Samenvatting Nectar : biologie.

-
ISBN-10 900110116X ISBN-13 9789001101169
1626 Flashcards en notities
92 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Nectar : biologie.". De auteur(s) van het boek is/zijn Angelique Aerts Stijntje de Olde Andy Parker Art Connection Interlink Consultants. Het ISBN van dit boek is 9789001101169 of 900110116X. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Nectar : biologie.

  • 1 7 - Eten

  • Noem 3 dingen die je eetgewoonten beinvloeden

    1. de plaats waar je woont  

    2.geloof

    3. voorkeur

  • wie mogen er geen varkensvlees eten volgens hun geloof?

    Joden, Moslims, Hindoes 

  • waardoor komen er nieuwe eetgewoonten in nederland?

    1 vakantie naar het buitenland 2 restaurants met buitenlands eten 3 buitenlanders die hun eetgewoonten meenemen.

  • wat zijn de 2 functies van de celmembraan?
    1. het regelen van wat in en uit de cel mag gaan om de interne balans zo constant mogelijk te houden. 
    2. het zo constant mogelijk houden van het interne milieu van de cel noem je homeostase 
  • Wat zijn eetgewoonten?
    Wat je per dag eet. Bijv. een boterham met kaas als ontbijt en brocoli als avondeten.
  • een voedingsmiddel is wat je eet en voedingsstoffen zijn stoffen die in je eten zitten, dat zijn er 7 suikers, zetmeel, vetten, eiwitten, mineralen, vitamines en water.

  • waardoor hebben Nederlanders er ook veel nieuwe eetgewoonten bij gekregen?

    1. veel Nederlanders gaan op vakantie in het buitenland

    2.  er zijn veel buitenlandse restaurants

    3. in ons land wonen veel mensen die uit andere landen komen, zij namen hun eigen eetgewoontes mee. 

  • Wat  bepaalt je eetgewoontes

    Dat kan zijn je geloof, de plaats waar je woont, je eigen voorkeur, In Nederland eten we maar een keer per dag warm. In Marokko en Indonesie vaak twee keer.

  • wat zijn de 2 soorten van transport? en kost het de cel wel of geen energie?
    1. passief transport kost de cel geen energie
    2. actief transport kost de cel wel energie
  • Waar hangen eetgewoonten vanaf?

    • Van de plaats waar je woont
    • Van je geloof
    • Wat je lekker vind
  • wat is geen voedingsvezel, maar zorgt er wel voor dat je darmen actief blijven? 

    vezels

  • waarom zijn er veel nieuwe eetgewoonten bijgekomen in Nederland?

    Omdat veel Nederlanders op vakantie gaan in het buitenland, er zijn veel buitenlandse restaurants, veel imigranten in Nederland die hun eigen eetgewoonten meenemen. (veel winkels verkopen hierdoor buitenlandse producten.)

  • geef een defenitie van diffusie
    diffusie is het bewegen van moleculen van een plaats met een hogere concentratie naar een plaats met een lagere concentratie
  • Vroeger aten mensen in Nederland alleen maar erwtensoep en stamppot. Hoe komt het dat we nu toch ook andere dingen eten in Nederland?

    • Door dat veel Nederlanders op vakantie gaan naar het buitenland.
    • Er zijn veel buitenlandse restaurants in Nederland.
    • In ons land wonen veel mensen die van oorsprong uit het buitenland komen.
  • welke zeven voedingsstoffen zijn er?

    1. suikers

    2. zetmeel

    3. vetten

    4. eiwitten

    5. mineralen

    6. vitamines

    7. water

  • wat zit er in je eten?

    Je voedsel bestaat uit verschillende voedingsmiddelen.

     

  • waarvan is de snelheid van diffusie afhankelijk?
    de snelheid van diffusie is afhankelijk van de grote van de moleculen, de temperatuur, druk en de concentratie

  • Waaruit bestaat je voedsel?

    Uit verschillende voedingsmiddelen. Bijv. Aardappels, melk en dropjes
  • waar heb je energierijke stoffen voor nodig?

    om te bewegen en warm te blijven.

     

  • Wat zit er in de voedingsmiddelen? Noem daarbij een voorbeeld.

    In voedingsmiddelen zitten voedingsstoffen, bijvoorbeeld in brood vind je zetmeel, water, mineralen en vitamines. 

  • geef een defenitie van osmose
    osmose is het proces waarbij watermoleculen door een semipermeabel membraan bewegen. Zodat de concentratie opgeloste stoffen aan beide kanten gelijk is. 
  • Wat zit er in elk voedingsmiddel?

    Voedingsstoffen.
  • waar heb je bouwstoffen voor nodig?

    hier ga je door groeien, ook water valt hieronder.

     

  • Hoe weten wij welke stoffen er in een voedingsmiddel zitten?

    Op de verpakking van een voedingsmiddel staat een etiket met de voedingsstoffen. 

  • is er veel, weinig of evenveel opgeloste stof bij hypertoon, isotoon & hypotoon. 
    hypertoon = veel opgeloste stof 
    isotoon = evenveel opgeloste stof 
    hypotoon = weinig opgeloste stof 
  • Noem een paar voedingsstoffen.

    • Zetmeel
    • water
    • mineralen
    • vetten
    • vitamines
    • eiwitten
  • waar heb je beschermende stoffen voor nodig?

    om te voorkomen dat je bepaalde ziektes krijgt.

  • Wat zijn voedingsvezels?

    Zitten in voedingsmiddelen, maar zijn geen voedingsstoffen. Ze zorgen ervoor dat de spieren in je darmen actief blijven. Hoe actiever de spieren, hoe beter je eten verteerd wordt. 

  • defenitie: osmotische waarde, hoge osmotische waarde, lage osmotische waarde & isotone omgeving
    • osmotische waarde : mate waarin opgeloste stoffen aanwezig zijn in de vloeistof
    • hoge osmotische waarde : veel opgeloste stoffen 
    • lage osmotische waarde : weinig opgeloste stoffen 
    • isotone omgeving : osmotische waarde binnen en buiten de cel gelijk
  • Hoe kan je zien welke voedingsstoffen er in voedingsmiddelen zitten?

    Het staat vaak op het etiket.
  • Noem alle voedingsstoffen.

    1. suikers
    2. zetmeel
    3. vetten
    4. eiwitten
    5. mineralen
    6. vitamines
    7. water
  • wat is plasmolyse? 
    verplaatsen van water naar buiten --> leeg lopen van de cel
  • Wat zijn voedingsvezels?

    Vezels zijn geen voedingsstoffen maar wel heel belangrijk. Ze zorgen dat de spieren in je darmen actief blijven. Door die spieren wordt het eten samen gekneed.
  • Hoe kun je de voedingsstoffen onderverdelen?

    1. energierijke stoffen; suikers, zetmeel, vetten (om te bewegen en warm te blijven)
    2. bouwstoffen; eiwitten, mineralen, water (om te groeien)
    3. beschermende stoffen; vitamines, mineralen (om je tegen ziektes te beschermen.)
  • wat is turgor?
    de druk van de vacuole maakt de cel strak. 
  • Noem de 7 voedingsstoffen.

    1. Suikers
    2. zetmeel
    3. vetten
    4. eiwitten
    5. mineralen
    6. vitamines
    7. water
  • Wanneer heb je extra veel bouwstoffen nodig?

    In je groei periode.

  • wanneer vind plasmolyse plaats? 
    dit proces kan optreden wanneer bij een cel te veel water uit loopt door osmose 
  • Wat is je eetgewoonte?

    Je voorkeur voor eten.

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

A wat wordt er bedoeld met menstruatiecyclusB hoelang duurt een menstruatiecyclus gemiddeldC betekent dit dat bij iedereen dit zo isD geef een taak van het baarmoederslijmvliesE welke 4 taken heeft oestrogeen in het lichaam van een vrouwF noem de taak van progesteron die in het boek vermeld isG bij de menstruatiecyclus heeft de hypofyse 2 taken welke
A wat er van de ene tot de andere menstruatie gebeurd
B 28 dagen  
C nee iedereen is anders
D het innestelen van een embryo mogelijk maken en het voeden eerste dagen
E 1. geen andere eicellen gaan rijpen  2. het baarmoederslijmvlies wordt dikker            3. secundaire geslachtskenmerken laten ontwikkelen   4. 
F stimuleert de groei en doorbloeding van het baarmoederslijmvlies
G
werkblad 2
1. vagina - geboortekanaal voor het kind
2. baarmoedermond - opening naar de baarmoeder/vagina
3. baarmoederwand - spierlaag die voor de weeën zorgt
4. baarmoederslijmvlies - zorgt voor de innesteling en voeding van het embryo
5. eileider - transport bevruchte eicel/zaadcellen
6. trechtervormig lichaam - vangt de rijpe eicel uit de eierstok op
7. eierstok - plaats waar de eicellen rijpen/productie oestrogeen
8. follikel - zorgt voor de rijping van de eicel
9. urineblaas - opslag van urine
10. clitoris - zorgt voor een aangenaam gevoel bij aanraking/stimulatie
11. opening urinebuis - hierdoor verlaat de urine het lichaam
12. binnenste/kleine schaamlip - sluit de vagina af/produceert slijm bij sexuele opwinding
13. buitenste/grote schaamlip - sluit de vagina af
werkblad 1
1. zaadbal/teelbal/testis - productie testosteron
2. zaadbuisjes   - productie zaadcellen
3. bijbal - opslag van onrijpe zaadcellen
4. zaadleider - transport van zaadcellen
5. urineblaas - opslag van urine
6. zaadblaasje - afgeven van activerend vocht/slijm
7. prostaat - afgeven van vocht met voedingsstoffen
8. klier van Cowper - afgeven van voorvocht om de urinebuis schoon te maken
9. urinebuis - transport van urine en sperma
10. eikel - zorgt bij aanraking/prikkeling voor een aangenaam gevoel
11. voorhuid - beschermende huidflap voor de eikel
12. zwellichaam - zorgt voor het stijf worden van de penis
13. balzak - zorgt voor temperatuurregulatie van de zaadballen
A noem 3 redenen waarom meisjes het lastig vinden om ongesteld te zijnB noem 4 klachten die je kan hebben als je ongesteld bentC vooral bij jonge meisjes ben je nog niet regelmatig noem daar een reden voorD bedenk 2 redenen die invloed kunnen hebben
A pijn, geirrigeerd, niet zwemmen en je weet niet wanneer
B rugpijn, hoofdpijn, misselijkheid, kramp
C nog niet goed afgestemd
D een ongezonde leefwijze
A hoeveel eicellen zijn bij de geboorte van een meisje in de eierstokken aanwezigB laat met een berekening zien hoeveel eicellen in haar vruchtbare leven gerijpt zijnC er rijpen minder eicellen dan dat de berekening noem daar 2 redenen voor
A 400.000
B 27 jaar  52:4 = 13 x per jaar          13x37=481
C door ziekte, stress, ongezonde leefwijze en zwanger
A hoe heet het orgaan waar de follikels rijpenB hoelang duurt het voordat een follikel rijp isC leg uit wat ovulatie isD in welk orgaan komt de eicel na de eisprongE hoe merkt een meisje dat zij vruchtbaar isF beschrijf de weg die een zaadcel aflegt in het lichaam van de vrouw als zij geslachtsgemeenschap hebben gehad
A eierstokken
B 14 dagen
C wanneer de rijpe eicel uit de follikel barst en in de eileider terecht komt
D eileider
E ongesteldheid
F vagina-baarmoedermond-baarmoeder-eileider
A vanaf welk moment van haar leven is een meisje gemiddeld vruchtbaarB welke belangrijke hormoonklier is daar verantwoordelijk voorC hoe heet het hormoon dat voor de secundaire geslachtskenmerken van een vrouw zorgt
A vanaf eerste menstruatie
B hypofyse
C oestrogeen
A waarom is het schadelijk voor de zaadcellen die in het sperma zitten als er ook urine mee komtB noem nog een taak van de prostaat
A gaan zaadcellen van dood
B voedingsstoffen om te zwemen
A beschrijf de weg die een zaadcel aflegt bij het klaarkomen van een man. begin bij de zaadbalB leg uit waardoor het functioneel is dat de zwellichamen in de penis de penis stijf makenC waaruit bestaat sperma, noem 3 dingen
A zaadbal-bijbal-zaadleider-langs het zaadblaasje-door de prostaat-urineleiders
B anders kan hij niet de vagina in
C zaadcellen, vocht uit zaadblaasjes, vocht uit prostaat
A primaire geslachtskenmerkenB secundaire geslachtskenmerkenC tertiaire geslachtskenmerkenD noem 3 kenmerken van secundaire geslachtskenmerken van de vrouwE en van de man
A de geslachtskenmerken die je vanaf de geboorte hebt
B geslachtskenmerken die ontstaan tijdens de puberteit tussen jongens en meisjes
C kenmerken man of vrouw
D ongesteldheid borsten brede heupen
E spiermassa, baard in de keel, baardgroei