Samenvatting Orgaansystemen

157 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Orgaansystemen

  • 3.1 HC 1&2

  • Wat zijn de twee belangrijkste functies van de nieren?
    Het uitscheiden van afvalstoffen en reabsorptie van voedingsstoffen, water en elektrolyten
  • Wat zijn de belangrijkste afvalstoffen in urine?
    Metabole zuren, ureum en creatinine
  • Uit welke delen bestaat een niereenheid?
    Kapsel van bowman, proximale tubulus, lis van Henle, distale tubulus
  • Hoe noem je een niereenheid?
    Nefron
  • Hoe komt de eerste lading vloeistof in het eerste deel van de nefron?
    Door druk van het bloed wordt een deel van het bloedplasma uit de glomerulus in het kapsel van bowman geduwd. Let op! Niet al het bloedplasma wordt uit het bloed geperst, gewoon een gedeelte
  • Waarin splitst de arteria rhenalis op?
    Meerdere arteria interlobalis
  • Waar lopen arteria interlobalis?
    Deze lopen van de ingang van de nier, naar de grens tussen schors en merg, waar ze uitkomen in glomeruli
  • Waar lopen de bloedvaten vanaf de glomerulus naartoe?
    Ofwel een capillair dt de lis van henle volgt, of het gaat in een capillair richting de schors
  • Hoe groot aandeel van de urine wordt weer gereabsorbeerd?
    99,5%
  • Hoeveel bloed stroomt er ongeveer door de nieren voordat er een liter echte urine geproduceerd wordt? Geef berekening
    99,5% procent van urine gaat sowieso terug, daarnaast wordt maar 20% van het plasma opgenomen in de nieren. Aangezien ongeveer de helft van je. Bloedvolume plasma is moet dit getal nog eens verdubbeld worden: 200 (100% als 1 liter 0,5% is) x 5 (20% van het plasma, dus gehele plasma is keer 5) x 2 (compenseren voor hematocriet) = 2000L bloed
  • Waar staat RPF voor en wat betekent het?
    Rhenal plasma flow, dus de hoeveelheid plasma die door de nieren stroomt (1000L per liter urine)
  • Waar staat GFR voor en wat betekent het?
    Glomerulaire filtratie rate, dus hoeveel plasma er daadwerkelijk in het kapsel van bowman terecht komt (200L per liter urine)
  • Wat is Cz?
    Dit is de klaring, oftewel hoeveel liter bloedplasma wordt per minuut volledig gezuiverd van stof z?
  • Hoe bereken je Cz?
    Cz = (Vurine x [z]urine)/[z]plasma
    Dus de productie van urine per minuut en de concentraties van stof z in respectievelijk urine en bloedplasma
  • Als je de formule om de klaring te berekenen omschrijft krijg je Cz x [z]plasma = Vurine x [z]urine. Wat betekenen de twee helften van deze formule en waarom zijn ze gelijk?
    De linker is de arteriële input in mmol per minuut
    De recther is de excretie rate, dus hoeveel mmol van stof z per minuut in de urine terecht komt. Deze waarden moeten altijd gelijk zijn
  • Bij welke stof kan de klaring gebruikt worden om de RPF te berekenen?
    PAH, een eiwit dat volledig gefiltreerd wordt en in de urine terecht komt. De klaringswaarde van deze stof is daarmee gelijk aan de RPF
  • Uit welke drie lagen bestaat het kapsel van Bowman?
    Endotheel-basaal membraan-podocyten
  • Wat zijn podocyten?
    Epitheel cellen die een soort vingers hebben die in elkaar grijpen, tussen de vingers zit een ruimte die bepaalde moleculen door kan laten
  • Wat zit er in de spleten tussen de vingers van de podocyten?
    Een heel netwerk aan extracellulaire eiwitten, zodat heel specifiek geselecteerd kan worden welke stoffen wel en niet het bloed kunnen verlaten
  • Welke twee waarden bepalen of een molecuul in de voorurine terecht kan komen, waarom zijn deze waarden van belang en noem een voorbeeld van een groep moleculen waarvan het erg belangrijk is dat deze in het bloed blijven
    Grootte van het molecuul, omdat de spleten maar een bepaalde grootte toelaten
    Lading van het molecuul, de eiwitten in de spleten zijn vooral negatief geladen, dus houden andere negatief geladen moleculen tegen
    Belangrijke groep om binnen te houden zijn de bloed eiwitten
  • Welke vier krachten vormen samen de starling krachten?
    Bloeddruk (Pgc), colloïd osmotische druk van eiwitten in urine (pIBS), colloïd osmotische druk van het bloedplasma (PiGC) en de hydrostatische druk van urine (Pbs)
  • Wat zijn starling krachten?
    Krachten die samen bepalen hoeveel bloedplasma het bloed verlaat in het kapsel van bowman
  • Welke twee krachten stuwen meer bloedplasma de urine in in het kapsel van bowman?
    De bloeddruk (Pgc), deze is hoog in een glomerulus, dus wordt meer bloedplasma uit het bloed geforceerd
    De colloïd osmotische druk van de urine (piBS), als er veel eiwitten in de urine zitten trekken deze meer water aan
  • Welke twee krachten voorkomen juist dat er meer bloedplasma in de voorurine terecht komt in het kapsel van bowman?
    De colloïd osmotische druk van bloed (PiGC), veroorzaakt door bloedeiwitten, deze trekt water aan, dus behoudt bloedplasma in het bloed
    De hydrostatische druk van urine (Pbs), deze duwt water weg als ie hoog is, dus voorkomt dat meer bloedplasma in de voorurine eindigt
  • Hoe kan de GFR berekend worden met de hulp van starling krachten?
    GFR = Kf x (PGC + piBS) - (piGC + PBS)
    Waarbij Kf een constante is
  • Welke starling kracht wordt voor een groot deel constant gehouden en hoe?
    De Pgc, dus de bloeddruk. Door een sphincter in de efferente arteriole blijft de bloeddruk in de glomerulus constant heel hoog
  • Welk vat is belangrijk bij reabsorptie, waarom werkt dit effectief?
    Voorbij de sphincter van de efferente arteriole ligt de peritubulaire capillair. Deze blijft langs het nefron lopen, hier is de bloeddruk erg laag, maar de colloïd-osmotische druk erg hoog, dus wordt hier veel gereabsorbeerd
  • Hoe kan de GFR ook berekend worden met de formule voor klaring?
    Door een stof te gebruiken die niet wordt gesecreteerd en helemaal in urine blijft, zoals creatinine
  • Welke twee mechanismen zijn er om GFR en RPF te reguleren?
    Direct door spieraanspanningen
    Of indirect via tubulo-glomulaire feedback
  • Hoe werkt tubulo glomulaire feedback en in welk apparaat vindt dit plaats?
    Gebied in de distale tubulus, dat eigenijk de afferente arteriole raakt. Hier zitten speciale cellen, de macula densa, deze meten de urinestroom en kunnen zo zorgen voor afferente vasoconstrictie
    Deze feedback vindt plaats in het juxtaglomerulaire apparaat
  • Hoe meten macula densa de instroom van urine?
    Dit doen ze via een ionenpomp, want hoe meer urine er langs komt hoe meer ionen. Als dit te veel wordt gaan ze ADO produceren, waardoor calcium vrijkomt in gladde spiercellen die zo samen gaan trekken en de bloeddruk verlagen
  • Welke twee manieren zijn er om de bloeddruk in de glomerulus te verlagen of verhogen?
    Dit kan met ofwel afferente constrictie/dilatatie ofwel met efferente constrictie/dilatatie
  • Welke componenten worden in de proximale tubulus als eerst uit de urine gereabsorbeerd, wat heeft dit voor invloed op de concentratie van deze component in de urine?
    Als eerste natrium zouten via actief transport, die zorgen voor een sterkere osmotische gradiënt zodat ook water passief meegaat via osmose
    De concentratie NaCl in urine verandert eigenlijk niet, omdat er ook zoveel water uit de urine wordt gehaald
  • Wat is de tweede component die snel uit de urine wordt gereabsorbeerd en hoe?
    Glucose
    Hiervoor is de natrium-kalium pomp nodig aan de basale zijde. Doordat er veel natrium uit de cel naar het bloed wordt verplaatst is er een sterke kracht die natirum uit urine de cel in trekt. Vervolgens worden er, gekoppeld aan natrium, glucose of aminozuren uit de urine gehaald. Aan de basale kant is alleen een glucose kanaal voldoende om de glucose weer het bloed in te krijgen
  • Hoe worden kleine en grote eiwitten goed gereabsorbeerd?
    In de urine zijn peptidases aanwezig, die kleine eiwitten tot losse aminozuren knippen, om ze zo op te kunnen nemen
    Grote eiwitten kunnen via receptor mediated transport opgenomen worden in vesicles
  • Wat is er speciaal aan vitamine D in de nieren?
    Het wordt op dezelfde manier opgenomen als grote eiwitten, dus door te binden aan apicale receptoren en endocytose. Vitamine D wordt in deze cellen echter ook nog geactiveerd, zodat actief vitamine D de bloedbaan in gaat
  • Wat zijn organische anionen?
    Grote, negatief geladen moleculen
  • Hoe worden organische anionen gesecreteerd?
    Natrium van de Na-K-pomp wordt gebruikt om aKg de cel in te pompen. Dit aKg wil heel graag weer naar buiten, dit gebeurt via tertiair actief transport, waarbij aKg de cel kan verlaten. De energie die hierbij vrijkomt wordt gebruikt om anion de cel in te krijgen
  • Hoe komen grote organische anionen van de cel in de urine?
    Via anion-exchangers. Deze ruilen organische anionen om voor niet-organische anionen uit de urine, dit zijn allemaal pompen
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Hoe noem je de bovenste cellen van het epitheel in de blaas en urether?
Paraplucellen. Deze kunnen sterk van vorm veranderen om hoe klein of opgerekt de blaas ook is toch de hele wand af te sluiten zodat er nooit urine richting de basale membraan gaat
Wat is er bijzonder aan coupes van de urether en blaas?
Deze hebben meerlagig epitheel, eerst een basale laag en daarna nog een aantal lagen
Welke twee type cellen komen voor in de verzamelbuis en wat is hun functie?
Hoofdcellen voor de Na-K balans en intercalaire cellen (alfa en beta) die nodig zijn voor zuur-base balans
Hoe herken je het dunnere deel van de lis van henle?
Het dunne slaat vooral op de wand. De wand van dit deel is heel dun, maar de binnenkant is wijder dan die van een capillair
Hoe herken je de macula densa?
Zitten tussen afferente en efferente arteriole in, het zijn cellen op de wand van de distale tubulus die veel groter zijn dan omliggende cellen
Hoe onderscheid je proximale en distale tubulus goed van elkaar?
Distale tubulus ligt ook dichtbij het nierlichaampje, maar hier zijn wel alle celkernen goed zichtbaar. De cellen zijn ook kleiner en er is hier een borstelzone aanwezig
Wat is er op EM veel te zien in proximale tubulus?
Heel veel mito's, want deze cellen hebben veel energie nodig
Waarom zijn de celgrenzen tussen epitheelcellen in de proximale tubulus niet duidelijk zichtbaar?
Door invaginaties en uitlopers lopen deze cellen eigenlijk in elkaar over
Hoe ziet het epitheel in de proximale tubulus er uit?
Dit zijn kubische cellen met een ronde celkern die vaak niet goed zichtbaar is, waarbij de celgrenzen eigenlijk ook heel slecht zichtbaar zijn
Hoe noem je het eiwitcomplex in de filtratiespleten ook wel?
Diafragma