Samenvatting overal natuurkunde 3vwo

-
163 Flashcards en notities
10 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "overal natuurkunde 3vwo". De auteur(s) van het boek is/zijn hans poorthuis, paul diederen, van steenbergen, paul verhagen. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - overal natuurkunde 3vwo

  • 2 2.1 de gsm-camera

  • wat is een camera obscura?
    een verduisterde ruimte met een klein gaatje waar licht door naar binnen kan
  • wat is een beeld en wat is een voorwerp?
    de afbeelding op de muur noem je het beeld. het onderwerp buiten de kamer noem je het voorwerp. het beeld op de muur van de kamer ontstaat door licht dat van het voorwerp komt.
  • wat is de functie van een beeldchip?
    zet in je camera het lichtbeeld om in digitale informatie die je kunt opslaan in het geheugen
  • een bolle lens noem je ook wel positieve lens of pluslens
  • de gsm camera bestaat uit een bolle lens, een beeldchip een geheugen en een scherm. de lens zorgt ervoor dat licht van het voorwerp een beeld vormt op de beeldchip
  • wat is lichtsterkte?

    de hoeveelheid licht die door de lens valt. je camera meet de lichtsterkte en regelt de hoeveelheid licht op drie manieren:

    1. diafragma: opening tussen de lens en de beeldchip
    2. flits
    3. pixels: kleine stukjes van de beeldchip, die elk apart licht ontvangen en kijken wat de kleur en lichtsterkte van dat kleine stukje van het beeld is.
  • wat is een resolutie en wat is een max resolutie?
    een resolutie is het aantal kleurpunten dat je wegschrijft naar het geheugen. het aantal pixels van de beeldchip noem je maximale resolutie van de camera.
  • wat is tegenlicht?
    bij tegenlicht valt het licht op de achterkant van het voorwerp.
  • met digitale zoom kun je een stukje van het beeld uitvergroten. je gebruikt dan maar een deel van de beeldchip uit de camera. voor optische zoom heb je een zoomlens nodig. 
  • 2.2 digitale fotocamera's

  • in een compact camera zit een bolle lens, een diafragma, een beeldcdhip een geheugen en een display
  • Waaruit bestaat een camera? 
    • Bolle lens
    • Diafragma
    • Beeldchip
    • Geheugen
    • Display
  • wat is een brandpunt?
    punt waar het licht samenkomt, afgekort met de letter F
  • gsm-camera
  • een zoomlens kan de brandpuntsafstand veranderen, daardoor verandert ook de beeldhoek. Bij een kleine beeldhoek ben je ver ingezoomd, de brandpuntsafstand is dan groot.
  • Compact camera
  • wat is een spiegelreflexcamera?
    met zo'n camera kun je het voorwerp door een zoeker bekijken, inplaats van via het display. ook kun je de zoomlens verwisselen. ook kun je verschiende soorten fitsers gebruiken bij je spiegelreflexcamera
  • Spiegelreflexcamera
  • een spieglereflexcamera heeft een verwisselbare lens. alleen bij de juiste combinatie van b v en f krijg je een scherpe afbeelding.                                 de vergroting n is de verhouding tussen de grootte van het beeld en de grootte van het voorwerp

  • Telelens
    Je kunt voorwerpen die ver weg staan toch groot op de foto zetten.
    Kleine beeldhoek en een grote brandpuntsafstand.
  • er zijn drie soorten bijzondere lenzen:

    telelens:  voorwerpen die ver weg staan kun je toch groot op de foto zetten

    groothoeklens: voorwerpen worden klein afgebeeld maar je ziet veel van de omgeving.

    fisheye lens: de camera gebruikt negen lenzen die elk een foto makenin een andere richting

  • Groothoeklens
    Je kunt veel van de omgeving zien.
    Grote beeldhoek en een kleine brandpuntafstand.
  • Fisheye lens
    Je kunt een foto maken met een beeldhoek van 120°. 
  • 2.3 projecteren

  • een projector gebruikt een felle lamp een icd dia en een bolle lens pm een verroot beeld te maken. de vergroting n kun je op twee manieren uitrekenen. lichtstralen door het midden vd lens veranderen niet van richting
  • Wat heeft een projector nodig om een vergroot beeld te maken? 
    Een felle lamp, een Icd-dia en een bolle lens. 
  • je kunt in een tekening construeren op welke plaats het beeld verschijnt. daarvoor gebruik je de drie constructiestralen.

    v>2f= beeld verkleint

    v= 2f= b en v even groot

    f<v<2f= beeld vergroot

  • Wat voor een beeld krijg je als v (voorwerpsafstand) groter is dan 2f (brandpuntafstand)?
    Dan is het beeld verlkeind. 
  • Wat voor een beeld krijg je als v (voorwerpsafstand) even groot is als 2f (brandpuntafstand)? 
    Dan zijn het beeld en voorwerp even groot. 
  • Wat voor een beeld krijg je als f (brandpuntafstand) kleiner is dan v (voorwerpsafstand), en v kleiner is dan 2f?
    Dan is het beeld vergroot. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat zijn elektronen?
?
Wat betekent stroomkring?
?
Wat gebeurd er meestal bij apparaten voor verlichten en bewegen?
Bij apparaten voor verlichten en bewegen komt er meestal ook onbedoeld warmte vrij. Een lamp heeft als taak verlichten, maar hij produceert ook warmte.
Wat gebeurd er bij een elektrisch apparaat?
Bij een elektrisch apparaat gaat er elektrische energie het apparaat in. Het apparaat zet die energie om in bijvoorbeeld bewegingsenergie, warmte of licht.
Voor welke vier verschillende taken kun je elektrische apparaten gebruiken?
  1. Informatie verwerken. Op je mobiel kies je iemand die je wilt bellen, bij de computer toets je een woord in, de tv laat het beeld zien dat via de kabel binnenkomt. Computers, mobiele telefoons, beeldschermen of navigatiesystemen verwerken informatie.
  2. Verlichten, bijvoorbeeld met ledlampen, tl-buizen of spaarlampen.
  3. Bewegen, bijvoorbeeld met mixers in de keuken, scheerapparaten of elektrische scooters.
  4. Verwarmen, bijvoorbeeld met een elektrisch kacheltje.
Wat is er met je oog als je oudziend bent? 
Je ooglens kan niet sterk genoeg accommoderen. Je hebt een bolle lens nodig. 
Wat is er met je oog als je dichtbij niet goed kunt zien? 
Je bent dan verziend. Je beeld valt dan achter je netvlies. Je hebt een holle lens nodig. 
Wat is er met je oog als je ver weg niet goed kunt zien? 
Je bent dan bijziend. Je beeld valt vóór je netvlies. Je hebt een bolle lens nodig. 
Wat gebeurt er met je ooglens als je naar een dichtbij staand voorwerp kijkt? 
De ooglens is dan bol. 
Wat gebeurt er met je ooglens als je naar een veraf gelegen voorwerp kijkt?
De ooglens is dan plat.