Samenvatting Onderwijsleerproblemen

-
ISBN-10 1847765130 ISBN-13 9781847765130
157 Flashcards en notities
9 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Onderwijsleerproblemen". De auteur(s) van het boek is/zijn Peter Floris Jong. Het ISBN van dit boek is 9781847765130 of 1847765130. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Onderwijsleerproblemen

  • 1 Classification, definition, and identification of learning disabilities

  • Hoe wordt een leerprobleem geïdentificeerd?
    Door middel van aptitude-achievement discrancy model, Low achievement model, Extra-individual model of RTI models
  • wat is het probleem van het difinieren van leerproblemen?
    Er is een tekort aan begrip van de criteria die nodig zijn om problemen te classificeren
  • Wanneer is er een vermoeden van een leerprobleem?
    Kinderen die onderpresteren ondanks de afwezigheid van omstandigheden die verantwoordelijk zijn voor de lage prestaties
  • Aptitude-achievement model 
    • De IQ-score wordt gezien als de leerpotentie De discrepantie tussen de IQ-score en de prestaties wijst op een leerprobleem wanneer andere oorzaken zijn uitgesloten (achterstand ook een indicatie voor leerprobleem) 
    • De discrepantie is altijd onverwacht omdat het niet strookt met de verwachting dat geschept wordt door het IQ
    Nadelen
    • weinig bewijs voor deze hypothese 
    • problemen met de meting niet geschikt voor kinderen met een lage IQ-score


    Low achievement model
    • Leerstoornis wordt vastgesteld aan de hand van algehele onderprestaties
    • Sluit geen overige oorzaken van onderpresteren uit dan een leerprobleem (ook geen onderscheid tussen omgevings- en kindfactoren)
    • Aan de hand van een grensscore wordt leerstoornis vastgesteld (als mentale achterstand is uitgesloten)
    • Problemen met grensgevallen (door gebruik van grensscore)


    Intraindiviual Differences model
    • Leerproblemen worden geassocieerd met specifieke zwakke cognitieve leerprocessen die per individu kunnen verschillen
    • Onverwachte lage prestaties worden veroorzaakt door zwakke cognitieve leerprocessen
    • Kinderen met leerproblemen hebben sommige zwakke cognitieve processen die de leerproblemen veroorzaken
    • Identificatie door meerdere testen achter elkaar af te nemen
    • Lage validiteit


    RTI Models
    • Identificatie naar aanleiding van massa-screening van alle leerlingen en herhaalde onderzoeksschatingen in hetzelfde kerngebied van het probleem
    • Dynamisch modellen waarbij identificatie plaatsvindt op basis van bekwaamheidsveranderingen
    • Onverwachte onderprestatie wordt onder andere vastgesteldt door inadequate respons op de instructie die wel een positieve invloed heeft op andere kinderen
  • 2 Theories and measurement of intelligence

  • Welke twee verschillende soorten kennis zijn er?
    Domein specifieke kennis:
    • informatie die nuttig is in een specifieke situatie of hoort bij een specifieke taak
    Algemene kennis:
    • Informatie die nuttig is in vele verschillende soorten taken/situaties
  • Wat is het sensory memory
    Systeem dat kort zintuiglijke informatie vasthoudt. Dit systeem heeft een grote capaciteit
  • Wat is perception?
    Mensen organiseren hun percepties (zintuiglijke informatie) in coherente gehelen. 
  • Theorieën die verklaren hoe patronen herkend worden en betekenis geven aan zintuiglijke gebeurtenissen:

    1. Perception
    2. Bottom-up processing: waarnemingen gebaseerd op het opmerken van gescheiden elementen die verwerkt worden tot een herkenbaar patroon
    3. Top-down processing: waarnemingen gebaseerd op de context en patronen die verwacht worden
  • Wat is Miller's magic seven?
    Mensen kunnen gemiddeld zeven items op hetzelfde moment opslaan
  • Wat zijn de drie componenten van het werkgeheugen?
    1. Centrale uitvoerende macht
    2. Fonologische opslag van verbale en akoestische informatie: geheugen herhalingssysteem voor verbale geluidsinformatie (1,5-2 seconden)
    3. Visuele spatiële schetsstuk: bewaarsysteem voor visuele & spatiële inforamtie. 
  • Hoe wordt visuele en spatiële informatie onthouden? 
    Het werkgeheugen moet geactiveerd blijven door herhaling. Kan op twee manieren:
    1. Maintenance rehearsal (onthouden door tegen jezelf te herhalen, info wordt weer vergeten als dit stopt)
    2. Elaborative rehearsel (onthouden door associaties te maken, hiermee wordt de info verplaatst naar lange termijn geheugen)
  • Wat is chunking
    Het groeperen van individuele stukjes data tot betekenisvolle grotere units
  • Hoe wordt informatie weer vergeten?
    • Interference: poging iets te onthouden, maar door onderbreking toch vergeten
    • Decay: verzwakken en verdwijnen van herinneringen door de tijd heen
  • In welke drie categorieën valt kennis op te delen?
    1. Declarative knowledge: verbale informatie, feiten
    2. Procedural knowledge: kennis dat wordt gedemonstreerd wanneer een taak uitgevoerd wordt
    3. Conditional knowledge: weten wanneer en waarom gebruik gemaakt wordt van declaratieve en procedurele kennis
  • Wat is een propositional network?
    Twee proposities die informatie delen. 
  • Wat is het semantisch geheugen?
    Geheugen voor een doel dat niet verbonden is aan expliciete ervaringen, maar als proposities: de kleinste units van kennis dat als goed of fout kan worden beoordeeld. 
  • WAt is story grammar?
    Een specifieke vorm van een schema; typische structuur of organisatie voor een categorie van verhalen. 
  • Wat zijn flashbulb memories?
    Herinneringen over dramatische of emotionele momenten in je leven
  • Op welke manier wordt informatie terug gehaald uit het lange termijn geheugen?
    • Door spreading activation: terughalen door associeren
    • Reconstruction: hercreeeren van informatie door het gebruiken van herinneringen, verwachtingen, logica en bestaande kennis
  • Uit welke ideeën bestaat de cognitieve theorie van Mayer?
    1. Dual coding: visuele en verbale materialen worden in verschillende systemen verwerkt
    2. Limited capacity: werkgeheugen voor verbaal en visueel materiaal is zeer beperkt
    3. Generative learning: betekenisvol leren vindt plaats wanneer lerenden zich focussen op relevante informatie genereren of verbindingen maken
  • Wat zijn de drie ontwikkelingsstadia van geautomatiseerde basisvaardigheden?
    1. Cognitief stadium: trial & error leren
    2. Associatief stadium: individuele stappen in combinatie met grotere units
    3. Autonomous stadium: proces kan worden uitgevoerd zonder veel aandacht
  • Twee categorieën voor Langetermijngeheugen:

    1. Expliciet geheugen: kan opgeroepen worden, bewust
    • Semantisch geheugen: voor betekenis, opgelsagen als proposities
    • Episodisch: informatie gebonden aan plaats en tijd


    1. Impliciet geheugen: Onbewust, maar heeft wel invloed op gedrag en gedachten
    • Classical conditioning: angst voor test/hogere hartslag bij schrik
    • Procedural memory: LTG over hoe je dingen moet doen (fietsen)
    • Priming effects: kennis activeren uit LTG (onbewust proces)
  • Hoe word je slim in basisprincipes?
    • Ontwikkelen van declaratieve kennis
    • Gebruik van mnemonics
    • Expert worden
  • Wat zijn de verklaringen voor het Flynn effect?
    • Scholing
    • Vaardiger in het maken van tests
    • Opvoedstijlen
    • Visuele en technische omgeving
    • Voeding
  • Wat doet het korte termijn geheugen?
    1. Verbale informatie: cijfers, letters, woorden
    2. Visuele informatie
  • Wat is de relatie tussen werk geheugen capaciteit en schoolvaardigheid?
    Indirect:
    • Centrale Executive capaciteit beperkt door kwaliteit van verwerkingscomponent
    Direct:
    • Centrale executive capaciteit stelt beperking aan vermogen om complexe vaardigheid te leren
  • Hoe uiten werkgeheugenproblemen zich in de klas?
    1. Vergeten van instructies
    2. Simultaan verwerken en onthouden van informatie
    3. Spoor bijster raken in complexe taak
    4. Vergeten van episodische informatie
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Hoe ziet instructie gericht op generalisatie eruit (verhaalsommen)
  • Probleemoplosregels voor elk probleemtype
  • Categorieën ontwikkelen voor probleemtype
  • Bewustzijn dat nieuwe problemen gerelateerd zijn aan eerdere problemen
Direct aanleren (automatiseren van de tafels)
  1. Recht toe recht aan: 4 x 3 = (snelst)
  2. Puntsommen: 4 x ... =  12
  3. Meerkeuzen: 4 x 3 = 12 of 14?
Behandeling van rekenproblemen (automatiseren tot 20)
  1. Oefenen
  2. Leren om rekenfeiten af te leiden
  3. Minstrategie aanleren (3+5 = 5+3)
  4. Direct aanleren
Wat zijn onderliggende cognitieve problemen bij het semantisch geheugen?
Gebrekkige representatie in semantisch/fonologische systeem, ook via werkgeheugen

Gebrekkige inhibitie (onderdrukking) van irrelevantie associaties

Traagheid in het ophalen van informatie
Wat zijn de onderliggende cognitieve problemen bij het procedurele subtype?
Het werkgeheugenprobleem: minder capaciteit in het talige gedeelte van het werkgeheugen

Gebrekkige conceptuele kennis: onvoldoende begrip van het tellen
Welk typen rekenproblemen zijn er?
  1. Procedureel subtype: problemen in de uitvoering van rekenprocedures. Primitieve telprocedures en veel fouten
  2. Semantisch subtype: problemen met verwerven / ophalen van rekenfeiten uit lange termijn geheugen
Wat zijn de oorzaken van dyscalculie?
  1. Gevolg van onderliggend cognitief probleem: verwerken numerieke informatie (Geary)
  2. Aangeboren probleem in het hanteren van hoeveelheden: geboren met een 'tekort' (Butterworth)
Welk begrip van rekenen is volgens Butterworth belangrijk?
Commutativiteit (5+4 = 4+5)
Complementariteit (5+3=8 dus 8-3=5)
Wat is het uitgangspunt van Siegler?
Als het leerproces begint, gebruikt een kind veel telstrategieën en is daardoor traag en inaccuraat. Naarmate er meer ervaring is, meer gebruik van procedurele strategieën en de geheugenstrategie
Butterworth
Doen/oefenen is onvoldoende: begrip is belangrijk (opslaan rekenfeiten)