Samenvatting Onvrijwillige hulpverlening moet dat nou?

-
ISBN-10 9031373788 ISBN-13 9789031373789
201 Flashcards en notities
28 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Onvrijwillige hulpverlening moet dat nou?". De auteur(s) van het boek is/zijn Lou Jagt. Het ISBN van dit boek is 9789031373789 of 9031373788. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Onvrijwillige hulpverlening moet dat nou?

  • 1 Onvrijwillige hulpverlening weer in beeld

  • Welke toetsingscriteria dienen te gelden bij maatschappelijk werkers voor het af leggen van verantwoording over hun handelen?
    1. het hulpverleningscontact heeft een dialogisch karakter
    2. in het hulpverleningscontact is aandacht voor objectieve, subjectieve en sociale aspecten van de situatie
    3. voor het wel of niet ingrijpen zijn weloverwogen en heldere keuzen gemaakt
    4. de maatschappelijk werker denkt en handel zowel vanuit het binnenperspectief als vanuit het buitenperspectief
  • Welke oorzaken hebben geleid tot het (over)benadrukken van het zelfbeschikkingsrecht van cliënten?
    Het benadrukken van zelfbeschikkingsrecht had drie oorzaken:
    1. Na de tweede wereldoorlog kwam er een taboe op het werken met onvrijwillige cliënten. Dit kwam door de afkeer van moralisme en paternalisme die zo kenmerkend waren bij de hulpverlening in die tijd. 
    2. Rond 1950 gebruikten de hulpverleners methoden uit Amerika die de nadruk legden op het zelfbeschikkingsrecht.  
    3. Maatschappelijke ontwikkelingen droegen bij aan de ontwikkeling dat hulpverlening en machtsuitoefening als onverenigbare zaken werden gezien. 
    4. Zelfstandigheid, het unieke van de mens, was in de jaren 60/70 erg belangrijk. Er was een sterke emancipering gaande. Hierdoor was werken met onvrijwillige cliënten bij maatschappelijk werk 'not done'


    Blz. 13
    • Het drie wereldenperspectief => Objectieve, Subjectieve en Sociale aspecten.
    • Het binnenperspectief => Relatie hulpverlener-cliënt
    • Het buitenperspectief => Relatie hulpverlener-instelling en/of maatschappij
  • paternalisme en moralisme

    social caseworkmethoden van Hollis en Perlman dringen door in NL evenals non-directieve benadering van Carl Rogers. -> in opleiding meer nadruk op het werken met vrijwillige cliënten

    in jaren 60 en 70 door democratisering, emancipering, politisering en individualisering nadruk op zelfontplooiing die dit versterken : onvrijwillige cliënten in taboesfeer

    jaren 1990 kentering door nieuwe inzichten en maatschappelijke veranderingen. Verzorgingsstaat veranert in snel tempo. Beeld op werkvloer (mondige, cliënt, die vrijwillige en gemotiveerd zelf het initiatief neemt) bleek niet te kloppen. Zwakkere cliënten bleven in de kou staan: theoretische heroriëntatie (Van der Laan, legitimatieproblemen in het maatschappelijk werk)
  • Beschrijf (met voorbeelden) welke gevolgen eenzijdige benadrukking van het zelfbeschikking heeft.
    Het is bij het geven van je eigen visie belangrijk dat je deze onderbouwt met de literatuur. In hoofdstuk 1 wordt het continuüm vrijwilligheid-onvrijwilligheid beschreven. Hieruit blijkt dat ‘ echt’ vrijwillige cliënten op de basis van de criteria Keith-Lucas (p. 23) zeldzaam zijn. Vaak herkennen mensen het probleem wel, maar kunnen nog niet herkennen dat ze er zelf een aandeel in hebben. Ze willen er wel over praten, maar willen nog niets horen van een andere kijk in de zaak. Hebben last van het probleem, maar zijn nog niet zo ver dat ze verandering in de situatie of in de eigen aanpak overwegen. Bovenstaande kan bijvoorbeeld van invloed zijn op het formuleren van je eigen visie. 

    Blz. 9
  • Wanneer is er sprake van zorgvuldig hulpverlening?
    Als het handelen van de maatschappelijk werker aan de toetsingscriteria/kwaliteitseisen voldoet
  • Noem enkele factoren die hebben geleid tot een heroriëntatie op het werken met onvrijwillige cliënten
    In jaren 90 kwam een kentering:
    • Rooney merkte dat er een kloof was ontstaan tussen methoden op de opleiding (gericht op vrijwillige cliënten)  en de praktijk waar hij mee te maken kreeg (jeugdbescherming met veel onvrijwillige cliënten)
    • In 1990 veranderd de samenleving van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving waardoor veel zelfredzaamheid van burgers verwacht wordt. 
    • Het beeld van een zelfstandige cliënt die vrijwillig en gemotiveerd naar de hulpverlening stapt klopt in veel gevallen niet. 


    Blz. 15
  • Volgens Dooremalen worden voorwaarden op bepaalde gebieden aan mensen gesteld om zich, met meer of minder succes, in hun woonomgeving te handhaven. Welke gebieden zijn deze?
    • Wonen
    • Dagbesteding
    • Financiën
    • Gezondheid
    • Relaties
  • Welke vier toetsingcriteria stelt Van der Laan aan MW'ers die verantwoording moeten afleggen over hun handelen (zorgvuldig hulpverlenen) ?
    1. Het hulpverleningscontact heeft een dialogisch karakter
    2. In het hulpverleningscontact is aandacht voor objectieve, subjectieve en sociale aspecten van de situatie (driewereldenperspectief)
    3. Voor het wel of niet ingrijpen zijn weloverwogen en heldere keuzen gemaakt  
    4. De MW'er denkt en handelt zowel vanuit het binnenperspectief als vanuit het buitenperspectief (toegevoegd door Schilder& Wouters)


    Als je je hieraan houdt, dan handel je zorgvuldig. 

    Blz 16
  • Waar wil de WMO naar toe?
    Een samenleving waarin alle burgers participeren, liefst op eigen kracht en door onderlinge hulp, en zo nodig gesteund door professionele hulpverlening.
  • Wat houdt het dialogische karakter in zoals Van der Laan dat bedoelt?
    De hulpverlener neemt de aanspraken van de cliënt serieus, maar hoeft ze niet zonder meer over te nemen. de hulpverlener verkent de ruimte tussen het binnen en het buitenperspectief en is vooral gericht op overlap hiervan. De positie en de verantwoordelijkheid van de hulpverlener verschilt met die van de cliënt. Het behoort tot de taak van de hulpverlener om dit duidelijk te maken aan de cliënt. 

    Bron: Van der Laan 1991.
  • Welke begrip kan ook voor emancipatie gelezen worden?
    Empowerment
  • Wat is driewereldenperspectief?
    In het hulpverleningstraject is er aandacht  voor:
    1. Objectieve aspecten
    2. Subjectieve aspecten
    3. Sociale aspecten

    van de situatie van de cliënt
    Blz 16
  • Welke begrip kan ook voor disciplinering gelezen worden?
    Sturing
  • Wat wordt er bedoeld met binnenperspectief?
    Relatie hulpverlener - cliënt

    Blz 16
  • Wanneer is er sprake van vrijwillige cliënten?
    1. vrijwillige cliënten herkennen en erkennen dat zij een probleem hebben dat zij niet alleen kunnen oplossen.
    2. zij zijn bereid met een ander over dit probleem te praten en die ander toe te staan hen te adviseren.
    3. zij zijn bereid om de zaken op de een of andere wijze anders aan te pakken.
    4. het initiatief voor het hulpverleningscontact gaat van henzelf uit.
  • Wat wordt er bedoeld met buitenperspectief
    Relatie hulpverlener-instelling/maatschappij

    Blz 16
  • Wat zijn de kenmerken van onvrijwillige cliënten?
    1. onvrijwillige cliënten ontkennen dat zij een probleem hebben dat anderen iets aangaat.
    2. zij weigeren met 'buitenstaanders' over dit probleem te praten en deze toe te staan hen te adviseren.
    3. zij overwegen niet om de zaken op een andere manier aan te pakken.
    4. zij nemen niet uit zichzelf het initiatief voor een hulpverleningscontact.
  • Wat zegt Van der Laan over ingrijpen bij cliënten?
    Ten onrechte ingrijpen is verwijtbaar, ten onrechte niet  ingrijpen ook! 

    Blz 16
  • Benoem een aantal benamingen voor hulpverlening aan onvrijwillige cliënten;
    • Gedwongen hulpverlening
    • Outreaching casework
    • Bemoeizorg
    • Voorwaardelijke hulpverlening
  • Gedwongen hulpverlening (DWANG): Wettelijk onvrijwillige cliënten 
  • Volgens Dooremalen worden voorwaarden op bepaalde gebieden aan mensen gesteld om zich, met meer of minder succes, in hun woonomgeving te handhaven. Welke gebieden zijn deze?
    • Wonen
    • Dagbesteding
    • Financiën
    • Gezondheid/Hygiene
    • Relaties
    • Oftewel alle leefgebieden. 


    Blz 20
  • Opgedrongen hulpverlening (DRANG): Sociaal onvrijwillige cliënten 
  • In elk hulpverleningscontact is er een zekere mate van sturing onvermijdelijk. Wat is jouw visie hierop?
    In elk hulpverleningscontact is sturing onvermijdelijk. Je geeft bij je cliënt, ongevraagd aan dat wat ze doen of laten het probleem in stand houdt of juist verergert, dat ze het misschien beter op een andere manier het probleem kunnen oplossen of aanpakken. Of op een andere manier op elkaar kunnen reageren, zodat er minder conflicten ontstaan. Of op een andere manier met geld omgaan nodig is om uit de schulden te komen/blijven. 

    Het spreekt voor zich dat sturing bij onvrijwillige cliënten onmisbaar is en vaak sterker aanwezig is dan bij vrijwillige cliënten.  

    Blz 21/22
  • Wat wordt er bedoeld met gedwongen hulpverlening?
    Hulpverlening die door een rechter is opgelegd, na een strafproces of een civiel proces.
  • Wanneer is er sprake van vrijwillige cliënten (Keith-Lucas)?
    1. vrijwillige cliënten herkennen en erkennen dat zij een probleem hebben dat zij niet alleen kunnen oplossen.
    2. zij zijn bereid met een ander over dit probleem te praten en die ander toe te staan hen te adviseren.
    3. zij zijn bereid om de zaken op de een of andere wijze anders aan te pakken.
    4. het initiatief voor het hulpverleningscontact gaat van henzelf uit.


    Blz 23
  • Wanneer is er sprake van hulpverlening onder drang?
    Als het om mensen gaan die zelf de eerste stap naar de hulpverlening doen, maar dat uitsluitend doen omdat ze onder druk zijn gezet door bv. ouders of werkgever.
  • Wat zijn de kenmerken van onvrijwillige cliënten?
    1. onvrijwillige cliënten ontkennen dat zij een probleem hebben dat anderen iets aangaat.
    2. zij weigeren met 'buitenstaanders' over dit probleem te praten en deze toe te staan hen te adviseren.
    3. zij overwegen niet om de zaken op een andere manier aan te pakken.
    4. zij nemen niet uit zichzelf het initiatief voor een hulpverleningscontact.


    Blz. 25
  • Geef een aantal benamingen  voor sociaal onvrijwillige hulpverlening waarbij  de maatschappelijk werker op basis van signalen uit de omgeving zelf contact legt met beoogde cliënten;
    • Outreachend werken (outreachend casework)
    • Bemoeizorg
    • Assertieve hulpverlening
  • Met welke ambivalenties kunnen vrijwillige cliënten te kampen hebben en waarom is het belangrijk om deze ambivalenties serieus te nemen? Onderbouw met praktijksituaties
    Veel cliënten hebben al een lange weg afgelegd voordat zij contact opnemen met een hulpverlener. Vaak hebben zij het eerst zelf geprobeerd het probleem op te lossen, daarna vragen ze in de omgeving hoe ze het moeten oplossen en pas als dat allemaal niet helpt kloppen ze aan bij een instelling. 

    Enerzijds met hoop dat er nu iets gaat gebeuren.Anderzijds met vrees voor het onbekende. Waar begin je aan, wat zullen ze wel van je denken, met wie krijg je te maken, wat moet je gaan veranderen, en wil of kun je dat wel? Dat zijn allemaal ambivalenties waar een vrijwillige cliënt mee te maken kan hebben. Hoe sterker de ambivalenties, hoe meer de cliënt een afwachtende tot zelfs wantrouwende opstelling kan hebben. 

    Blz. 24
  • Benoem een aantal benamingen voor hulpverlening aan onvrijwillige cliënten;
    • Gedwongen hulpverlening
    • Outreaching casework
    • Bemoeizorg
    • Voorwaardelijke hulpverlening


    Blz. 26
  • Wanneer is er sprake van hulpverlening onder dwang?
    Hulpverlening die door een rechter is opgelegd, na een strafproces of een civiel proces. Het gaat om wettelijk onvrijwillige cliënten.

    Blz. 26
  • Beargumenteer waarom de term  'cliënt' wel of niet gebruikt moet worden als een MW'er contact legt met iemand die zelf geen hulpvraagt
    Cliënt betekent: een klant aan wie een dienst wordt geleverd.
    Eigenlijk is iemand pas een cliënt wanneer er een hulpverleningsovereenkomst is gesloten. Het beste is om een persoon die nog geen overeenkomst gesloten heeft een andere benaming te geven, zoals een potentiële cliënt.

    Wanneer mensen die zichzelf nog helemaal niet als cliënt zien, wel als cliënt genoemd worden, onbewust een onvrijwillige cliënt!  

    Blz. 28
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.