Samenvatting Openbare Financiën

-
89 Flashcards en notities
4 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Openbare Financiën

  • 1 De collectieve sector in de economie

  • Waarom is de collectieve uitgavenquote een onvoldoende maatstaf om de omvang van de overheid te meten (KKW 35-36)? Vanwege... Benoem het anagram.
    (1) Regelgeving; (2) Fiscale faciliteiten / belastinguitgaven; (3) Staatsbedrijven; (4) Debudgetteringen (zoals garanties); (5) Institutionele verschillen (bijv. belasting op sociale uitkeringen). SuRFID
  • Hoe vindt bij het budgetmechanisme de peiling naar voorkeuren plaats? Via... Wat zijn hierbij echter problemen?
    Stemmingen. (1) Intensiteit voorkeuren; (2) Voorkeuren minderheden; (3) Procedures beïnvloeden uitkomst (Arrow Paradox).
  • Overheidsingrijpen vindt zijn achtergrond in het falen van de markt c.q het prijsmechanisme. Wat stelt men tegenover marktfalen? Geef drie voorbeelden hiervan. Wat is een probleem van overheidsingrijpen dat door het marktmechanisme wordt uitgesloten?
    Overheidsfalen. (1) Doelstellingen soms strijdig; (2) Overheid treedt verstorend op; (3) Voorkeuren vaak niet goed bekend. Uitvretersgedrag (free rider).
  • Wat is het verschil tussen output in de markt- en de publieke sector? Wat is in de publieke sector dus moeilijk vast te stellen?
    In de publieke sector wordt output niet verkocht. Toegevoegde waarde,
  • Noem de zes redenen die de overheid aangrijpt om in te grijpen in van oorsprong individuele goederen. Benoem het anagram voor de redenen van overheidsbemoeienis.
    (1) Onevenredig hoge kosten; (2) Paternalisme; (3) Externe effecten; (4) Monopolies; (5) Onverzekerbare risico's; (6) Inkomenspolitiek. POEMOI.
  • Welke risico's op de verzekeringsmarkt zijn voor de overheid aanleiding om in te grijpen in dit van oorsprong collectieve goed?
    Onverzekerbare risico's.
  • Één van de belangrijkste hoofddoelstellingen van de overheid om de markt bij te sturen, is de allocatiefunctie. Wat betekent het Latijnse allocare? Wat houdt de allocatiefunctie in? Noem voorbeelden.
    Te plaatsen. Beïnvloeding van de samenstelling van de productie. Infrastructuur en onderwijs.
  • Noem de drie middelen waarmee de collectieve sector wordt gefinancierd.
    (1) Belastingen; (2) Premies; (3) Niet-belastingmiddelen (gas).
  • Noem de drie onderdelen waaruit de collectieve uitgaven zijn samengesteld.
    (1) Eigen bestedingen; (2) Inkomensoverdrachten; (3) Rente.
  • Noem de zes theorieën die een verklaring geven voor de krimp en groei van overheidsuitgaven.
    (1) Wet van Wagner; (2) Plateautheorie; (3) Baumol; (4) 'Fiscal dividend' en belasting- en schuldillusie (Buchanan). (5) I/A-ratio; (6) Informatiemonopolie ambtenaren.
  • De collectieve uitgavenquote bedraagt in 2011 ca. 50%. Hoeveel bedroeg het bij benadering begin deze eeuw?
    10 %.
  • Hoe berekent men de collectieve uitgavenquote? Noem de hoogte van de collectieveuitgavenquote in Nederland per 2011.
    Collectieve uitgaven / Bruto binnenlands product * 100 %. 50,2 %.
  • Één van de belangrijkste hoofddoelstellingen van de overheid om de markt bij te sturen, is de verdelingsfunctie. Wat houdt deze in?
    Een redelijke inkomensverdeling.
  • Één van de belangrijkste hoofddoelstellingen van de overheid om de markt bij te sturen, is de stabilisatiefunctie. Wat houdt dit in?
    Een evenwichtige macro-economische ontwikkeling.
  • Overheidsingrijpen vindt in beginsel zijn oorsprong in onvrede over de uitkomsten van de markt. Welke drie hoofddoelstellingen heeft de overheid in het bijsturen van de economische bedrijvigheid (KKW 14)?
    (1) Allocatiefunctie; (2) Stabilisatiefunctie; (3) Verdelingsfunctie.
  • Behalve dat de overheid collectieve goederen verstrekt, bemoeit zij zich ook met de productie en prijs van individuele goederen, waarvoor in beginsel wél een prijs kan worden gevraagd. Noem drie zgn. gemengde goederen: individuele goederen waar collectieve kanten aan zitten (KKW 20).
    Onderwijs, volkshuisvesting en gezondheidszorg.
  • Wat wordt verstaan onder de non-exclusiviteit van collectieve goederen (KKW 20)?
    Collectieve goederen staan aan iedereen ter beschikking, ook aan afnemers die weigeren te betalen.
  • Wat wordt verstaan onder non-rivaliteit? Geef twee voorbeelden.
    Het gebruik door de een gaat niet ten koste van het gebruik van de ander. Dijken en het leger.
  • Noem de twee belangrijke eigenschappen van een collectief goed.
    Non-rivaliteit en non-exclusiviteit.
  • Wat ontstaan er als de marktprijs niet goed alle baten en offers van een product tot uitdrukking brengt (KKW 22)?
    Externe effecten (positief en negatief).
  • Hoe wordt de collectieve sector met inbegrip van alle overheidsdeelnemingen ook wel genoemd?
    Publieke sector.
  • Waarop is het overheidsingrijpen in de economie in beginsel terug te voeren (KKW 30)?
    Onvrede met de uitkomsten van het prijsmechanisme.
  • Geef voorbeelden van organisaties die noch collectief worden gefinancierd, noch door marktprijzen. Waar maken deze organisaties onderdeel van uit?
    Vakbonden, kerken. Quartaire sector.
  • Wat wordt bedoeld met de zgn. g&g-sector? Geef voorbeelden. Op welk onderdeel van de publieke sector ziet deze aanduiding dus vooral?
    Gepremieerde en gesubsidieerde sector. Ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingstehuizen. Gezondheidszorg.
  • Hoe noemt men het onderdeel van de collectieve sector dat grotendeels collectief wordt gefinancierd maar niet gecontroleerd (KKW 29)?
    Gepremieerde en gesubsidieerde sector.
  • Noem de drie hoofdonderdelen van de collectieve sector. Hoe wordt de collectieve sector tezamen met het onderdeel van de economie dat niet uit marktprijzen wordt gefinancierd, ook wel genoemd?
    (1) (de)centrale overheid; (2) sociale verzekeringen; (3) overige publieke organisaties (ziekenhuizen, scholen). Quartaire sector.
  • Geef aan hoe het CBS het bbp van Nederland berekent. Welke factoren worden daarbij in aanmerking genomen?
    Optellen van de gerealiseerde toegevoegde waarden. Arbeid en kapitaal.
  • Waarop focust in dit vak zich de discussie met betrekking tot de gevolgen van de vergrijzing?
    AOW-leeftijd.
  • Met hoeveel miljard is de overheidsschuld ten gevolge van de economische crisis toegenomen? Welke heroverwegingen met betrekking tot hervorming vinden momenteel plaats?
    120. Belastingstelsel en overheidstaken.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.