Samenvatting Ontwikkeling en omgeving

-
ISBN-13 9789037223620
359 Flashcards en notities
4 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Ontwikkeling en omgeving". De auteur(s) van het boek is/zijn Angerenstein welzijn. Het ISBN van dit boek is 9789037223620. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Ontwikkeling en omgeving

  • 3 Ontwikkeling van 0 tot 23

  • Rijping
    Rijping is het natuurlijke ontwikkelingsproces waarin een baby uitgroeit tot een volwassene.
  • Fijn motorische bewegingen: 
    zijn de kleine bewegingen, waarvoor je een goede beheersing nodig hebt van de spieren in armen, handen, vingers en tenen. Denk aan schrijven en tekenen.
  • Reflex
    een onbewuste reactie op een prikkel. Om te overleven reageert een baby reflexmatig op prikkels van buitenaf. Reflexen verdwijnen na enkele maanden en worden vervangen door bewuste bewegingen.
  • Zuigreflex
    zuigende bewegingen van de mond als de lippen worden aangeraakt.
  • Zoekreflex
    wek je op door over de wang van de baby te strijken. De baby gaat automatisch zoeken naar voedsel door de mond in de richting van de prikkel te draaien
  • Mororeflex
    een snelle spreid- en sluitbeweging van armen, benen, vingers en mond van de baby als hoofd en romp plotseling zakken.
  • Loopreflex
    Wanneer je de voetzolen van jonge baby’s op een vlakke ondergrond zet wek je dit op. De baby buigt onbewust zijn ene been en strekt het andere been
  • Grijpreflex
    het samenknijpen van de babyhand of voet, na het aanraken van handpalm of voetzool.
  • Zintuigen
    Dit zijn groepen van zenuwcellen die gevoelig zijn voor prikkels. De vijf bekendste zintuigen zijn oren (gehoor), mond (smaak), ogen (zicht), neus (reuk), en huid (tastzin).
  • Objectpermanentie
    Een kind tussen de 8 en 12 maanden heeft het vermogen een beeld in het geheugen vast te houden zonder het te zien. Wanneer een kind objectpermanentie heeft ontwikkeld, gaat het een verstopt voorwerp zoeken. Dit in tegenstelling tot een kind dat nog niet beseft dat een voorwerp blijft bestaan, als je het niet meer ziet. Dat kind gaat niet zoeken.
  • Ik-besef:
    Ik-besef wil zeggen dat een kind zichzelf ervaart als een zelfstandig persoon met een eigen wil, die eigen keuzes maakt en onafhankelijk is van wat een ander wil of vraagt.
  • Exploratiedrang
    Een veilig gehechte baby, die vertouwen heeft in volwassenen om hem heen, durft makkelijker op onderzoek uit te gaan. Dit noem je exploratiedrang. Exploratiedrang zorgt ervoor dat de baby sneller en meer leert.
  • Objectfixatie
    Dit betekent dat een baby zijn ogen richt op een voorwerp of een gezicht. Dit is mogelijk vanaf de derde maand. 
  • Oog-hand-coördinatie:
    Objectfixatie is ontwikkeld. Vanaf dan grijpt een baby gericht en werken zijn ogen samen met zijn handen.
  • Vuistgreep
    Eerst pakken peuters een potlood nog vast met de hele hand, de vuistgreep
  • Penseelgreep
    Tussen het derde en vierde jaar ontwikkelt het de penseelgreep. De hand is een geheel, de vingers bewegen niet en het potlood wordt van bovenaf vastgepakt
  • Animistisch
    Animistisch denken betekent dat het kind leven toekent aan levenloze voorwerpen. Als een kind van zijn fiets valt, geeft het de fiets de schuld
  • Normbesef
    Een peuter weet ongeveer wat wel en niet mag, maar dat is vooral gebaseerd op wat een volwassene goedkeurt of afkeurt. Normbesef heeft de peuter nog niet ontwikkeld. Dat betekent dat een peuter zich nog niet bewust is van de geldende normen.
  • Peuterpuberteit
    De koppigheidsfase – de peuterpuberteit – is begonnen De peuter durft koppig te zijn, omdat hij weet dat hij de liefde van de vertrouwde personen niet zal verliezen.
  • Fallische fase:
    Peuters zijn in deze fase geïnteresseerd in het verschil tussen jongens en meisjes. Ze betasten hun eigen lichaam en hun genitaliën, en bekijken met interesse die van anderen.
  • Symbolische fase: 
    Peuters gaan rond de 3e betekenis geven aan hun tekenen en knutselwerkjes. Dit heet de symbolische fase. Ze bedenken wat ze willen maken, en geven wat zij gemaakt hebben een naam. Symboliek wordt ook zichtbaar in hun spel.
  • Pengreep
    Het kind houdt een pen vast tussen duim en wijsvinger en kleurt binnen de lijntjes.
  • Kruisen van middellijn: 
    Dit betekent dat een rechtshandig kind links op het papier begint en doorschrijft tot aan de rechterkant
  • Identificatiefiguur
    Het oudere basisschoolkind identificeert zich met volwassenen om hem heen. Het probeert deze persoon in alles te imiteren en na te doen. Zo’n persoon heet een identificatiefiguur.
  • Prestatiegericht
    Basisschoolkinderen zijn leergierig en prestatiegericht. Hun gedrag is gericht op prestaties en succes.
  • Latentiefase
    Deze fase start rond het zesde levensjaar en eindigt rond het elfde jaar. In deze fase is het kind erg gericht op het verwerven van kennis. Het gedrag is minder egocentrisch. En de interesse in het eigen lichaam en dat van anderen is afgenomen.
  • Groeispurten
    Dit zeggen dat het lichaam ineens heel snel groeit.
  • Peergroup
    Pubers houden hun ouders op afstand en delen hun belevenissen en gevoelsleven vooral met vrienden. Deze vriendengroep noem je ook wel de peergroup
  • Identificeren
    Pubers identificeren zich regelmatig met idolen, zoals bekende zangers of voetballers. Ze vereenzelvigen zich met een persoon die ze mateloos bewonderen.
  • Genitale fase: 
    Rond het twaalfde jaar start de genitale fase. Dan ontwikkelt zich de geslachtsdrift
  • Geslachtsdrift
    Dit is de drang om seks te hebben. Relaties worden hechter en in deze fase vinden de eerste seksuele contacten plaats.
  • Invoelend denken: 
    Een adolescent redeneert niet meer alleen vanuit zichzelf, maar probeert zich ook te verplaatsen in de ander. Niet alleen anderen maken fouten, de adolescent zoekt deze ook bij zichzelf. De adolescent onderzoekt wat zijn aandeel is in het veroorzaken van een probleem.
  • Wolfskinderen
    Wilde kinderen, je noemt ze ook wel wolfskinderen, zijn van jongs af aan opgegroeid zonder mensen om zich heen. Zij gedragen zich niet menselijk en kunnen niet praten
  • Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. De een loopt voordat hij 1 is, de ander praat vlot. De ontwikkeling is in kaart gebracht.  Wat is hieruit gebleken?
    Mijlpalen die gekoppeld zijn aan een bepaalde levensfase en aan een ontwikkelingsaspect. Dit geeft aan op welke leeftijd kinderen gemiddeld een bepaalde ontwikkelend bereikt horen te hebben.
  • Je moet weten hoe je een kind uitdaagt om een volgende ontwikkelingsstap te zetten. Het is ook van belang op tijd signalen te herkennen. Waarom is dit? 
    Het is ook van belang op tijd signalen te herkennen, die kunnen duiden op een afwijkende ontwikkeling.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Het tastzintuig is voor een baby heel belangrijk. Zijn huid is gevoelig voor aanraking. Wat ontstaat er door baby's te koesteren en aan te raken? 
Door baby’s te koesteren en aan te raken ontstaat er een hechte band tussen hen en de verzorgers.
Waar herkennen baby's hun moeder aan?
Aan de geur.  Zo gebruikt de baby zijn reukzintuig om de borst van de moeder te vinden
De baby herkent de geluiden die hij in de baarmoeder heeft gehoord, zoals de stem van zijn moeder. Maar een geluid herkennen is wat anders dat weten wat het geluid betekent.  Hoe leren baby's dat?
Door ervaring
Wat is wel helemaal goed ontwikkelt bij een baby bij de geboorte?
Het gehoor
Vanaf wanneer kan een baby kleur en vormen onderscheiden?
Vanaf de 5e maand
Vanaf wanneer kan een baby diepte waarnemen?
Vanaf de 4e maand
Wat noem je oog-hand-coordinatie?
Als een baby objextfixatie kan toepassen,  kan een  baby gericht grijpen en werken zijn ogen samen met zijn handen.
Wat is objectfixatie?
Dit betekent dat een baby zijn ogen richt op een voorwerp of een gezicht. Dit is mogelijk vanaf de 3e maand
Hoever kan een baby scherp zien tot 4 weken na de geboorte?
30 cm
Hoe werken de zintuigen van de baby na de geboorte?
Niet optimaal