Samenvatting Nieuw nederlands (5e editie) 4/5h

-
ISBN-10 9001843611 ISBN-13 9789001843618
154 Flashcards en notities
173 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Nieuw nederlands (5e editie) 4/5h". De auteur(s) van het boek is/zijn Frank, H. Het ISBN van dit boek is 9789001843618 of 9001843611. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Nieuw nederlands (5e editie) 4/5h

  • 1.1 leesstrategieën

  • Wat doe je bij oriënterend lezen?
    Onderwerp vaststellen. 
    Snel bepalen of een tekst jou bruikbaar of interessant is.
  • Wat is de leesdoel bij intensief lezen?
    De tekst helemaal goed begrijpen. De hoofdzaken van de tekst vinden.
  • Wat doe je bij globaal lezen?
    Deelonderwerpen vaststellen.
  • Wat is de leesdoel bij oriënterend lezen?
    Onderwerp vaststellen. 
    Snel bepalen of een tekst voor jou bruikbaar of interessant is.
  • Wat doe je bij intensief lezen?
    De tekst helemaal goed begrijpen. De hoofdzaken van de tekst vinden.
  • Wat is de leesdoel bij globaal lezen?
    Deelonderwerpen vaststellen.
  • Wat doe je bij zoekend lezen?
    Bruikbare informatie (in een tekst) vinden.
  • Wat is de leesdoel bij zoekend lezen?
    Bruikbare informatie (in een tekst) vinden.
  • Wat doe je bij kritisch lezen?
    De betrouwbaarheid van de informatie en de argumentatie in een tekst beoordelen.
  • Wat is de leesdoel bij kritisch lezen?
    De betrouwbaarheid van de informatie en de argumentatie in een tekst beoordelen.
  • Wat doe je bij studerend lezen?
    De inhoud van een tekst onthouden.
  • Wat is de leesdoel bij studerend lezen?
    De inhoud van een tekst onthouden.
  • Waar kijk je naar bij oriënterend lezen?
    Bekijk bij een boek:
    • titel
    • flaptekst
    • inhoudsopgave
    • voorwoord
    • auteur.

    Bekijk bij een artikel:
    • titel
    • lead
    • eerste alinea
    • tussenkoppen
    • illustraties
    • laatste alinea
    • auteur
    • publicatieplaats 
  • Wat is de aanpak bij oriënterend lezen?
    Bekijk bij een boek:
    • titel
    • flaptekst
    • inhoudsopgave
    • voorwoord
    • auteur

    Bekijk bij een artikel:
    • titel
    • lead
    • eerste alinea
    • tussenkoppen
    • illustraties
    • laatste alinea
    • auteur
    • publicatieplaats 
  • Waar kijk je naar bij globaal lezen?
    Lees de voorkeursplaatsen:
    • Eerste alinea's en laatste alinea's
    • Eerste en laatste zin van tussenliggende alinea's
    Let op tussenkoppen en witregels.
  • Wat is de aanpak bij globaal lezen?
    Lees de voorkeursplaatsen:
    • Eerste alinea's en laatste alinea's
    • Eerste en laatste zin van tussenliggende alinea's
    Let op tussenkoppen en witregels.
  • Waar kijk je naar bij intensief lezen?
    • Lees de tekst helemaal
    • Stel de betekenis van moeilijke woorden vast
    • Zoek naar kernzinnen van alinea's en naar signaalwoorden die verbanden aangeven (middenstuk)
    • Bepaal de hoofdgedachte (inleiding of slot)
  • Wat is de aanpak bij intensief lezen?
    • Lees de tekst helemaal
    • Stel de betekenis van moeilijke woorden vast
    • Zoek naar kernzinnen van alinea's en naar signaalwoorden die verbanden aangeven (middenstuk)
    • Bepaal de hoofdgedachte (inleiding of slot)
  • Waar kijk je naar bij zoekend lezen?
    Kijk naar anders gedrukte woorden (vet, cursief, onderstreept). Let ook op opvallende tekens (bolletjes, nummeringen, sterretjes, enzovoort).
  • Wat is de aanpak bij zoekend lezen?
    Kijk naar anders gedrukte woorden (vet, cursief, onderstreept). Let ook op opvallende tekens (bolletjes, nummeringen, sterretjes, enzovoort).
  • Waar kijk je naar bij kritisch lezen?
    Stel vast:
    • Is de informatie juist, volledig en niet eenzijdig?
    • Is de auteur deskundig of onpartijdig.
    • Noemt de auteur bronnen? Hoe actueel zijn ze?
    • Geeft de auteur voldoende (onderbouwde) argumenten?
    • Noemt en weerlegt de auteur belangrijke tegenargumenten?
    • Bevat de tekst drogredenen
  • Wat is de aanpak bij kritisch lezen?
    Stel vast:
    • Is de informatie juist, volledig en niet eenzijdig?
    • Is de auteur deskundig en onpartijdig?
    • Noemt de auteur bronnen? Hoe actueel zijn ze?
    • Geeft de auteur voldoende (onderbouwde) argumenten?
    • Noemt en weerlegt de auteur belangrijke tegenargumenten?
    • Bevat de tekst drogredenen
  • Waar kijk je naar bij studerend lezen?
    • Lees de tekst oriënterend, globaal en intensief.
    • Maak overhoorvragen.
    • Maak een uittreksel.
    • Probeer of je de bedachte vragen kunt beantwoorden.
    • Lees je uittreksel enkele malen door.
  • Wat is de aanpak bij studerend lezen?
    • Lees de tekst oriënterend, globaal en intensief.
    • Maak overhoorvragen.
    • Maak een uittreksel.
    • Probeer of je de bedachte vragen kunt beantwoorden.
    • Lees je uittreksel enkele malen door.
  • Noem de 6 leesstrategieën.
    1. Oriënterend lezen
    2. Globaal lezen
    3. Intensief lezen
    4. Zoekend lezen
    5. Kritisch lezen
    6. Studerend lezen
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Welke aanwijzende voornaamwoorden bij meervoudige zelfstandige naamwoorden
Deze of die
Welke aanwijzende voornaamwoorden bij het-woord
Dit of dat
Welke aanwijzende voornaamwoorden bij vrouwelijke de-woord
Deze of die
Welke aanwijzende voornaamwoorden bij mannelijke de-woord
Deze of die
Welke bezittelijke voornaamwoorden bij meervoudige zelfstandige naamwoord
Hun
Welke persoonlijke voornaamwoorden bij meervoudige zelfstandige voornaamwoorden
Onderwerp: zij of ze
lijdend voorwerp: hen
na voorzetsel: hun
meewerkend voorwerp zonder voorzetsel: hun 
Welke bezittelijke voornaamwoorden bij het-woord
Zijn of z'n
Welke bezittelijke voornaamwoord bij vrouwelijke de-woord
Haar of d'r
Welke bezittelijke voornaamwoorden bij mannelijke de-woord
Zijn of z'n
Welke persoonlijke voornaamwoorden bij het-woord
Het