Samenvatting nierfunctievervangende therapie

-
34 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - nierfunctievervangende therapie

  • 1.1 streefgewicht

  • door de opstapeling van water tussen twee dialysebeurten kan de bloeddruk van de pt sterk oplopen, als teken van overvulling.

    deze toestand is op termijn nefast voor het hart. voortdurende schommelingen in de druk vragen van het hart teveel inspanningen zodat een decompensatie kan ontstaan.

    Daarom dient de arteriële en evt. veneuze bloeddruk goed gecontroleerd te worden en dient de pt zijn dieetmaatregelen goed toe te passen, waaronder vochtbeperking de belangrijkste is.

    men tracht de pt zo te behandelen dat zijn streefgewicht bereikt wordt na dialyse.

  • Het streefgewicht noemt men de toestand waarbij:

    • de arteriële bd < of = 160/90 mmHg
    • geen oedemen
    • cvd = normaal
    • bij RX geen vergrote hartschaduw
    • tussen twee dialysebeurten max 5% in gewicht toegenomen.
  • 1.2 toegangswegen voor hemodialyse

  • Een goed functionerend vaatacces is de sleutel tot een optimale dialyse. men beoogt een debiet van ongeveer 300cc/min. door dit hoge debiet wordt de kwaliteit van de dialyse aanzienlijk verhoogd, wat een gunstig effect heeft op de levenskwaliteit van de pt en de morbiditeit en mortaliteit worden erdoor verlaagd.

    Om dit debiet te verkrijgen is een zeer goede bloedflow noodzakelijk. de keuze voor een bep. toegangsweg hangt samen met het ziektebeeld dat zicht bij de pt voordoet: bij ANI zal direct een beschikbare toegang nodig zijn, terwijl bij de CNI er tijd is voor een toegang die in de tijd kan otwikkelen

  • voor welke toegangsweg men kiest is een beslissing van de nefroloog en de chirurg. het is in ieder geval van groot belang bij pt'n met chronisch nierlijden al vroeg de niet-dominante arm te sparen van venapuncties en infusen om de kans op een goede fistel te vergroten.
  • 1.2.1 cvk

  • één van de toegangswegen bij hemodialyse is de toegang via de centraal veneuze katheter in ofwel de v. jugularis, subclavia of de femoralis. deze wordt geplaatst indien men acuut moet dialyseren of indien de andere gebruikelijke toegangsweg tijdelijk niet kan worden benut (trombose, infectie...)

    indien een centraal veneuze katheter noodzakelijk is (tijdelijk of definitief), wordt de voorkeur gegeven aan een getunnelde katheter, vb hickman dialyse-katheter met één of twee lumina) deze onderhuidse tunnel vormt een natuurlijke bescherming tegen infectie en dient tevens als een alarmsysteem (roodheid).

  • 1.2.2 AV fistel

  • een andere toegangsweg bij de hemodialyse is de toegang via een arterioveneuze fistel. hiervoor wordt onder regionale verdoving een anastomose gemaakt tussen de arteria radialis en de vena cefalica van de niet dominante arm, zodat de pt tijdens de dialyse de dominante arm nog kan gebruiken. uiterst zeldzaam wordt de AV fistel aangelegd ter hoogt van de dij of de voet.

    de druk in de arterie is groter dan de druk in de vene, waardoor het bloeddebiet in de vene gaat toenemen en de ader zich gaat ontwikkelen (arterialiseren). deze ader wordt nu duidelijk zichtbaar, voelbaar, (de doorgang van het bloed ter hoogte van de fistel geeft bij palpatie een trilling) en hoorbaar met de stethoscoop. door punctie van deze ader met grote diameter-naalden bekomt men een debiet dat groot genoeg is voor dialyse.

    de fistel wordt zo dicht mogelijk tegen de pols aangelegd, waardoor een groter aantal venen kan ontwikkelen in proximale richting, dit biedt meer punctiemogelijkheden. tweede voordeel is, dat men, bij evt. ontsteking of mislukking, hogerop een nieuwe anastomose kan maken.

    de ingreep wordt vroegtijdig uitgevoerd: de fistel heeft afhankelijk van de techniek, 2 à 6 weken nodig alvorens deze kan worden aangeprikt. in afwachting dient men dagelijks: inspectie, palpatie en auscultatie te doen.

  • 1.2.3 AV greffe fi

  • de arterioveneuze greffe is een andere manier van een toegangsweg te verkrijgen voor hemodialyse. de greffe kan een kunststofstent zijn of natuurlijk materiaal.

    de kunststofgreffe heeft een groter tromboserisico dan natuurlijk materiaal. voor greffen van natuurlijk materiaal wordt bij voorkeur een beroep gedaan op eigen weefsel van de pt (vb de v. safena). dit geeft weinig infectierisico. ook kan een homologe greffe worden geplaatst (navelstrenggreffe) of een heterologe greffe (dierlijke oorsprong)


  • 1.3 verpleegkundige zorg mbt de toegangswegen

  • een goede toegangsweg is van cruciaal belang bij hemodialyse. dus een goed en correct gebruik alsook de dagdagelijkse verzorging is zeer belangrijk. werkelijke moeilijkheden kunnen vermeden worden door een adequate en tijdige herkenning van de problemen, naast een degelijke communicatie tussen verpleegkundige en nefroloog/chirurg.

    hiervoor is een grondige kennis van de basisprincipes mbt de zorg bij cvk, en herkennen van circulatoire complicaties (trombose, bloeding, vaatocclusie) uitermate belangrijk.

    van essentieel belang is ook dat de pt voldoende geïnformeerd wordt over de mogelijke complicaties, hoe deze te voorkomen en/of tijdig op te sporen, evenals de te zelf te nemen maatregelen in zulk een geval.

  • volgende richtlijnen moeten bij een pt met een AV-fistel strikt gevolgd worden:

    • niet krabben aan of ruw behandelen van de fistelarm
    • geen uurwerken, armbanden of spannende kledij dragen rond de fistel arm.
    • geen zware voorwerpen tillen met de fistelarm
    • zo mogelijk niet slapen op de fistelarm
    • de fistelarm niet gebruiken voor bloeddrukmeting, bloedname, IV inspuitingen of aanleggen van een infuus.
    • fistelarm grondig wassen en spoelen voor dialyse
    • punctieplaats niet aanraken na desinfectie of tijdens dialyse
    • pt aanleren hoe hij/zij evt. bloeding kan stelpen



  • verpleegkundige bewaking van shunt of fistel:

    • observatie: lokaal - extremiteit
    • auscultatie: geluidsveranderingen (= evt. stenose) of afwezigheid van trill
    • palpatie: trill? zwelling?
    • stipte opvolging van arteriële en evt. veneuze bd

    nefroloog verwittigen bij:

    • ontstekingsverschijnselen
    • kloppende en/of pulserende zwelling thv fistel
    • koude extremiteiten, gevoelloosheid, zwakte, tintelingen of pijn in de hand
    • verandering in trill en/of pulsaties
    • afwezigheid van trill en/of pulsaties


Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.