Samenvatting Ontwikkelingspsychologie voor leerkrachten basisonderwijs

-
ISBN-10 9023249550 ISBN-13 9789023249559
351 Flashcards en notities
23 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Ontwikkelingspsychologie voor leerkrachten basisonderwijs". De auteur(s) van het boek is/zijn T Hooijmaaijers, T Stokhof, F C Verhulst Wim de Jong. Het ISBN van dit boek is 9789023249559 of 9023249550. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Ontwikkelingspsychologie voor leerkrachten basisonderwijs

  • 2.2.1 Observatie 28


  • Wat is observeren?
    Het doelgericht en systematisch waarnemen van gedragingen en uitingen van één of meerdere personen of van een gebeurtenis, met de bedoeling om wat je ziet samen te vatten.
  • Wat zijn de minimale voorwaarden voor goede observaties?
    1. Observeren moet gericht en bewust gebeuren;
    2. Observeren moet zo objectief mogelijk gebeuren: enkel beschrijven wat je ziet, zonder daar interpretaties aan toe te voegen.
  • Wat is een globale indeling van de verschillende observatiemethoden?
    1. De longitudinale observatie: observatie van het kind of van een groepje kinderen over een langere periode;
    2. De cross-sectional observatie: observatie van verschillende kinderen in dezelfde periode op hetzelfde aspect; er ontstaat dan een ontwikkelingslijn van gedrag in verschillende leeftijdsfasen.
    3. De transversale observatie: observatie van hetzelfde aspect bij verschillende leerlingen van dezelfde leeftijd met als doel om verschillen en overeenkomsten zichtbaar te maken.
  • 2.2.2 Het sociogram 31

  • Welke twee soorten relaties kun je met behulp van de sociometrische methode onderzoeken?
    1. de relaties op basis van vriendschap;
    2. de relaties op basis van samenwerken aan een taak;
  • Hoe krijg je een goed beeld van de verhoudingen in de klas? Als je:
    1. de sociometrische methode gebruikt in samenhang met observatie en gesprek;
    2. de methode een aantal keren toepast, bijv. begin, halverwege en tegen het einde van het schooljaar;
    3. let op de wijze waarop je hem toepast, bijv. twee keer op verschillende momenten en met een andere vraagstelling;
    4. de verzamelde gegevens verder onderzoekt, bijv. een observatieplan opstelt (is het echt zo dat.....);
    5. met de verzamelde gegevens daadwerkelijk iets doet om negatief gedrag om te buigen in de gewenste richting: hoe stel je groepen samen, wat voor opdrachten en begeleiding organiseer je om bepaalde patronen te versterken/verzwakken, hoe trek je een minder populair kind meer bij de groep?
    6. observeert of je ingrepen ook werkelijk effect hebben.
  • 2.2.3 Gesprek 33

  • Wat zijn de voorwaarden, volgens de Amerikaanse psycholoog Carl Rogers, voor een gesprek waarbij de gesprekspartners tot hun recht komen?
    1. Congruentie: de leerkracht is 'echt', hij doet en zegt geen dingen die hij niet meent of voelt. Er moet overeenstemming zijn tussen wie hij is en wat hij zegt.
    2. Empathie: de leerkracht moet zich inleven in de belevingswereld van het kind.
    3. Positieve blik: je moet het kind aanvaarden zoals hij is, en dus openstaan voor de gedachten en gevoelens van dat kind.
  • Welke eisen stelt Delfos aan een 'goed, open gesprek'?
    1. Een 'goed' gesprek betekent dat alle deelnemers zich prettig voelen, dat ze elkaar respecteren, los van de inhoud van het gesprek;
    2. Een 'open' gesprek betekent dat het kind zijn mening en gevoelens kan vertellen zonder geleid of misleid te worden door volwassenen. Dus geen volwassene die eenzijdig de richting van het gesprek bepaalt.
    3. Een 'goed' interview betekent dat het kind informatie geeft en niet dat informatie aan hem onttrokken wordt.
  • Welke communicatievoorwaarden zijn, volgens Delfos, nodig om tot een goed gesprek te komen?
    1. Ga op dezelfde (oog)hoogte zitten als het kind;
    2. Kijk naar een kind terwijl je spreekt;
    3. Wissel het wel en niet maken van oogcontact met een kind af terwijl je spreekt;
    4. Stel het kind op zijn gemak;
    5. Luister naar wat een kind zegt en laat dat ook merken;
    6. Laat met behulp van voorbeelden zien dat wat een kind zegt, effect heeft;
    7. Vertel het kind dat het moet zeggen wat het vindt of wat het wil, omdat je het niet kunt weten als het kind het je niet vertelt;
    8. Probeer en spelen en praten te combineren;
    9. Signaleer dat je het gesprek afbreekt en later zult voortzetten wanneer je merkt dat het kind afhaakt;
    10. Wanneer je een moeilijke gesprek hebt gehad, zorg dan dat het kind daarna tot zichzelf kan komen.
  • Welke basisregels heeft Delfos op het oog bij het voorbereiden van een gesprek om ervoor te zorgen dat jonge kinderen de volwassenen begrijpen?
    1. Maak het doel van het gesprek duidelijk, in verband met gelijkwaardigheid;
    2. Laat het kind weten wat jouw intenties zijn;
    3. Laat een kind weten dat je feedback nodig hebt; oogcontact en non-verbale seinen kunnen ook voor feedback zorgen;
    4. Laat een kind weten dat het mag zwijgen;
    5. Probeer te benoemen wat je voelt en volg wat je voelt, gebruik dus jouw intuïtie;
    6. Nodig het kind uit zijn of haar mening over het gesprek te geven;
    7. Om de juiste gespreksvoering te kunnen toepassen en aan te kunnen sluiten bij het kind, is het noodzakelijk om een grove inschatting te kunnen maken van de mentale leeftijd van het kind.
  • Welke stappen zijn belangrijk bij de voorbereiding van het gesprek,volgens Delfos?
    1. Jezelf voorstellen;
    2. Introductie van het gesprekskader (bedoeling van het gesprek);
    3. Introductievragen voorbereiden (wie ben jij, leeftijd, klas);
    4. De startvraag; neutraal, veel antwoorden mogelijk, evt. materiaal laten zien in verband met het onderwerp van het gesprek;
    5. De romp, de fase waar het om gaat; het onderwerp, dat besproken moet worden en het onderhouden van een goede relatie en sfeer.
    6. De afronding: spanning afbouwen door even terug te komen op de bedoeling van het gesprek, korte samenvatting. Daarnaast is het goed te herhalen wat er met de informatie gedaan wordt.
  • 2.2.4 Toets en test 36

  • Waarvoor zijn diagnose-instrumenttoetsen ontworpen?
    Om een diagnose te stellen: hoe staat de leerling er op dit moment voor. Het is de bedoeling dat de leerling zich daardoor verder ontwikkelt.
    Het is onderdeel van diagnosticerend onderwijs, waarbij de oorzaken van problemen zo goed mogelijk opgespoord worden en aan deze problemen gewerkt gaat worden.
  • Welke instrumenttoetsen zijn er beschikbaar voor basisscholen?
    1. Schoolvorderingentoets (bijv. DLE): hierbij gaat het om zicht te krijgen op de vorderingen van leerlingen en evt. problemen te signaleren;
    2. Leesvoorwaardentoets: hierbij gaat het om inzicht te krijgen op de voorwaarden die vervuld moeten zijn om voor een specifiek vak met succes aan de slag te kunnen (in dit geval leren lezen);
    3. Functietoets: hierbij specifieke functies als motoriek, waarnemen, etc. getoetst;
    4. Intelligentie- en persoonlijkheidstest: met deze soorten testen krijg je te maken wanneer er advies gegeven moet worden over de keuze van vervolgonderwijs, maar ook bij gedrags en motivatieproblematiek.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.