Samenvatting Pedagogische adviezen voor speciale kinderen

-
ISBN-10 9031362832 ISBN-13 9789031362837
300 Flashcards en notities
127 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Pedagogische adviezen voor speciale kinderen
  • Trix van Lieshout
  • 9789031362837 of 9031362832
  • 2e, herz. dr.

Samenvatting - Pedagogische adviezen voor speciale kinderen

  • 4 Angst

  • Wanneer is angst problematisch?

    Het is problematisch als het verlammend werkt en het normale, dagelijkse functioneren verstoord.

  • Bij hoeveel procent van de Nederlanders heeft last van angst?

    bijna 20% heeft last van angst

  • Hoeveel procent van de jeugdigen heeft last van angst?

    Ongeveer 10% van de jeugdigen heeft last van angst.

  • Hoeveel procent van de kinderen heeft last van angst?

    Ongeveer 5% van de kinderen heeft last van angst.

  • Waar is angst de fysiologische reactie op?

    Op uitwendig gevaar.

  • Wat zijn de 3 componenten van angst?

    Psychologisch/cognitief, motorisch en fysiologisch.

  • Wat zijn kenmerken van het psychologische/cognitieve component van angst?

    Een gevoel van angst, vrees of zorg of in de vorm van een gedachte.

    Zich te sterk inleven in anderen.

    Veel zelfkritiek.

    Overschatten van de eisen van de omgeving.

    Stress ervaren.

    Verwachten van negatieve gevolgen.

  • Wat zijn kenmerken van het motorische component van angst?

    Trillen

    Hyperactief

    overreageren of wegkruipen

  • Wat zijn kenmerken van het fysiologisch component van angst?

    Verhoogde hartslag

    Versneld ademen

    Transpireren

  • Wat zijn normale angsten voor welke leeftijdsgroep?

    0-0,5 jaar: Harde geluiden

    0,5 - 2 jaar: Vreemden en verlatingsangst.

    2 - 4 jaar: Dieren

    4 - 6 jaar: Beschadiging van het lichaam, bang voor de arts/dokter/tandarts/

    6 - 12 jaar: negatieve beoordeling door leeftijdsgenoten

    12 - 18 jaar: Angst voor negatieve beoordeling door andere geslacht, angst voor existentieel gevaar.

  • 4.1 Beschrijving van het probleemgebied en de diagnostische criteria

  • Wat voor type stoornis is een angststoornis?

    Het is een internaliserende stoornis. Het kind heeft er zelf last van en 'lijdt in stilte'

  • Hoe vaak komen angststoornissen voor?

    Angststoornissen komen bij 20% van alle Nederlanders voor.

    Onder jeugdigen bij 10%

    Onder kinderen bij ongeveer 5%.

  • Wat zijn de drie fysiologische componenten van angst?

    Psychologisch/cognitief

    Motorisch

    Fysiologisch

  • Wat zijn normale angsten bij de specifieke ontwikkelingsfase?

    0-6 maanden: harde geluiden

    0,5 - 2 jaar: bang voor vreemden en verlating door de ouders

    2 - 4 jaar: bang voor dieren

    4 - 6 jaar: bang voor beschadiging van het eigen lichaam en de dokter/tandarts/kapper

    6 - 12 jaar: angst voor negatieve beoordeling door leeftijdsgenoten, angst voor falen bij prestaties en voor reële nare gebeurtenissen

    12 - 18 jaar: angst voor negatieve beoordeling door het andere geslacht, angst voor existentieel gevaar

  • Wanneer ervaren angstige jongeren problemen?

    Bij hun denken (negatief zelfbeeld), het doen (geen initiatief nemen) en het voelen (onzekerheid).

  • 4.1.1.1 Gegeneraliseerde angststoornis (GAS) of piekerstoornis.

  • Waar staat de afkorting GAS voor?

    GAS staat voor gegeneraliseerde angststoornis of piekerstoornis.

  • Wat is kenmerkend voor de gegeneraliseerde angststoornis (GAS) of piekerstoornis?

    Iemand is dan vaak al van jongs af aan voortdurend nerveus, gespannen en angstig. (Boer, 1998)

  • Wat is de meest voorkomende angststoornis en hoe vaak komt het voor?

    De gegeneraliseerde angststoornis (GAS) of piekerstoornis is de meest voorkomende angststoornis, het komt bij 5% van de volwassenen voor.

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Pedagogische adviezen voor speciale kinderen
  • Trix van Lieshout
  • of
  • 1st

Samenvatting - Pedagogische adviezen voor speciale kinderen

  • 1 Inleiding

  • Verstoorde ontwikkeling 
    • Hersenafwijking
    - Syndroom van down
    • Hersenbeschadiging 
    - prenataal: erfelijkheid/ roken 
    - perinataal: zuurstoftekort 
    - postnataal 
    • Afwijking rijping 
    - Vertraagde rijping, zindelijkheid 
  • 1.2 Keuze van de verschillende gedragsproblemen

  • Wat is comorbiliteit?
    Tegelijkertijd verschillende stoornissen hebben.
  • Wat is co-morbiliteit?
    Het tegelijkertijd voorkomen van verschillende problematieken?
  • Invloed van omgeving
    Omgeving moet om leren gaan met het gegeven dat het kind een stoornis heeft.

    Factoren die een rol spelen: 
    • Leeftijd
    • Stressbestendigheid
    • Ernst van de gebeurtenis
    • Sociaal netwerk
  • ADHD = 
    Attention Deficit Hyperactivity Disorder
  • ADD
    Attention Deficit Disorder
  • ODD
    Oppostioneel opstandig gedrag
  • Hoeveel procent van de basisschoolkinderen heeft ODD? En hoeveel procent van de volwassenen?
    20% en 1,5%
  • PDD-NOS = 
    Pervasive Development Disorder Not Otherwise Specified
  • Hoeveel proces van de basisschoolkinderen heeft PDD-NOs
    15%
  • Hoeveel procent van de basisschoolkinderen heeft een angst- of stemmingsstoornis?
    2%
  • NLD = 
    Non verbale leerstoornis
  • Er bestaan drie hypotheses over de relatie tussen leer- en gedragsproblemen:
    1. Leerproblemen kunnen tot gedragsproblemen leiden door veelvuldig faalervaringen en de emotionele gevolgen daarvan.
    2. Gedragsproblemen kunnen hun weerslag hebben op de noodzakelijke voorwaarden voor het schoolse leren en zo leerproblemen veroorzaken. Dit zouden dan eerder secundaire leerproblemen zijn en geen leerstoornissen. 
    3. Het genetisch en neuropsychologisch profiel van leerlingen bepaald zowel de vorderingen bij verwering van de schoolse leerstof als hun psychosociaal functioneren. 
  • 1.3 Verhouding jongens en meisjes in het onderwijs aan kinderen met sociaal-emotionele problemen

  • Wat is de verhouding jongen:meisjes in het onderwijs aan kinderen met sociaal-emotionele problemen?
    4:1
  • Verklaringen verhouding jongens en meisjes:
    1. Bij jongens is er sprake van een grotere biologische genetische kwetsbaarheid.
    2. Mogelijk wordt er bij jongens nog een grote druk uitgeoefend om te presteren.
    3. Jongens uiten hun ongenoegen vaak openlijker in hun gedrag dan meisjes
  • 1.4 Gedragsstoornis of gedragsprobleem

  • Wat is een gedragsstoornis?
    Als een probleem niet te verhelpen is en de persoon er mee moet leren omgaan. Een gedragsstoornis is vaak in de aanleg meegegeven.
  • Wat is een gedragsprobleem?
    de oorsprong van een gedragsprobleem ligt in de omgeving en de mogelijkheid van beinvloeding van buitenaf is groter 
  • Wanneer wordt er in de psychiatrie gesproken van een  stoornis?
    Wanneer er specifieke kenmerken te mintens 6 maanden continu voorkomen.
  • 1.5 Onderzoek voorafgaand aan de behandeling

  • Voordat er met de behandeling wordt gestart, wordt er eerst gekeken naar algemene mogelijke oorzaken:
    • te weinig slaap, ziektes, werking zintuigen


    Zijn deze mogelijke oorzaken uitgesloten dan vinder en een handelingsgericht onderzoek plaats. Deze vorm van diagnostiek is gericht op:
    1. Hulpverlening
    2. Begeleiding
    3. Oplossen van problemisch opvoedings/onderwijssituatie
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Het model van Kok heeft drie aspecten. Leg deze assen uit.
De affectieve as R-r. Heeft het kind behoefte aan veel relatie of weinig. Bijv. autistische kinderen hebben geen behoefte aan een relatie.

De s-v as, de cognitieve as. Heeft het kind behoefte aan steun bij het cognitieve functioneren: structuurzwakke/ structuurloze kinderen of niet-flexibele (starre) kinderen.

De z-h as, de conatieve eigenheidsas. Wil het kind zich profileren (zelfverwerkelijking) of harmoniëren.
waar is de no-blame methode voor en hoe voer je het uit?
de no-blame methode is tegen pesten. Het is de bedoeling dat je de pester niet straft maar dat hij de gevolgen inziet en zich verantwoordelijk voelt
stap 1: interview met het slachtoffer
stap 2: gesprek met de groep zonder het slachtoffer
stap 3: leg uit hoe het slachtoffer zich voelt
stap 4: deel verantwoording uit
stap 5: vraag de kinderen om ideeën hoe het kan worden opgelost
stap 6: laat het los en laat de kinderen het probleem zelf oplossen
stap 7: kom er later io terug en bespreek individueel wat het effect is geweest
voor effectief leren is essentieel:
- gevoelens van veiligheid
- contact
- zelfvertrouwen
- vertrouwen in een ander
wat is kindvolgend contact
je bent sensitief en neemt het kind serieus
wat is essentieel voor de jongeren om zich te ontwikkelen
ze moeten zich gehoord, gezien, gekend en erkend voelen
wat zijn de vier basisbehoeftes
- relatie
- competentie
- autonomie
- betekenisvolheid
welke fases in adolescentie zijn er?
vroege adolescentie, puberteit, veel hormonen en keuzes maken gaat vaak emotioneel. ze zijn vatbaar voor rare ideeën
midden adolescentie, er wordt meer nagedacht over gevolgen maar het emotionele wint vaak nog van het rationele.
late adolescentie, keuzes worden goed overwogen en het gedrag wordt gereguleerd.
welke vier aanpakken hebben een effect op de werking van hersenen
- medicatie
- begeleiding
- psychotherapie
- lichaamsbeweging
bij hersenwetenschappen is gedrag een
samenspel van genetische aanleg, kwetsbaarheid en omgevingsfactoren
welke vier dimensies zijn er bij de systeem theoretische benadering?
1ste feiten, ziekte armoede, scheiding
2de, innerlijk, gevoelens
3de, interactie, communicatie, regels binnen een systeem  
4de, evenwicht in geven en nemen.