Samenvatting Nectar biologie. Bovenbouw

-
ISBN-10 9001885845 ISBN-13 9789001885847
112 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Nectar biologie. Bovenbouw". De auteur(s) van het boek is/zijn Jan Bijsterbosch. Het ISBN van dit boek is 9789001885847 of 9001885845. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Nectar biologie. Bovenbouw

  • 7 Soorten en relaties

  • abiotische factor
    een factor uit de levenloze natuur
  • autotrofe organismen
    Organismen die zelf hun energierijke organische stoffen, zoals glucose en olie, maken. Groene planten gebruiken hiervoor de energie van het zonlicht, die ze omzetten in chemische energie.
  • biobrandstof
    brandstof afkomstig van olierijke zaden
  • biodiversiteit
    het aantal verschillende levensvormen in een gebied
  • biologische landbouw
    • geen gebruik van kunstmest
    • geen gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen
  • biotische factor
    De invloed die een organisme heeft op andere organismen.
  • camouflage
    schutkleur
  • carnivoren
    Dieren die leven van dierlijk voedsel.
  • commensalisme
    Een langdurige relatie tussen organismen van verschillende soorten. De ene soort heeft voordeel van die relatie, de andere soort geen nadeel of voordeel (+/o).
  • consument van de derde orde
    het derde heterotrofe organisme in een voedselketen (omnivoor of carnivoor)
  • consument van de eerste orde
    het eerste heterotrofe organisme in een voedselketen (herbivoor)
  • consument van de tweede orde
    het tweede heterotrofe organisme in een voedselketen (omnivoor of carnivoor)
  • consumenten
    Organismen die zich voeden met andere organismen.
  • domein
    een groep organismen met een vergelijkbare celbouw
  • draagkracht
    De maximale populatiegrootte waarvoor in een gebied voldoende voedsel, schuil- en nestplaatsen zijn, zodat de populatie jarenlang op peil blijft.
  • dynamisch evenwicht
    De populatiegroottes nemen toe en af, maar op langere termijn blijven ze rond een gemiddelde schommelen.
  • ecologische landbouw
    zie biologische landbouw
  • ecosysteem
    Een afgegrensd gebied waar verschillende soorten leven in wisselwerking met plaatselijke abiotische en biotische factoren
  • energiestroom
    Stroom van energie door de verschillende trofische niveaus in een ecosysteem.
  • epifytisme
    Vorm van commensalisme bij planten, waarbij de ene soort op de andere leeft.
  • exoot
    een soort die een andere, vreemde leefomgeving is terechtgekomen
  • familie
    een aantal geslachten samen
  • geslacht
    één of meer soorten met gemeenschappelijke kenmerken
  • habitat
    een leefomgeving van een soort met specifieke biotische en abiotische factoren
  • herbivoren
    Dieren die leven van plantaardig voedsel.
  • heterotrofe organismen
    Organismen die hun organische stoffen binnenkrijgen via dierlijk en / of plantaardig voedsel.
  • kinetische energie
    bewegingsenergie
  • kloon
    Groep organismen met dezelfde erfelijke eigenschappen die uit één individu is ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting.
  • levenscyclus
    de verschillende fasen in groei en ontwikkeling van een organisme
  • migratie
    Verplaatsing van dieren waardoor ze verschillende ecosystemen met elkaar verbinden.
  • mimicry
    het nabootsen van een ander organisme
  • monocultuur
    een groot stuk land met één soort gewas
  • mutualisme
    Een langdurige relatie tussen organismen van verschillende soorten. Beide soorten hebben voordeel van die relatie (+/+).
  • omnivoren
    Dieren die zowel van plantaardig als dierlijk voedsel leven.
  • ondersoort
    een geografisch afgescheiden groep soortgenoten met iets afwijkende kenmerken
  • ongeslachtelijke voortplanting
    Voortplanting waarbij nakomelingen ontstaan uit een deel van de ouder, bijvoorbeeld door delingen, bovengrondse en ondergrondse stengeldelen en weefselkweek.
  • orde
    een aantal families samen
  • parasitisme
    Een langdurige relatie tussen organismen van verschillende soorten. De ene soort heeft voordeel van die relatie, de andere nadeel (+/-).
  • plaag
    Een populatie overschrijdt de draagkracht.
  • populatie
    alle organismen van dezelfde soort in een bepaald gebied
  • populatiedichtheid
    het aantal individuen per oppervlakteenheid.
  • populatiegrootte
    het aantal individuen van de populatie
  • producenten
    Organismen die eigen organische stoffen opbouwen uit anorganische stoffen.
  • ras
    Een groep dieren gefokt of planten gekweekt door de mens. De wetenschappelijk naam krijgt een derde deel, dat het ras aangeeft.
  • rijk
    een aantal ordes samen
  • soort
    Een groep organismen die zich onderling geslachtelijk voortplanten en vruchtbare nakomelingen krijgen.
  • symbiose
    Een langdurige relatie tussen organismen van verschillende soorten. Minstens een van beide soorten heeft voordeel van die relatie.
  • Systeem aarde
    alle ecosystemen op aarde samen
  • tolerantiegebied
    Omvat alle waarden van een abiotische factor waarbij een bepaalde soort kan overleven.
  • tolerantiegrenzen
    De minimum- en maximumwaarden van een abiotische factor waarbinnen een bepaalde soort kan overleven.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

wetenschappelijke naam
geslachtsnaam met een soortaanduiding
weefselkweek
methode om uit een paar cellen van een plant nieuwe planten te kweken
voedselweb
met elkaar verbonden voedselketens in een ecosysteem
voedselrelatie
Een relatie waarbij een soort zich voedt met een andere soort.
voedselketen
Een reeks van organismen die begint bij producenten en waarbij de een voedsel is voor een ander.
trofisch niveau
de plaats van een organisme in een voedselketen
tolerantiegrenzen
De minimum- en maximumwaarden van een abiotische factor waarbinnen een bepaalde soort kan overleven.
tolerantiegebied
Omvat alle waarden van een abiotische factor waarbij een bepaalde soort kan overleven.
Systeem aarde
alle ecosystemen op aarde samen
symbiose
Een langdurige relatie tussen organismen van verschillende soorten. Minstens een van beide soorten heeft voordeel van die relatie.