Samenvatting Nieren en urinewegen

-
30 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Nieren en urinewegen

  • 1 Begrippen

  • Wat gebeurt er in de merg?
    Uit de puntjes komt urine de kelk binnen. 
  • Wat doet een nefron?
    Deze is in staat urine te produceren. 
  • Waar wordt aldosteron gemaakt en wat doet het?
    Het wordt gemaakt door de bijnierschors;
    Het zorgt ervoor dat de nieren zout vasthouden. 
  • Wat doet ADH?
    Het is voor de vochthuishouding, het hormoon gaat urineproductie tegen bij dehydratie; 
    Wordt gemaakt in de hypofyse. 
  • 2 Water en zouthuishouding

  • Wat zie je bij het transport water?
    Hydrostatische druk (bloeddruk); 
    Kristalloïd-osmotische druk (zouten); 
    Colloïd-osmotische druk (eiwitten); 

    Dit samenspel geeft de netto balans van water verplaatsing. 
  • Wat is belangrijk bij het water en zouthuishouding?
    Nieren (NaCl en water resorptie); 
    RAAS (vooral aldosteron); 
    Zenuwstelsel;
    Lymfesysteem; 
    ADH;
    Dorstgevoel;
    Baroreceptoren (aortaboog en sinus caroticus, bloeddruk daling);
    Volumereceptoren (ADH, ANP: Artriale Natriuretische Peptide dorstprikkel voor hypovolemie). 
  • 3 Nieren

  • Wat zijn de functies van de nieren?
    Uitscheiding van afvalstoffen;
    Handhaven van de vochtbalans en elektrolytenbalans; 
    Handhaven van het zuur-base evenwicht; 
    Erytropoëse (EPO) produceert rode bloedcellen;
    Activatie van vitamine D; 
    Bloeddrukregulatie. 
  • Wat behoort er allemaal tot de urinewegen?
    Urethers; 
    Urineblaas; 
    Urethra; 
    Blaas. 
  • Wat zie je bij de urethers?
    Bevatten gladde spiercellen; 
    30 cm;
    Gespierd. 
  • Wat is de latijnse naam voor urineblaas?
    Vesica urinae. 
  • Wat is de latijnse naam voor blaas?
    Astium ureathrae externum. 
  • Wat is nefrolithiasis?
    Nierstenen;
    Spiercellen moeten zo hard 'persen' dat het pijn doet, koliekaanvallen. 
  • Wat is allemaal betrokken bij het mictiereflex?
    Rekreceptoren;
    Sacrale ruggenmerg;
    Hersenen en m. detrusor; 
    Interne en externe sfincter. 
  • Angiotensinogeen 
                |
    Angiotensine I (niet werkzaam)
                |
    Angiotensine II (werkzaam) -> gaat naar bloedvaten en zorgt voor vasoconstrictie (bloeddruk verhogend) -> gaat naar bijnieren, zorgt ervoor dat de bijnieren aldosteron produceren. 
  • Waar en hoe werken de ACE-remmers?
    Ze werken bloeddrukverlagend; 
    Het stopt na angiotensine I. 
  • 3.1 Nierfalen

  • Wat is gebeurt er bij acuut nierfalen?
    Acute verslechtering van de nierfunctie waardoor de homeostase verstoord raakt. 
  • Welke soorten nierfalen zijn er?
    Prerenaal; 
    Renaal;
    Postrenaal. 
  • Wat is de pathofysiologie van prerenaal nierfalen?
    Afname glomerulaire filtratie door afname van de doorbloeding (70%). 
  • Wat is de pathofysiologie van renaal nierfalen?
    Ziekte van de nier. 
  • Wat is de pathofysiologie van postrenaal nierfalen?
    Belemmering van de afvoer van urine, waardoor druk in de nierkanaaltjes stijgt en de filtratie in de glomeruli daalt (10%). 
  • Wat zijn de oorzaken van prerenaal nierfalen?
    Hypovolemie (bloedverlies, overgeven, diarree, diuretica); 
    Afname hartminuutvolume (hartinfarct, bèta-blokkers); 
    Aandoening van de vaten. 
  • Wat zijn de oorzaken van renaal nierfalen?
    Schade van de haarvatenkluwen (glomeruli), nierkanaaltjes (lissen van Henle) en vaten; 
    Patiënten op de SEH: geneesmiddelen en infecties; 
    In het ziekenhuis ontstaan, toxisch of ischemisch; 
    Door medicijnen. 
  • Welke medicijnen kunnen renaal nierfalen veroorzaken?
    NSAID's; 
    Ace-remmers; 
    Antibiotica;
    Cytostatica; 
    Diuretica. 
  • Wat is de oorzaak van postrenaal nierfalen?
    Belemmering in de urether of urethra. 
  • Wat zijn de symptomen van nierfalen?
    Weinig, totdat er uremie ontstaat. 
  • Wat is belangrijk bij het lichamelijk onderzoek?
    Let op tekenen van ondevulling: hoge pols, lage tensie, verminderde huidturgor, droge slijmvliezen; 
    Let op tekenen van infectie. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.