Samenvatting Ontwikkeling en omgeving

-
ISBN-13 9789037223620
131 Flashcards en notities
3 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Ontwikkeling en omgeving". De auteur(s) van het boek is/zijn Angerenstein welzijn. Het ISBN van dit boek is 9789037223620. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Ontwikkeling en omgeving

  • 1.1 De begrippen anatomie en fysiologie

  • Anatomie 
    Letterlijk: opensnijden.
    De leer van organen en andere inwendige lichaamsdelen en de manier waarop die met elkaar verbonden zijn.
  • Patholoog-anatoom
    Een arts die gespecialiseerd is het opensnijden van lichamen om doodsoorzaak vast te stellen (sectie)
  • Fysiologie 
    De wetenschap die zich bezighoudt met de werking van levende onderdelen (organismen) van het lichaam.

    Onderverdeeld in deelgebieden vb:
    • celfysiologie: de werking van cellen
    • bewegingsfysiologie: spieren en beweging
    • neurofysiologie: werking vh zenuwstelsel
    • zintuigfysiologie: werking vd zintuigen
    • endocrinologie: werking hormoonstelsel
  • 1.2 De cel

  • Cel
    Kleinste levende deeltje vd mens.
    Vermenigvuldigen zich door zichzelf in tweeën te delen.
  • Waar bestaat een stel uit?
    Een cel bestaat van buiten naar binnen uit:
    • celmembraan
    • protoplasma
    • kern met kernmembraan
    • kernplasma
    • kernlichaampjes -> bevatten informatie voor uitgroeien van bepaalde lichaamsdelen en geslacht
  • 1.3 Het skelet en de spieren

  • Skelet
    Opgebouwd uit ruim 200 botten, opgebouwd uit cellen, dus levende deeltjes. Buitenkant is hard -> cellen zitten dicht opelkaar. Aan de binnenkant minder dicht opelkaar, zo ontstaan kleine holtes waar beenmerg zit.
    Kraakbeen zorgt voor soepele beweging
  • Functies skelet
    • Geeft stevigheid aan het lichaam
    • beschermt kwetsbare organen -> schedel beschermt hersenen
    • maakt bloedcellen aan in het beenmerg
    • maakt beweging mogelijk samen met de spieren
  • Waar bestaat een skelet uit? 
    • Het hoofd met de schedel
    • de romp; schouders, ribbenkast, wervelkolom, bekken
    • ledematen; armen en benen
  • Wat zijn de hoofdgroepen van spieren?
    • willekeurige spieren-> kan je zelf beinvoeden, armspieren om te tillen
    • onwillekeurige spieren -> niet beinvloedbaar, darmspieren die het eten door darm leiden


    • Biceps: buigspieren, zorgen ervoor dat je je armen, benen en vingers kan buigen.
    • Triceps: strekspieren, na een buiging gaan ze terug naar de oorspronkelijke stand
  • Wat zijn de belangrijkste functies van spieren?
    • Geven stevigheid aan het lichaam
    • maken bewegingen
    • bieden bescherming voor lichaamsdelen
    • verzorgen het transport van voedsel en vocht
  • Stevigheid bieden -> veel ruimtes tussen huid en organen worden opgevuld met spieren, geeft stevigheid aan lichaam. Spieren gaan hangen bij oudere mensen die minder sterke spieren hebben.

    Bewegingen maken -> buig en strekspieren zorgen ervoor dat je kunt hardlopen, bukken en allerlei andere bewegingen kan maken,

    Bescherming bieden -> extra bescherming voor kwetsbare organen.  

    Transport verzorgen
     ->  Voedsel maakt reis door spijsverteringsstelsel, onwillekeurige spieren verzorgen het transport.
  • Wat is peristaltiek?
    Door steeds samen te trekken en weer te ontspannen wordt het voedsel door de darm geduwd. Het samentrekken en ontspannen heet peristaltiek
  • 1.4 De bloedsomloop

  • Waar bestaat de bloedsomloop uit?
    • Bloed
    • hart
    • bloedvaten
    • lymfatisch stelsel
  • Het bloed
    Door de bloedcirculatie komt het bloed in alle delen van het lichaam; van hersenen tot tenen. 

    Bloedsomloop kent een heenweg vanaf het hart en een terugweg naar het hart.

    Onderweg worden stoffen uitgewisseld bij organen ben andere lichaamsdelen.

    Voedingsstoffen gaan van het bloed naar de organen. Afvalstoffen gaan met het bloed mee terug, worden afgeleverd bij organen, (nier en lever) die ervoor zorgen dat ze het lichaam verlaten.
  • Waar bestaat bloed uit?
    • Bloedplasma
    • bloedcellen
  • Waar bestaat bloedplasma uit?
    Bestaat uit veel water (90%) en allerlei soorten voedingsstoffen voor de organen -> glucose, vetzuren, vitaminen en hormonen.

    Een belangrijk deel van bloedplasma bestaat uit plasma-eiwitten, die verzorgen de uitwisseling van de stoffen. Spelen een rol bij bloedstolling en bij de afweerfunctie tegen ziektes.
  • Welke soorten bloedcellen zijn er?
    • Rode bloedcellen
    • witte bloedcellen
    • en bloedplaatjes
  • Wat is hemoglobine?
    Rode bloedcellen worden aangemaakt en afgebroken in het beenmerg van platte botten (borstbeen en bekken)
    Rode bloedcellen bevatten een stof die een belangrijke rol speelt bij het transport van zuurstof door het lichaam -> hemoglobine
  • Wat voor functie hebben witte bloedcellen?
    Spelen een belangrijke rol bij de afweer tegen schadelijke bacterieen en virussen. Ze vormen antistoffen tegen schadelijke stoffen.

    Normaal weinig witte bloedcellen in het bloed, als er schadelijke stoffen actief zijn in het lichaam kunnen ze snel vermeerderen.
  • Wat is de functie van bloedplaatjes?
    Belangrijk voor de bloedstolling. Bij uitwendige wondjes neemt het lichaam maatregelen om het bloed snel te stoppen. Ook bij kleine inwendige bloedingen. Als bloeding stopt ontstaat er een stolsel. Het stolsel vergroeit tot korstje en zo geneest de huid.
  • Wat is het hart?
    Ook we motor van het lichaam genoemd.
    Het hart is een pomp dat een mensenleven lang door pompt.
  • Waar bestaat het hart uit?
    Bestaat uit 2 helften:
    • linker helft -> heeft 2 holle ruimtes 
    • rechter helft -> heeft 2 holle ruimtes 


    Bovenste holle ruimtes heten boezems
    Onderste holle ruimtes heten kamers
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.