Samenvatting Omgaan met patient/client en anderen binnen de beroepssituatie

-
ISBN-10 9041504842 ISBN-13 9789041504845
192 Flashcards en notities
27 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Omgaan met patient/client en anderen binnen de beroepssituatie
  • H Mulder
  • 9789041504845 of 9041504842
  • 2004

Samenvatting - Omgaan met patient/client en anderen binnen de beroepssituatie

  • 1 menselijk gedrag

  • Wat zijn waarden?
    Datgene wat waardevol en nastrevenswaardig is. B.v. het hechten aan veiligheid.
  • Wat zijn normen?
    Gedragsregels die horen bij waarden. B.v. wij hechten waarde aan kleding en koppelen hier gedragsregels aan. 
  • Wat wordt er verstaan onder het geestelijke (immateriele) cultuurgoed?
    Normen en waarden vormen samen met kennis, opvattingen en gewoonten het geestelijk (immateriele) cultuurgoed.
  • Wat betekent socialisatie?
    De overdracht van de in een cultuur heersende normen en waarden, kennis, opvattingen en gewoonten. 
  • Door wat wordt het gedrag van de mens bepaald?
    Door omgevingsfactoren en aanlegfactoren.
  • Wat is psychologie?
    De wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering van het individuele gedrag van de mens.
  • Benoem de ontwikkelingsfasen die in dit hoofdstuk aan de orden zijn geweest en geef daarbij tenminste drie kenmerken voor de betreffende fase.
    1.De eerste levensjaren: volledige afhankelijkheid van de zorg van volwassenen, noodzakelijke vaardigheden als reflexen, opnemen van informatie uit zijn omgeving.
    2. De peuter/kleuterleeftijd: intensieve ontwikkeling op lichamelijk, psychisch en sociaal-emotioneel gebied, het ik-tijdperk (nee-fase), echocentrisch denken.
    3. De basisschoolleeftijd: controle over fijne motoriek, eigen maken van een taakhouding, ontwikkeling van het geweten.
    4. Adolescentie: lichamelijke groei en seksuele rijping, toegenomen vermogen om abstract te denken, ontwikkeling van eigen identiteit, experimenteren.
    5. Jong volwassenheid: behoefte om intieme relaties met anderen aan te gaan, vriendschap, diepere gevoelens voor anderen kunnen koesteren, het unieke van andere personen te kunnen zien en waarderen.
    6. Middelbare leeftijd: doorgeven aan het nageslacht van werkprestaties, bezittingen of creatieve prestaties, ouders krijgen meer tijd voor elkaar, verandering ouder-kindrelatie.
    7. Latere levensjaren: grootouder worden, pensionering, dood van mensen van je eigen generatie.
  • Geef kenmerken van de eerste levensjaren + uitleg.
    1. Het hebben van belangrijke reflexen: belangrijk om te overleven.
    2. Het in staat zijn om informatie uit zijn omgeving op te nemen: doordat hij al kan zien, horen, ruiken, proeven en reageren op aanrakingen.
    3. Razendsnelle ontwikkeling tot stappende peuter.
    4. Het zijn van een sociaal wezen: een baby heeft al de behoefte om dicht bij andere mensen te zijn. De emotionele band is essentieel om het kind een gevoel van veiligheid te geven en te laten ervaren  dat van hem gehouden wordt. 
    5. Een snelle ontwikkeling op cognitief gebied (het denken, de kennis).
  • Geef zes kenmerken van de peuter/kleuterleeftijd + uitleg.
    1. Intensieve ontwikkeling op lichamelijk, psychisch en sociaal-emotioneel gebied. 
    2. Ik-tijdperk (nee-fase): het ontdekken dat ze zelf iemand zijn met een eigen wil.
    3. Leren van ervaringen: doordat ze dingen kunnen onthouden en zich een voorstelling ergens van kunnen maken.
    4. Egocentrisch denken: ze kunnen het leven alleen begrijpen vanuit hun eigen positie. Ze gaan er van uit dat datgene wat zij mooi vinden, ook door anderen mooi wordt gevonden. Dit in tegenstelling tot volwassenen.
    5. De invloed van het opvoedingsgedrag van de ouders op het zelfbeeld van het kind mag niet onderschat worden. Ouders die duidelijke regels stellen en hun kinderen uitleggen hoe en waarom ze zich op een bepaalde manier moeten gedragen hebben meestal gelukkige en sociaal vaardige kinderen. 
    6. Identiteit: door om te gaan met anderen ontwikkelt het kind zijn eigen identiteit en mogelijkheden.

  • Geef zes kenmerken van de basisschoolleeftijd + uitleg.
    1. Ontwikkeling van de fijne motoriek: schrijven, tekenen en knutselen gaan steeds beter. 
    2. De grote spieren worden sterker, sneller en bewegingen worden beter gecoördineerd. Daardoor kan het kind allerlei nieuwe vaardigheden leren, zoals een muziekinstrument bespelen, zwemmen, skiën, ballet dansen en allerlei soorten sport beoefenen.
    3. Sociale ontwikkeling: door lid te zijn van een vereniging of club. Kinderen leren op deze manier om onder verschillende omstandigheden met andere kinderen en volwassenen om te gaan. 
    4. Een taakhouding eigen maken: om te leren lezen, schrijven en rekenen op de basisschool moet het kind zich op school een taakhouding eigen maken: gedurende langere tijd geïnteresseerd blijven en zich kunnen concentreren op een schoolse taak. 
    5. Het leren van om zich te verplaatsen in iemand anders: dit leren ze vooral in de omgang met leeftijdsgenootjes. 
    6. De ontwikkeling van het geweten: van belang is de omgang met leeftijdsgenootjes en een warme gezinssituatie waarin ouders en kinderen met elkaars belangen rekening houden. 

  • Geef vijf kenmerken van de adolescentie + uitleg.
    1. Lichamelijke groei en seksuele rijping: meisjes groeien uit tot vrouw en jongens tot man.
    2. Een toenemend vermogen om abstract te denken: je denkt na over dingen die je niet met het blote oog kunt zien, maar wel kunt denken. De bredere wereld met al haar problemen komt in de belangstelling: milieu, oorlog, rassendiscriminatie. Denken vaak zwart-wit of volgens schema's. Adolescenten worden erg kritisch ten opzichte van de mensen om zich heen.
    3. Ontwikkeling van de eigen identiteit: ik ben dezelfde ik, zowel thuis, op school als in de omgang met leeftijdsgenoten. Antwoord krijgen op de vraag: "Wie ben ik? Wat wil ik? Wat kan ik? Wat vind ik?"
    4. Experimenteren: al experimenterend met verschillende rollen en door reacties van anderen, ontdekt de puber zichzelf en zo komt een stukje identiteitsontwikkeling op gang.
    5. Vriendenclubs spelen een grote rol in het leven van een adolescent. Het gevoel dat je iemand bent en ergens bij hoort geeft zelfvertrouwen, waar in deze verwarrende ontwikkelingsfase veel behoefte aan is.
  • Wat wordt verstaan onder midlife crisis?
    Tijdens de middelbare leeftijdfase maken sommige mensen een midlifecrisis door. Vragen als "Wat heb ik gedaan met mijn leven? Hoe is het gesteld met de doelen die ik had, de idealen die ik vroeger had?" kunnen twijfels en teleurstellingen veroorzaken en soms zelfs tot een emotionele crisis leiden. 
  • Wat zijn de 8 levensfasen volgens Erik Erikson?
    a. 0 - 1,5 jaar
    b. 1,5 - 3 jaar
    c. 3 - 6 jaar
    d. 6 - 12 jaar
    e. 12 - 20 jaar
    f. vroege volwassenheid
    g. middelbare leeftijd
    h. latere levensjaren.
  • Welke ontwikkelingstaak (volgens Erikson) en psychosociale keuze hoort bij de leeftijdsfase van 0 - 1,5 jaar?
    Hechting:       Vertrouwen - wantrouwen.
  • Welke ontwikkelingstaak (volgens Erikson) en pscychosociale keuze hoort bij de leeftijd 1,5 tot 3 jaar?
    Controle verwerven:   Autonomie - schaamte, twijfel over zichzelf en omgeving.
  • Welke ontwikkelingstaak (volgens Erikson) en psychosociale keuze hoort bij de leeftijd van 3 tot 6 jaar?
    Doelbewust worden, leren gericht te handelen:    Initiatief - schaamte
  • Welke ontwikkelingstaak (volgens Erikson) en psychosociale keuze hoort bij de leeftijd 6 tot 12 jaar?
    Ontwikkelen van sociale, fysieke en cognitieve vaardigheden:  Competentie - minderwaardig voelen.
  • Welke ontwikkelingstaak (volgens Erikson) en psychosociale keuze hoort bij de leeftijd 12 tot 20 jaar?
    Identiteitsontwikkeling:    Identiteit - rolverwarring.
  • Welke ontwikkelingstaak (volgens Erikson) en psychosociale keuze hoort bij de vroege volwassenheid?
    Liefdes- en vriendschapsbanden:     Crisis: Intimiteit - isolement.
    1. Deze fase duurt tot ongeveer 40 jaar. 
    2. Deze crisis wordt gekenmerkt door de behoefte om intieme relaties met anderen aan te gaan: 
         a. Seksuele intimiteit is hiervan slechts een aspect. 
         b. Het gaat ook om vriendschap, diepere gevoelens voor anderen koesteren.
         c. Het unieke van andere personen te kunnen zien en waarderen. 
    3. Wanneer aan deze behoefte niet tegemoetgekomen kan worden, wordt iemand eenzaam en raakt geïsoleerd. 
  • Welke ontwikkelingstaak (volgens Erikson) en psychosociale keuze hoort bij de middelbare leeftijd?
    Zorg voor komende generaties:    Crisis: Generativiteit- stagnatie.
    1. De oplossing van deze crisis resulteert in het gevoel iets waardevols aan het nageslacht te kunnen nalaten
    2. De behoefte om je voor dit waardevolle in te zetten. 
    3. Als het niet lukt om de crisis tot een oplossing te brengen, ontstaat stagnatie, een gevoel van verveling en ontevredenheid met het leven.
  • Welke ontwikkelingstaak (volgens Erikson) en psychosociale keuze hoort bij de latere levensjaren?
    Terugblikken en accepteren:   Crisis:  Integriteit - wanhoop.
    1. Het laatste stadium van psychosociale ontwikkeling begint als mensen zich bewust worden van de eindigheid van  het leven en het dichterbij komen van de dood. Er wordt teruggekeken op het leven. 
    2. De crisis vindt een oplossing als iemand tot de conclusie komt dat zijn leven betekenis heeft gehad en tot iets waardevols heeft geleid. 
    3. Als iemand tevreden op zijn leven terug kan kijken en klaar is om de onvermijdelijke dood te accepteren. Dit hangt dus af van de manier waarop alle voorgaande ontwikkelingsstadia en crisissen zijn doorgemaakt. 
    4. Als iemand echter teleurgesteld is over zijn leven en de betekenis er niet van in kan zien, ontstaat een gevoel van wanhoop. 
  • Wat is verantwoordelijk voor de prenatale ontwikkeling?
    Aanleg en omgeving en de lichamelijke en geestelijke conditie van de moeder spelen een belangrijke rol.
  • Waar is het embryo tijdens de eerste maanden van de zwangerschap gevoelig voor?
    Chemicalien en drugs, zoals cafeine, nicotine en alcohol.
  • Hoe worden de vaardigheden genoemd die noodzakelijk zijn om te overleven van een pasgeborene?
    Reflexen.
  • Al vanaf de geboorte is de mens een sociaal wezen.
  • In de ontwikkeling van de mens spelen aanleg en omgeving een belangrijke rol. Licht dit aan de hand van een voorbeeld toe.
    Als je opgroeit in een familie waarin veel waarde wordt gehecht aan muziek en het normaal is dat je een instrument bespeelt, wil dit nog niet zeggen dat iedereen in het gezin dezelfde muzikale kwaliteiten heeft.
  • Welke omgevingsaspecten kunnen voor de geboorte de ontwikkeling beinvloeden?
    De lichamelijke en geestelijke conditie van de moeder en het wel/niet gebruiken van alcohol, drugs of nicotine door de moeder.
  • Waarin verschilt de manier van denken van peuters en kleuters met de manier waarop volwassenen denken?
    Peuters en kleuters denken egocentrisch: zij kunnen het leven alleen begrijpen vanuit hun eigen positie. Ze gaan er bijvoorbeeld van uit dat datgene wat zij mooi vinden, ook door anderen mooi wordt gevonden.
  • Welke voorwaarden zijn van belang voor de ontwikkeling van het geweten?
    De omgang met leeftijdsgenootjes en een warme gezinssituatie waarin ouders en kinderen met elkaars belangen rekening houden.
  • Wat is het verschil tussen de mijlpalen in de kinderlijke ontwikkeling en de mijlpalen in de ontwikkeling van volwassenen?
    De mijlpalen in de kinderlijke ontwikkeling zijn afhankelijk van een bepaalde leeftijd of van lichamelijke rijping. Dit is tijdens de ontwikkeling van volwassenen niet het geval. De ontwikkelingsmijlpalen kunnen op elk moment in het volwassen leven voorkomen. 
  • Wat zijn volgens Erikson de gevolgen van het niet kunnen oplossen van een ontwikkelingscrisis?
    De manier waarop een crisis wordt opgelost, vormt een bouwsteen voor het oplossen van de crisis in het volgende stadium.
    Bijvoorbeeld: De kans dat iemand geïsoleerd raakt in de vroege volwassenheid is groter wanneer de crisis in de adolescentie niet goed is volbracht. Het is namelijk belangrijk om te weten wie je zelf bent om het unieke in iemand anders te kunnen ontdekken en van anderen te kunnen houden. 
  • Wat is het lege-nestsyndroom?
    Neerslachtigheid en verveling die ontstaat door het gevoel niet meer nodig te zijn nu de kinderen het huis uit zijn. 
  • Geef drie voorbeelden van de afgenomen keuzevrijheid tijdens de latere levensjaren.
    1. Door lichamelijke beperkingen die optreden
    2. Geen controle meer heeft over zijn of haar rollen in het leven, b.v. grootouder worden.
    3. Er zijn minder keuzes in de beroepssituatie.
  • Noem een aantal afwijkende gedragsvormen.
    Hyperactiviteit (ADHD), agressiviteit, anorexia of boulimia nervosa, depressiviteit, vandalisme, alcohol en drugs, ouderen en problematisch gedrag, afasie.
  • Wat betekent de afkorting ADHD?
    Attention Deficit Hyperactivity Disorder. (Het lijden aan hyperactiviteit)
  • Noem een drietal mogelijke oorzaken voor agressief gedrag.
    1. Een gebrek aan een gevoel van veiligheid.
    2. Angst.
    3. Een gebrek aan aandacht.
  • Wat is het verschil tussen anorexia nervosa en boulimia nervosa?
    Er is sprake van anorexia als de betrokkene (vooral meisjes) veel te weinig eet. Bij boulimia is er daarentegen sprake van een eetstoornis waarbij betrokkene "vreetbuien" heeft. 
  • Welke gevoelens horen bij een depressie?
    Gevoelens van neerslachtigheid. 
  • Wat is kenmerkend voor een depressie?
    De somberheid blijft lange tijd tot zeer lange tijd bestaan.
  • Waarom is iemand in de puberteit gevoelig voor alcohol en drugs?
    In de puberteit heeft de puber het nodig om te experimenteren om te verkennen en er achter te komen wat hij/zij zelf kan en wil zijn. Mogelijk vervalt de puber in het experimenteren met alcohol en drugs.
  • Geef in telegramstijl een aantal kenmerken dat hoort bij dementie.
    1. Achteruitgang van het korte termijngeheugen.
    2. Desoriëntatie in plaats, tijd en persoon.
    3. Persoonlijkheidsveranderingen.
    4. Decorumverlies.
    5. Beschuldigen van anderen waarbij anderen verantwoordelijk worden gesteld voor dingen die men mist of vergeet.
  • Kan het niet vinden van het juiste woorden duiden op afasie? Licht je antwoord toe.
    Het kan duiden op afasie, mits de afasie is opgetreden door beschadiging van het hersenweefsel als gevolg van een ongeval, bloeding of gezwel. Daarbij is een ander kenmerk: stoornissen in het begrijpen van de geschreven en gesproken taal.
  • Wat verstaan we onder een multiculturele samenleving?
    Een uit verschillende culturen samengestelde samenleving.
  • Wat is de betekenis van autochtoon?
    Oorspronkelijke bewoner.
  • Wat is de betekenis van allochtoon?
    Persoon die van oorsprong afkomstig is uit een ander land.
  • Wat betekent etnocentrisme?
    De eigen cultuur als meerwaardig zien aan andere culturen.
  • Het geven van kenmerken van een cultuur brengt veralgemenisering met zich mee. Wat wordt hier mee bedoeld?
    Door (een beperkt aantal) kenmerken van een cultuur te benoemen generaliseer je als het ware de personen uit deze cultuurgroep.
  • Geef kenmerken van een ikgerichte en van een wijgerichte cultuur.
    Bij een wijgerichte cultuur wordt de plaats van het individu bepaald door de groep waar hij bij hoort. Het individu is in de eerste plaats lid van de familie. 
    Bij een ikgerichte cultuur staan de persoonlijke ontwikkeling en de eigen wensen en keuzes  centraal.
  • De manier van omgaan met de gezondheidszorg wordt mede bepaald door de eigen cultuur. Geef hiervan een drietal voorbeelden.
    1. Mannen uit samenlevingen met een mannelijke cultuur zullen in de zorgverlening niet direct geneigd zijn om in geval van onenigheid met vrouwen te onderhandelen.
    2. In een statische cultuur zal men zich niet houden aan de voorgeschreven therapie maar gebruik maken van traditionele methoden.
    3. Een wijgerichte cultuur brengt met zich mee dat de familie zich ook verantwoordelijk voelt in geval van ziekte van een van hen. De zieke wordt zoveel mogelijk opgevangen en verzorgd door de familie.
  • Waarop kan buitengewoon agressief gedrag duiden?
    Gebrek aan veiligheidsgevoel, angst of gebrek aan aandacht.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Omgaan met patient/ client en anderen binnen de beroepssituatie
  • Henk Mulder
  • of
  • 1st

Samenvatting - Omgaan met patient/ client en anderen binnen de beroepssituatie

  • 1.1 ontwikkelingsfase van de mens

  • Wat zijn normen?
    Normen zijn gedragsregels die horen bij waarden.
    het zijn opvattingen over hoe men zich wel of niet zou moeten gedragen in concrete omstandigheden. Sommige normen komen in bijna alle samenlevingen voor, zoals "je doodt niet" en "je steelt niet".
  • Wat zijn waarden?
    Waarden zijn idealen en motieven die in een samenleving of groep als nastrevenswaardig worden beschouwd. Waarden zijn opvattingen over wat wenselijk is.
  • Wat is socialisatie?
    De overdracht van normen, waarden, kennis, opvattingen en gewoonten in een bepaald cultuur.
  • Waar vindt de primaire ( minder streng/meer vrijheid) socialisatie plaats?
    In de beslotenheid van het gezin of een vergelijkbaar samenlevingsverband.
  • Waardoor wordt het gedrag van mensen door bepaald?
    Door invloeden van omgeving, aanlegfactoren en leeftijd.
  • Wat betekent prenatale ontwikkeling?
    De ontwikkeling van een foetus in de baarmoeder.
  • Welke omgevingsaspecten kunnen voor de geboorte de ontwikkeling beinvloeden?
    - voeding
    - leefpatroon
    - welzijn van moeder
    - medische zorg ( welvaart )
  • Wat zijn reflexen?
    Reflexen zijn een vaste, onbewuste snelle reactie van het lichaam.
    (reflexen zijn bij pas geborene noodzakelijk om te overleven.).
  • Peuters en kleuters denken egocentrisch, wat betekent dit?
    peuters en kleuters kunnen het leven alleen begrijpen vanuit hun eigen positie.
    Zij gaan ervan uit dat datgene wat zij mooi vinden, ook door andere mooi wordt gevonden.
  • Wat betekent indentiteit?
    iedereen heeft zijn eigen indentiteit. d.w.z. Ik  ben dezelfde ik, zowel thuis, op school, als in de omgang van leeftijdsgenoten.
  • Op welke leeftijd krijg je meer controle over de fijne motoriek? ( knutselen, schrijven en tekenen)
    Op een basisschool leeftijd.
  • Wat betekent adolescentie?
    adolescentie is de periode tussen 12 en 18 jaar, waarin een meisje uitgroeit tot vrouw en een jongen tot man. (puberteit)
  • Wat wordt bedoeld met abstract denken?
    Dat wil zeggen dat je nadenkt over dingen die je niet met het blote oog kan zien, maar wel kunt denken
  • Benoem 8 levens fases:
    0-2 jaar : 
    - hechten
    - afhankelijk van verzoring
    - reflexen
    - reageren op omgeving

    * psychosociale keuze: vertrouwen of wantrouwen

    peuter:
    - ontwikkeling eigen wil
    - leren uit eigen ervaring
    - egocentrisch denken

    * psychosociale keuze: schaamte en twijfel over zichzelf en omgeving.

    6-12 jaar:
    - verbreden interesse
    - meer beheersing fijne motoriek
    - toename concentratie vermogen

    * psychosociale keuze: initiatief of schaamte

    12- 18 jaar ( adolescentie ):
    - ontwikkeling indentiteit
    - abstract denken
    - geslachtsrijp ( puberteit )

    * psychosociale keuze: compententie of minderwaardig voelen

    jong volwassen:
    - liefde en vrienschapsverbanden
    - uniekheid van andere waarderen

    psychosociale keuze: behoefte aan intimiteit en/of kans op isolement ( afgezonderd van andere leven.

    middelbare leeftijd:
    - zorgen voor komende generaties.
    - gericht op dingen waar voorheen geen tijd voor was

    psychosociale keuze: mogelijke midlifecrisis, generativiteit ( iets creëren en door geven). 

    latere levensjaren:
    - terug kijken en accepteren
    - terug kijken en verbittering
    - afnemende keuzevrijheid        

    psychosociale keuze: wanhoop en integriteit
  • Wat is een autonoom persoon?
    Een autonoom persoon probeert zaken na te streven die voor hem of haar belangrijk of waardevol zijn en bewandelt op die manier een eigen levenspad.
  • Wat is een midlife crisis?
    Een midlifecrisis is een emotionele staat van twijfel en onrust.
    Een persoon voelt zich oncomfortabel worden bij de gewaarwording dat zijn of haar leven half voorbij is.
    Het leidt over het algemeen tot een bezinning en zelfreflectieop wat men heeft gedaan met zijn of haar leven tot dat moment.
  • Wie kunnen last krijgen van het lege nestsyndroom en wat houdt dat in?
    moeders die te maken krijgen met neerslachtigheid en verveling, die onstaat door het gevoel niet meer nodig te zijn als de kinderen uit huis zijn.
  • In de ontwikkeling van de mens spelen aanleg en omgeving een belangrijke rol. licht dit toe aan de hand van een voorbeeld.
    Sommige kinderen zijn talenwonders. Hun aanleg stelt hun in staat om heel snel de moedertaal en andere talen te leren. anderen worden in hun taanontwikkeling geremd door een weinig stimulerende omgeving. ( er wordt niet of weinig tegen het kind gesproken).
  • Waarin verschilt de manier van denken van peuters en kleuters met de wanier waarop volwassenen denken?
    Peuters en kleuters denken egocentrisch. Ze kunnen het leven alleen begrijpen vanuit hun eigen positie. Ze kunnen zich nog niet verplaatsen in een ander. Dit kunnen volwassen wel.
  • Welke voorwaarden zijn van belang voor de ontwikkeling van het geweten?
    Besef dat je verantwoordelijk bent voor je eigen gedrag, en je kunnen inleven in een ander.
  • Wat is het verschil tussen de mijlpalen in de kinderlijke ontwikkeling en de mijlpalen in de ontwikkeling van volwassenen?
    Bij kinderen zijn de mijlpalen meer leeftijdsgebonden als bij volwassenen.
  • wat wordt er bedoeld met generativiteit?
    De behoefte om iets te creëren dat ook na je dood blijft bestaan.  ( bijvoorbeeld kinderen ).
  • Noem 3 voorbeelden van de afgenomen keuzevrijheid tijdens de latere levensjaren:
    - Wel of geen kinderen nemen is op een bepaalde leeftijd niet meer aan de orde.
    - het beoefenen van een sport wordt beperkt bij het ouder worden.
    - het maken van carrière wordt beperkt bij het ouder worden.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 3:

  • omgaan met patient/client en anderen binnen de beroepssituatie
  • Henk Mulder
  • of

Samenvatting - omgaan met patient/client en anderen binnen de beroepssituatie

  • 1 menselijk gedrag

  • Wat vormt het geestelijke immateriele cultuurgoed?
    Normen waarden kennis opvattingen en gewoonten
  • Welke voorwaarden zijn  van belang voor het ontwikkeling van het geweten?
    Beseffen dat je verantwoordelijk bent voor je eigen gedrag, en je kunnen inleven in iemand anders zijn belangrijke voor de ontwikkeling van het geweten.
  • Hoe noemen we de overdracht van de cultuur?
    De overdracht van de cultuur noemen we socialisatie
  • Wat is het verschil tussen de mijlpalen van de kinderlijke ontwikkeling, en de ontwikkelings mijlpalen in het leven van een volwassenen?
    De mijlpalen in de kinderlijke ontwikkeling zijn leeftijds gebonden, de mijlpalen in het leven van een volwassenen kunnen iedere moment in het leven plaats vinden,
  • Welke factoren spelen een rol in het gedrag van de mens?
    Omgevings factoren, aanleg factoren maar ook de leeftijd.
  • Wat zijn volgens Erickson het niet kunnen oplossen van een ontwikkelings crisis?
    Dan ontbreken de voorwaarden om de volgende ontwikkelings crisis het hoofd te bieden.
  • Hoe heet de ontwikkeling voor de geboorte?
    De prenatale ontwikkeling
  • Welke reflexen heeft een baby?
    Horen ruiken zien proeven en reageren op aanraking
  • Wat is het lege nest syndroom?
    Neerslachtigheid en verveling die ontstaat door het gevoel niet meer nodig te zijn nu de kinderen het huis uit zijn
  • Wat is gehechtheid?
    Een emotionele band tussen de baby en zijn ouders, zodat het kind een gevoel van veiligheid ervaart en voelt dat er van hem gehouden wordt
  • Wat is egocentrisch en wie zijn dat?
    Peuters en kleuters denken egocentrisch ze kunnen het leven alleen begrijpen vanuit hun eigen positie, ze gaan er vanuit dat alles wat zij mooie vinden ook door anderen wordt mooie gevonden.
  • Geef drie voorbeelden van de afgenomen keuzevrijheid?
    Wek of geen kinderen nemen is op een bepaalde leeftijd niet meer aan orde, een sport beoefenen wordt beperkt door lichamelijke klachten, carriere mogelijkheden worden beperkt.
  • 1.1 De ontwikkelingsfase van de mens

  • Een belangrijk deel van ons gedrag wordt bepaald door onze socialisatie. Onder socialisatie verstaan we de overdracht van cultuur. De immateriële geestelijke cultuur, bestaat uit normen, waarden, kennis, opvattingen en gewoonten. Door middel van socialisatie leer je welk rolgedrag er in een bepaalde situatie van je wordt verwacht. Naast invloeden vanuit de omgeving(de socialisatie) heeft de individuele aanleg een sterke invloed op het gedag van iemand. De ontwikkeling van de mens verloopt in fasen. Als baby en peuter (eerste twee jaar) is de mens in het begin volkomen afhankelijk. Hij heeft een stimulerende omgeving nodig, met name voor de motorische ontwikkeling. Voor de geestelijke ontwikkeling is een gevoel van basisveiligheid een belangrijke voorwaarde. Tijdens de peuter/kleuterperiode(2-4) ontdekt de kleine dat hij iemand is met een eigen wil. Het is het ik-tijdperk. De omgang met anderen leidt tot ontwikkeling van de eigen identiteit. Tijdens de basisschoolleeftijd is er een sterke ontwikkeling van de fijne motoriek die onder andere nodig is om te leren schrijven. Er ontwikkelt zich tevens  een taakhouding,. Door het omgaan met groepen leert hij zich in te leven in anderen. De eerste fase van de adolescentie(12-18), de puberteit, is de fase van lichamelijke groei en seksuele rijping. Dit gaat gepaard met onzekerheid en stemmingswisselingen. Het zoeken naar identiteit breng met zich mee dat de puber zich afzet tegen ouders en experimenteert met verschillende rollen. Voor de adolescent is het deel uitmaken van vriendenclubs van grote betekenis,. Het ergens bij horen geeft zelfvertrouwen en identiteit. Aan het eind van de adolescentie is de identiteit vrij duidelijk en wordt de vroege volwassenheid bereikt. In de jong volwassenheid staat volgens Erikson de strijd(crisis) tussen intimiteit en isolement centraal. Deze wordt op middelbare leeftijd gevolgd door de crisis generativiteit en stagnatie. In de latere levensjaren wordt teruggeblikt en geaccepteerd(integriteit) of juist niet(wanhoop)
  • welke omgevingsaspecten kunnen voor de geboorte de ontwikkeling beinvloeden
    Voeding, leefpatroon, welzijn van de moeder, medische zorg (welvaart
  • Wat vormt het geestelijke(immateriele) cultuurgoed?
    Normen en waarden, samen met kennis, opvattingen en gewoonten
  • waarin verschild de manier van denken van peuters en kleuters met de manier waarop volwassenen denken

    Peuters en kleuters denken vanuit de eigen beleving. Zij kunnen zich nog niet-
    zoals de volwassenen- verplaatsen in de ander.
  • Hoe noemen we de overdracht van een cultuur?
    socialisatie
  • welke voorwaarden zijn van  belang
    voor het ontwikkeling van het geweten

    Besef dat je verantwoordelijk bent voor je eigen gedrag en je kunnen inleven in iemand anders.
  • welke factoren spelen een rol in het gedrag van een mens?
    Omgevingsfactoren en aanlegfactoren maar ook leeftijd
  • wat is het verschil tussen de mijlpalen in de kinderlijke ontwikkeling an de mijlpalen in de ontwikkeling van volwassenen
    Mijlpalen zijn bij het kind meer leeftijdgebonden dan bij volwassenen.
  • Hoe heet de ontwikkelingsfase voor de geboorte?
    Prenatale ontwikkeling
  • wat zijn volgens Erikson de gevolgen van het niet kunnen oplossen van een ontwikkelingcrisis?

    Dan ontbreken de voorwaarden om de volgende ontwikkelingscrisis het hoofd te bieden.
  • Welke reflexen heeft een baby?

    zien,horen, ruiken, proeven en reageren op aanraking
  • wat wordt er met generativiteit bedoeld?
    De behoefte om iets te creëren dat na je dood blijft voortbestaan.
  • Wat is gehechtheid?
    Een emotionele band hebben met je kind zodat het een gevoel van veiligheid ervaart en voelt dat er van hem gehouden wordt
  • wat is het lege-nestsyndroom

    Neerslachtigheid en verveling bij vrouwen die het gevoel krijgen dat ze niet meer nodig zijn nadat de kinderen het huis uit zijn.
  • Wat is egocentrisch en wie zijn dat?
    Peuters en kleuters denken egocentrisch.Ze kunnen het leven alleen begrijpen vanuit hun eigen positie( Iktijdperk en de nee-fase)
  • geef drie voorbeelden van de afgenomen keuzevrijheid tijdens de latere levensjaren

    Wel of geen kinderen nemen is op een bepaalde leeftijd niet meer aan de orde.
    Het beoefenen van sport en het maken van carrière wordt beperkt door het ouder worden
  • Wat zijn 2 belangrijke voorwaarden voor het ontwikkelen van een geweten?
    besef dat je verantwoordelijk bent voor de gevolgen van je eigen gedrag en je kunnen inleven in iemand anders.(basisschoolleeftijd)
  • benoem de ontwikkelingsfasen die in dit hoofdstuk aan de orde zijn geweest en geef daarbij tenminste drie kenmerken voor de betreffende fase

    1.10.10 Eerste twee levensjaren

    - afhankelijk van verzorging

    - reflexen

    - reageren op omgeving

    - hechting

    - ontwikkeling eigen wil

    - leren uit eigen ervaring

    - egocentrisch denken


    Peuter

    - ontwikkeling eigen wil

    - leren uit eigen ervaring

    - egocentrisch denken

    6-12 jaar

    - verbreding interesse

    - meer beheersing fijne motoriek

    - toename concentratievermogen
    Adolescentie

    - geslachtsrijp (pubertijd)

    - abstract denken

    - ontwikkeling identiteit

    Jong volwassene

    - behoefte aan intimiteit

    - uniekheid van anderen waarderen

    - kans op isolement

    Middelbare leeftijd

    - behoefte om iets te creëren en door te geven

    - mogelijke milife crisis

    - gericht op dingen waar voorheen geen tijd voor was

    Latere levensjaren

    - afnemende keuzevrjheid

    - terugkijken en aanvaarden

    - terugkijken en verbittering.
  • In de ontwikkeling van de mens spelen aanleg en omgeving een belangrijke rol. Licht dit aan de hand van een voorbeeld toe.
    Sommige kinderen zijn talenwonders. Hun aanleg stelt hen in staat om heel snel
    de moedertaal en andere talen te leren. Andere
    n worden in hun taalontwikkeling
    geremd door een weinig stimulerende omgeving; er wordt niet of weinig tegen/met
    het kind gepraat
  • geef voor elke fase aan wat de betekenis is van groepen waarvan de betrokkenen deel uitmaakt

    Eerste levensjaren - Afhankelijk van groep

    Peuter - Spelen in en later met de groep

    6-12 - Leren door omgang met de groep.

    Adolescentie - kritisch naar de groep.

    Middelbare leeftijd - vragen rond eigen betekenis voor komende generatie.

    Latere levensjaren - Confrontatie met eindigheid van het leven binnen eigen groep.
  • Welke omgevingsaspecten kunnen voor de geboorte de ontwikkeling beïnvloeden?
    Voeding, leefpatroon, welzijn van de moeder, medische zorg (welvaart)
  • Waarin verschilt de manier van denken van peuters en kleuters met de manier waarop volwassenen denken?
    Peuters en kleuters denken vanuit de eigen
    beleving. Zij kunnen zich nog niet zoals de volwassenen verplaatsen in de ander
  • Welke voorwaarden zijn van belang voor de ontwikkeling van het geweten/
    Besef dat je verantwoordelijk bent voor je eigen gedrag en je kunnen inleven in iemand anders.
  • Wat is het verschil tussen de mijlpalen in de kinderlijke ontwikkeling en de mijlpalen in de ontwikkeling van volwassenen?
    Mijlpalen zijn bij het kind meer leeftijdgebonden dan bij volwass
    enen
  • Wat zijn volgens Erikson de gevolgen van het niet kunnen oplossen van een ontwikkelingscrisis?
    Dan ontbreken de voorwaarden om de volgende ontwikkelingscrisis het hoofd te bieden
  • Wat wordt er bedoeld met Generativiteit?
    De behoefte om iets te creëren dat na je dood blijft voortbestaan
  • Wat is het lege-nest sydroom?
    Neerslachtigheid en verveling bij vrouwen die het gevoel krijgen dat ze niet meer nodig zijn nadat de kinderen het huis uit zijn
  • Geef drie voorbeelden van de afgenomen keuzevrijheid tijdens de latere levensjaren?
    Wel of geen kinderen nemen is op een bepaalde leeftijd niet meer aan de orde.
    Het beoefenen van sport en het maken van carrière wordt beperkt door het ouder worden
  • Benoem de ontwikkelingsfasen die in dit hoofdstuk aan de orde zijn geweest en geef daarbij tenminste drie kenmerken voor de betreffende fase.

    • twee levensjaren
    afhankelijk van verzorging
    reflexen
    reageren op omgeving
    hechting
    • Peuter
    ontwikkeling eigen wil
    leren uit eigen ervaring
    egocentrisch denken
    • 6-12 jaar
    verbreding interesse
    meer beheersing fijne motoriek
    toename concentratievermogen
    • Adolescentie
    geslachtsrijp (pubertijd)
    abstract denken
    ontwikkeling identiteit
    • Jong volwassene
    behoefte aan intimiteit
    uniekheid van anderen waarderen
    kans op isolement
    • Middelbare leeftijd
    behoefte om iets te creëren en door te geven
    mogelijke milife crisis
    gericht op dingen waar voorheen geen tijd voor was
    • Latere levensjaren
    afnemende keuzevrjheid
    terugkijken en aanvaarden
    terugkijken en verbittering
  • geef voor elke fase aan wat de betekenis is van groepen waarvan de betrokkene deel uitmaakt
    Eerste levensjaren
    -Afhankelijk van groep
    Peuter
    -Spelen in en later met de groep
    6-12
    -Leren door omgang met de groep.
    Adolescentie
    -kritisch naar de groep.
    Middelbare leeftijd
    -vragen rond eigen betekenis voor komende generatie.
    Latere levensjaren
    -Confrontatie met eindigheid van het leven binnen eigen groep
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat is het verschil tussen een ik-gerichte en wij-gerichte cultuur?
Bij een ik-gerichte cultuur staat het individu centraal
Bij een wij-gerichte cultuur wordt de plaats van het individu bepaald door de groep
Wat betekent etnocentrisme?
men beschouwt de eigen cultuur meerwaardig aan andere culturen.
Wat zijn kenmerken van dementie?
achteruitgang korte termijn geheugen
desorientatie tijd, plaats, persoon
persoonlijkheidsverandering
Wat houdt een depressie in?
gevoel van neerslachtigheid en onmacht, men kan de gevoelens niet loslaten en komt niet uit de neerwaartse spiraal.
Noem 3 mogelijke oorzaken van agressief gedrag
gebrek aan gevoel van veiligheid
angst
gebrek aan aandacht
Wat betekent de afkorting ADHD?
Attention Deficit Hyperactivity Disorder
Welke acht levensfasen zijn er volgens Erikson en welke ontwikkelingstaak hoort daarbij?
Baby - hechting
Peuter - controle verwerven
Kleuter - doelbewust worden, leren gericht te handelen
Basisschoolleeftijd - ontwikkeling van sociale, fysieke en cognitieve vaardigheden
Adolescentie - identiteitsontwikkeling
Jong volwassenheid - liefdes en vriendschappen
Middelbare leeftijd - zorgen voor komende generaties
Latere levensjaren - terugblikken en accepteren
Wat betekent generativiteit?
de behoefte om iets te creeeren dat na je dood blijft voortbestaan.
Wat zijn volgens Erikson de gevolgen van het niet kunnen oplossen van een ontwikkelingscrisis?
het oplossen van een crisis wordt in het volgende stadium verstoord.
Welke omgevingsaspecten kunnen voor de geboorte de ontwikkeling beinvloeden?
leefomstandigheden, gezondheid van de moeder, gebruik van middelen