Samenvatting Ontwikkelingspsychologie

-
ISBN-10 9001774369 ISBN-13 9789001774363
4002 Flashcards en notities
712 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Ontwikkelingspsychologie
  • Liesbeth van Beemen van Mike Ekelschot
  • 9789001774363 of 9001774369
  • 4e dr.

Samenvatting - Ontwikkelingspsychologie

  • 1 Terrein van de ontwikkelingspsychologie 15

  • Aandacht voor toegankelijkheid en praktijkgerichtheid van leerstof mag niet ten koste gaan van theoretische basis en wetenschappelijke kennis. Om hier aan tegemoet te komen worden er drie belangrijke modellen besproken.Waaronder ook de nature-nurture.

  • Ontwikkeling wordt opgevat als een reeks progressieve veranderingen die tot hogere niveaus van differentiatie en functioneren leiden.

     

    Onderzoekmethodes:

     

    Dwarsdoorsnede onderzoek. Onderzoek op 1 moment met verschillende leeftijden om te vergelijken.

    Longitudinaal onderzoek, dezelfde personen op verschillende leeftijden onderzoeken.

     

    Cohort effect, generatieverschil.

     

    Verklarend onderzoek- oorzaak gevolg relatie

     

    Beschrijvend onderzoek beschrijft het proces.

     

  • Wat is ontwikkelingspsychologie?
    De psychologie van de ontwikkeling...
  • ontwikkeling is

    ontplooien, ontvouwen of onthullen. het doorlopen van een reeds toestanden

  • wat wordt er verstaan met een dwarsdoorsnede onderzoek?

    een onderzoek dat op één bepaald moment uitgevoerd wordt. Dit wordt gedaan met verschillende leeftijden.

  • wat wordt er verstaan onder ontwikkeling?

    reeks progressieve veranderingen die tot hogere niveaus van differentiatie en functioneren leiden. 

  • Wat wil psychologie?

    Het menselijk gedrag beschrijven en verklaren

  • Ontwikkelen:

     

    Het doorlopen van een reeks toestanden

  • Wat is de definitie van ontwikkeling?
    Een reeks progressieve veranderingen die tot hogere niveaus van differentiatie en functioneren leiden. 
  • Hoe kun je de ontwikkeling van de mens omschrijven.
    Ontwikkeling te vergelijken met begrippen zoals 
    - rijping > omvat(impliceert) verandering en vooruitgang op twee niveaus 
    groei: van klein naar groot differentiatie: van eenvoudig naar complex
    Leren:  verwerven van kennis en vaardigheden op basis van ervaring. Ervaring doen wij door ons aan te passen aan de omgeving en verhogen daarmee onze competentie.

    Samengevat in een definitie
    Ontwikkeling: een reeks progressieve veranderingen die tot hogere niveaus van differentiatie en functioneren leiden. 
  • Wat betekent aandacht?
    Mentale activiteit waarbij op een specifiek deel van binnenkomende informatie wordt ingezoomd en de rest van de informatie vervaagd.
  • Waar legt de biopsychologie de nadruk op?
    Lichamelijke, biologische processen.
  • Wat is de definitie van ontwikkeling ihkv ontwikkelingspsycholgie?
    Ontwikkeling wordt opgevat als een reeks progressieve veranderingen die tot hogere niveaus van differentiatie en functioneren leiden.
  • Wat wil de psychologie met het menselijk gedrag?
    Beschrijven en verklaren
  • Waar staat spijs voor?
    Voedsel
  • Wat is het doel van de psychologie?
    Het menselijk gedrag beschrijven en verklaren. 
  • wat zijn de 2 essentiele kenmerken van ontwikkeling
    verandering en vooruitgang
  • Welke drie soorten 'interviews' zijn er?
    - Open
    - Gesloten
    - Vragenlijst
  • De psycholoog 
    Menselijk gedrag beschrijven en verklaren 
  • noem 2 manieren om de ontwikkeling van kinderen (0-12 jaar) en jeugdigen (12-18 jaar) te beschrijven.
    1. leeftijdsontwikkeling
    2. ontwikkeling per domein
  • wanneer schrijf je gedragsaspecten toe aan rijpingsinvloeden of aan omgevingsfactoren?
    gedrag isaltijd een combinatie van rijpingsinvloeden en omgevingsfactoren

    kindertehuis: 
    eerder toegeschreven aan omgevingsfactoren
    (stimulerende omgeving van gezin ontbreekt)

    verschillende leeftijdsgroepen kinderen in het tehuis: 
    verschil in rijping en anderzijds dat de oudere kinderen
    al langer in de stimulerende omgeving van het tehuis verblijft.

    negatief gedrag van de crèchekinderen: 
    eerder aan rijpingsinvloeden.  (omgeving is overwegend positief en stimulerend)

    Toch heeft ook de omgeving hier invloed, bijv. doordat ze merken dat hun gedrag aandacht oplevert
  • Wat is operationaliseren?
    We vertalen de eigenschap zodanig dat er meetbare gegevens aan gekoppeld kunnen worden
  • Wat is een longitudinaal onderzoek?
    Onderzoek dat het gedrag van kinderen op minstens twee verschillende tijdstippen wordt vastgelegd, met daartussen een duidelijk tijdsverschil. Deze methode maakt het mogelijk om de ontwikkeling van het individu te volgen.
  • Basis hoofdstuk van het boek.
  • de ontwikkelingspsychologie houdt zich met twee fundamentele kwesties bezig:

    1 Welke psychologische toestanden doorlopen individuen tijdens hun ontwikkeling?

    2 Welke mechanismen zijn verantwoordelijk voor de overgang van de ene toestand naar de volgende.

  • babyperiode is van

    0 -12 maanden

  • wat wordt er verstaan onder een longtidunaal onderzoek?

    een onderzoek dat over een aantal jaar wordt onderzocht bij de zelfde mensen.

  • Ontwikkelingspsychologie geeft overzicht van drie ontwikkelingsgebieden. Welke ?

    Biologische, cognitieve en sociale ontwikkeling Daarnaast de basis vd persoonlijkheidsvorming en de relatie-individu omgeving

  • Wat moet ik doen om te begrijpen wie ik ben?

    Terugblikken op de levensreis, kijken welke bagage onderweg is opgepikt en wat voor invloed deze heeft gehad.

  • Welke 2 onderzoeksmethodes staan beschreven in het boek?

    Dwarsdoorsnede onderzoek en longitudinaal onderzoek.

  • Wat zijn 2 essentiele kenmerken van ontwikkeling?

    Verandering en vooruitgang

  • Met welke twee belangrijke kwesties houdt ontwikkelingspsychologie zich bezig?
    Welke psychologische toestanden doorloopt een individu tijdens zijn ontwikkeling en welke mechanismen zijn verantwoordelijk voor de overgang van de ene toestand naar de volgende  
  • Wat betekent aandachtsboog?
    Tijdsduur waarin men de aandacht op een specifieke informatie kan richten.
  • Waar legt de biopsychologie de nadruk op?
    Lichamelijke, biologische processen.
  • Wat zit in speeksel? 

    Enzymen zit in speeksel het zijn 
    kleine schaartjes die het voedsel kleiner maken
  • waardoor wordt de menselijke ontwikkeling voor een belangrijk deel bepaald
    door het rijpingsproces
  • Cohorteffect?
    Groep mensen uit een bepaalde periode.
  • De biopsycholoog 
    Lichamelijk & biologische processen
  • Noem een voorbeeld van ontwikkeling per domein?
    Je wil voor de motorische ontwikkeling van een 10-jarige weten
    hoe het "krassen" ging op 3-jarige leeftijd en
    kleuren en knippen op 5-jarige leeftijd.
  • Wat zijn de 5 stadia's van ontwikkeling?


    • Baby (0-1) : Sociale omgeving bestaat uit gezin/opvang 


            Kenmerken zijn snelle groei en ontwikkeling, afhankelijk zijn van zorg en bescherming en het aangaan van de eerste gehechtheidsrelatie 

    • Peuter (1-4) : Sociale omgeving bestaat uit gezin/opvang/peuterspeelzaal 

           Peuters zijn meer autonoom door beweging en spraak, maar denken en handelen nog         egocentrisch. 

    • Kleuter (4-6): Sociale omgeving bestaat uit gezin/basisschool/opvang/buurt 


             Sociale ontwikkeling neemt toe, heeft veel fantasie 

    • Schoolperiode (6-12) : Sociale omgeving bestaat uit gezin/basisschool/opvang/buurt/sport/hobby-club 

         Cognitieve ontwikkeling staat centraal, sociale contacten verbreden 


    • Adolescent (12-18) : Sociale omgeving bestaat uit gezin/school/peers 

           Lichamelijke verandering door puberteit, begin van seksuele belangstelling, ontwikkeling van de eigen identiteit. 
  • Is dit duidelijk voor de zaal?
    Ja
  • peuterperiode is van

    1-4 jaar

  • Welke termen horen bij de nature-kant? Talent, karakter, instinct, groei, ervaring, temperament, drift, vaardigheden? Er zijn 5 antwoorden goed.

    talent, groei,instinct, temperament en drift

  • Wat zijn de verschillende ontwikkelingsfasen?

    1. Babyperiode (0-1 jaar)

    2.Peuterperiode (1-4 Jaar)

    3. kleuterperiode (4 -6 jaar)

    4. schoolperiode (6-12 jaar)

    5. Adolescentie (12-18 jaar)

  • Beschrijving van ontwikkelingsprocessen wordt gerelateerd aan wetenschappelijke theorie. Op welke drie basismodellen zijn deze theorieën terug te voeren ?

    1) Psychoseksuele ontwikkelingsmodel van Freud

    2) Cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget

    3) Leertheorie van de behavioristen

  • Wat is een dwarsdoorsnede onderzoek?

    Een onderzoek op 1 moment met proefpersonen van verschillende leeftijden om de verschillen te vergelijken.

  • Wat is een getrapt proces?

    Elke volgende trede is een hoger niveau en lijkt meer op het eindresultaat dan de trede die eraan vooraf ging

  • Longitudinale onderzoek
    onderzoek waarin men meetresultaten op verschillende tijdstippen met elkaar vergelijkt.  Tijd als ordeningsprincipe (verschillende leeftijden in chronologische volgorde)
  • Wat betekent accommodatie?
    Piagets term voor het proces waarin nieuwe ervaringen aanleiding geven tot verandering en uitbreiding van de bestaande schema's. 
  • Waar legt de sociale psychologie de nadruk op?
    De mens als groepslid.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Ontwikkelingspsychologie
  • Liesbeht van Beemen
  • 9789001866709
  • 6th

Samenvatting - Ontwikkelingspsychologie

  • 1.2 Kinder- en jeugdjaren: een afbakening

  • kenmerk van een baby (zuigeling) 0-12 maanden
    • Snelle groei en ontwikkeling
    • geheel afhankelijk van zorg en bescherming
    • eerste gehechtsheidsrelatie
  • Kenmerk van de peuterperiode (1-4 jaar)
    • Door beweging en spraak meer met zichzelf bezig
    • denkt en handelt nog egocentrisch 
  • Kenmerk van de kleuterperiode (4-6 jaar)
    • Sociale ontwikkeling neemt toe
    • speelt met veel fantasie
  • Kenmerk van de schoolperiode (6-12 jaar)
    • Cognitieve ontwikkeling
    • sociale contacten verbreden
  • Kenmerk adolescentie (12-18 jaar)
    • lichamelijke verandering door puberteit.
    • begin seksuele belangstelling.
    • identiteitsontwikkeling.
  • 1.3 Ontwikkelingspsychologie in historisch perspectief

  • Locke  (1632-1704)
    • Elk kind kwam als onbeschreven blad op de wereld
    • Strikte opvoeding is nodig om de geest te vormen.
  • Rousseau (1712-1778)
    • Aangeboren natuurlijke goedheid van de mens
    • het kind heeft ruimte, respect en stimulans nodig
    • zag het kind als een actief onderzoekend wezen dat met een sterke wil greep tracht te krijgen op de realiteit
  • Darwin (1809-1882)
    Darwin deed als eerste onderzoek met observatie op het gedrag van zijn eigen zoon; evolutietheorie.
  • 2.1 Aanleg of omgeving

  • Termen Nature (van nature)
    • Instinct 
    • Talent
    • Groei
    • Temperament
    • Drift
  • Termen Nature (vorming)
    • Opvoeding
    • Vaardigheid
    • Kennis
    • Ervaring
  • 2.2 De psychoseksuele ontwikkelingstheorie van Sigmund Freud

  • Freud (1856-1939)
    Zag de mens als een vat vol driften, met name seksuele driften.
  • Es- Ich- Über-ich
    Es = 
    de driften zo spoedig mogelijk te bevrediging


    Ich = 
    probeert de driftimpulsen uit te stellen of om te zetten in gedrag      dat wel door de omgeving word geaccepteerd.


    Über-ich = 
    innerlijke rechter wat goed of fout is. Schuld-schaamtegevoelens zijn uitingen van het über-ich.
  • Ontwikkelingsfasen van Freud
    1. Orale Fase(0-1)
    es, lustgevoelens in de mond, liefdesobject moeder


    2. anale fase (1-3)


    ich, zindelijkheid

    3.fallische fase (3-6)
    über-ich, identificatieproces, masturbatie

    4. latentiefase (6-12)
    seksuele gevoelens onderdrukt 


    5. genitale fase (na 12 jaar)
    seksuele verkenning, kiezen van levenspartner en grootbrengen van eigen nageslacht
  • 2.3 Het cognitive ontwikkelingsmodel van Jean Piaget

  • Piaget (1896-1980)
    Beschouwde intelligentie als een levensfunctie van de mens die hem in staat stelt zich aan de eisen van de omgeving aan te passen.
  • 2.4 De leertheorie

  • Leertheorie (behaviorisme)
    Menselijk gedrag, vooral sociaal gedrag, aangeleerd is. 

    Leren is een relatief blijvend gedragsverandering als gevolg van opgedane ervaring. 
    Leren lopen praten, reken en blokfluit spelen.
  • 5.1 Beschrijving van de taalontwikkeling

  • Taalwerving 
    Ontwikkeling van taal loopt vanzelf als het kind maar taal hoort en taal produceert. Door de interactie en feedback.
  • 4 aspecten van de taalontwikkeling
    • Fonologische aspect
    Het onderscheiden en vormen van klanken en klankcombinaties.


    • Semantisch aspect

    Betekenis van woorden en woordcombinaties.


    • Syntactisch aspect

    Grammaticale regels


    • Pragmatisch aspect

    De regels tussen spreker en luisteraar
  • Prelinguale of preverbale periode (0-1 jaar)
    Eerste weken: aandacht menselijke stem, fonemen, vocaliseren     (produceren van klanken)


    Half jaar: Brabbelen, intonatie, beurt nemen


    Acht maanden: gebaren maken (reiken aanwijzen presenteren) passief begrip korte zinnetjes
  • Vroeg linguale periode (1-2,5 jaar)
    Eerste woord, éénwoordzin, woordcombinaties
    18 maanden: 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 3:

  • Ontwikkelingspsychologie
  • Liesbeth van Beemen
  • of
  • 4th

Samenvatting - Ontwikkelingspsychologie

  • 1 Terrein van de ontwikkelingspsychologie

  • Waar richt de ontwikkelingspsychologie zich op?
    Ontwikkelingspsychologie is een aparte discipline binnen de psychologie die zich richt op het ontwikkelingsproces.
  • De ontwikkelingspsychologie houdt zich met twee fundamentele kwesties bezig:

    • Beschrijven van ontwikkelingsprocessen: bij beschrijven gaat het om welke psychologische toestanden worden doorlopen.
    • Verklaren van ontwikkelingsprocessen: bij verklaren gaat het erom welke mechanismen verantwoordelijk zijn voor de overgang van de ene toestand naar de volgende.
  • Wat is de definitie van ontwikkeling?
    Ontwikkeling wordt opgevat als een reeks progressieve veranderingen die tot hogere niveau's van differentiatie en functioneren leiden. 
  • Ontwikkelingspsychologie wil antwoord geven op de vraag:

    -Welke psychologische toestanden worden doorlopen (beschrijven)
    -Welke mechanismen zijn verantwoordelijk voor de overgang van de ene toestand naar de volgende (verklaren)
  • Wat zijn de 3 kenmerken van ontwikkeling?
    Proces waarbij elke volgende trede op een hoger niveau staat. 
    1- Rijping, door groei (klein -> groot)
    2- Differentiatie (eenvoudig -> complex)
    3- Leren (verwerven van kennis en vaardigheden door ervaring)
  • Ontwikkelingspsychologie wil ontwikkelingsprocessen beschrijven en verklaren. Met welke 2 fundamentele kwesties houdt het zich bezig?
    1- Welke psychologische toestanden doorloopt een individu tijdens zijn ontwikkeling?
    2- Welke mechanismen zijn verantwoordelijk voor de overgang van de ene naar de andere toestand?
  • Definitie ontwikkelingspsychologie

    —-  Ontwikkeling wordt opgevat als een reeks progressieve veranderingen die tot hogere niveaus van differentiatie en functioneren leiden.
    —
    —Veranderingsmechanismes:
    —Aanleg Nature  rijping van zenuwstelsel, rijpingsinvloed van binnen uit, hersenen, genen, aanleg.
    —Omgeving Nurture : leren, omgevingsfactor, ervaringen, opvoeding.
  • Als we het hebben over 'kinderen' en 'jongeren/ jeugdigen' op welke leeftijd doelen we dan? 
    Kinderen 0- 12 jaar
    Jongeren/ jeugdigen 12- 18 jaar
  • Mechanismen die verantwoordelijk zijn voor de overgang van de ene naar de volgende toestand:
    ontwikkelingsmechanismen:

    • Rijping (nature)
    • Leren (nurture)
  • Benoem de 5 perioden, met leeftijd en belangrijkste kenmerken voor die periode, die vallen onder de kinder- en jeugdjaren. 
    1- Babyperiode 0- 12 maanden
    Niet lopen, motorische ontwikkeling razendsnel, 1e gehechtheidsrelatie
    2- Peuterperiode 1- 4 jaar
    Spraakontwikkeling en egocentrisme
    3- Kleuterperiode 4- 6 jaar
    Meer op andere kinderen gericht, rijke fantasie
    4- Schoolperiode 6- 12 jaar
    Beschrijft basisschoolperiode, onwijs belangrijke rol, ontmoet veel andere kinderen door sport- hobbyactiviteiten
    5- Adolescentie 12- 18 jaar
    Puberteit, geslachtsrijping, overgrote deel volgt voorgezet onderwijs 

  • Benoem de 5 perioden, met leeftijd en belangrijkste kenmerken voor die periode, die vallen onder de kinder- en jeugdjaren. 

    1-Babyperiode 0- 12 maanden
    -Niet lopen
    - motorische ontwikkeling razendsnel
    - 1e gehechtheidsrelatie

    2- Peuterperiode 1- 4 jaar
    - Spraakontwikkeling
    - egocentrisme

    3- Kleuterperiode 4- 6 jaar
    - Meer op andere kinderen gericht
    - rijke fantasie


    4- Schoolperiode 6- 12 jaar
    - Beschrijft basisschoolperiode
    - onderwijs belangrijke rol
    - ontmoet veel andere kinderen door sport- hobbyactiviteiten


    5- Adolescentie 12- 18 jaar
    - Puberteit, geslachtsrijping
    - overgrote deel volgt voorgezet onderwijs 
  • Wat zijn de  kenmerken van ontwikkeling?
    Proces waarbij elke volgende trede op een hoger niveau staat. 
    1. Rijping (nature) 
    • Groei (van klein naar groot) 
    • Differentiatie (van eenvoudig naar complex)

    2.  Leren (nurture):verwerven van kennis en vaardigheden door ervaring)
  • Locke (1632- 1704) presenteerde welk principe?
    Tabula rasa- principe: Elk kind komt als een onbeschreven blad ter wereld en wordt gevormd door zijn ervaringen. Strikte opvoeding zou leiden tot optimale zelfdiscipline en vorming van de geest.  
  • Filosoof Locke (1632- 1704) presenteerde welk principe?
    Tabula rasa- principe: Elk kind komt als een onbeschreven blad ter wereld en wordt gevormd door zijn ervaringen. Strikte opvoeding zou leiden tot optimale zelfdiscipline en vorming van de geest.  

  • —De psychologische ontwikkeling van de mens gaat altijd door.

    —Alleen in de kinderjaren leiden deze veranderingen door rijping en leren tot een hoger niveau van functioneren
    —Dit eindigt met het volwassen worden
    —Ontwikkelingspsychologie richt zich op deze fase 
  • Wat was de theorie van Rousseau (1712- 1778)?
    Zag kind als actief en onderzoekend wezen. Kind zou slechts respect, ruimte en stimulans nodig hebben en zo min mogelijk correctie voor een optimale ontwikkeling.
  • Wat was de theorie van filosoof Rousseau (1712- 1778)?
    Zag kind als actief en onderzoekend wezen. Kind zou slechts respect, ruimte en stimulans nodig hebben en zo min mogelijk correctie voor een optimale ontwikkeling.

  • ¨Kenmerkend voor (de ontwikkeling van) het jonge kind is:
    Fysiek/motorisch

    • žgroeit snel
    • žwordt minder rond en wat gespierder
    • žgroei hersenen (verbindingen) -> zintuigen
    • žBeweeglijk, voortdurend in de weer. Springen, rennen en zwemmen worden gekenmerkt door kwalitatieve veranderingen.
    • žSnelle verbetering fijne en grove motoriek (gooien, vangen, mes en vork, veters, springen, knippen en plakken)
    • žLinks-  of rechtshandig? 10% links (meer jongens dan meiden).

    ž COGNITIEVE ONTWIKKELING
    • Fantasie! Doen-alsof spel! Sprookjes!
    • denken is nog steeds wat ego-centrisch (verstoppertje)
    • ‘centratie’: focus op slechts een aspect gebeurtenis (kat -> hond, knopen, water)
    • groei herinneringsvermogen en aandachtsboog
    • nog geen logisch denken
    • Tekenontwikkeling
    • Kleuter: tekening krijgt betekenis. Vanaf jaar of ¾ kunnen kids zeggen wat ze gaan tekenen: mislukt realisme (probeert werkelikjheid weer te geven maar slaagt er nog niet geheel in afzonderlijke elementen tot synthese te laten worden.
    • eerst kopvoeter met basale vormen dan ‘sandwich’ (grond/lucht)
    • na 5 jr: invloed van cultuur merkbaar
    • globale ontwikkeling is tot 10 jr gelijk
    • bewuster kleurgebruik
    • laat ze experimenteren met materialen
    • (geen negatief commentaar op eindproducten!)



    PERSOONLIJKE EN SOCIALE ONTWIKKELING
    • ontwikkeling zelfbeeld (neiging tot overschatting)
    • de ander wordt een individu
    • moreel besef gebaseerd op regels (=absoluut), belonen en straffen
    • vriendschappen gesloten op basis van vertrouwen en gemeenschappelijke interesses maar oppervlakkig/tijdelijk
    • spel wordt constructiever en coöperatiever
    • Kan langere periode van gehechtheidsfiguur afwezig zijn.
  • Darwin (1809- 1882) deed onderzoek naar menselijk gedrag.
    Hoe deed hij dit?
    Hij observeerde zijn eigen zoon gedurende zijn eerste drie levensjaren. Niet zozeer uit belangstelling voor de vroegkinderlijke ontwikkeling, maar om verdere steun voor zijn evolutietheorie te vinden.

  • —Thematische gebieden:

    Fysieke ontwikkeling: het lichaam, werking van de hersenen, zenuwstelsel, spieren, zintuigen, behoefte aan eten, drinken en slaap. 
    —Cognitieve ontwikkeling: intellectuele vermogens waaronder leren, geheugen, oplossen van problemen
    —Persoonlijkheidsontwikkeling: duurzame eigenschappen van een persoon, als agressie en vrolijkheid.
    —Sociale ontwikkeling: sociale relatie en interacties met anderen.


    —Waar valt verlegenheid onder?
  • 1. Arts Sigmund Freud (1856- 1939) wat ontwikkelde hij?
    2. Wat was één van de belangrijkste standpunten uit zijn theorie?
    1. Hij ontwikkelde de psychoanalyse. 
    Een controversiële maar heel invloedrijke theorie over de persoonlijkheidsontwikkeling en psychische processen.
         2. Levenservaringen uit de vroege kinderjaren grote invloed hebben op het gedrag en persoonlijkheid vd volwassenen. 
  • 1. Arts Sigmund Freud (1856- 1939) wat ontwikkelde hij?
    2. Wat was één van de belangrijkste standpunten uit zijn theorie?
    1. Hij ontwikkelde de psychoanalyse. 
    Een controversiële maar heel invloedrijke theorie over de persoonlijkheidsontwikkeling en psychische processen.
         2. Levenservaringen uit de vroege kinderjaren grote invloed hebben op het gedrag en persoonlijkheid vd volwassenen. 
  • Geschiedenis

    Al van oudsher worden ontwikkelingen van kinderen gevolgd door in eerste instantie filosofen en later wetenschappers. 
    Verlichting (1650 tot eind 18e eeuw):
    John Locke (1632-1704)
    Jean-Jacques Rousseau (1712-1778)


    Eerste onderzoek naar kinderen:

    Charles Darwin (1809-1882)
  • Om onderzoek wetenschappelijk te kunnen noemen moet het aan 3 eisen voldoen, welke?
    1- Streven naar waarheid
    2- Objectiviteit
    3- Rationaliteit
  • Volgens John Locke:
    • is het kind een onbeschreven blad oftewel een tabula rasa;
    • heeft het geen erfelijke bagage;
    • bepaalt ervaring de levensloop en
    • moeten ouders zorgen voor een strikte opvoeding, want dan volgt optimale zelfdiscipline en vorming van geest.
  • Waar maken wetenschappers vaak gebruik van en waarom? 
    Wat willen ze graag aantonen?
    Experimenten, om aan te tonen dat hun theorie klopt. 
    Aantonen van een samenhang tussen twee factoren oftewel 'correlatie'.
    Vaak willen onderzoekers weten of het één de oorzaak is van het ander.
  • Volgens Jean-Jacques Rousseau:
    • Is gevoel belangrijk;
    • is een mens van nature goed;
    • heeft het onbedorven kind met zijn nieuwsgierigheid en energie slechts ruimte, respect en stimulans nodig en
    • mag de opvoeder of leermeester het kind niet beperken of corrigeren.
  • Hoe kan je een eigenschap meten? 
    Geoperationaliseerd (vertalen,meetbare gegevens aan gekoppeld worden). De meting van de eigenschap moet betrouwbaar (meting ongeacht het tijdstip en de persoon die de meting verricht, steeds hetzelfde resultaat oplevert) en valide (meetinstrument ook daadwerkelijk meet wat het moet meten) zijn.
  • Volgens Charles Darwin:
    • Bestudeerde zijn eigen zoons, niet echt objectief dus!
    • Hij deed dit om verdere steun voor evolutietheorie te vinden.
    • Dit was belangrijk voor later onderzoek naar kinderen.             
  • Welke 3 instrumenten worden er gebruikt om gegevens over kinderen en hun ontwikkeling te verzamelen?
    1- Observatie 
    Vooral bij kleine kinderen van belang, zo onopvallend mogelijk, video opnames, strikte privacyregels, natuurlijke omgeving of als laboratoriumexperiment. 
    2- Interviews
    Open interviews, gesloten interviews 
    Vaste reeks vragen die in dezelfde volgorde gesteld worden.
    3- Vragenlijsten
    Vaste hoeveelheid vragen, vaste volgorde en beperkt aantal antwoordmogelijkheden. 
  • Bij de filosofen Locke en Rousseau en onderzoeker Darwin was er nog geen sprake van wetenschappelijk onderzoek.
    onderzoek gaat het namelijk om: 
    het streven naar waarheid, 
    stabiliteit en 
    rationaliteit.
    Controleerbaarheid van uitspraken is belangrijk!

    Zorg dus voor:

    • Betrouwbare meetinstrumenten
    • Informatie objectief verkrijgen
    • Logische conclusie
  • Noem 3 nadelen van interviews en vragenlijsten tav kinderen. 
    1- Kind moet voldoende taalvaardigheid hebben.
    2- Kan onder druk komen te staan,
    doordat het denkt dat maar één antwoord het juiste is.
    3- Antwoorden zijn niet altijd objectief.
  • Noem 2 verschillende onderzoeksmethoden met de belangrijkste kenmerken. Noem ook een voordeel en een nadeel v beidde onderzoeken.
    1- Dwarsdoorsnede- onderzoek, specifiek moment vergelijken vd meetresultaten v kinderen v verschillende leeftijden. 
    Voordeel: Kostenbesparend
    Nadeel: Generatieverschil kan worden aangezien als ontwikkelingseffect. 
    2- Longitudinaal onderzoek, gedrag van kinderen wordt op minstens twee verschillende tijdstippen gemeten, met daartussen een duidelijk tijdsverschil.
    Voordeel: Individuele ontwikkeling kan worden gemeten en generatie- effecten uitblijven. 
    Nadeel: Kostbaar en tijdrovend is. Praktische zin lastig uitvoerbaar en de relevantie en belangstelling vh onderzoek kunnen achterhaald raken.

  • Wat is een cohort en het cohorteffect? En noem een nadeel hiervan.
    Cohort (generatie) is een groep mensen met hetzelfde geboortejaar. 
    Een cohorteffect is de invloed die specifieke, tijdgebonden maatschappelijke gebeurtenissen op een cohort kunnen hebben.
    Nadeel: er kan niks gezegd worden over de individuele ontwikkeling. 
  • Dwarsdoorsnedeonderzoek:
    Op één tijdstip de meetresultaten van groepen van verschillende leeftijd vergelijken.

    •Vergelijken van verschillende cohorten
    •Je kunt bij grote leeftijdsverschillen tussen cohorten niet zeggen of het verschil dat je vindt, komt door  ontwikkelingseffect of door verschil tussen de cohorten zelf.
    •Je kunt niets zeggen over individuele ontwikkeling van kind.
  • Longitudinaal onderzoek:
    Methode om ontwikkelingseffect te meten door op meerdere tijdstippen de meetresultaten van één cohort vergelijken. Geschikt voor de vraag of persoonlijke eigenschappen door de tijd heen stabiel blijven. 

    •Je onderzoekt dezelfde kinderen gedurende een lange tijd, bijv. elk jaar weer.
    •Je kunt uitspraken doen over intelligentie, zelfstandigheid, hechting, etc.
    •Geen last van verwarring ontwikkelings- met cohorteffect.
  • Waar associëren we ontwikkeling mee
    Verandering, vooruitgang, rijping, groei, differentiatie en leren.
  • Biopsychologie,
    legt de nadruk op lichamelijke, biologische processen.
  • Sociale psychologie,
    Richt zich op mensen als groepslid
  • klinische psychologie,
    Kijkt naar afwijkend gedrag.
  • Waar maken wetenschappers vaak gebruik van en waarom? 
    Wat willen ze graag aantonen?
    • Experimenten, om aan te tonen dat hun theorie klopt. 
    • Aantonen van een samenhang tussen twee factoren oftewel 'correlatie'. 
    • Vaak willen onderzoekers weten of het één de oorzaak is van het ander.
  • Wat zijn twee essentiële kenmerken van ontwikkeling 
    Verandering en vooruitgang (progressie)
  • Meten in de gedragswetenschappen (hoe kun je eigenschappen meten?)

    Cohort: Groep mensen uit zelfde geboorte jaar

    Operationaliseren: Vertalen naar meetbare geven

    Betrouwbaarheid: Het resultaat van de meting is steeds het zelfde, ondanks de persoon en tijdstip.

    Validiteit: Meet het instrument wel waarvoor het bedoeld is?

    Correlatie: Samenhang tussen bijv. lengte -gewicht

    •Causaliteit:De ene eigenschap is oorzaak van de ander

    LET OP!
    Correlatie betekent niet automatisch causaliteit!
  • Rijping impliceert verandering en vooruitgang op twee niveau's
    Van klein naar groot (groei)
    Van eenvoudig naar complex (differentiatie)
  • Hoe kan je een eigenschap meten?
    Geoperationaliseerd; vertalen, meetbare gegevens aan gekoppeld worden). 

    De meting van de eigenschap moet betrouwbaar (meting ongeacht het tijdstip en de persoon die de meting verricht, steeds hetzelfde resultaat oplevert) 

    en valide (meetinstrument ook daadwerkelijk meet wat het moet meten) zijn.
  • Leren,
    Leren verwijst naar het verwerven van kennis en vaardigheden op basis van ervaring. Die basis doen we op door actief in contact te treden met de omgeving.
  • 1. Arts Sigmund Freud (1856- 1939) wat ontwikkelde hij
    1. Hij ontwikkelde de psychoanalyse
    Een controversiële maar heel invloedrijke theorie over de persoonlijkheidsontwikkeling en psychische processen.

    Wat was één van de belangrijkste standpunten uit zijn theorie?

    Levenservaringen uit de vroege kinderjaren grote invloed hebben op het gedrag en persoonlijkheid vd volwassenen. 
  • Egocentrisme,
    Peuters denken en handelen sterk vanuit hun eigen belevingswereld en kunnen zich nauwelijks in andere verplaatsen.
  • Vanaf welke leeftijd geld in Nederland de leerplicht
    In Nederland gaan vrijwel alle vierjarige naar de basisschool, maar de leerplicht begin pas met vijf jaar. 
  • Benoem de 5 perioden, met leeftijd en belangrijkste kenmerken voor die periode, die vallen onder de kinder- en jeugdjaren.

    1 Babyperiode 0- 12 maanden
    - Niet lopen
    - motorische ontwikkeling razendsnel/snel groeien
    - 1e gehechtheidsrelatie

    2  Peuterperiode 1- 4 jaar
    - Spraakontwikkeling
    - Door beweging en taal meer autonoom    
    - egocentrisme

    3 Kleuterperiode 4- 6 jaar
    - Meer op andere kinderen gericht. 
    - Socialer    
    - rijke fantasie, spel


    4 Schoolperiode 6- 12 jaar
    - Beschrijft basisschoolperiode
    - onderwijs belangrijke rol
    - Cognitieve ontwikkeling
    - ontmoet veel andere kinderen door sport- lobbyactiviteiten, 
    - socialer.


    5- Adolescentie 12- 18 jaar
    - Puberteit, geslachtsrijping, 
    —- identiteitsontwikkeling
    - overgrote deel volgt voorgezet onderwijs 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

As dfsa
Asf asdlj;lkj
Strategieën?
De specifieke wijze waarop een taak of probleem aangepakt wordt.
Wat houd selectie in>?
Belangrijke kenmerken van objecten en gebeurtenissen herkennen en opslaan
Wat is een Oedipuscomplex?
Castratie angst
Wat is Automatisering?
Betekent dat mentale verwerkingsprocessen steeds efficiënter verlopen en minder aandacht opeisen. Processen die weinig aandacht vragen.
Wat is Generalisatie?
Het vermogen om een strategie op zoveel mogelijk verschillende problemen toe te passen.
Wat is volgens Ainsworth een C-kind?
C-Kinderen zijn ambivalent gehecht en hebben meer hechting gedrag.
Reageren heftig op scheiding en wijst opvoeder in boosheid en frustratie af. Doet een heftig beroep op de beschikbaarheid van de opvoeder. 
Opvoeder is grillig, onbereikbaar en inconsequent sensitief. 
Het kind heeft weinig vertrouwen in zichzelf en zal snel op een dwingende manier hulp vragen.
Wat is volgens Ainsworth een A- Kind
Een A kind is angstig vermijdend gehecht. 
Meer exploratie weinig toenadering. 
Zoekt geen toenadering uit angst voor afwijzing. 
De opvoeder is afwijzend en consequent insensitief.   
Kind heeft weinig vertrouwen in de ander en doet het zelf of houdt op.
Wat is volgens Ainsworth een B kind?
Een B- kind is veilig gehecht. 
Exploratie en toenadering is in evenwicht. 
De opvoeder is consequent sensitief. 
Het kind heeft vertrouwen in zichzelf en zal een beroep op de opvoeder doen als iets niet lukt.
Wat is volgens thomas en Chess " de langzame starter " ?
Slow to warm up. Ze vertonen enerzijds een milde negatieve reactie op nieuwe prikkels en passen zich niet snel aan, maar vertonen wel een regelmatiger ritme dan de moeilijke kinderen.