Samenvatting Overheidsfinanciën

-
ISBN-10 900170980X ISBN-13 9789001709808
810 Flashcards en notities
60 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Overheidsfinanciën". De auteur(s) van het boek is/zijn C A de Kam, L Koopmans, A H E M Wellink. Het ISBN van dit boek is 9789001709808 of 900170980X. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Overheidsfinanciën

  • 1 Overheidsfinanciën

  • Individueel goed:
    - prijs bepaald - uitsluiten mogelijk
  • De 3 hoofddoelstellingen van overheidsingrijpen?
    - Stabilisatiefunctie (evenwichtige macro-economische ontwikkeling)
    - Allocatiefunctie (beïnvloeding samenstelling productie)
    - Verdelingsfunctie (inkomensverdeling)
  • De Afsluitdijk is een voorbeeld van een collectief goed (a/b)
    De bewering is juist: als waterkering is de Afsluitdijk een collectief goed, want het gebruik is niet-rivaliserend en niemand kan van het gebruik worden uitgesloten.
  • welke bestuurslagen bestaan er in Nederland?
    centrale overheid (het Rijk)
    Decentrale overheid bestaande uit:
    provincies
    gemeenten
    waterschappen
  • Redenen overheid bemoeien individueel goed:
    - onevenredig hoge kosten - paternalisme - externe effecten - onverzekerbare risico's - verdelingseffecten - schaaleffecten van monopolies
  • Doelstellingen bij de stabilisatiefunctie?
    - Evenwicht op de arbeidsmarkt (voorkomen van hoge werkloosheid)
    - Stabiel prijspeil (voorkomen van te hoge prijzen)
    - Een evenwichtige betalingsbalans (niet een te hoog te kort of overschot)
    - Duurzame economische groei (economie die ook voor volgende generaties hanteerbaar is
    - Rechtvaardige inkomensverdeling (bij inkomensverschillen stabiliseren)
  • De Afsluitdijk is een voorbeeld van een individueel goed (a/b)
    Deze bewering is ook juist: als verkeersverbinding vormt de Afsluitdijk een individueel goed, omdat gebruikers kunnen worden uitgesloten, bijvoorbeeld wanneer zij niet bereid zijn tol te betalen, en bij grote drukte het gebruik rivaliserend is.
  • wat zijn gemeenschappelijke regelingen?
    samenwerkingsverbanden tussen overheden
  • Wat zijn de 3 motieven voor overheidsingrijpen:
    - onvrede uitkomst prijsmechanisme - verschaffen individuele goederen - verschaffen collectieve goederen
  • Wat wordt verstaan onder conjucturele werkloosheid?
    Werkloosheid die ontstaat door tekortschietende bestedingen 
  • In de Nationale rekeningen vormt de Sociale Verzekeringsbank een onderdeel van de sector overheid (a/b)
    De bewering is juist: instanties die de verplichte sociale verzekeringen uitvoeren vormen onderdeel van de sector overheid.
  • Hoe financieren overheden hun activiteiten?
    de overheid kan burgers en bedrijven dwingend bijdragen vorderen, onafhankelijk van de mate waarin deze burgers of bedrijven profijt hebben van de overheidsmaatregelen
  • Overheid:
    - het rijk - decentrale overheden - instellingen sociale verzekering - overheid gefinancieerde en gecontroleerde instellingen (jeugdzorg)
  • Wat is refirente?
    De officiële rente die de Centrale Bank geeft. Bij een lage refirente kunnen kredietinstellingen (banken) makkelijker geld lenen waardoor dit doorberekend wordt aan de klanten zoals bedrijven. Dit stimuleert investeringen. Nu instrument van Europese Centrale Bank
  • In de Nationale rekeningen maken verzorgingshuizen geen onderdeel uit van de sector overheid (a/b)
    De bewering is juist: Verzorgingshuizen horen tot de gepremieerde en gesubsidieerde sector, maar niet tot de sector overheid.
  • wat is het budgetmechanisme?
    het besluitvormingproces waarin wordt vastgesteld welke taken de overheid zal uitvoeren en hoeveel hieraan mag worden uitgegeven. Ook de besluitvorming hoe de uitgaven worden gefinancierd: belastingen, leningen of andere niet-belasting middelen.
  • Wat zijn 3 doelstellingen voor sturen economie van de overheid:
    - beïnvloeden allocatie productiefactoren - inkomensverdeling - stabilisatie macro-economie (werkgelegenheid, stabiele prijs, evenwichtige betalingsbalans)
  • Wat heeft een devaluatie van de munt tot gevolg?
    Hierdoor wordt de nationale munt minder waard waardoor het voor andere landen goedkoper wordt om goederen in te kopen in het betreffende land. Export stijgt. Nu een Europees instrument (euro)
  • Heeft de overheid alle aandelen van een onderneming in handen (nutsbedrijf, Schiphol), dan hoort zo’n onderneming tot de sector overheid (a/b).
    De bewering is onjuist: ook al houdt een overheidsinstantie alle aandelen van een onderneming, dan blijft die onderneming onderdeel van de sector bedrijven.
  •   wat is de collectieve sector?
    overheden en instellingen waarvan de activiteiten collectief gefinancierd worden via belastingen, sociale premies of leningen van de overheid.
  • Quartaire sector:
    - Collectieve sector - Door overheid gefinancierd, maar niet gecontroleerde instellingen
  • Gevolg van prijsinflatie?
    Producten worden duurder --> export daalt --> productie krimpt --> vraag naar productiefactoren daalt --> werkloosheid
  • De salarissen van politiepersoneel en die van het verplegend personeel in algemene ziekenhuizen vormen een onderdeel van de loonsom van de overheid (a/b)
    De bewering is onjuist. Politiesalarissen vormen wél onderdeel van de salarissom van het overheidspersoneel, maar het verplegend personeel van de algemene ziekenhuizen is werkzaam in de gepremieerde en gesubsidieerde sector, die geen onderdeel van de sector overheid vormt.
  • wat is de collectieve uitgavenquote?
    de som van het totaal van de collectieve uitgaven gedeeld door BBP.
  • Structurele oorzaken werkloosheid:
    - hoge loonkosten - vraag en aanbod niet passend - sociale zekerheid te gul
  • Wat wordt bedoeld met duurzame economische groei?
    Dat de volgende generaties niet de dupe zijn van de vele vervuiling en aantasting van natuurlijke bronnen door de vorige generatie. Duurzame economische groei is dus een verantwoorde groei waarbij vervuiling zoveel mogelijk wordt beperkt
  • Wat is koopkracht?
    Koopkracht is de beschikkingsmacht over goederen (en diensten).
  • wat is de quartaire sector?
    de collectieve sector en instellingen die niet collectief of uit marktprijzen worden betaald.
  • Eigenschappen collectieve goederen:
    - non-rivaliteit (gebruik niet ten koste van gebruik ander) - non-exclusiviteit (niemand uitsluiten)
  • Wat wordt verstaan onder allocatiefunctie?
    De overheid kan de verdeling van arbeid en kapitaal bewerkstelligen d.m.v. geboden en verboden, heffingen en subsidies.
  • Wat is het wezenlijke verschil tussen de twee soorten koopkracht?
    Het wezenlijke verschil tussen beide soorten koopkracht is de individuele bestedingsvrijheid. Individuen beslissen zelf of en voor welke goederen zij hun vrij besteedbaar inkomen zullen uitgeven, terwijl in een democratie gekozen volksvertegenwoordigers beslissen over de besteding van via belastingheffing afgeroomd particulier inkomen.
  • welke functies kunnen onderscheiden worden in de overheidsbemoeienis met de economie?
    • stabilisatiefunctie
    • allocatiefunctie
    • verdelingsfunctie
  • Noem 3 ongewenste neveneffecten van beleidsinstrumenten
    1. beleid inconsistenties (hoge uitkering ontmoedigt werken)
    2. Informatietekorten (uitvretersgedrag, prenderen collectief goed niet nodig te hebben om er vervolgens kosteloos van te profiteren) 
    3. Overheidsmonopolie (afstoten taken naar marktsector + deregulering)

  • Marktimperfecties?
    - Externe effecten
    - Economische macht (kartels, monopolie)
    - Verdelingseffecten
    - Informatie asymmetrie
    - Collectieve goederen
  • Welke drie doelstellingen hebben beleidsmakers voor ogen bij hun streven de economische bedrijvigheid bij te sturen?
    Allocatie, stabilisatie en verdeling zijn de drie doelstellingen van het overheidsoptreden.
  • Gemengde goederen?
    Goederen waar collectieve kanten aan zitten (onderwijs, afsluitdijk  (tol))
  • Noem vier doelstellingen van het stabilisatiebeleid.
    Vier doelstellingen van het stabilisatiebeleid zijn: (1) volledige werkgelegenheid, (2) een stabiel prijspeil, (3) een evenwichtige betalingsbalans en (4) een evenwichtige groei van de nationale productie.
  • wat is de output gap?
    de output gap is een indicator voor de stand van de conjunctuur: de afwijking in procenten tussen de feitelijke en structurele BBP.
  • Prijsmechanisme?
    De automatische stabilisatoren op de vraag en aanbod markt met betrekking tot de prijzen
  • Noem drie instrumenten om de nationale concurrentiepositie van een land te versterken. Over welke instrumenten beschikt de Nederlandse overheid niet langer sinds ons land deel uitmaakt van de eurozone?
    De bedoelde drie instrumenten die de nationale concurrentiepositie van een land kunnen versterken, zijn: (1) (loon)kostenmatiging, (2) devaluatie van de nationale munt, en (3) renteverlaging (doet de koers van de munt in beginsel dalen, omdat beleggingen daarin voor buitenlandse beleggers minder renderen en kan de bestedingen stimuleren omdat investeren en consumeren op krediet goedkoper worden). Na toetreding tot de eurozone beschikt Nederland niet langer over het tweede en het derde instrument.
  • een negatieve output gap houdt in dat de bezettingsgraad productiecapaciteit lager is dan de evenwichtswaarde en het werkloosheidspercentage hoger is dan de evenwichtswaarde.
  • 6 redenen voor ingrijpen bij allocatie?
    - onevenredig hoge kosten
    - Paternalisme (bemoei-goederen --> onderwijs, zorg sigaretten, alcohol)
    - externe effecten
    - Monopolies en schaaleffecten
    - Tekortkomingen verzekeringsmarkt
    - inkomenspolitieke motieven
  • Hoe kunnen fiscale en sociale regelingen bijdragen aan het bestaan van structurele werkloosheid?
    Fiscale maatregelen kunnen bijdragen aan het bestaan van structurele werkloosheid, doordat hoge tarieven het onaantrekkelijk maken toe te treden tot de arbeidsmarkt (de participatiebeslissing) dan wel om meer uren arbeid aan te bieden (de urenbeslissing). Sociale maatregelen dragen bij aan structurele werkloosheid bij een relatief hoog niveau van de uitkeringen (maakt het aanvaarden van werk financieel in verhouding minder aantrekkelijk) en bij het bestaan van inkomensafhankelijke toeslagen en subsidies (maken dat van een inkomensverbetering na het aanvaarden van werk netto minder overblijft).
  • een positieve output gap houdt in dat de bezettingsgraad productiecapaciteit hoger is de werkloosheid geringer is.
  • Zwakke kanten overheidsingrijpen in de markt?
    - Verschillende politieke opvattingen
    - Selectie van beleidsinstrumenten
    - Doelambiguïteit
    - Tegenstrijdigheden in beleid
    - Tekort aan informatie
    - Free riders
    - Overheidsmonopolie (effectiviteit en efficiëntie aangetast, geen prikkel tot laagst mogelijke kosten werken)
  • Licht toe waarom de overheid bepaalde collectieve goederen moet aanbieden om te bereiken dat het prijsmechanisme goed kan functioneren.
    Wanneer de overheid de rechtsorde niet handhaaft (via politie en justitie) kan het prijsmechanisme niet functioneren, omdat de eigendom onvoldoende wordt beschermd en nakoming van contracten niet of alleen tegen hoge kosten kan worden afgedwongen.
  • waar komt de vraag van goederen en diensten vandaan?
    • gezinnen (consumptie)
    • ondernemingen (investeringen)
    • overheid (aankopen/diensten van ambtenaren)
    • buitenland (export)
  • Een belangrijk deel van de overheidsuitgaven heeft betrekking op de verschaffing van individuele goederen. Noem hiervan enkele voorbeelden
    Voorbeelden van door de overheid verstrekte of gefinancierde individuele goederen zijn collectief gefinancierd onderwijs, collectief gefinancierde gezondheidszorg, wonen (huurtoeslag), wegen.
  • wat is de evenwichtswaarde van werkloosheid?
    de structurele of natuurlijke werkloosheid (natural rate of unemployment). mensen die niet aan de slag komen als gevolg van gebrek aan vaardigheden. mensen die aan de kant staan ondanks een evenwichtige economie.

  • Rijksmusea vervullen twee hoofdfuncties
    • het aanleggen en beheren van collecties
    • het toegankelijk maken van deze collecties voor het publiek.

    Gaat het bij deze functies om een individueel goed of om een collectief goed? Motiveer uw antwoord en verwijs daarbij naar de onderscheidende kenmerken van een individueel goed en een collectief goed.
    Het aanleggen en beheer van museale collecties is een collectief goed, want niet exclusief (niemand kan worden uitgesloten) en niet-rivaliserend. Het bezoek aan een museale collectie is een individueel goed, want niet-betalers kunnen van gebruik worden uitgesloten en gebruik door de een gaat in principe ten koste van gebruik door de ander (althans bij populaire tentoonstellingen).
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Wat zijn belastingen?
29
Wat zijn sociale premies?
29
Welke twee soort overdrachten van belasting zijn er?
29
Wat is het belastingpeil?
29
Pagina 1 van 150