Samenvatting Nieren en urinewegen

-
21 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Nieren en urinewegen

  • 1 Nieren en urinewegen

  • Waar liggen de nieren?
    De nieren liggen tegen de rug, naast de aorta en de v. Cava caudalis. De nieren liggen retroperitoneaal.
    De nieren vormen 1% van het lichaamsgewicht.
  • Wat zijn de ureteren?
    Dunne buisjes die in de buik (abdomen) lopen. Ze gaan van de nieren naar de blaas. De blaas ligt net voor het bekken in de abdomen.
  • Wat is de urethra?
    Het buisje dat van de blaas naar buiten loopt.
  • Hoeveel procent van het bloed gaat van het hart naar de nieren?
    20 tot 25% van het bloed gaat van het hart naar de nieren.
  • Omschrijf hoe een nier eruit ziet aan de hand van de 5 onderdelen.
    De nieren zijn boonvormig. Het holle stuk aan de ene kant heet de Hilus. Hier komen de bloedvaten, zenuwen en de ureteren de nier in.
    Als je een nier in de lengte doorsnijd zie je 4 lagen. Aan de buitenkant zit het kapsel. Het kapsel beschermd de nier, het bestaat uit een beschermende laag van vezelig bindweefsel.
    Daar tegenaan ligt de cortex. Daar weer binnen ligt de Medulla. En daar weer binnen, aan de holle kant van de nier, ligt de Pelvis (nierbekken). Dit is een soort trechter waar de urine opgevangen wordt en de ureter in gaat.
  • Uit welke onderdelen bestaat het urogenitaal stelsel?
    Nieren, ureteren, blaas, urethra, eierstoffen/testikels, eileiders/zaadleiders, baarmoeder, vagina/penis.
  • Wat is een nefron?
    De functionele eenheid van de nier. Elke nier heeft wel een miljoen nefronen. De nefronen filteren het bloed en produceren urine. Het zijn lange tubes die uit verschillende onderdelen bestaan. 
    - Het Glomerulaire kapsel (kapsel van Bowman) is komvormig. In het kommetje ligt een netwerk van bloedvaten, de glomerulus.
    - De proximale tubulus. Vanuit het kapsel van Bowman loopt de proximale tubulus. Dit is een lange gedraaide buis. Hier wordt water met opgeloste stoffen gereabsorbeerd.
    - De lus van Henle. Dit is een u vormige buis.
    - Distale tubulus
    - verzamelbuis.
  • Welk soort epitheel heeft elk onderdeel van het nefron?
    Proximale tubulus heeft enkelvoudig kubusvormig of zuilvormig trilhaarepitheel. 
    De lus van Henle heeft enkelvoudig plat epitheel.
    Distale tubulus heeft kubusvormig epitheel.
    verzamelbuis heeft zuilvormig epitheel.
  • Welke onderdelen van het nefron liggen in de cortex van de nier?
    Glomerulus (kapsel van bowman), de proximale tubulus en de distale tubulus.
  • Welke onderdelen van het nefron liggen in de medulla van de nier?
    De lus van henle, de verzamelbuis, de papilla renalis en de calix renalis.
  • Wat is de functie van de nieren en de urinewegen?
    - Excretie van Ureum, water, ionen en overige afvalstoffen.
    - Osmoregulatie: Homeostase, vloeistof, zuur-base balans en ionenbalans.
    - Endocriene functie (bijnieren): Erythropoïetine. (hormoon voor aanmaak rode bloedcellen)
  • Wat vind er plaats in het nefron?
    Osmose, Diffusie (passief), Reabsorptie (actief), Secretie/ excretie (actief).

    99% van het water wordt in het nefron gereabsorbeerd. Van de 100 liter voor urine die is gevormd verlaat uiteindelijk maar 1 liter echte urine het lichaam.
  • Wat is excretie?
    Uitscheiding van (toxische) stoffen. Zoals ureum, dit is een afvalproduct van eiwitten (hieruit komt ammoniak) en CO2. Ureum is goed oplosbaar in water en dus een belangrijk bestandsdeel van urine.
  • Wat is de werking van de glomerulus?
    In de glomerulus is een hele hoge bloeddruk, het bloed komt rechtstreeks uit de a renalis en de aorta. En de wanden bestaan uit gladde spieren kunnen samentrekken onder invloed van renine. 
    De hoge druk zorgt ervoor dat de kleine moleculen uit het bloed door de poriën en podocyten in het kapsel van bowman geperst worden. De grote moleculen zoals rode bloedcellen en plasma eiwitten blijven achter in het bloed. Dit proces heet ultrafiltratie. Het vocht dat overblijft is de voorurine.
  • Wat is de functie van de proximale tubulus?
    - De reabsorptie van Ca en Cl uit de voorurine terug naar het bloed. Hierbij komt ook veel water mee. De reabsorptie is actief. Het water komt passief mee, door osmose. Het grootste deel van Ca en Cl wordt geresorbeerd. 
    - De reabsorptie van glucose (alle glucose wordt geresorbeerd!),
    - secretie toxinen en bepaalde medicijnen naar de voorurine. Dit gebeurd actief.
  • Wat is de functie van de lus van Henle?
    Descenderende deel: Omdat de medulla een hogere Na concentratie heeft dan de voorurine gaat het water via osmose naar de medulla. Hierdoor wordt de concentratie in de urine hoger.
    Ascenderende deel: Dit deel is niet water doorlaatbaar. Hier vind actieve resorptie van Na plaats uit de urine. Hierdoor wordt de concentratie in de urine weer lager.

    Het resultaat is dan urine met dezelfde concentratie maar dan veel minder water.
  • Wat is de functie van de distale tubulus?
    Hier worden de laatste aanpassingen aan de urine gedaan. Een klein deel van de Na gaat uit de urine en K komt ervoor in de plaats. Hier wordt ook de zuur-base balans geregeld. (pH)
  • Wat is de functie van de verzamelbuis?
    Hier worden de laatste aanpassingen aan de waterhuishouding gedaan. Dit wordt gereguleerd door ADH (hormoon). ADH kan ervoor zorgen dat de wanden minder of meer water doorlaatbaar worden.
  • Op welke 2 manieren kan osmoregulatie plaatsvinden?
    Via water en via zout (NaCl). 

    Water: in de proximale tubulus, het descenderende deel van de lus van Henle en verzamelbuis. Onder invloed van ADH (hypofyse).

    Zout: in de proximale tubulus, het ascenderende deel van de lus van Henle en de distale tubuli. Onder invloed van Aldosteron (bijnier).
  • Wat is osmoregulatie?
    Regulering door veel factoren:
    - RAAS systeem: Renine, (ACE), Angiotensine 2, Aldosteron systeem. (tabel 10.1)
    - ADH (hypofyse). Anti Diuretisch Hormoon. (veranderd de waterpermeabiliteit in de verzamelbuis).  
                 - Baroreceptoren: bloeddruk omlaag -> ADH omhoog.
                 - Osmoreceptoren: osmotische druk plasma verhoogd -> ADH                             verhoogd.
  • Wat gebeurd er bij dehydratie?
    De bloeddruk gaat omlaag en de osmotische druk omhoog. Je krijgt dorst. En de ADH productie gaat omhoog. 
    De remedie hiervoor is een infuus of drinken.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.