Samenvatting Oefentoetsen Bedrijfseconomie

659 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Oefentoetsen Bedrijfseconomie

  • 1.1 Oefentoets 1

  • Welke stelling over non-profitorganisaties is juist?
    Non-profitorganisaties zijn economisch niet zelfstandig.
  • Bij een eenmanszaak is sprake van aansprakelijkheid van de eigenaar. Wat is de betekenis daarvan?
    De eigenaar is zowel met zijn ingebrachte vermogen als met zijn privévermogen aansprakelijk voor de gehele schuld aan een handelscrediteur.
  • Aan welke verplichting(en) moet een eenmanszaak voldoen?
    alleen aan de boekhoudverplichting
  • De publicatieplicht is niet voor alle ondernemingen gelijk. Welke stelling hierover is juist?
    Alle niet-rechtspersonen zijn volledig vrij van publicatieplicht.
  • In welke vorm komt een overname het meest voor?
    Twee ongelijkwaardige ondernemingen gaan samen waarbij de een de aandelen van de ander opkoopt.
  • Welk kenmerk hoort bij een kapitaalvennootschap?
     Het bedrijf heeft eigen bezittingen en schulden.
  • Voor welke rechtsvorm(en) geldt de blokkeringsclausule?
    voor de bv
  • Waarom ligt winstinhouding bij coöperaties gevoelig?
    Omdat een hoge winst van een coöperatie, vanwege de aard van het bedrijf, toebehoort aan de leden.
  • Wat wordt aangeduid met het begrip bedrijfstak?
    alle bedrijfshuishoudingen die eenzelfde of een overeenkomstig productieproces uitvoeren
  • Wat wordt verstaan onder franchising?
    een winkelier die de formule van een grootwinkelketen heeft overgenomen
  • Waar komt franchising tegenwoordig veel voor?
    in de handel en in de dienstverlening
  • Wat wordt verstaan onder een kartel?
    een afspraak tussen ondernemingen om de onderlinge concurrentie te beperken
  • Wat is de meest verstrekkende vorm van samenwerking?
    fusie
  • Welke rechtsvorm is het meest gunstig voor de eigenaar als het gaat om aansprakelijkheid?
    de bv
  • Welk fiscaal nadeel heeft een bv ten opzichte van een personenvennootschap?
    geen recht op belangrijke delen van de zelfstandigenaftrek

  • Afbeelding
    € 1.664
  • Piet Veenstra runt een handelsonderneming. Afgelopen jaar heeft hij een omzet behaald van € 100.000 en de inkoopkosten en overige kosten bedroegen € 40.000. Zijn zelfstandigenaftrek bedraagt € 7.280.
    Hoe groot is het bedrag van de 14% winstvrijstelling die hij op zijn belastbare winst in mindering mag brengen?
    € 7.381
  • Afbeelding
    € 56.702
  • Domzi bv koopt van Nederlandse leveranciers onderdelen in en maakt tuinmeubelen. Domzi bv ontvangt een rekening van een Nederlandse leverancier van € 84.700 (inclusief 21% btw). De onderneming wil deze producten doorverkopen aan een detailhandel in België. Daarbij moet een winst behaald worden van 25% van de inkoopprijs.
    Voor welk factuurbedrag worden de producten verkocht?
    € 87.500
  • De verkoopprijs van een product is € 20 inclusief 21% btw.
    Hoeveel bedraagt de verkoopprijs exclusief btw?
    € 16,53
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Een producent van badtextiel leaset een nieuwe machine waarmee een jaarlijkse kostenbesparing wordt gerealiseerd van € 150.000. Omdat de machine sneller produceert, is een hogere voorraad noodzakelijk. In plaats van een voorraad van € 80.000 moet een voorraad van € 120.000 aangehouden worden. De machine gaat vijf jaren mee. De vermogenskostenvoet van het bedrijf is 10%. De jaarlijks achteraf te betalen leasetermijn bedraagt € 100.000. De aanschafprijs van de machine ligt op € 350.000 en de restwaarde van de machine na vijf jaren is nihil. Verondersteld moet worden dat alle vrije kasstromen aan het eind van elk jaar plaatsvinden.Wat is het verschil in terugverdienperiode tussen aanschaf van de machine en leasing?
2 jaar
Koos Haverkamp wenst een nieuw soort veevoeder op de markt te brengen. Vanwege de risico's van dit project moet het na twee jaren een rentabiliteit opgeleverd hebben van 12%. Verder heeft Koos een inschatting gemaakt van de vrije kasstroom voor het eerste jaar. In de bron staan de gegevens.De vrije kasstromen vallen aan het eind van ieder jaar.Wat is de minimaal noodzakelijke vrije kasstroom van het veevoederproject aan het eind van jaar 2, wil het project voldoen aan de gestelde eisen?
€ 80.640
Piet Pelle is in de gelegenheid een machine te kopen. Piet wil in vier jaar een rendement van 20% halen. Het totale investeringsbedrag is € 250.000. Piet houdt er rekening mee dat de restwaarde van de machine, groot € 50.000, ook bij verkoop van de machine wordt ontvangen. De vrije kasstromen over de vier jaren zijn:jaar 1: € 90.000jaar 2: € 115.000jaar 3: € 92.000jaar 4: € 80.000 (exclusief desinvestering)Wat is de netto contante waarde van het project?
€ 20.800
De directie van onderneming Charmo is van plan een machine aan te schaffen voor het fabriceren van product Xantip. Hiertoe heeft zij de keuze tussen vier leveranciers; te weten D, E, F en G. Deze leveranciers kunnen elk een dergelijke machine leveren.De aanschaf van de machine zal plaatsvinden aan het eind van het voorafgaande jaar van ingebruikstelling. Aan het eind van jaar twee zal de machine door de leverancier worden teruggenomen voor een bedrag zoals hierna is vermeld. Deze restwaarde is niet verwerkt in de vrije kasstroom van jaar 2. De vrije kasstromen worden aan het eind van het jaar ontvangen.Indien de beslissing zal worden gebaseerd op grond van de netto contante waarde, op de machine van welke leverancier zal de keuze dan vallen?
op leverancier D
Een investeringsproject door Fantast in een nieuwe lijn lederen tassen vergt een investering van € 1.700.000 in vaste activa en van € 300.000 in vlottende activa. Het project heeft een looptijd van vier jaren. De restwaarde van de vaste activa bedraagt € 200.000. Behalve de desinvesteringen worden de vrije kasstromen gelijkmatig gespreid over het jaar ontvangen. In de bron staan de vrije kasstromen (× € 1.000).Wat is de terugverdienperiode van dit project
vier jaren
Ad Vlot wenst een tweede touringcar aan te schaffen, maar weet niet welke. De alternatieven zijn talrijk en raadgevers zijn moeilijk te vinden. Wel heeft hij van diverse mogelijkheden de terugverdienperiode berekend. Zo is de terugverdienperiode van de dubbeldekker maar liefst vijf jaren. Wat hij zich afvraagt, is of vijf jaren te lang is of niet.Wat is een juist antwoord op zijn vraag?
Of een project met een terugverdienperiode van vijf jaar haalbaar is, hangt af van de daaromtrent vooraf gestelde eisen.
Welke eigenschap is van toepassing op financial lease?
Betalingsverplichtingen van het geleasete object worden aan de creditzijde van de balans opgenomen.
Welke stelling met betrekking tot de terugverdienperiode is juist?
De terugverdienperiode is vooral gericht op de liquiditeit van de onderneming.
Een investeringsproject van Procam in een nieuwe, digitale camera vergt een investering van € 1.800.000 in vaste activa en van € 400.000 in vlottende activa. Het project heeft een looptijd van drie jaren. De restwaarde van de vaste activa bedraagt € 300.000. De vrije kasstromen van het project voor belasting zijn in de bron weergegeven (× € 1.000). De belasting bedraagt 25%.Wat is de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit van dit project?
3,45%
Afbeelding
7,5%