daardoor daalt de osmotische waarde en gaat water via osmose weg. Hierdoor ontstaat een stroming.
  • Hoe komt het dat jonge planten nog groeien?
    De assimilatie is groter dan de dissimilatie gedurende dag en nacht.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Hoe ontstaat gedrag?
95
Leg uit wat een uitwendige prikkel is, en noem een voorbeeld.
95
Wat is de functie van gedrag?
95
Waarvoor is de wetenschappelijke kennis van diergedrag nodig?
94
Pagina 1 van 150